Van Capo tot CEO: Bedrijfslessen van de maffia

Voor de jaarlijkse CFO Day vonden we bij Sijthoff Media dit jaar een bijzondere spreker. Jan-Joost Kroon is organisatiedeskundige én maffia-expert. Sinds hij Scarface zag in zijn jeugd is hij gefascineerd door de Italiaanse en Siciliaanse misdaadorganisaties.

Hij vond mijn blogs over gangsterfilms erg tof – en we hadden dus meer dan genoeg reden om bij elkaar te komen voor een sit-down. Erg leuk om iemand te ontmoeten die weet wie Anthony ‘The Ant’ Spilotro en Benjamin ‘Lefty’ Ruggiero zijn.

In 2022 bracht hij een boek uit dat de basis was voor zijn CFO Day verhaal: ‘Van CAPO naar CEO: Leerzame inzichten van de Italiaanse maffia’.

In zijn boek bestudeert hij de Drie, de drie grote organisaties/families die de georganiseerde misdaad besturen in Italie en Sicilie:
● ‘Ndrangheta – Oorsprong: Calabrië
● Camorra – Oorsprong: Napels
● Cosa Nostra – Oorsprong: Sicilië

Deze Zuid-Italiaanse organisaties zijn al decennialang succesvol – hun gezamenlijke jaaromzet wordt geschat op zo’n 150 miljard euro. Jan-Joost beschrijft hoe dat succes tot stand komt.

Sterke tradities
Iedere business professional kent de uitspraak ‘culture eats strategy for breakfast’. Een hele serie tradities houdt de organisatie bij elkaar. Denk aan de doop van Michael Corleone’s neefje in The Godfather, de ceremonie in The Sopranos waarin van Christopher Moltisanti een ‘made guy’ wordt gemaakt, en het communiefeest van Michael Corleone’s zoontje waarmee The Godfather: Part 2 geopend wordt. Rituelen borgen de groepsidentiteit.

Loyaliteit
Het zakelijkste succesvol van de Drie is nu de ‘Ndrangheta met een geschatte omzet van 80 miljard euro per jaar. Terwijl de Cosa Nostra een tijdlang met de Italiaanse staat in gevecht was, is de ‘Ndrangheta in stilte doorgegroeid. Het is een echt familiebedrijf, schrijft Jan-Joost. Alleen familie komt erbij via een gearrangeerd huwelijk. Krachtig, want familie verraad je niet zomaar. Plus voor familie ben je bereid een stap extra te zetten.

Flexibiliteit
De Camorra kan meer vergeleken worden met een MKB-bedrijf vanwege de flexibiliteit, de compacte manier van werken en de snelheid waarmee ze handelen en inspringen op kansen. Zoals na de grote aardbeving van 1980 was de Camorra er als de kippen bij om bouwcontracten af te sluiten voor de bouw van nieuwe huizen. De maffia kent geen comfort keuzes: ze zijn altijd bezig met de volgende stap. Met actie. Met de beste willen zijn.

Onderdeel van de lokale samenleving
Het bekendste van de drie is nog altijd de Cosa Nostra – vrij vertaald: ‘onze zaak’. Deze organisatie heeft een klassieke piramidestructuur en functioneert als een soort multinational die in elk economisch aspect van een regio meespeelt. Ze bepaalt wat er wél en niet gebeurt in de wijk. Door slim in te spelen op het wantrouwen richting de Noord-Italiaanse overheid, positioneert de Cosa Nostra zich als beschermheer: “Laat die mensen in Rome maar, wij weten wat hier speelt en zorgen voor jullie.”

Heldere rolverdeling en structuur
De kracht van de Cosa Nostra zit hem in de sterke structuur en de duidelijkheid van ieders werkzaamheden. De organisatie zélf is de kracht, een leider kan vervangen worden. Iedere medewerker van een maffia-organisatie weet wat er van hem verwacht wordt en hoe hij kan bijdragen aan het succes. Ontwikkelkansen voor persoonlijke carrière zijn daarmee ook duidelijk. De maffia heeft ook heldere kernwaarden die nooit veranderen: Eer, loyaliteit, macht en respect.

Goed in talentmanagement
De maffia blijkt verrassend goed in talentontwikkeling. Een belangrijke les: bemoei je niet te veel met het werk van je mensen. Vind de juiste mensen, leid ze goed op, geef heldere kaders, en laat ze dan hun werk doen. De leiding is wel beschikbaar, maar niet betuttelend. Ook op het gebied van belonen en straffen valt er iets te leren. Bij de maffia zijn de consequenties van falen of succes kraakhelder. In veel bedrijven ontbreekt die duidelijkheid.

De maffia is een blijver
Jan-Joost beschrijft ook hoe diep de maffia-politiek verweven is met de samenleving, en waarom hij denkt dat deze organisaties – mede door culturele factoren – nooit zullen verdwijnen. Een schokkende constatering, maar overtuigend onderbouwd. Het versterkt het centrale punt van zijn boek: de maffia is, hoe immoreel ook, een extreem goed geleide, veerkrachtige en succesvolle organisatie. Daar kun je als bedrijfsleider van leren – zónder mee te gaan in het gebrek aan ethiek.

LEES OOK: 10 Management Lessons From Highly Successful Gangsters

#####

Hieronder nog een LinkedIn-post van Jan Joost:

Scarface (1983)


‘He loved the American dream. With a vengeance’

Directed by:
Brian De Palma

Written by:
Oliver Stone

Cast:
Al Pacino (Tony Montana), Steven Bauer (Manny Ribera), Michelle Pfeiffer (Elvira Hancock), Mary Elizabeth Mastrantonio (Gina Montana), Robert Loggia (Frank Lopez), F. Murray Abraham (Omar Suarez), Paul Shenar (Alejandro Soza), Miriam Colon (Mama Montana), Harris Yulin (Mel Bernstein), Angel Salazar (Chi Chi)

Miami, the 1980s: Bad fashion, worse music, neon-lit nightclubs, yeyo, Cubans, Colombians, chainsaws, bikini-clad women, submachine guns, swimming pools, sports cars, hot tubs, and DEA agents. Welcome to the world of Tony Montana, the world of Scarface!

Brian De Palma’s Scarface is a bold, brash remake of Howard Hawks’ classic. Scripted by Oliver Stone – who wrote it while recovering from cocaine addiction in France – the story remains largely the same as the original, but the setting shifts dramatically. Instead of Prohibition-era gangsters, we follow the ruthless rise and fall of Cuban drug kingpin Tony Montana in the seedy underworld of Miami’s cocaine boom.

The film tracks Tony’s journey from a penniless refugee to a feared drug lord. Arriving from Cuba on an immigrant boat alongside his best friend Manny (Steven Bauer), Tony starts off running small-time hustles before proving himself as a vicious enforcer. His brutal ambition propels him up the ranks of Miami’s drug empire, ultimately overthrowing his boss, Frank Lopez, and taking everything – his empire, his woman (Michelle Pfeiffer’s icy Elvira), and his lucrative Bolivian connections.

But the higher Tony climbs, the faster he spirals downward. Paranoia sets in, fueled by mountains of cocaine. His marriage crumbles. His violent possessiveness over his sister hints at some unsettling, unspoken obsession. His reckless decisions alienate his allies, and when he crosses his powerful supplier Alejandro Sosa, the consequences are deadly. The film hurtles toward its legendary, blood-soaked climax, culminating in one of cinema’s most iconic shootouts.

What makes Scarface so compelling is that Tony Montana never truly enjoys his success. Unlike typical gangster flicks that revel in the spoils of crime, Scarface portrays a hollow, joyless ascent. Tony achieves everything he ever wanted, yet the moment he reaches the top, his downfall begins. The film’s bleak tone lingers from start to finish, reinforcing the idea that whether under communism or capitalism, Tony is doomed by his own insatiable greed and self-destruction.

Should you watch it? Absolutely. If only to understand its massive influence on pop culture, especially hip-hop. It’s violent, darkly funny, and features Al Pacino burying his face in a literal mountain of cocaine. Jeppy says go watch it. Okay?

Rating:

Quote:
TONY MONTANA: “You wanna fuck with me? Okay. You wanna play rough? Okay. Say hello to my little friend!”

Trivia:
Bodycount: 42.

Scarface (1932)

Directed by:
Howard Hawks, Richard Rosson

Written by:
Armitage Trail, Ben Hecht, Seton I. Miller

Cast:
Paul Muni (Tony), Ann Dvorak (Cesca), Karen Morley (Poppy), Osgood Perkins (Lovo), C. Henry Gordon (Guarino), George Raft (Rinaldo), Vince Barnett (Angelo), Boris Karloff (Gaffney), Purnell Pratt (Publisher), Tully Marshall (Managing Editor)

The original Scarface opens with a challenge — literally. The very first words on screen declare: “This picture is an indictment of gang rule in America. What are YOU going to do about it?” I can’t think of another film that confronts its audience so directly. It sets the tone for what’s to come: bold, brash, and unafraid to stir things up.

The story kicks off when Louis Costillo, the last of the old-school gang leaders, is gunned down. With him out of the way, Chicago is up for grabs. Enter Tony Camonte — a ruthless, trigger-happy Italian thug with big ambitions. He works for Johnny Lovo, a mob boss running the city’s bootlegging operations, but Tony clearly has bigger plans.

Tony’s greatest strength is his fearlessness. His greatest weakness? He’s reckless to the point of stupidity. At one point, he openly tells an underling — someone he barely knows — that he plans to kill Lovo and take over. Still, Tony lives by his own brutal code: “Do it first. Do it yourself. And keep doing it.” And for a while, that philosophy takes him far.

It’s no secret that Tony Camonte is a thinly veiled version of Al Capone — the real-life ‘Scarface’. The film even recreates the infamous St. Valentine’s Day Massacre, among other bloody moments from Capone’s reign. Paul Muni, who plays Tony, throws himself into the role with raw intensity. At times, maybe too much intensity. His exaggerated Italian accent borders on parody today — but to be fair, that larger-than-life acting style was very much in fashion back then.

Watching Scarface for the first time, I was struck by how much it echoes Brian De Palma’s 1983 version — the one I grew up with. Tony’s obsessive, almost incestuous protectiveness over his sister, the iconic ‘The World is Yours’ sign, and of course, his violent downfall in a hail of bullets — it’s all here. The DNA of De Palma’s Scarface runs straight back to Howard Hawks’ original.

But what really stood out to me on my recent rewatch was just how groundbreaking the action scenes are. The machine gun shootouts — stark, brutal, and filmed in gritty black and white — feel years ahead of their time. There’s a raw energy to them that still hits hard, even nearly a century later. This Scarface might not have the swagger of Al Pacino’s Tony Montana, but it’s every bit as bold, violent, and unforgettable.

Rating:

Quote:
TONY CAMONTE: “Hey, Cesca, you and me, huh? We’ll show them. We’ll lick them all, the North Side, the South Side! We’ll lick the whole world!”

Trivia:
Like many of the early gangster movies, real machine gun fire is used to create the bullet damage in walls, including scenes with main characters ducking gunfire.

VIDEO: Trailer Nicky & Mugs (1999)

Ik heb een nieuwe video op mijn YouTube-kanaal gezet: een trailer van één van mijn vroegste video’s. Nicky & Mugs is een nooit afgemaakte amateur gangster film. Voor deze trailer heb ik ook geput uit de wel afgemaakte korte video Half 6 waarin de personages Nicky en Mugs geïntroduceerd worden.

Het zes minuten durende Half 6 heb ik samen met mijn oude maat Max gemaakt op de videocursus Open Studio in Charme, Frankrijk. Het gaat over de twee jonge criminelen Mugs en Nicky (gespeeld door Max en ikzelf) die door de straten van een klein Frans dorpje zwalken. Mugs steelt een set jeu de boules ballen en de twee vrienden doen een potje in een steegje. Een Franse toerist vraagt de weg (logisch!) en de gangsters slaan hem finaal in elkaar.

In de volgende scène lopen ze door een bos. Nicky beledigt Mugs door te zeggen dat hij er als een wijf bijloopt. Mugs gooit hem voor straf van een heuvel af. Vervolgens komen ze bij een bar waar Mugs alleen een biertje voor zichzelf besteld. Nicky gooit woedend zijn brandende peuk in het biertje en de twee kemphanen beginnen te knokken. Als Mugs met een bloedneus op de grond ligt ziet hij dat het half zes is (“shit, half zes man!”) en de twee vrienden zetten het op een rennen.

Na een keiharde spint komen ze bij een huisje, bergen hun pistolen op en gaan naar binnen. Nu komt de punchline. Een vrouw die hun moeder blijkt te zijn vraagt of ze hun handen al hebben gewassen en begint ze te meppen als ze toegeven van niet. De harde criminelen blijken niets meer dan puberjongens te zijn.

Half 6 is duidelijk geïnspireerd door Scarface (mijn kapsel is hetzelfde als Tony Montana), GoodFellas (er zit een heuse freeze frame in!) en Reservoir Dogs (gangsters wandelend over straat met coole muziek). Helaas kan ik het niet online zetten, want er zit gelicenseerde muziek onder.

De bedoeling van het vervolg getiteld Nicky & Mugs was om er een échte gangster film van te maken met drugs, rip deals en liquidaties, maar omdat het mijn eerste zelfstandige videoproject was maakte ik een aantal grote beginnersfouten. Zo begon ik met filmen voordat ik een script geschreven had, zodat ik slechts een vaag idee had van waar het verhaal heen ging. Ook filmde ik op plekken, zoals de McDonalds (geïnspireerd door Pulp Fiction?), waar achtergrondmuziek opstond, zodat montage achteraf niet mogelijk bleek.

De trailer is dus eigenlijk een fake trailer (want er is geen film en die zal er ook niet komen), maar ik vond het fijn om nog iets met het – vaak best grappige – materiaal te doen. Kijk dus hier mijn regiedebuut, mijn eigen Mean Streets:

Bekijk hier: Trailer Nicky & Mugs (1999)