Hannibal: De TV-serie (recensie)

Door Jeppe Kleijngeld

Seriemoordenaars en psychopaten zijn in trek sinds Dexter. Maar nu deze hitserie op zijn einde loopt, vonden verschillende producenten het tijd worden om twee van de beruchtste killers van het witte doek maar eens naar het kleine scherm te halen. Norman Bates (Psycho) mocht opduiken in Bates Motel en Hannibal Lecter (The Silence of the Lambs) in Hannibal de TV-serie. In beide gevallen betreffen het prequels.

In Hannibal volgen we speciaal FBI-medewerker Will Graham. Deze profiler heeft zoveel empathie dat hij zich geheel kan verplaatsen in de geesten van seriemoordenaars. Jack Crawford, hoofd van de FBI’s afdeling voor gedragswetenschappen, neemt Graham mee door het land om seriemoordenaars op te sporen, maar vreest voor zijn mentale welzijn. Daarom schakelt hij de briljante psychiater Dr. Lecter in die Graham mentaal gaat begeleiden.

Hannibal is gebaseerd op personages uit het eerste boek uit de Hannibal-serie Red Dragon. Kenners van de Harris boeken zullen dan ook zeker dialogen herkennen uit dit werk, maar ook uit de andere delen van de reeks is geput om de mythologie van Dr. Lecter vorm te geven. Zo is de verminking, waarbij er van een slachtoffer een engel is gemaakt door zijn longen als vleugels uit te klappen, afkomstig uit het boek Hannibal.

Mads Mikkelsen zet op formidabele wijze de culinaire kunstenaar Hannibal neer.

Mads Mikkelsen zet op formidabele wijze de culinaire kunstenaar Hannibal neer.

Ik was in het begin nogal sceptisch over deze serie. De inferieure eerdere sequels en prequels (Red Dragon, Hannibal & Hannibal Rising) op dat punt hadden mijn honger voor meer Hannibal Lecter al gedempt. Toen ik echter zag dat Mads Mikkelsen de rol van de beruchte psychopaat vertolkte werd mijn interesse toch gewekt. Ik heb de carrière van Mikkelsen gevolgd sinds ik hem zag in Pusher II op het International Film Festival Rotterdam in 2005. Een briljant acteur. Als iemand het zou kunnen flikken was hij het wel.

Bovendien is het concept van een serie over Hannibal in de jaren dat hij nog actief is als werkend massamoordenaar en psychiater een buitengewoon fascinerend idee. Maar alles valt of staat met de uitvoering. En gelukkig kan ik meteen melden dat die uitermate geslaagd is. Niet direct in het begin overigens. De eerste vier afleveringen van de 13 zijn behoorlijk zwak, vooral omdat er daarin geen aandacht wordt besteedt aan de karakterisering van het personage Hannibal.

Ik vreesde dus dat ze het verknald hadden, maar alles komt goed. Meer dan goed zelfs. Hannibal is bij vlagen briljante televisie. De show kruipt langzaam onder je huid en blijft daar vervolgens nog heel lang nasidderen, het effect dat de beste televisieseries – zoals Twin Peaks – kunnen hebben. Hannibal is een unieke combinatie geworden van enge, intelligente, fascinerende en baanbrekende televisie.

'Hannibal' is visueel prachtig met onuitwisbare indrukken van grafische horror.

‘Hannibal’ is visueel prachtig met onuitwisbare indrukken van grafische horror.

Het baanbrekende zit hem in de opbouw en structuur van de show. Lang niet alles wordt weggegeven, maar je wordt als kijker juist uitgedaagd om zelf te ontdekken wat de motivaties van de personages zijn. Daarbij voorzien de schrijvers je via de personages van fascinerende psychologische inzichten, die je kunt gebruiken om een majestueuze puzzel te leggen die nooit klaar is. Daarbij gaat het niet om wie de gezochte seriemoordenaars zijn – die worden meestal vrij snel en gemakkelijk gevonden – het gaat om wat de menselijke geest nou écht drijft. Als kijker wordt je dus ook een soort profiler, een sublieme zet van de makers.

Het grootste mysterie bij het psychoanalyseren is Hannibal zelf. Je leert hem gaandeweg het eerste seizoen kennen, maar een behoorlijk deel van zijn karakter blijft gesloten zodat je als kijker kunt blijven interpreteren wat hij wel en niet is. Hannibal wordt gedefinieerd door zijn acties. Er komen dingen op zijn pad, en hoe hij hier steeds mee om kiest te gaan bepaalt wie hij is. Je leert hem kennen, maar hij blijft toch steeds verassen. Fantastisch.

Gelukkig hebben de schrijvers ook geen ‘bovennatuurlijk’ personage van Hannibal gemaakt, zoals in de eerdere vervolgen. Als actieve seriemoordenaar is zijn grootste uitdaging om zijn misdaden te verbergen voor justitie en daarin schept hij een duivels genoegen. Lecter speelt een groots spel waarin hij zich roert in de wereld van de FBI, psychotherapie en collega seriemoordenaars. Maar niet alles gaat voortdurend van een leien dakje. Hij is gewoon super slim en, zoals een echte psychopaat betaamt, zoekt hij het gevaar graag op.

Mads Mikkelsen zet de rol op uiterst subtiele wijze neer. Hij doet vaak heel weinig, anders dan Anthony Hopkins die voortdurend in onbeteugelde psycho modus zat. Maar dat was ook een Hannibal Lecter die al gepakt was. Mikkelsen toont de modus operandi van de nog onontdekte Lecter, en daar past zijn subtiliteit uitstekend bij. Bovendien gaat er een grote intelligentie schuil achter zijn indringende ogen. Bij ieder woord dat hij zegt, hang je als kijker aan zijn lippen. Naast het briljante spel van Mikkelsen, zet Hugh Dancy op indrukwekkende wijze de getergde Will Graham neer. Laurence Fishburne vult de cast mooi aan. De rasacteur is energieker dan ooit en weet van de -normaal toch wat saaie- Jack Crawford een memorabel personage te maken.

Een briljant aspect van The Silence of the Lambs was dat er naast Lecter een andere angstaanjagende seriemoordenaar in het spel zat in de vorm van Buffalo Bill. Hannibal zit vol met dergelijke donkere geesten. De moordscènes die Will onderzoekt, zijn de meest creatieve en macabere ooit op film vastgelegd. In tijden waarin we aan steeds meer gruwelijkheid en horror gewend zijn, verdient Hannibal een groot compliment voor de wijze waarop het op momenten écht angstwekkend weet te zijn. De onheilspellende dromen van Will, de lugubere moorden en de spookachtige locaties maken de serie onvervalst griezelig. Vooral de aflevering waarin een meisje met het syndroom van Cottard (neurologische aandoening, waardoor ze de waan heeft dood te zijn) op moordpad gaat is doodeng.

Het einde van de serie is op een vreemde manier bevredigend en maakt hongerig naar meer. En dan vooral meer van Mikkelsen’s Lecter. Jazeker, de Deense acteur maakt er echt zijn personage van. En dat is meer dan indrukwekkend als je in de voetsporen van Anthony Hopkins treedt. Een oude passie van mij is met Hannibal weer aangewakkerd. De passie voor briljante seriemoordenaars en compleet gestoorde geesten. En daarvoor ben ik de makers van Hannibal bijzonder erkentelijk. Kom maar op met seizoen 2!

Memorabele ontmoetingen op het festivalcircuit

Voor Ludo

Kort geleden vierde ik mijn vijfjarig jubileum bij de moderne uitgeverij Alex van Groningen. Vijf jaar. Dat had ik niet verwacht toen ik begon. Maar dat kwam omdat ik eigenlijk geen idee had wat ik carrièretechnisch met mijn leven moest op dat punt. Inmiddels vind ik het vak redacteur het mooiste vak ter wereld. Het onderwerp financieel management is me ook bijzonder gaan fascineren. Schrijven is gewoon gaaf en eigenlijk maakt het me geen moer uit waarover. Als ik maar mensen kan inspireren…

Mijn carrière als redacteur begon in 2006 op het International Film Festival Rotterdam. In de aanloop naar het festival van 2007 moest de filmcatalogus samengesteld worden, en mocht ik internationale filmmakers achter hun reet aanzitten om tijdig hun spullen aan te leveren. Zelf schreef ik vooral biografietjes, maar soms ook filmbeschrijvingen, zoals van een documentaire over Hunter S. Thompson, één van mijn grote inspiratiebronnen. Ik deed toen nog zo’n 8 uur over zo’n tekst van 500 woorden. Inmiddels gaat dat een stukje sneller.

Het Film Festival was eigenlijk een te toffe baan om betaald voor te krijgen. Het was hard werken en je had nauwelijks nog tijd voor wat anders, maar de sfeer was te gek. Tijdens het festival was er na een dag hard werk, altijd ergens een feestje waar ik met collega’s en gasten (filmmakers en journalisten) tot in de vroege uurtjes kon zuipen en dansen. Dan naar de hotelkamer om een paar uur slaap te pakken en weer aan de slag. Het was een onvergetelijke tijd.

Op één van die avondjes in de club Off Corso stond ik aan de bar bier te bestellen en kwam er een bezopen filmmaker naast me staan. We maakten een dronken praatje en hij stelde zich voor: Blue. Wat een naam: Blue – ik vermoed dat zijn ouders veel naar Joni Mitchell luisterden. Het toeval wilde dat ik Blue van naam al kende; hij was de regisseur van de Hunter S. Thompson documentaire waarvan ik de omschrijving had geschreven. Toen ik hem identificeerde als regisseur van Blasted, was hij zeer vereerd en verbaasd. Hij herkende mijn naam niet, omdat die niet onder de beschrijving stond, maar de naam van de programmeur. Ik had als schaduwschrijver gefungeerd, zoals dat heet. Maar geen probleem. Ik had het met liefde gedaan en Blue merkte op – zonder dat hij wist dat ik de tekst had geschreven – dat hij hem erg goed vond. Dat is nog eens een aanmoediging.

Festival Circuit

De rest van de avond heb ik met Blue doorgebracht. En met zijn vrouw die ook een korte film had draaien op het festival. Blue en ik hadden het vooral over Hunter S. Thompson, die hij nooit ontmoet had, maar wel zijn vrouw Anita. Zijn kennis over Hunter was groot en hij kon er boeiend over vertellen. De vrouw van Blue vroeg of ik ook filmmaker wilde worden, maar daar was ik niet meer zo zeker van. Mijn affiniteit met film was duidelijk, maar in het kiezen van je carrière is het belangrijker om te bedenken met welke acties en handelingen je het liefste de hele dag bezig bent. En daar zat het probleem bij ‘films maken’. Het schrijven van een script heb ik verschillende malen geprobeerd en ervaren als deprimerende nachtmerrie. En van gesprekken met de filmmaker Patrick, die ik op het festival had ontmoet, begreep ik dat hij vooral bezig was het vinden van financiering. Hij was toen al 45 en had nog steeds zijn Grote Film niet gemaakt. Het is nu zeven jaar later en daar is nog niets in veranderd. Ik ben blij met de keuzes die ik gemaakt heb.

Aan het einde van de avond kwam ik Ludo tegen, Ludo van der Kraats. Hij was mijn tolk Frans die ik als Q&A coördinator (mijn rol tijdens het festival na het afronden van de catalogus) kon inzetten om de vraag en antwoord gesprekjes met Franse regisseurs te vertalen. Ludo was een vrolijke rebel, een gozer die je nooit vergeet. In een stukje in De Volkskrant stond hij later eens omschreven als ‘filmer, goochelaar, circusartiest, dj, paardentemmer, levend standbeeld, violist op de Dam, barkeeper, bediende in de Tweede Kamer, en vooral een blijmoedige fantast en verhalenverteller, voor wie iedere dag weer een feest is.’ Ik zou het niet beter kunnen zeggen.

Ludo was wel wat moeilijk te hanteren in het werk. Zo kreeg ik een keer een woedend telefoontje van een vertegenwoordiger van de Franse cinema die vertelde dat Ludo in een Q&A gesprek antwoorden verkeerd had vertaald, zodat de Franse regisseur als een paardenlul over kwam. Hij deed me wat dat betreft wel denken aan mijn festivalvriend Henk-Jan die het jaar daarvoor was ontslagen tijdens het Film Festival. Dat is best knap voor een vrijwilliger die in de festivalvideotheek stond. Henk-Jan had toen hij bij V&D werkte eens de vergelijking gemaakt tussen de V&D leiding en Nazi-Duitsland, vanwege hun deelname aan de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen. Het mooie is dat hij voor straf naar de gaarkeuken werd overgeplaatst, waarmee de leiding zijn vergelijking juist kloppend maakte. Prachtig.

Maar goed, door Ludo’s vrij opgevatte invulling van zijn taak als tolk werd het moeilijker hem in te zetten. Ook al had ik geen werk voor hem, hij kwam dagelijks even binnenlopen op het festivalkantoor voor koffie en een praatje. Ik mocht hem ontzettend graag. Hij was 43 toen hij twee maanden na het festival om het leven kwam in Peru. Een hartstilstand. Ik was geschokt. Na het publiceren van deze blog werd ik gebeld door zijn zoon dat een ayahuasca-trip hem fataal was geworden.

Zoals Ludo in het leven iets heel bijzonders had, was zijn dood ook bijzonder. Ludo was een en al positiviteit en ik denk met een dikke glimlach aan hem terug. Net als een hoop anderen uit die tijd overigens. Maar dat heb ik met deze blog weer een plekje gegeven. En dat is nog iets moois van schrijven, je ordent je gedachten en gevoelens. Ik wil nooit meer wat anders doen.

Jeppe Kleijngeld

Pusher

Recentelijk verscheen voor het eerst de Pusher trilogie op DVD. Deze films werden al in 1997, 2005 en 2006 vertoond op het International Film Festival Rotterdam, waar ze op veel waardering konden rekenen van de cult/art house crowd.

Het kijken naar een ‘Pusher’ film is een genot voor de zintuigen. Nicolas Winding Refn (recentelijk bekend geworden met ‘Drive’) schetst een schemerige onderwereld waar criminele freaks en losers zich staande moeten zien te houden. De beloning is dat ze leven, maar in de troosteloze milieus waarin ze verkeren is dat nauwelijks een beloning te noemen.

De losjes aan elkaar verbonden films hebben ieder een eigen verhaal. De protagonist is altijd een pusher (drugsdealer) die zijn positie probeert te handhaven in de drugscene van Kopenhagen. Die positie komt dan onder druk te staan door concullega’s of bovenbaasjes, maar bovenal door fouten die de hoofdpersonen maken in hun dagelijkse handelen.

Het geweld is erg gedoseerd waardoor het extra hard binnenkomt wanneer het zich voordoet. In het eerste deel is er een scene met een honkbalknuppel die de kijker lang zal bijblijven en in deel 3 zorgt het wegwerken van een paar lijken voor een grafisch geweldsspectakel.

Ieder deel heeft gemeenschappelijke ‘Pusher’ kwaliteiten die er voor zorgen dat je ze gefascineerd en zonder onderbreking wilt afkijken. Deze kwaliteiten omvatten hypnotiserend camerawerk, montage, geluidsaffecten en een boeiend verhaal. Daarnaast zijn er afzonderlijke elementen die het tot losstaande meesterwerkjes maken. Deel 1 brengt de wanhoop van een crimineel in de penarie geweldig naar voren. Deel 2 is een ijzersterke tragedie met veel psychologische diepgang. Het derde deel combineert keiharde misdaad met zwarte komedie tot een niet te versmaden mix.

De cast verdient ook nog wat woorden van lof. De onbekende hoofdpersoon van deel 1 mist het charismatische van Mads Mikkelsen (deel 2) en Zlatko Buric (deel 3), maar weet de kijker wel in zijn verhaal te zuigen en niet meer los te laten. Mikkelsen, die een paar jaar later internationaal zou doorbreken als bad guy in Bond-film ‘Casino Royale’, is een geweldig acteur die van zijn Tonny een tragisch personage van Shakespeariaanse proporties weet te maken. En Buric is niet minder dan briljant als de Servische gangster Milo.

De ‘Pusher’ trilogie verdient een plek tussen de Europese misdaadmeesterwerken, en de films hebben het in zich als tijdloze klassiekers herkeken te worden.

Crisis!

In 2008 viel de bank Lehman Brothers om en we hadden een wereldwijde financiële crisis, of wel bankencrisis, te pakken. Dit werd gevolgd door een economische recessie en nu zitten we in Europa in een landencrisis. Wat komt hierna? Immers, als we al drie crisissen gehad hebben, waarom dan nu stoppen? Inderdaad; hierna komt een energiecrisis. We gebruiken nu 90 miljoen vaten olie per dag en opkomende landen zoals China gaan steeds meer energie consumeren. De prijs van olie zal dus enorm gaan stijgen, want de oliemaatschappijen kunnen steeds moeilijker voldoen aan de toenemende vraag. Het zal niet lang duren voordat deze vierde crisis begint.

Ik weet nog dat jonge mensen in 2008 geen idee hadden wat ze van de crisis moesten verwachten. Ik zelf ook niet overigens. We hebben toch te eten? We hebben onze banen nog, dus het lijkt in de verste verte niet op het beeld van de grote depressie uit de jaren 30’. Maar inmiddels is het voor bijna iedereen wel voelbaar wat een crisis inhoud. Salarissen zijn bevroren. Er zijn minder vacatures. De overheid gaat miljarden bezuinigen. Alles gaat op de schop. Bijvoorbeeld de kunst en cultuursector. Het Internationale Film Festival Rotterdam, waar ik trouw bezoeker en oud-werknemer ben, stuurde me gisteren bijvoorbeeld een brief. Of ik een donatie wil doen. Ze zijn niet de enige. Verre van.

Europa zit in, wat ze wel noemen The Great Stagnation; een lange periode van lage tot geen economische groei. Deze periode kan wel eens 10 tot 15 jaar gaan duren. Landen en banken moeten herstructureren, wat veel tijd kost, en bedrijven krijgen te maken met nieuwe en sterke competitie uit groeimarkten. Het is niet meer dan logisch; je kunt als land of continent niet blijven groeien. Op een gegeven moment komt er een landing, en dit is in Europa nu gebeurd. Ach, we moeten niet zeiken; we hebben het nog altijd hartstikke goed vergeleken met een heel groot deel van de wereld. Daarnaast is een heel groot voordeel van de crisis dat mensen er creatiever van worden. En dat kunnen we goed gebruiken in een land wat behoorlijk verwend en materialistisch is geworden.

Dus, we kunnen ons opmaken voor een lange periode van economische stilstand! Ik zou er zelf bijna blij van worden. Maar dat gaat misschien wat te ver. Laat ik het erop houden dat back-to-basics een hele heilzame werking kan hebben op de samenleving en het bedrijfsleven. Een vakantie en een iPadje minder kunnen de meeste Nederlanders prima hebben.