Reconstructie van IFFR 1999

(IFFR staat trouwens voor Internationaal Film Festival Rotterdam)

Bloggen is een goede manier om herinneringen te conserveren voordat ze langzaam verloren gaan. Mijn allereerste filmfestival. Logeren bij mijn broer die toen nog in Rotjeknor woonde. De avond daarvoor het festivaljournaal gezien gezien bij hem thuis om de tv (vet, de verfilming van Fear and Loathing in Las Vegas draait, helaas geen kaartjes). Daarna Scream op video gekeken met hem en mijn schoonzus en vervolgens tukken (stoned of nuchter? Ik weet niet meer. In die tijd waarschijnlijk het laatste).

DAG 1
Het is erg bijzonder zo’n filmfestival. Duizenden bezoekers die met festivalkrantjes door de stad banjeren van de ene venue naar de andere. Het is ook maf om ’s ochtends vroeg al in de bioscoop te zitten. Met mijn bruder bij Jezus is een Palestijn. Jawel een Nederlandse film en nog wel genomineerd voor een Tiger Award. Hans Teeuwen speelt de hoofdrol. Ik weet er niet veel meer van behalve dat er op een gegeven moment een ring met prikkeldraad door zijn eikel geslagen wordt (hij speelt een monnik die kuisheid heeft gezworen), maar dat de prikkeldraadring later weer verwijderd wordt zodat hij seks kan hebben met (Kim van Kooten?).

IFFR 1 - Jezus is een Palestijn

Mijn broer haakt vervolgens af (werken geloof ik) en ik ga naar Film Nr. 2. Rushmore, de tweede film van Wes Anderson over het campusleven van de merkwaardige Max Fisher. Met in een bijrol een heerlijk cynische Bill Murray (de bekende duikplank-scene staat nog in mijn geheugen gegrift).

Daarna was het tijd om wiet te scoren, maar de coffeeshop was nergens te bekennen. Na een half uur lukt het toch en ik rookte een dikke joint voordat ik weer de bioscoop in ging. De anderhalf uur daarna keek ik knijter stoned naar woestijnbeelden met een geluidsband van een oude Fidel Castro speech op de achtergrond in Utopia. Dit soort vage, kunstzinnige projecten draaien ze ook veel op festivals. Je moet er van houden. In tegenstelling tot de rest van de 15 bezoekers hield ik het bijna tot het einde vol.

Na het consumeren van de slechtste burger van Nederland bij de Charlie Chiu, ging ik naar Nr. 4: The Opposite of Seks. Het publiek moest heel hard lachen om de grappen, ik wat minder. Maar Christina Ricci was fantastisch in de hoofdrol.

IFFR 2 - The Opposite of Sex

Tussen de bedrijven door zag ik op monitoren beelden van een film die op het festival draait. Het zijn beelden van een prachtige vrouw met rood haar en de shots zijn bijna te mooi om waar te zijn. Het is Lola Rentt. Ik vloekte dat ik hier geen kaartje voor had, maar zo gaat het met een festival waar ruim 200 lange films draaien; zelfs met encyclopedische filmkennis lukt het nog niet de juiste keuzes te maken. Ik zag ook beelden van Festen die er zo mogelijk nog vetter uitzagen.

Na nog een bats en een diner stond op het avondprogramma The Acid House. De tweede verfilming van een boek van de Schotse meesterschrijver Irvine Welsh. Dit zijn drie surrealistische verhalen. Vermakelijk, maar in de verste verte geen Trainspotting. 

DAG 2
‘S ochtends had ik naar Henry Fool moeten gaan, maar belandde ik bij een gare Duitse film waarvan in de titel en inhoud vergeten ben. Tja, dat kan ook op een festival, de verkeerde zaal inlopen. Het is niet ondenkbaar dat ik alweer stoned was.

Another Day in Paradise – De tweede van de dag was een toppertje. James Woods en Melanie Griffith als trashy criminelen die een jong stel onder de hoede nemen. Van Larry Clark, regisseur van Kids.

IFFR 3 - Another Day in Paradise

Dat is een hele jonge Vincent Kartheiser (Pete Campbell in Mad Men)

De regisseur kondigde persoonlijk zijn film aan in de zaal. The Herd ging over een oude Noor die een kudde rendieren in een jarenlange reis naar zijn bestemming voerde. Dit was saaiiiiiiiiii. Ik bleef maar in slaap vallen. Ik vond het echt lullig voor de regisseur, maar ben op een gegeven moment de zaal uitgelopen.

Misschien wel de beste film was A Simple Plan, van één van mijn favoriete regisseurs Sam Raimi (The Evil Dead). Over drie mannen die een tas drugsgeld vinden en besluiten het te houden en vervolgens in een spiraal van ellende belanden.

Ik zou nog Touch of Evil (Restored Version) gaan kijken, maar de film was kapot of zoekgeraakt, dus dit feestje ging niet door. Dus zat het erop voor 1999.

Ik was me er toen niet van bewust, maar ook al ging ik er jaren later werken, de beleving van deze eerste keer zou ik nooit meer evenaren.

Advertenties

De Hunter S. Thompson kronieken

‘Absolute truth is a very rare and dangerous commodity in the context of professional journalism’
-The Great Shark Hunt

Hunter Stockton Thompson (18 juli, 1937 – 20 februari, 2005)

De Hunter S. Thompson Kronieken 1

Introductie
Vandaag exact 10 jaar geleden overleed Hunter S. Thompson, één van mijn grootste inspiratiebronnen, aan een zelf toegebracht schot in het hoofd. Ik herinner me zijn dood nog goed. Ik werkte toen op de persafdeling van het International Film Festival in Rotterdam en kreeg een sms’je van een vriend dat Thompson zelfmoord had gepleegd. De rest van de middag heb ik op internet overlijdensberichten en steunbetuigingen gelezen. Dat doe ik niet voor iedere ‘ster’ die overlijd, dus wat had Thompson precies dat mij – en miljoenen anderen – zo getroffen heeft? Wat wist ik toen eigenlijk van hem, behalve dat hij schrijver was van het briljante ‘Fear and Loathing in Las Vegas?’ Niet veel. Nu, een decennium na zijn dood, vond ik het eens tijd om uit te zoeken wie de man was, wat hij gedaan heeft, en wat het geheim is van zijn populariteit. Mijn bevindingen heb ik in deze ‘kronieken’ opgetekend.

Ontbijt
Één van de vele dingen waar Hunter S. Thompson om bekend stond was zijn uitgebreide ontbijtritueel. Dit kan hij zelf het beste uitleggen:
‘Breakfast is the only meal of the day that I tend to view with the same kind of traditionalized reverence that most people associate with lunch and dinner. I like to eat breakfast alone, and almost never before noon; anybody with a terminally jangled lifestyle needs at least one psychic anchor every twenty-four hours, and mine is breakfast. In Hong Kong, Dallas or at home – and regardless of whether or not I have been to bed – breakfast is a personal ritual that can only be properly observed alone, and in the spirit of genuine excess. The food factor should always be massive: four bloody marys, two grapefruits, a pot of coffee, Rangoon crêpes, a half-pound of either sausage, bacon or corned beef hash with diced chillies, a Spanish omelette or eggs Benedict, a quart of milk, a chopped lemon for random seasoning, and something like a slice of key lime pie, two margaritas and six lines of the best cocaine for dessert . . . .’

Jeugd
‘Je moet terug naar Louisville, Kentucky, om Hunter te begrijpen’, aldus zijn biograaf Douglas Brinkley in de documentaire ‘Gonzo: the Life and Work of Dr. Hunter S. Thompson‘. ‘Zijn vader stierf toen hij klein was. Z’n moeder moest haar drie zonen opvoeden met een bibliothecaresseloontje. Hij leefde een lagere middenklassebestaan. Zijn vriendjes in Louisville waren rijk en genoten allerlei privileges. Hij stond aan de andere kant van de spoorweg. Hunter was van nature intelligent, maar voelde zich een buitenbeentje. Een beslissende ervaring was toen hij met vrienden rookte en dronk en opgepakt werd. De rijkeluiszoontjes kwamen weer vrij, maar Hunter miste zijn diploma-uitreiking.’ Zijn walging voor politiek machtsmisbruik moet hier begonnen zijn.

Dualiteit
Over Thompson’s karakter wordt gezegd dat hij twee extreme kanten had. Zijn eerste vrouw Sondi Wright beschrijft hem als gul, liefhebbend, maar ook buitengewoon gemeen. Zijn tweede vrouw Anita erkent dit beeld. ‘Hunter had twee extreme, met elkaar conflicterende, kanten. Hiervan was hij zich bewust. Ik weet niet of hij altijd controle had over deze twee kanten.’

Een prachtig voorbeeld van zijn zachte kant is hoe Thompson alles in zijn macht heeft gedaan om Lisl Auman te helpen, een vrouw uit Colorado die in 1997 tot een levenslange celstraf werd veroordeeld voor de moord op een politieman, ondanks dubieus bewijs en tegenstrijdige getuigenissen. Thompson’s enorme inspanningen hebben er uiteindelijk toe geleid dat het vonnis – kort na zijn dood in 2005 – nietig is verklaard. Ingewijden stellen dat zonder Thompson’s steunacties en publiciteit Auman’s vrijlating nooit gelukt zou zijn.

Thompson kon zich ook als echte klootzak gedragen. Dat was zijn andere kant. Alle mensen die dichtbij hem stonden kunnen hiervan getuigen. Ook was hij een enorme narcist, aldus Alex Gibney, regisseur van de documentaire ‘Gonzo: the Life and Work of Dr. Hunter S. Thompson’. Hij vond zichzelf wel heel belangrijk en dat zie je terug in veel van zijn werk en zijn begrafenis. De plannen hiervoor maakte hij al 30 jaar voor zijn dood. Thompson’s as werd daarbij afgeschoten uit een reusachtige ‘Gonzo-vuist’ en verspreid over de vallei bij zijn huis in Colorado. De kosten van dit laatste eerbetoon bedroegen 1 miljoen dollar en werden gedragen door Thompson’s vriend Johnny Depp.

1955-1965 – Begin schrijverscarrière
Toen hij begin 20’ was ging Thompson in dienst. In het leger kreeg hij zijn eerste baan als sportjournalist voor een legerblad. Hij leerde schrijven door ‘The Great Gatsby‘ keer op keer over te tikken en zo de muziek, het ritme, van het meesterwerk van F. Scott Fitzgerald te pakken te krijgen. Douglas Brinkley: ‘The Great Gatsby’ is vervuld van woede over de valsheid van de Amerikaanse droom. Hunter identificeerde zich meer dan met wie dan ook met Fitzgerald. Het verschil was dat Fitzgerald binnen in de snoepwinkel in de etalages van de rijken keek. Hunter wilde de ramen inslaan.’

Begin jaren 60’ bracht Hunter S. Thompson wat tijd door in Zuid Amerika, waar hij onder meer werkte als sportverslaggever. Terug in de Verenigde Staten schreef hij zijn eerste twee boeken: ‘Prince Jellyfish’ en ‘The Rum Diary’. Beide boeken werden niet uitgegeven. ‘The Rum Diary’ is uiteindelijk pas in 1998 verschenen, bijna 30 jaar nadat Thompson bekend is geworden.

1967 – Hell’s Angels
In de lente van 1965 begon Hunter S. Thompson rond te hangen met de Hell’s Angels motorclub. Halverwege de zomer was hij zo betrokken bij de outlaws dat hij niet langer zeker wist of hij alleen maar onderzoek deed naar de angels of door ze geabsorbeerd was. Zijn ervaringen met de motorbende staan beschreven in ‘Hell’s Angels: The Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs’, het boek dat Thompson’s naam als journalist in 1967 op de kaart zette. In dit boek is Thompson duidelijk op zoek naar een stijl. Het is nog geen Gonzo, maar Thompson participeert wel nadrukkelijk in de gebeurtenissen. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft de geschiedenis van de motorbende en waar ze hun gevaarlijke reputatie vandaan hebben. In deel 2 – dat Thompson volgens zijn vrouw Anita in vier dagen en vier nachten geschreven heeft toen de deadline nabij was – beschrijft hij zijn eigen ervaringen met de Angels, inclusief een roemruchte bijeenkomst van de volledige bende in Bass Lake in de zomer van 1965.

Owl Farm, Aspen
In 1969 kocht Thompson van een deel van de verdiensten van zijn boek ‘Hell’s Angels’ een huis met grond in Woody Creek te Aspen, Colorado. Hij noemde het Owl Farm en zou hier de rest van zijn leven blijven wonen. Toen Thompson beroemd werd in de decennia daarna, werd Owl Farm een soort bedevaartsoord waar drommen acteurs, schrijvers, journalisten, tegencultuurfiguren, juristen, CEO’s en politici naar toe kwamen. Thompson zag zijn huis als zijn toevluchtsoord. Waar hij ook geweest was en wat hij ook gedaan had, als hij thuis kwam wist hij dat hij veilig was. Het huis lag afgelegen in een berggebied, dus Thompson kon hier naar hartenlust schieten (shotgun golf was een favoriet spel) en dingen opblazen.

Wat veel mensen, mijzelf inclusief, nog wel eens verbaasd is dat Thompson al in deze tijd getrouwd was en een zoon had: Juan. Dit is verbazend omdat hij duidelijk een man was die zich altijd omringde met mooie vrouwen en hier ook zeker gebruik van maakte. Hunter Thompson was dan ook geen modelvader en echtgenoot. ‘Hij was zelden thuis en deed nooit iets met zijn zoon’, aldus zijn eerste vrouw Sondi Wright.

1970 – Kentucky Derby
In zijn eerste echte Gonzo verhaal keert Thompson terug naar de woonplaats uit zijn jeugd: Kentucky. Hij heeft de opdracht verslag te doen van de lokale paardenrace ‘the Kentucky Derby’. Dit resulteert in een artikel – ‘The Kentucky Derby is Decadent and Depraved’ – een artikel dat alles beschrijft behalve de race. In plaats daarvan krijgt de lezer de drinkenbroers, de ‘door inteelt verwekte’ lokalen en Thompson’s escapades met de Britse illustrator Ralph Steadman, die Thompson hier voor het eerst ontmoet en met wie hij nog vaak zou samenwerken. Het is mooi hoe Thompson de artiest Steadman opvoert als personage in het verhaal en zijn uitdaging om het perfecte ‘Kentucky Derby gezicht te tekenen’ uitlegt. Hierdoor komen de illustraties van Steadman maximaal tot uitdrukking.

Thompson zag het artikel als een mislukking, maar kreeg toen een brief van vriend en collega-journalist Bill Cardoso die schreef: ‘Hey Hunter, mooi artikel. Pure Gonzo.’ Hunter besloot toen dat dit is wat hij zou gaan doen. Vanaf dat moment begon de Gonzo-trein in volle vaart te rijden.

Gonzo journalistiek
‘The time has come to get full bore into heavy Gonzo Journalism, and this time we have no choice but to push it all the way out to the limit’
-Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72

Gonzo Journalistiek is een stijl van rapportages maken gebaseerd op het idee van William Faulkner dat de beste fictie veel meer waarheid bevat dan welke vorm van journalistiek dan ook. De Gonzo Journalist beschrijft niet alleen de gebeurtenissen, maar participeert er ook in. Niet puur schrijven, maar optreden dus. Een analogie is een filmregisseur die zijn eigen scripts schrijft, zelf de camera bedient en zichzelf in actie weet vast te leggen als protagonist of in ieder geval als belangrijk personage in het verhaal.

Thompson genoot ervan over zijn eigen belevenissen te schrijven. Sterker nog, als hij geen rol in het verhaal speelde vond hij het niet de moeite er verslag van te doen. Zo is feitelijk de nu legendarische Gonzo-stijl ontstaan. In nagenoeg al Thompson’s werken past hij deze stijl toe. Het meest extreme voorbeeld is ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, waarin het oorspronkelijke onderwerp (een motorrace) volledig uit beeld verdwijnt en alleen nog de avonturen van Thompson’s alter ego Raoul Duke centraal staan. Ook lopen in dit boek – dat algemeen beschouwd wordt als zijn meesterwerk – fictie en werkelijkheid door elkaar, nog een element van sommige Gonzo-verhalen. Dit zou Thompson – weliswaar in beperktere mate – ook toepassen in andere verhalen, zoals ‘The Curse of Lono’.

‘My way of joking is to tell the truth. That is the funniest joke in the world.’ Volgens Thompson is deze uitspraak van legendarisch bokser Muhammad Ali de beste definitie van Gonzo journalistiek die hij ooit heeft gehoord. Dat schrijft hij in een artikel over Ali, genaamd ‘Last Tango in Vegas: Fear and Loathing in the Far Room’, waarin hij zichzelf weer eens tot hoofdpersoon bombardeert. Gonzo gaat vooral over de waarheid. De traditionele journalist verzameld feiten en meningen en voegt dit samen tot verslag. Thompson beschrijft de waarheid puur vanuit zijn eigen bevindingen. Zijn stukken zijn daarom vaak niet al te feitelijk, maar des te meer accuraat.

Liefde voor geweren
Wie schrijft over Thompson moet ook zijn liefde voor wapens adresseren. Waar kwam die fascinatie voor geweren en explosieven vandaan? Volgens zijn vriend Ralph Steadman, die illustraties maakte voor veel van zijn boeken, houden wapens en geweld nauw verband met het produceren van goede Gonzo. Hij legt het helder uit in een interview met Nigel Finch (regisseur BBC-documentaire ‘Fear and Loathing on the Road to Hollywood’) in zijn boek ‘The Joke’s Over: Memories of Hunter S. Thompson’.

Nigel: ‘What about the violent side of him – the firearms, the mace, the aggression?’
Ralph: ‘Well, as far as I know he’s never shot anyone. I think that’s all part of the Gonzo spirit. The spirit of Gonzo is in all these implements just being used, they’re all there to use and they’re all parts of the same fire and punch and intensity that his words are trying to get over. He probably needs those things but they’re all shot off into outer space. He might shoot them into the hillside. I don’t think he’s even maced anyone, except me, off course, although he’s talked about doing it. I mean, I’d be very unhappy about some of the people I have met who would tote guns and, you know, you’d feel that they were doing it with a certain malevolence, which is certainly not the case with Hunter.’

1970 – Thompson voor sheriff
In 1970 stelde Hunter S. Thompson zich kandidaat voor sheriff van zijn woonplaats Aspen, waarvan hij zelf de bekendste inwoner was. Thompson was vrijwel zeker de vreemdste kandidaat die ze ooit gekend hebben in deze lokale verkiezingen. En hij vormde met zijn ‘freak power’ beweging een enorme bedreiging voor de gevestigde orde.

Wat voor plannen had hij voor de gemeente Aspen? Hij wilde allereerst de naam van de stad veranderen in Fat City om grote corporaties tegen te werken die het gebied wilden uitbaten als toeristische trekpleister. Ook wilde hij wekelijks een drugstribunaal organiseren voor het kantoor van de sheriff, waar mensen terecht konden met klachten over slechte drugs. Oneerlijke drugdealers zouden voor straf in kooien op het marktplein tentoongesteld worden. Thompson wilde ook alle auto’s in Aspen verbieden, behalve auto’s die dienden voor noodzakelijke dienstverlening, zoals winkels bevoorraden en de post rondbrengen.

Geen slechte plannen. Er werd door veel mensen dan ook positief aangekeken tegen Thompson’s campagne. Een radiocommentaar: ‘Hunter Thompson is een moralist die zich immoreel voordoet. Nixon is een immoralist vermomd als moralist. Dit is James Saltzer. In Aspen zie je hoe dan ook dieven en autowrakken, maar Hunter staat voor iets wat hem verschillend maakt van de anderen: ideeën en sympathie voor de jonge, vrijgevige, marihuanarokende groep, die als enige de technologische nachtmerrie onder ogen wil zien. Z’n enige minpunt is dat hij visionair is. Hij wil een te pure wereld.’

Zijn eerste vrouw Sondi Wright zegt: ‘Volgens mij was dat Hunter z’n glorietijd. Hij bezat de passie om mensen te motiveren en hun denken te beïnvloeden en hen tot actie aan te zetten. Ze moesten naar buiten treden. Niet om zoveel drugs te nemen als ze wilden, maar om het verschil te maken door het bestaande bestel te wijzigen en behoorlijk te laten werken, om er een goed bestel van te maken. Dat had hij in zich.’

Thompson verloor de campagne van de andere kandidaat met een heel klein verschil.

1971-1972 – Creatief hoogtepunt
Begin jaren 70’ was Hunter productiever dan ooit en leverde hij zijn twee beste werken af, de boeken waarmee hij definitief zou doorbreken: ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ en ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trial 72’’.

Eerst kwam het Vegas verhaal. Jann Wenner, hoofdredacteur van Rolling Stone Magazine – waar het verhaal als eerste in verscheen – herinnert zich dat Thompson hem vroeg om een rode Cadillac voor ‘Fear and Loathing in Las Vegas’. Wenner zei ‘nee’. Toen zei Thompson: ‘Je begrijp er niks van. Ik kan de Amerikaanse droom toch niet verslaan vanuit een Volkswagen?’ ‘Daar had hij natuurlijk wel weer gelijk in’, aldus Wenner.

In 1972’ volgde Thompson een jaar lang de Amerikaanse presidentverkiezingen voor Rolling Stone Magazine. Zijn briljante politieke commentaren leverde hem landelijke bekendheid op.

De Hunter S. Thompson Kronieken 2

De donkere zijde
Richard Milhous Nixon (1913 – 1994), de 37e president van de Verenigde Staten van 1969 tot 1974, was Thompson’s aardvijand zijn leven lang. In nagenoeg alle boeken van Thompson is ook een rol weggelegd voor deze vileine slechterik. Nixon stond voor alles waar Thompson tegen was. Een veelzeggende omschrijving die Thompson over Nixon deed (in ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72’) is; ‘It is Nixon himself who represents that dark, venal and incurably violent side of the American character that almost every country in the world has learned to fear and despise.’

In de documentary ‘Fear and Loathing on the Road to Hollywood’ voegt hij hier het volgende aan toe: ‘Richard Nixon represents the dark side of the American Dream. He stands for everything that I wouldn’t want to happen to myself or be or be around: Greed, treachery, stupidity, cupidity, total contempt for any set of human, constrictive political instinct. Nixon represents everything that’s wrong with this country down the line.’

Verval
Ondanks zijn afkeer voor Nixon kon Thompson zich in hem inleven. Hij begreep het duistere van de Amerikaanse geest. Of het nu om politiek ging of de Amerikaanse droom, bij ieder onderwerp waar hij over hij schreef had hij oog voor het duistere en het hoopvolle. Maar tijdens zijn leven leek het wel of de duistere machten triomfeerden. In 1972 – toen Nixon president werd – begon hij gedesillusioneerd te raken, en is ook zijn verval ingetreden.

Door zijn werk op de campaign trail werd Hunter zo bekend als een popster. Zijn huwelijk werd turbulent, hij dronk teveel en gebruikte teveel drugs. Zijn anonimiteit was hij kwijt en dat was zijn grootste kracht geweest in zijn journalistieke werk. Het werd voor zijn werkgever Rolling Stone dan ook steeds moeilijker om opdrachten te vinden. In 1974 stuurden ze hem naar Zaïre om de match tussen George Foreman en Muhammad Ali te verslaan. Thompson gaf de ringside kaartjes weg, belandde in het zwembad en leverde geen verhaal op. Dit terwijl de match – waarin Ali uiteindelijk won door knock-out in de achtste ronde – gezien wordt als de één van de belangrijkste sportgebeurtenissen in de 20ste eeuw.

Dit was Thompson’s eerste grote mislukking. Het wordt zelfs de grootste mislukking in de journalistiek ooit genoemd. Hij was zijn grip aan het verliezen. Het probleem voor Thompson was vooral dat het in zijn boeken gecreëerde personage Thompson (of Raoul Duke) bekendheid verwierf. Wanneer hij gevraagd werd te spreken op een universiteit of diner, vroegen ze eigenlijk het personage. Daar kreeg hij het moeilijk mee. De mythologie die hij zelf gecreëerd had begon de overhand te nemen en hij wist de scheidslijnen tussen zichzelf en het personage steeds moeilijker te onderscheiden. Vriend Ralph Steadman zei dat Thompson steeds moest opleven tegen het personage en dat hij op den duur het plezier daarin verloor.

1980 – Hollywood
‘It never got weird enough for me’
– ‘Where the Buffalo Roam’ (1980)

Zijn hele leven zat het er al aan te komen: een Hollywood film. Art Linson, regisseur van ‘Where the Buffalo Roam’ zei over Thompson; ‘He’s drugged, he’s armed. Who wouldn’t want to make a film about him?’ En er waren voldoende acteurs die hem wilde spelen. Schrijvers zijn meestal niet de traditionele helden in Hollywood, maar Thompson had in zijn boeken zo’n legendarisch personage van zichzelf gemaakt, dat het voor veel acteurs een droom was om hem te mogen spelen.

De eerste film over Thompson werd dus ‘Where the Buffalo Roam’. Aan de basis van het scenario stond een overlijdensbericht dat Thompson schreef voor zijn beroemde advocaat Oscar Zeta Acosta, getiteld: ‘Banshee Screams for Buffalo Meat’ (dat in 1971 verscheen in Thompson’s gebundelde journalistieke werk ‘The Great Shark Hunt’). Maar in het verhaal wordt geput uit divers werk van Thompson, zoals ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ (o.a. de vleermuizen en de lifter die ze oppikken). Het is opvallend dat de makers ervoor kozen om niet direct werk van Thompson te adapteren, maar zelf een interpretatie van zijn leven te maken en het fenomeen Thompson aan het algemene publiek proberen uit te leggen. De film is daardoor misschien wel geslaagd, of juist mislukt.

Voor de hoofdrollen hadden de producenten oorspronkelijk Dan Aykroyd en John Belushi in gedachten, maar toen die ‘The Blues Brothers’ gingen doen kregen Bill Murray en Peter Boyle de hoofdrollen. Murray kreeg veel positieve kritiek op de manier waarop hij in de huid van Thompson kroop. De film zelf kreeg nogal wat commentaar, maar ondanks de ‘fouten’ zette de film Thompson wel neer als legendarisch figuur voor zijn generatie. En ook was de film een ware tijdcapsule naar de jaren 70’, het tijdperk dat Thompson belichaamde.

Nieuwe publicaties
Thompson bleef tot vlak voor zijn dood schrijven. Zo verscheen in 1983 zijn diepzee avontuur ‘The Curse of Lono’, een prima boek, maar geen nieuwe publicaties konden de klassiekers uit zijn hoogtijdagen evenaren. Volgens zijn ex-vrouw Sondi Wright kwam dat vooral door de toestroom mensen die sinds de vroege jaren 70’ voortdurend naar Owl’s Farm afreisde om feest te vieren met Hunter. Dat maakte het lastig om de concentratie te vinden die nodig was om echt goed werk af te leveren. Toen hij overleed in 2005 zat Thompson dan ook bepaald niet aan zijn hoogtepunt, aldus Wright in de documentaire ‘Gonzo’. Integendeel zelf. Wright zegt verder zijn zelfmoord geen moedige daad te vinden. ‘We zouden een evenwichtige Hunter goed kunnen gebruiken in deze tijd (toen Bush nog aan de macht was). Hij zou zelfs het verschil kunnen maken’, besluit ze.

Thompson’s geheim
Hunter was a different animal. He seemed to gain strength from rakish marathons. I am certain he learned the secret of maintaining a drug-racked body from an old Indian in the Appalachian mountains. He learned the balance between living out on the edge of lunacy and apparently normal discourse with everyday events’
-The Joke’s Over: Memories of Hunter S. Thompson (By Ralph Steadman)

Thompson was een rebel, een clown, een poëet, een filosoof, een legende, een uniek specimen. Hij was een anarchist die niet geloofde in instituties. Wat vooral bijzonder is, is hoe een non-fictie schrijver – op de gebieden sport, politiek en tegencultuur – zo’n grote mythe rond zichzelf wist te creëren, waarin nooit meer helemaal duidelijk wordt wat fictie is en wat werkelijkheid. ‘Over 100 jaar bestuderen ze Thompson nog en dat wist hij tijdens zijn leven al’, aldus zijn vriend Benicio del Toro.

Het is dus niet gek dat ik een fascinatie voor de man heb ontwikkeld. Uit zijn levensgeschiedenis blijkt dat hij een groot talent had om ‘volgers’ aan te trekken. Hij veroorzaakte weliswaar opschudding in de politiek en journalistieke wereld, maar was ook een bijzonder charmante man. Daarom volgden zelfs serieuze journalisten en verslaggevers hem. Zij wilden iets van zijn magie meepakken. Hij had iets, wat dat ook geweest mag zijn.

Mijn stelling: Het geheim van Hunter zit in zijn gedrag. Gedrag dat hem uniek maakt en dat hij omschrijft in zijn eigen journalistieke werk. Sterker nog, zijn gedrag was zijn werk. Ralph Steadman schreef over zijn eerste ontmoeting met Hunter: ‘One hand held the wheel, the other his cigarette holder and a beer can. Between his legs, or resting on the seat, he kept a tall glass full of ice and whiskey. His consumption of each was carried out in nervous progressions.’

Het is dit soort gedrag – en de beschrijvingen ervan – die Thompson tot legende hebben gemaakt. Hij was net zoveel personage als echt persoon, en de lijn tussen die twee werd steeds dunner en dunner. Was er nog verschil? Excessen in drank en drugs, geweren, dingen opblazen, aanvaringen met politie, boottochtjes door de haven en ‘fuck the pope’ op een schip schilderen. Bij ieder ander journalist zou het niet veel te betekenen hebben, maar bij Thompson kreeg het vreemde gedrag betekenis en wekte het fascinatie bij een grote groep fans. Een fascinatie die tien jaar na zijn dood nog verre van voorbij is. Del Toro had helemaal gelijk.

Eerdere publicaties over Hunter S. Thompson
Nieuwsgierig naar meer blogs over de Gonzo koning? Lees verder:
Dromen en dronken deliriums in San Juan (Over ‘The Rum Diary’ van Hunter S. Thompson)
Een authentieke dichtbij-opname van de Hell’s Angels (door Hunter S. Thompson)
Hunter S. Thompson in 1970 – Decadentie en verderfelijkheid in het Zuiden
Fear and Loathing in Las Vegas: De ultieme trip van de jaren 70′
Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72
Instructies voor het lezen van Gonzo Journalistiek
‘The Great Shark Hunt’ – Gebundelde waanzin van Hunter S. Thompson
‘The Curse of Lono’ – Het Hawaii avontuur van Hunter S Thompson

● En bekijk ook het afbeeldingenbord op Pinterest.

Overlijdensberichten (klik erop voor ware grootte)

De Hunter S. Thompson Kronieken 3 De Hunter S. Thompson Kronieken 4

Hannibal: De TV-serie (recensie)

Door Jeppe Kleyngeld

Seriemoordenaars en psychopaten zijn in trek sinds Dexter. Maar nu deze hitserie op zijn einde loopt, vonden verschillende producenten het tijd worden om twee van de beruchtste killers van het witte doek maar eens naar het kleine scherm te halen. Norman Bates (Psycho) mocht opduiken in Bates Motel en Hannibal Lecter (The Silence of the Lambs) in Hannibal de TV-serie. In beide gevallen betreffen het prequels.

In Hannibal volgen we speciaal FBI-medewerker Will Graham. Deze profiler heeft zoveel empathie dat hij zich geheel kan verplaatsen in de geesten van seriemoordenaars. Jack Crawford, hoofd van de FBI’s afdeling voor gedragswetenschappen, neemt Graham mee door het land om seriemoordenaars op te sporen, maar vreest voor zijn mentale welzijn. Daarom schakelt hij de briljante psychiater Dr. Lecter in die Graham mentaal gaat begeleiden.

Hannibal is gebaseerd op personages uit het eerste boek uit de Hannibal-serie Red Dragon. Kenners van de Harris boeken zullen dan ook zeker dialogen herkennen uit dit werk, maar ook uit de andere delen van de reeks is geput om de mythologie van Dr. Lecter vorm te geven. Zo is de verminking, waarbij er van een slachtoffer een engel is gemaakt door zijn longen als vleugels uit te klappen, afkomstig uit het boek Hannibal.

Mads Mikkelsen zet op formidabele wijze de culinaire kunstenaar Hannibal neer.

Mads Mikkelsen zet op formidabele wijze de culinaire kunstenaar Hannibal neer.

Ik was in het begin nogal sceptisch over deze serie. De inferieure eerdere sequels en prequels (Red Dragon, Hannibal & Hannibal Rising) op dat punt hadden mijn honger voor meer Hannibal Lecter al gedempt. Toen ik echter zag dat Mads Mikkelsen de rol van de beruchte psychopaat vertolkte werd mijn interesse toch gewekt. Ik heb de carrière van Mikkelsen gevolgd sinds ik hem zag in Pusher II op het International Film Festival Rotterdam in 2005. Een briljant acteur. Als iemand het zou kunnen flikken was hij het wel.

Bovendien is het concept van een serie over Hannibal in de jaren dat hij nog actief is als werkend massamoordenaar en psychiater een buitengewoon fascinerend idee. Maar alles valt of staat met de uitvoering. En gelukkig kan ik meteen melden dat die uitermate geslaagd is. Niet direct in het begin overigens. De eerste vier afleveringen van de 13 zijn behoorlijk zwak, vooral omdat er daarin geen aandacht wordt besteedt aan de karakterisering van het personage Hannibal.

Ik vreesde dus dat ze het verknald hadden, maar alles komt goed. Meer dan goed zelfs. Hannibal is bij vlagen briljante televisie. De show kruipt langzaam onder je huid en blijft daar vervolgens nog heel lang nasidderen, het effect dat de beste televisieseries – zoals Twin Peaks – kunnen hebben. Hannibal is een unieke combinatie geworden van enge, intelligente, fascinerende en baanbrekende televisie.

'Hannibal' is visueel prachtig met onuitwisbare indrukken van grafische horror.

‘Hannibal’ is visueel prachtig met onuitwisbare indrukken van grafische horror.

Het baanbrekende zit hem in de opbouw en structuur van de show. Lang niet alles wordt weggegeven, maar je wordt als kijker juist uitgedaagd om zelf te ontdekken wat de motivaties van de personages zijn. Daarbij voorzien de schrijvers je via de personages van fascinerende psychologische inzichten, die je kunt gebruiken om een majestueuze puzzel te leggen die nooit klaar is. Daarbij gaat het niet om wie de gezochte seriemoordenaars zijn – die worden meestal vrij snel en gemakkelijk gevonden – het gaat om wat de menselijke geest nou écht drijft. Als kijker wordt je dus ook een soort profiler, een sublieme zet van de makers.

Het grootste mysterie bij het psychoanalyseren is Hannibal zelf. Je leert hem gaandeweg het eerste seizoen kennen, maar een behoorlijk deel van zijn karakter blijft gesloten zodat je als kijker kunt blijven interpreteren wat hij wel en niet is. Hannibal wordt gedefinieerd door zijn acties. Er komen dingen op zijn pad, en hoe hij hier steeds mee om kiest te gaan bepaalt wie hij is. Je leert hem kennen, maar hij blijft toch steeds verassen. Fantastisch.

Gelukkig hebben de schrijvers ook geen ‘bovennatuurlijk’ personage van Hannibal gemaakt, zoals in de eerdere vervolgen. Als actieve seriemoordenaar is zijn grootste uitdaging om zijn misdaden te verbergen voor justitie en daarin schept hij een duivels genoegen. Lecter speelt een groots spel waarin hij zich roert in de wereld van de FBI, psychotherapie en collega seriemoordenaars. Maar niet alles gaat voortdurend van een leien dakje. Hij is gewoon super slim en, zoals een echte psychopaat betaamt, zoekt hij het gevaar graag op.

Mads Mikkelsen zet de rol op uiterst subtiele wijze neer. Hij doet vaak heel weinig, anders dan Anthony Hopkins die voortdurend in onbeteugelde psycho modus zat. Maar dat was ook een Hannibal Lecter die al gepakt was. Mikkelsen toont de modus operandi van de nog onontdekte Lecter, en daar past zijn subtiliteit uitstekend bij. Bovendien gaat er een grote intelligentie schuil achter zijn indringende ogen. Bij ieder woord dat hij zegt, hang je als kijker aan zijn lippen. Naast het briljante spel van Mikkelsen, zet Hugh Dancy op indrukwekkende wijze de getergde Will Graham neer. Laurence Fishburne vult de cast mooi aan. De rasacteur is energieker dan ooit en weet van de -normaal toch wat saaie- Jack Crawford een memorabel personage te maken.

Een briljant aspect van The Silence of the Lambs was dat er naast Lecter een andere angstaanjagende seriemoordenaar in het spel zat in de vorm van Buffalo Bill. Hannibal zit vol met dergelijke donkere geesten. De moordscènes die Will onderzoekt, zijn de meest creatieve en macabere ooit op film vastgelegd. In tijden waarin we aan steeds meer gruwelijkheid en horror gewend zijn, verdient Hannibal een groot compliment voor de wijze waarop het op momenten écht angstwekkend weet te zijn. De onheilspellende dromen van Will, de lugubere moorden en de spookachtige locaties maken de serie onvervalst griezelig. Vooral de aflevering waarin een meisje met het syndroom van Cottard (neurologische aandoening, waardoor ze de waan heeft dood te zijn) op moordpad gaat is doodeng.

Het einde van de serie is op een vreemde manier bevredigend en maakt hongerig naar meer. En dan vooral meer van Mikkelsen’s Lecter. Jazeker, de Deense acteur maakt er echt zijn personage van. En dat is meer dan indrukwekkend als je in de voetsporen van Anthony Hopkins treedt. Een oude passie van mij is met Hannibal weer aangewakkerd. De passie voor briljante seriemoordenaars en compleet gestoorde geesten. En daarvoor ben ik de makers van Hannibal bijzonder erkentelijk. Kom maar op met seizoen 2!

Hannibal - 5 stars

Memorabele ontmoetingen op het festivalcircuit

Voor Ludo

Kort geleden vierde ik mijn vijfjarig jubileum bij de moderne uitgeverij Alex van Groningen. Vijf jaar. Dat had ik niet verwacht toen ik begon. Maar dat kwam omdat ik eigenlijk geen idee had wat ik carrièretechnisch met mijn leven moest op dat punt. Inmiddels vind ik het vak redacteur – of eigenlijk het toepasselijker genaamde content manager – het mooiste vak ter wereld. Het onderwerp financieel management is me ook bijzonder gaan fascineren. Schrijven is gewoon gaaf en eigenlijk maakt het me geen moer uit waarover. Als ik maar mensen kan inspireren…

Mijn carrière als redacteur begon in 2006 op het Film Festival Rotterdam. In de aanloop naar het festival van 2007 moest de filmcatalogus samengesteld worden, en mocht ik internationale filmmakers achter hun reet aanzitten om tijdig hun spullen aan te leveren. Zelf schreef ik vooral biografietjes, maar soms ook filmbeschrijvingen, zoals van een documentaire over Hunter S. Thompson, één van mijn grote inspiratiebronnen. Ik deed toen nog zo’n 8 uur over zo’n tekst van 500 woorden. Inmiddels gaat dat een stukje sneller.

Het Film Festival was eigenlijk een te toffe baan om betaald voor te krijgen. Het was hard werken en je had nauwelijks nog tijd voor wat anders, maar de sfeer was te gek. Tijdens het festival was er na een dag hard werk, altijd ergens een feestje waar ik met collega’s en gasten (filmmakers en journalisten) tot in de vroege uurtjes kon zuipen en dansen. Dan naar de hotelkamer om een paar uur slaap te pakken en weer aan de slag. Het was een onvergetelijke tijd.

Op één van die avondjes in de club Off Corso stond ik aan de bar bier te bestellen en kwam er een bezopen filmmaker naast me staan. We maakten een dronken praatje en hij stelde zich voor: Blue. Wat een naam: Blue – ik vermoed dat zijn ouders veel naar Joni Mitchell luisterden. Het toeval wilde dat ik Blue van naam al kende; hij was de regisseur van de Hunter S. Thompson documentaire waarvan ik de omschrijving had geschreven. Toen ik hem identificeerde als regisseur van Blasted, was hij zeer vereerd en verbaasd. Hij herkende mijn naam niet, omdat die niet onder de beschrijving stond, maar de naam van de programmeur. Ik had als schaduwschrijver gefungeerd, zoals dat heet. Maar geen probleem. Ik had het met liefde gedaan en Blue merkte op – zonder dat hij wist dat ik de tekst had geschreven – dat hij hem erg goed vond. Dat is nog eens een aanmoediging.

Festival Circuit

De rest van de avond heb ik met Blue doorgebracht. En met zijn vrouw die ook een korte film had draaien op het festival. Blue en ik hadden het vooral over Hunter S. Thompson, die hij nooit ontmoet had, maar wel zijn vrouw Anita. Zijn kennis over Hunter was groot en hij kon er boeiend over vertellen. De vrouw van Blue vroeg of ik ook filmmaker wilde worden, maar daar was ik niet meer zo zeker van. Mijn affiniteit met film was duidelijk, maar in het kiezen van je carrière is het belangrijker om te bedenken met welke acties en handelingen je het liefste de hele dag bezig bent. En daar zat het probleem bij ‘ films maken’. Het schrijven van een script heb ik verschillende malen geprobeerd en ervaren als deprimerende nachtmerrie. En van gesprekken met de filmmaker Patrick, die ik op het festival had ontmoet, begreep ik dat hij vooral bezig was het vinden van financiering. Hij was toen al 45 en had nog steeds zijn Grote Film niet gemaakt. Het is nu zeven jaar later en daar is nog niets in veranderd. Ik ben blij met de keuzes die ik gemaakt heb.

Aan het einde van de avond kwam ik Ludo tegen, Ludo van der Kraats. Hij was mijn tolk Frans die ik als Q&A coördinator (mijn rol tijdens het festival na het afronden van de catalogus) kon inzetten om de vraag en antwoord gesprekjes met Franse regisseurs te vertalen. Ludo was een vrolijke rebel, een gozer die je nooit vergeet. In een stukje in De Volkskrant stond hij later eens omschreven als ‘filmer, goochelaar, circusartiest, dj, paardentemmer, levend standbeeld, violist op de Dam, barkeeper, bediende in de Tweede Kamer, en vooral een blijmoedige fantast en verhalenverteller, voor wie iedere dag weer een feest is.’ Ik zou het niet beter kunnen zeggen.

Ludo was wel wat moeilijk te hanteren in het werk. Zo kreeg ik een keer een woedend telefoontje van een vertegenwoordiger van de Franse cinema die vertelde dat Ludo in een Q&A gesprek antwoorden verkeerd had vertaald, zodat de Franse regisseur als een paardenlul over kwam. Hij deed me wat dat betreft wel denken aan mijn festivalvriend Henk-Jan die het jaar daarvoor was ontslagen tijdens het Film Festival. Dat is best knap voor een vrijwilliger die in de festivalvideotheek stond. Henk-Jan had toen hij bij V&D werkte eens de vergelijking gemaakt tussen de V&D leiding en Nazi-Duitsland, vanwege hun deelname aan de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen. Het mooie is dat hij voor straf naar de gaarkeuken werd overgeplaatst, waarmee de leiding zijn vergelijking juist kloppend maakte. Prachtig.

Maar goed, door Ludo’s vrij opgevatte invulling van zijn taak als tolk werd het moeilijker hem in te zetten. Ook al had ik geen werk voor hem, hij kwam dagelijks even binnenlopen op het festivalkantoor voor koffie en een praatje. Ik mocht hem ontzettend graag. Hij was 43 toen hij twee maanden na het festival om het leven kwam in Peru. Een hartstilstand. Ik was geschokt. Maar zoals Ludo in het leven iets heel bijzonders had, had zijn dood iets heel mystieks. Dat is het enige positieve wat ik daar aan kan vinden. Ludo zelf was een en al positiviteit en ik denk met een dikke glimlach aan hem terug. Net als een hoop anderen uit die tijd overigens. Maar dat heb ik met deze blog weer een plekje gegeven. En dat is nog iets moois van schrijven, je ordent je gedachten en gevoelens. Ik wil nooit meer wat anders doen.

Jeppe Kleyngeld