Ongelijkheid & Democratie

De linkse intellectueel Noam Chomsky ken ik nog van de uitstekende documentaire ‘Four Horsemen’ over het falende economische systeem waar we inzitten. In het niet al te vrolijk makende ‘Requiem for an American Dream’ beschrijft hij de tijd waarin we nu leven als de ergste periode in de geschiedenis op het gebied van welvaartsverdeling.

De Amerikaanse droom van klassenmobiliteit – hard werken en dan omhoog bewegen in de wereld – is ingestort. 1/1000ste van de bevolking heeft super rijkdom en de rest gaat er steeds verder op achteruit. Dit heeft zeer negatieve consequenties voor de maatschappij als geheel.

In een democratie beïnvloedt de publieke opinie wat de politiek doet. Machtige sectoren zijn hier niet blij mee, en dus proberen ze de politiek te beïnvloeden. Probleem in de VS is dat dit ze te goed lukt. Politieke campagnes zijn niet te betalen zonder de steun van de grote bedrijven. In ruil voor hun steun willen ze aanpassingen van wetgeving.

Politiek-econoom Adam Smith waarschuwde hier al voor in zijn magnum opus ‘the Wealth of Nations’ (1776). Hij schreef: “All for ourselves and nothing for other people seems, in every age of the world, to have been the vile maxim of the masters of mankind.”
Dit beschrijft de situatie in Amerika perfect. In Europa moeten we heel goed oppassen dat we ze niet achterna gaan. Gelukkig hebben we een iets onafhankelijker politiek systeem, maar dit kan maar al te makkelijk afglijden de verkeerde kant op.

Wat de ‘masters’ in de VS gedaan hebben om hun macht te vergroten:

Herontwerpen van de economie
Door het aandeel van de financiële sector in de economie sterk te vergroten (11% in 1950 tegen 40% in 2007) groeit hun vermogen en wordt het aandeel van inkomen voor werkende mensen steeds kleiner. General Electric verdient de helft van zijn winsten door geld op complexe manieren rond te sluizen. Het is zeer onduidelijk wat de economie hier beter van wordt. Dit staat bekend als the financialization of the economy.

De lasten verleggen
In de jaren 50 en 60 was de groei tussen arm en rijk gelijkmatig verdeeld. Nu is Amerika een plutocratie geworden. Het belastingsysteem is steeds verder hervormd – recentelijk nog door Trump – zodat bedrijven over hun astronomische winsten veel minder belasting hoeven af te dragen. Het argument is dat dit leidt tot meer investeringen, maar hier is geen bewijs voor. Geef het geld aan de mensen en dan weet je zeker dat het leidt tot groei in productie en banen.

Aanvallen van solidariteit
De aanpak van Adam Smith was gebaseerd op niet alleen om jezelf geven, maar ook om anderen. Je betaalt graag belasting zodat de straatjongen uit de buurt ook naar school kan. Deze emotie is uit het collectief gedreven in de VS. “Ik heb geen kinderen, dus waarom moet ik betalen voor onderwijs?” En daarom worden scholen in toenemende mate geprivatiseerd. Zo’n rijk land en dan claimen geen geld te hebben voor onderwijs en gezondheidszorg. Een dieptrieste zaak.

Besturen van de wet- en regelmakende organen
Zie ook ‘Inside Job’. De bedrijven die onder toezicht staan besturen in feite de toezichthouders. Niet verwonderlijk dat het aantal ‘ongevallen’ – met als hoogtepunt de crash van 2007 – sterk is toegenomen. Niet erg voor de bedrijven – die worden na Lehman Brothers toch door de overheid gered als ze omvallen. Minder leuk voor de belastingbetaler die de rekening op moet pakken.

Afbreken van tegenmachten
Vakbonden waren ooit behoorlijk machtig en succesvol in het doorbreken van de negatieve cyclus. Onder Reagan en Bush zijn deze instanties verpletterd. Nog slechts 7 procent van de Amerikanen is bij een vakbond aangesloten. Niet verassend is de ongelijkheid van lonen in de private sector omhoog geschoten.

Toestemming vervaardigen
In de vorige eeuw merkten de machthebbers van de vrije landen dat het volk niet meer met puur machtsvertoon onder de duim te houden was. En toen kwam de opkomst van de marketing. Het doel is het beheersen van de massa via hun verlangens en overtuigingen. Door ze steeds nieuwe materiële dingen te laten willen die net binnen hun bereik liggen raken ze verstrikt in hun levens als consumenten. Ze spelen nu geen rol meer in de besluitvorming. Geloof het of niet, dit gaat er zeer geraffineerd aan toe.

Nu dit de situatie is, wat kunnen we doen? Wat kunnen Amerikanen doen? Wachten tot de allerrijksten – de masters of mankind – vanzelf hun macht opgeven? Het is duidelijk dat dit geen optie is. De enige manier is om te vechten tegen ongelijkheid en de strijd aan te gaan tegen de elite. Het is eerder gelukt in de geschiedenis, en kan weer lukken. Maar makkelijk gaat het deze keer niet worden, aldus Chomsky.

Advertenties

Master of the Universe

Master of the Universe 1

Introductie
Het begint met beelden van het Duitse financiële centrum in Frankfurt waar Commerzbank een antenne op haar toren heeft laten zetten om hoger uit te komen dan concurrent Deutsche Bank. Je zou denken dat volwassen mensen zich niet met zulke trieste fratsen bezig zouden houden, maar in de wereld van zakenbankiers is het normaal.

De term ‘Master of the Universe’ kwam ook voor over het boek ‘Dit kan niet waar zijn’ van Joris Luyendijk over zakenbankiers in London. Deze documentaire toont de mindset van een Duitse zakenbankier, die de gloriejaren van de financiële sector meemaakte in de jaren 90’ en inmiddels ontslagen is. In een leeg kantoorgebouw waar in het verleden een grote bank gevestigd was, vertelt hij over hoe het er aan toe gaat in deze wereld en hoe het er volgens hem nu voor staat in de wereldwijde economie.

De documentairemaker sprak vele zakenbankiers, maar deze Rainer Voss was de enige die bereid was voor de camera te spreken over zijn voormalige professie. Waarom wordt nooit duidelijk: hij is niet haatdragend jegens zijn oude werkgever, maar ook niet overmatig bezorgd om de verwoestende effecten van zakenbankieren anno nu.

De cultuur
Voor Voss en zijn collega’s begon het feest allemaal met financiële deregulering ingebracht door Thatcher en Reagan in de jaren 80’. Nachtenlang doorbouwen aan financiële modellen in Excel-spreadsheets en zo carrière maken. Er heerst een geweldige druk om te verdienen in deze wereld. ’10 procent erbij per jaar. Zie maar hoe je het doet.’ Dat is de jaarlijkse opdracht die de toppers meekrijgen van de bazen, die op hun beurt ook weer geweldig onder druk worden gezet. Allnighters, nooit verlof, familie niet zien, het hoort er allemaal bij voor de jongens die echt carrière willen maken.

Master of the Universe 2 - Rainer Voss
Rainer Voss, niet het meest sexy lead character ever, maar inhoudelijk is hij fascinerend

Het is een insiderwereld: je komt ’s ochtends vroeg binnen en alles wordt voor je geregeld. Als het al laat in de avond is, kom je de toren pas weer uit. Wanneer je werkt in zo’n gesloten systeem, maak je je ook steeds minder druk om de effecten die je acties hebben op de buitenwereld. Ook het salaris maakt van zakenbankiers andere wezens. ‘Wanneer je 100.000 dollar per maand verdient, waar moet je dan nog over praten met mensen van buiten de bank?’ observeert Voss.

Het verdienmodel
De modellen die banken gebruiken gaan uit van ongewone situaties, zogenaamde ‘black swans’ (de kans dat op een zeker moment een zwarte zwaan voorbij komt zwemmen is extreem klein). Deze constructies verkopen ze aan bedrijven die daarmee ‘zekere risicovolle items’ op hun balans kunnen neutraliseren. Voss vergelijkt deze zeer complexe rekenmodellen met een brandverzekering op je huis.

‘Snappen klanten de producten wel?’ vraagt de documentairemaker aan Voss. Grote bedrijven als BMW en Volkswagen wel omdat die dezelfde modellen gebruiken, maar middelgrote bedrijven niet. En dat vindt hij ‘schweinerei’, en dan wil hij helaas de camera uit. Later zegt hij: ‘In sommige situaties kunnen deze producten passend zijn, maar als ze verkeerd gebruikt worden kunnen ze rampen veroorzaken.’ Het wordt natuurlijk helemaal een feest als partijen verzekeringen gaan afsluiten op de risico’s van anderen. Een bekend voorbeeld is Goldman Sachs die miljarden verdiende door te speculeren op het falen van de eigen rommelproducten die ze verkocht hadden.

De rampen kunnen ontstaan door zakenbankiers die als lemmings achter elkaar aanlopen, aldus Voss. ‘Een zakenbankier vertelt op een bankiersfeestje; ‘ik heb een killing gemaakt op dit product: Een miljoen dollar in één transactie.’ Het gevolg is dat iedereen dat product gaat verhandelen ook al is het niet geschikt voor hun klanten.

Andere tijden
Sinds de gloriedagen waarin Voss miljoenen verdienden, is er wel wat veranderd. De wereld is complexer geworden, zegt hij: ‘In plaats van vier versnellingen zijn er nu 7500. Het is niet meer managable.’ De banken zijn ook steeds meer verbonden met elkaar geraakt. Dat is ook de reden dat het omvallen van Lehman Brothers in 2008 het begin was van een wereldwijde recessie.

In de praktijk van de zakenbankier betekent de toegenomen complexiteit steeds meer beslissingen nemen in onzekerheid en dealen met de consequenties wanneer het mis gaat. ‘Niemand begrijpt de hele industrie nog’, luidt de zorgzame conclusie van Voss. De gangbare praktijk om landen, zoals Griekenland, te tackelen voor financieel gewin is ook verre van over. Er zijn partijen die baat hebben bij het omvallen van de euro. Daar zijn enorme winsten mee te betalen. Niet wenselijk, maar de enige conclusie kan zijn dat we een monster hebben gecreëerd. Een niet te temmen monster.

De gevolgen zijn inmiddels goed merkbaar, ervaart Voss in bijvoorbeeld Spanje. De hele sociale infrastructuur is aan het afbreken. Een bouwbedrijf bestelt tegels en ze worden nooit geleverd. De handelskracht neemt af. Het zijn dominostenen die omvallen. ‘Ooit gaat het helemaal mis’, aldus Voss. ‘Ik geloof nooit dat het goed afloopt.’ De vraag is alleen wat de volgende partij, of land, is dat in de financiële moeilijkheden gaat raken. Voss zet zijn geld op Frankrijk. ‘Dat land heeft een zwaar economisch probleem.’ De bedragen die dan nodig zouden zijn kan de ECB nooit ophoesten. ‘Dan zullen ze wat anders moeten verzinnen.’

Oplossingen
Het blijft gelukkig niet bij alleen doom denken, want Voss komt zowaar met enkele oplossingen op de proppen, want ‘als de wil er zou zijn kunnen zekere mensen er zo een eind aan maken’. Hij licht toe: ‘Stel, de baas van een grote investeringsbank stuurt een e-mail naar alle handelaren waarin staat dat elke handelaar die nog tegen landen speculeert er morgen uit vliegt. Dan is het zo afgelopen. Maar niemand begint ooit ergens mee.’

Hoe gaat het aflopen? Er zijn drie opties volgens Voss. Of er staat een radicale leider in de financiële sector op die aantoont hoe het met een ander verdienmodel ook echt anders kan, en de sector mee weet te krijgen. Of de politiek gaat radicaal ingrijpen (volgens recent onderzoek is dat inderdaad wat er moet gebeuren). Het derde scenario is waar velen voor vrezen: een volgende economische crisis die zo uit de klauwen loopt dat het wereldwijde handelsverkeer stil komt te liggen en er wereldwijde chaos uitbreekt. De crisis van 2008 was kennelijk niet groot genoeg om voor echte verandering te zorgen.

Margin Call – Fascinerende kijk op ijskoude cultuur van bankenwereld Wall Street

Oliver Stone’s ‘Wall Street‘ uit 1987 krijgt concurrentie als beste business film aller tijden met ‘Margin Call‘. Dat is nogal een bold statement, maar daarom niet minder waar. Een toelichting: ‘Wall Street’ is vooral fantastisch vanwege de rol van Michael Douglas als corporate raider (opkoper) Gordon Gekko. Gekko is zonder twijfel een legendarisch personage, maar zijn handelswijze is een beetje achterhaald. Handelen op de beurs met voorkennis is zo jaren 80′. De corporate schurken van tegenwoordig handelen in bizar complexe gedereguleerde financiële producten die de CEO’s van zakenbanken zelf niet eens volledig begrijpen. Dat is de strekking van ‘Margin Call’.

De film begint aan de vooravond van de grootste crisis ooit. Bij een grote zakenbank vindt een reorganisatie plaats en het grootste deel van de handelaren wordt naar huis gestuurd. Ook hoofd risicomanagement Eric Dale (Stanley Tucci) mag zijn biezen pakken, maar voor zijn vertrek overhandigd hij nog snel een USB-stick aan zijn werknemer Peter Sullivan (Zachary Quinto). Dan openbaart ‘Margin Call’ zich tot onvervalste rampenfilm. Sullivan ontdekt een risicomodel op de USB-stick dat aantoont dat de financiële rommel (gebundelde waardepapieren) die ze op de balans hebben staan heel snel zijn astronomische waarde zal verliezen. Deze waardedaling zal het einde betekenen voor de investeringsbank.

De Raad van Bestuur komt bij elkaar met aan het hoofd de meedogenloze CEO John Tuld (Jeremy Irons). Hij geeft aan dat dit de grote klap wordt voor Wall Street die hij al tijden ziet aankomen (‘de cijfers kloppen al jaren niet meer.’). Omdat hij toch wil blijven voortbestaan met zijn bank, geeft hij hoofd Sales Sam Rogers (Kevin Spacey) de opdracht een bliksemverkoop te organiseren. Hiermee hoopt hij alle rommel van zijn balans te krijgen voordat de concurrentie door heeft wat er aan de hand is…

Het gesprek gaat een beetje langs haar heen...

Het gesprek gaat een beetje langs haar heen…

Alles klopt aan ‘Margin Call’; de ijskoude sfeer van jongens in veel te dure maatpakken die met bijzonder weinig gevoel het Wall Street leven leven. Ze strijken belachelijke bonussen op voor de handel in lucht, smijten het geld ook weer over de balk met veel te dure patserige aankopen en hebben geen enkele binding met de gewone man op de straat (of met elkaar). De film is geschreven en geregisseerd door debutant J.C. Chandor. Zijn script (voor een Oscar genomineerd in 2012) was zo goed dat hij een topcast bij elkaar wist te krijgen die het wilde doen voor veel minder dan hun gebruikelijke gage. De prestaties van de hele cast zijn niet minder dan briljant. Ook de regisseur Chandor maakt indruk. De sfeer is ijzig en het camerawerk registreert subtiel de bankenwereld met al zijn onplezierige onderlagen.

‘Margin Call’ fascineert met een beeld van de financiële sector dat volledig accuraat voelt. De cultuur van deze bank, die prima model kan staan voor één van de bekende vijf (Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers) is giftig, maar voldoet wel steeds aan de spelregels van het kapitalisme. Dat maakt ook dat de grote slechterik van het verhaal eigenlijk niks verweten kan worden. Hij doet waar hij voor is ingehuurd door de aandeelhouders, breekt geen regels en verkoopt de toxic bezittingen aan handelaren als hemzelf. In een kapitalistische visie kun je het hem niet kwalijk nemen dat hij zijn informatievoordeel uitnut. Of dat hij een bonus opstrijkt van 86 miljoen dollar. Nee, het is niet ethisch, maar je kunt er niks aan doen als je het kapitalisme steunt. Verontrustend.

Kortom, ‘Margin Call’ is een waanzinnige en intelligente tijdbom thriller met een zeer intrigerende plot, geweldige dialogen en een cast om van te watertanden. Kijken!

Crisis!

In 2008 viel de bank Lehman Brothers om en we hadden een wereldwijde financiële crisis, of wel bankencrisis, te pakken. Dit werd gevolgd door een economische recessie en nu zitten we in Europa in een landencrisis. Wat komt hierna? Immers, als we al drie crisissen gehad hebben, waarom dan nu stoppen? Inderdaad; hierna komt een energiecrisis. We gebruiken nu 90 miljoen vaten olie per dag en opkomende landen zoals China gaan steeds meer energie consumeren. De prijs van olie zal dus enorm gaan stijgen, want de oliemaatschappijen kunnen steeds moeilijker voldoen aan de toenemende vraag. Het zal niet lang duren voordat deze vierde crisis begint.

Ik weet nog dat jonge mensen in 2008 geen idee hadden wat ze van de crisis moesten verwachten. Ik zelf ook niet overigens. We hebben toch te eten? We hebben onze banen nog, dus het lijkt in de verste verte niet op het beeld van de grote depressie uit de jaren 30’. Maar inmiddels is het voor bijna iedereen wel voelbaar wat een crisis inhoud. Salarissen zijn bevroren. Er zijn minder vacatures. De overheid gaat miljarden bezuinigen. Alles gaat op de schop. Bijvoorbeeld de kunst en cultuursector. Het Internationale Film Festival Rotterdam, waar ik trouw bezoeker en oud-werknemer ben, stuurde me gisteren bijvoorbeeld een brief. Of ik een donatie wil doen. Ze zijn niet de enige. Verre van.

Europa zit in, wat ze wel noemen The Great Stagnation; een lange periode van lage tot geen economische groei. Deze periode kan wel eens 10 tot 15 jaar gaan duren. Landen en banken moeten herstructureren, wat veel tijd kost, en bedrijven krijgen te maken met nieuwe en sterke competitie uit groeimarkten. Het is niet meer dan logisch; je kunt als land of continent niet blijven groeien. Op een gegeven moment komt er een landing, en dit is in Europa nu gebeurd. Ach, we moeten niet zeiken; we hebben het nog altijd hartstikke goed vergeleken met een heel groot deel van de wereld. Daarnaast is een heel groot voordeel van de crisis dat mensen er creatiever van worden. En dat kunnen we goed gebruiken in een land wat behoorlijk verwend en materialistisch is geworden.

Dus, we kunnen ons opmaken voor een lange periode van economische stilstand! Ik zou er zelf bijna blij van worden. Maar dat gaat misschien wat te ver. Laat ik het erop houden dat back-to-basics een hele heilzame werking kan hebben op de samenleving en het bedrijfsleven. Een vakantie en een iPadje minder kunnen de meeste Nederlanders prima hebben.