Skin in the game: hoe ver steekt iemand zijn nek uit?

Nassim Nicholas Taleb, auteur van bestseller De Zwarte Zwaan, gooit vele heilige huisjes omver in zijn meest provocerende en praktische boek ooit.

Over de andere werken van deze auteur:
Misleid door toeval
De Zwarte Zwaan (samenvattende essay)
10 filosofische aforismen (Het bed van Procrustes)
Antifragiel (over dingen die sterker worden van volatiliteit)

‘Vertel me niet wat je denkt, vertel me wat er in je portfolio zit’

Een dokter die eruit ziet als een typische dokter met een muur vol diploma’s of één die eruit ziet als een slager zonder diploma’s van topuniversiteiten aan de muur. Welke kies je voor je operatie? De beste keuze is de slager. In termen van perceptie en vooroordelen heeft hij veel meer obstakels moeten overwinnen om toch als dokter te kunnen werken. Volgens dezelfde logica: kies de financieel adviseur wiens details je het minst goed begrijpt. Laat je niet foppen door de presentatie. En laat je ook geen veel te dure en ingewikkelde oplossing aansmeren door een consultant wanneer je een praktisch probleem wilt oplossen. Consultants hebben geen last van de downside van hun advies.

‘Skin in the game’ denken helpt bij het filteren van zin en onzin. Het verschil zien tussen cosmetische en echte expertise, zoals in de voorbeelden hierboven. Wie de beloning krijgt, moet ook de risico’s dragen en wie dat niet doet is per definitie een bullshit verkoper. Aldus voormalig derivatenhandelaar, auteur en professor risk engineering Nassim Nicholas Taleb, die in 2008 wereldberoemd werd met zijn boek De Zwarte Zwaan.

Maar ‘skin in the game’ (hier is geen passende Nederlandse vertaling voor) gaat niet alleen over beloningen. Het gaat over verantwoordelijkheid dragen als de boel in duigen valt. Het betekent in contact staan met de echte wereld en je onderwerpen aan de risico’s die daarbij horen. Dus niet in een bestuurskamertje beslissingen nemen en niet de gevolgen dragen wanneer het misgaat. Een handelaar die belegt voor zijn cliënten, moet blootstaan aan dezelfde risico’s als zijn klanten.

In de Codex Hammurabi, een wetboek uit het antieke Mesopotamië, staat dat als een bouwvakker een huis bouwt dat instort waardoor de eigenaar om het leven komt, de bouwer zelf ter dood veroordeeld wordt. Kleine kans dat deze bouwvakkers risico’s verborgen in het fundament. Dit is anders met moderne handelaren. Zij verstoppen de risico’s in zeldzame gebeurtenissen (Zwarte Zwanen). Zodra de blow-up plaatsvindt, zijn zij al weg en hebben ze hun bonus al geïncasseerd.

Leiderschap en skin in the game
De VS heeft verschillende malen gepoogd dictators te verwijderen en daarmee landen in veel slechtere staat achtergelaten dan vóór hun ingrijpen. Vergelijk het met een dokter die kankercellen injecteert in een patiënt om zijn cholesterol te verlagen en overwinning kraait als in de dode patiënt een lager cholesterol wordt gemeten. Dokters hebben een bepaalde mate van skin in the game. Als ze het verknallen zijn er gevolgen en ze zijn bovendien opgeleid in ethiek. Ook hebben ze een vaag begrip van complexe systemen waarin je nooit moet ingrijpen wanneer je de gevolgen niet kunt overzien. Amerikaanse politici die gematigde rebellen steunen in het Midden-Oosten die vervolgens uitgroeien tot terroristen hebben geen skin in the game. Hun zoons vechten doorgaans niet mee op het slagveld.

Dat was in vroegere tijden anders. Toen vochten de heersers vaak mee in hun oorlogen. Zo kreeg de Romeinse keizer Julian the Apostate een speer in zijn borst op het slagveld en stierf aan zijn verwondingen. Vergelijk het met de moderne CEO. Of kijk naar de bankencrisis. Die werd veroorzaakt door risico’s te nemen met het geld van klanten om vervolgens gered te worden door de belastingbetaler. De schuld ligt hier niet bij het vrije markt kapitalisme, maar bij de overheid. Zij houden het systeem van bailouts in stand en verwijderen zo de skin uit de game. Er is geen evolutie mogelijk zonder dat het risico op uitsterven aanwezig is. Ondernemers zijn daarom de helden van de samenleving, vindt Taleb. Ze falen voor de rest van ons.

Net zo belangrijk als skin in the game is ‘soul in the game’. Alles wat je doet om je werk te optimaliseren, wat bochtjes af te snijden en er steeds meer efficiency uit te knijpen, gaat uiteindelijk ten koste van het plezier wat je eraan beleeft. Echte vakmensen doen dingen eerst voor existentiële redenen, daarna pas voor financiële en commerciële. Ze zullen geen compromissen sluiten over de kwaliteit. Moderne organisaties tasten ‘soul in the game’ aan. Taken zijn gekoppeld aan tijd, en als de tijd verstreken is, is het niet langer het probleem van de werknemer. De ziel is uit het werk gehaald: mensen moeten willen doen wat ze doen.

Net als zijn vorige boeken (Misleid door toeval, Antifragiel, De Zwarte Zwaan), staat Skin in the Game vol met interessante ideeën over een belangrijk en onderbelicht thema. De kern is echter in één zin samen te vatten: mensen die geen persoonlijke risico’s nemen, zouden nooit betrokken moeten zijn bij het nemen van beslissingen die significante impact hebben op anderen.

Advertenties

Nederland heeft bravere financiële sector afgedwongen

Toen ik begon als redacteur in het bedrijfsleven begin 2008 – een gebied waar ik tot dan nooit van plan was geweest in te stappen – observeerde ik al dat dit er eigenlijk zeer braaf aan toeging in deze wereld. Dat kan ermee te maken hebben gehad dat ik niet zozeer in de financiële sector zelf, maar sector-breed actief was. Bij de banken waren vast wel de nodige schelmen te vinden in die tijd, toch?

Dat wordt nu steeds minder, in Nederland in ieder geval. Afgelopen week bezocht ik een bijeenkomst over ethiek en integriteit in de financiële sector. Pardon? Ethiek? Bankiers zijn toch criminelen zonder enig ethisch besef? Dat is althans de opvatting van de gemiddelde burger die de banken in crisistijd heeft moeten redden met belastinggeld en ze vervolgens vette bonussen heeft zien opstrijken.

Maar er wordt nu gesproken over ethiek; bankiers, verzekeraars en pensioenbobo’s willen een gezonde sector, waar beslissingen de lange termijn dienen en de belangen van alle stakeholders. Ik maak geen grappen. Deze golf van verandering is onderdeel van de fundamentele transformatie van de maatschappij waar we inzitten. Door onder meer de komst van het internet krijgen burgers steeds meer macht. Financiële partijen worden gedwongen te veranderen, anders maken wij – de burgers – ze het leven zuur.

Tuurlijk, de echte zakenbankiers uit de City en Wall Street, zullen zich nog lange tijd kunnen blijven verschansen in hun ondoordringbare torens, waar ze rijk blijven worden met het verkopen van giftige rommel, maar de Nederlandse financiële sector is bijna gezuiverd van dit type crimineel. Natuurlijk is daarmee nog niet het vertrouwen hersteld; daar is nog een lange weg voor te gaan. Maar toch, het lijkt er sterk op dat we op termijn een gezonde financiële sector gaan krijgen, waarin de populatie zich, op een uitschieter uitgezonderd, redelijk fatsoenlijk gedraagt – ook al zullen de meeste topfiguren zich weinig kunnen voorstellen bij het leven van het gewone plebs. De bestuurder van een verzekeraar vertelde tijdens de bijeenkomst dat zijn collega dacht dat de 22.500 salaris van een doorsnee klant een maandsalaris betrof. Dat is wel een hele grote kloof om te overbruggen.

Maar goed, er is veel veranderd en er zit nog meer verandering in de sector aan te komen. Is het niet naïef dat te geloven uit de mond van het beest zelf? Zeker, mijn zwakte is dat ik een idealist ben. Maar ik vind ‘de Nederlander’ ook te negatief. Wat de politiek of de financiële sector ook zouden doen, vertrouwen in de samenleving blijft beneden het vriespunt. Dat komt omdat zich incidenten blijven voordoen, maar incidenten bepalen slechts het vertrouwen van het volk, maar niet de algehele cultuur in de sector. Ik geloof oprecht dat Nederland – altijd het braafste jongetje van de klas – de sector echt aan het hervormen is en daar al voor een belangrijk deel in geslaagd is. Na de bankencrisis in 2008 hebben we gezegd; het moet anders; en toen – een democratie als wij toch zijn (in Amerika een naïeve gedachte, in Nederland nog wel de waarheid) hebben we dit middels de politiek afgedwongen.

Krokodil Hebzucht
De hebzuchtige bankier is in Nederland aan de ketting gelegd

Betekent dit dat de financiële sector veilig is? Of heeft Joris Luyendijk gelijk dat de sector een tijdbom is die ooit af zal gaan met catastrofale gevolgen? Hij heeft zeker gelijk. De toekomst ziet er altijd anders uit dan je verwacht, maar de mondiale financiële sector heeft zulke weeffouten in zich dat het een buitengewoon kwetsbaar systeem is geworden. Hieronder de belangrijkste zwakheden:

● Banken zijn zo groot geworden dat ze niet ten onder mogen gaan.
● De samenleving draait op voor de verliezen en individuen strijken de winsten op.
● De banken in de Verenigde Staten hebben feitelijk de regering overgenomen.
● Individuen die prestatiebonussen krijgen managen onze financiële risico’s. Als het mis gaat worden ze niet gestraft.
● De met schulden overladen economie is veel te complex geworden.
● Complexe financiële producten die niemand echt begrijpt zijn nog steeds toegestaan.
● Schulden spelen een veel te grote rol in de huidige economie en teveel schulden en speculatie met schulden is levensgevaarlijk (zie kredietcrisis).

Over het terugdraaien en omvormen van deze zwakheden ben ik, zeker op korte termijn, minder optimistisch en naïef.

Een kleine geschiedenis van het internet door Dr. J.H. Kash

We vinden het de normaalste zaak van de wereld, maar aan het begin van het millennium gebruikte nog maar weinig mensen het wereldwijde web. Ik ben een laatbloeier. Pas in 2001 – toen ik drie maanden op reis ging naar Thailand – ben ik voor het eerst gebruik gaan maken van e-mail. Daarvoor boeide het me sowieso weinig. Die eerste tergend langzame en lawaaierige verbindingen naar de vroegere amateuristische webpagina’s deden niet vermoeden dat dit een uitvinding was die de wereld compleet zou gaan veranderen. Hoe is dat zo gekomen?

Het internet is de benaming voor een zeer groot, de hele aarde omspannend openbaar netwerk van computernetwerken. Naast het World Wide Web (WWW) vallen diensten als e-mail, VoIP, FTP en Usenet eronder. Het WWW bestaat uit een aantal technische afspraken voor het wereldwijd over het internet aanbieden en verbinden van allerhande documenten en computertoepassingen evenals de verzameling documenten en toepassingen die wereldwijd volgens dit systeem over het internet worden aangeboden. Het internet maakt gebruik van standaard protocollen, die verschillende typen computers met verschillende software toch in staat stelt te communiceren.

De grondleggers van het WWW zijn de Britse informaticus Tim Berners-Lee en zijn toenmalige manager, de Belg Robert Cailliau (al is de bijdrage van laatste mij niet helemaal duidelijk geworden). Zij werkten in 1989 voor CERN, een Europese organisatie die fundamenteel onderzoek doet naar elementaire deeltjes. Het doel van het WWW was om de informatie-uitwisseling te vergemakkelijken tussen de wetenschappers die samenwerken in de veelal internationale projecten van CERN. Via WWW konden zij in een wiki-achtige omgeving projectdocumentatie en andere informatie aanmaken, delen en bijhouden.

Het oorspronkelijke WWW-logo

Het oorspronkelijke WWW-logo

In 1990 schreef Berners-Lee het the Hypertext Transfer Protocol (HTTP) – de taal die computers zouden gebruiken om hypertext documenten te communiceren over het internet heen. Ook ontwierp hij een schema om documenten adressen te geven op internet. Deze adressen noemde hij Universal Resource Identifiers (URI’s), een naam die later zou veranderen in URL – Uniform Resource Locators. Eind 1990 had hij tevens een browser (cliënt programma) ontwikkeld waarmee men hypertext documenten kon ophalen. Hij noemde deze browser ‘World Wide Web’ (WWW). Deze naam werd doorgezet ondanks de protesten van de projectmanager, Robert Cailliau, die zei dat de Engelstalige afkorting ‘WWW’ (in het Engels uitgesproken als double-u double-u double-u) langer is dan de naam zelf.

Hypertext pagina’s werden geformatteerd volgens de Hypertext Markup Language (HTML) die Berners-Lee had geschreven. Hij schreef ook de eerste webserver, software die webpagina’s op een computer bewaart en toegankelijk maakt via internet. Deze server werd bekend als info.cern.ch bij CERN. Bij het bureaucratische CERN kreeg Berners-Lee weinig erkenning voor zijn bijzondere uitvinding, maar computerenthousiasten waren lyrisch. Toen hij in 1991 zijn WWW-browser en webserversoftware via het web beschikbaar stelde, begonnen computerfreaks al snel hun eigen webservers te bouwen en websites beschikbaar te maken via WWW. Het begin van een nieuw informatietijdperk was aangebroken. Het mooiste wapenfeit van Berners-Lee’s uitvinding is dat het altijd open is gebleven. Het web is van iedereen en stelt ons in staat mooie dingen te doen. Zoals bloggen bijvoorbeeld.

Een belangrijk gevolg van de uitvinding van internet is dat alle informatie altijd en overal toegankelijk is. Dat betekent dat de gebieden ethiek en filosofie bezig zijn aan een enorme opmars. Maak jij de juiste keuzes? Het internet wijst de richting aan… Niemand kan ooit meer zeggen dat hij iets niet geweten heeft omdat je Google iedere vraag kunt stellen die je maar kunt verzinnen. Hoe deze open wereld waar informatie vrijelijk beschikbaar is gaat uitpakken, gaan we de komende decennia meemaken. Ik ben persoonlijk erg benieuwd.

Bronnen:
http://www.w3.org/People/Berners-Lee/
http://en.wikipedia.org/wiki/World_Wide_Web
http://www.ibiblio.org/pioneers/lee.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Tim_Berners-Lee

Documentaire: Inside Job – Ultieme beschouwing van de grootste crisis aller tijden

Door de wereldwijde financiële crisis die in 2008 in alle hevigheid losbarste zijn miljoenen mensen hun spaargeld kwijtgeraakt, hebben mensen wereldwijd hun baan verloren en zijn talloze mensen – vooral in de Verenigde Staten – hun huis uitgezet en gedwongen in tenten te leven. Hoe is het zover gekomen en hoe staan we er nu voor? Deze vragen beantwoordt de documentaire ‘Inside Job’.

De regisseur van ‘Inside Job’ is de Oscar-winnende documentairemaker Charles Ferguson, die in 2007 met ‘No End in Sight’ een kritische blik wierp op de rampzalige bezetting van Irak en de daarbij gemaakte fouten door de regering Bush. Momenteel werkt hij aan een documentaire over WikiLeaks die in 2012 zal uitkomen. Het doel van Ferguson met ‘Inside Job’ is simpel; de oorzaken en gevolgen van de crisis haarfijn uitleggen. Het gevoel dat hij daarmee vooral opwekt is woede. Ferguson slaagt zeer goed in zijn doel, want de excessen die hij toont zijn zo wanstaltig dat ze je als kijker onmogelijk onverschillig kunnen laten. Ook worden complexe financiële handelswijzen met simpele voorbeelden en vergelijkingen duidelijker gemaakt dan ooit tevoren.

De documentaire begint in IJsland, ooit een bijna volmaakte maatschappij, totdat de overheid overging op verregaande deregulering van de bankensector. De drie grootste banken leenden 120 miljard dollar voor investeringen wereldwijd, een lening die 10 keer groter is dan de IJslandse economie zelf. De bankiers werden rijk en de overheid profiteerde mee. Totdat de zeepbel werd doorgeprikt met rampzalige gevolgen. Het ongelofelijke in retrospectief is dat accountantsfirma’s en rating agencies toentertijd geen problemen vonden in de balansen van de banken en IJsland zelfs regelmatig complimenteerden met hun handelswijze.

Wat er gebeurd is in IJsland is een miniatuurversie van wat er misging op Wall Street. Hoe begon het allemaal? In 1981 benoemde president Ronald Reagan de directeur van private investeringsbank Merrill Lynch tot Minister van Financiën. Dit is het begin geweest van een periode van 30 jaar lang dereguleren. De volgende stap was de consolidatie van de financiële sector. Investeringsbanken werden zo groot, dat wanneer ze om zouden vallen, het hele systeem zou instorten. De regering Clinton hielp ze verder door een wet overboord te gooien die riskante fusies in de financiële sector moest voorkomen.

In 2001 werd al duidelijk dat het financiële systeem niet functioneerde toen de internetbubbel uit elkaar klapte met 5000 miljard dollar kapitaalvernietiging tot gevolg. Elliot Spitzer (Hoofd Openbaar Aanklager New York 1999 – 2007) bracht aan het licht dat investeringsbanken bewust internetbedrijven hadden gepromoot waarvan ze wisten dat ze zouden falen. Het was niet bepaald de eerste keer dat deze instellingen – de bekende vijf; Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers – op illegale activiteiten werden betrapt, maar ze kwamen er altijd met een boete vanaf. De regels werden niet aangeschroefd, maar juist verder versoepeld.

Ontstaan crisis
Verschillende financiële instrumenten hebben bijgedragen aan het ontstaan van de bankencrisis die in 2008 losbarste. Derivaten zijn misschien wel de belangrijkste van deze instrumenten. Hiermee konden bankiers overal op gokken; stijgende olieprijzen, het faillissement van een bedrijf of zelfs het weer. Tegen het einde van de jaren 90’ was de derivatenhandel een markt met een waarde van 50 triljoen (5.000 miljard) dollar. Bovendien was het een markt die niet gereguleerd was. Alan Greenspan, toenmalig voorzitter van de FED, hield de regulering van derivaten in 1998 tegen omdat het ‘onnodig’ zou zijn. In 2000 nam het Amerikaanse Congres zelfs een wet aan die de regulering van derivaten verbood. Toen was het hek echt van de dam.

Na de derivaten maakte het volgende uiterst riskante instrument zijn entree; securitisaties van huizen en andere schulden. Banken namen schulden over en bundelde deze in pakketjes: CDO’s (Collateralized Debt Obligations). Deze CDO’s verkochten ze vervolgens aan investeerders. Hypotheekbetalingen gingen nu de hele wereld over. Het gevolg was dat het geldschieters niks meer kon schelen of een klant zijn of haar hypotheek nog betaalde, dus keurde ze steeds riskantere leningen goed. Vanaf 2004 werden steeds meer sub-prime hypotheken – de meest riskante hypotheekvorm – gebundeld in CDO’s. De securitisatiemarkt is de grootste bubbel aller tijden geworden.

Rating agencies speelde in dit alles een zeer twijfelachtige rol omdat zij door investeringsbanken betaald werden (en worden) om ratings af te geven over hun producten. Dit werden daarom natuurlijk vaak Triple-A ratings, oftewel de best mogelijke ratings. Ondertussen stond de SEC (Het equivalent van de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten) toe dat investeringsbanken steeds hogere leverage konden nemen tot wel leverageniveaus van 33:1. Dus, een daling van 3 procent van hun activa zou deze banken insolvent maken. Het is idioot, maar dit was echt toegestaan.

Een andere tijdbom die aan bod komt in ‘Inside Job’ is het instrument Credit Default Swaps die werden verkocht door de grootste verzekeraar in de VS; AIG. Een Credit Default Swap is een verzekering op een CDO. Als een CDO faalt, betaalt verzekeraar AIG het verlies terug aan de investeerder. Maar speculanten konden – in tegenstelling tot bij normale verzekeringen – ook Credit Default Swaps kopen om tegen CDO’s te wedden die ze niet zelf bezaten. Als een CDO dan zou falen, zou dat dus potentieel een enorm verlies betekenen voor de verzekeraar. Banken als Goldman Sachs speculeerde zo bewust tegen financiële producten die ze zelf aan hun klanten hadden aangeraden. Omdat Credit Default Swaps niet gereguleerd waren, hoefde AIG geen geld opzij te zetten voor potentiële verliezen. In plaats daarvan betaalde ze gigantische bonussen aan medewerkers om zoveel mogelijk contracten binnen te slepen.

De crash
Terugkijkend op deze ontstaansgeschiedenis kan gesproken worden van een Ponzifraude, oftewel hoge winsten die steeds worden betaald met de inleg van nieuwe klanten. Inderdaad, totdat er geen nieuwe klanten meer bijkomen en het systeem instort. Dat gebeurde in 2008. Eerst begonnen de executieverkopen van huizen sterk te stijgen en de keten van securitisaties implodeerde. Leners konden hun leningen niet meer betalen aan de investeringsbanken en de markt voor CDO’s crashte. Investeringsbanken konden honderden miljarden aan leningen, CDO’s en onroerend goed niet meer verkopen.

Toenmalig Minister van Financiën Henry Paulson, die daarvoor overigens CEO van Goldman Sachs was, besloot de insolvente investeringsbank Lehman Brothers failliet te laten gaan, om zo de financiële markten te kalmeren, zo redeneerde hij. Dit bracht een schok teweeg in het hele wereldwijde financiële systeem. Alle fondsen met assets bij Lehman Brothers ontdekte tot hun schrik dat ze deze niet meer kwijt konden. Een belangrijk knoop in de hub faalde, wat enorme gevolgen had voor het hele systeem. Verzekeraar AIG stond ook op omvallen en het hart van de wereldeconomie kwam toen tot stilstand. De Amerikaanse overheid had geen keus. Ze spendeerden 700 miljard dollar belastinggeld om AIG en de overige banken te redden, maar een wereldwijde economische recessie kon niet meer worden afgewend.

De lijst van prominente experts uit de financiële wereld die geïnterviewd wordt in ‘Inside Job’ is indrukwekkend, o.a. Nouriel Roubini, Paul Volcker, Willem Buiter, George Soros, Christine Lagarde, Eliot Spitzer en Dominique Strauss-Kahn komen aan het woord. Veel indrukwekkender is de lijst van mensen die geweigerd hebben mee te werken aan de film. Bijvoorbeeld Alan Greenspan, die nooit problemen zag in wat er in de financiële sector gebeurde, weigerde mee te werken aan deze documentaire. Hij is één van velen.

Verandering
Hoe staan we er nu voor? Obama werd gekozen tot president vanwege zijn roep om verandering, maar is die verandering gekomen? In zijn regering zitten talloze figuren die afkomstig zijn van Wall Street of die een rol hebben gespeeld in het ontstaan van de crisis. De hervormingen op reguleringsvlak stellen tot nu toe weinig voor. Op kritieke punten, zoals de rating agencies, bonussen en lobbyisten is niks van betekenis aangepakt. De CEO’s van de banken die de crisis hebben veroorzaakt zitten nog op hun plaats en rating agencies hebben hun verdienmodel nog niet hoeven aanpassen. Obama heeft geen enkele financiële instelling crimineel vervolgd of bonussen teruggevorderd die tijdens de zeepbel zijn verdiend. De regering is nog altijd een ‘Wall Street regering’, zoals één van de geïnterviewden het mooi omschrijft.

Wat kunnen wij doen?
Dit alles maakt machteloos en boos. Wat kan het Nederlandse bedrijfsleven hiermee? Ten eerste is het belangrijk om vast te stellen dat in het hedendaagse financiële systeem alles aan elkaar vast is geknoopt, zoals gebleken is met de val van Lehman Brothers. Daarom kunnen de ontwikkelingen in Amerika niet los gezien worden van de rest van de wereld. Wij hebben net zoveel belang bij een gezonde financiële sector in de VS, als de Amerikanen zelf.

In de VS moet het risicomanagement en de governance van financiële instellingen op de schop, zo kunnen problemen in de toekomst voorkomen worden. Als de overheid en Wall Street het zelf niet op orde brengen, moet de rest van de wereld deze governance afdwingen. Bij een recente rondetafelsessie over ethiek in het bedrijfsleven waar ik als journalist bij aanwezig was, vertelde de CFO van een groot Nederlands bedrijf dat hij weigerde zaken te doen met Goldman Sachs omdat zij nog steeds onethisch handelen. Dit zal niet voor ieder bedrijf makkelijk zijn, maar ik vind het een inspirerend voorbeeld dat ik graag opvolg. Daarom verwijs ik persberichten van Goldman Sachs vanaf nu direct naar mijn elektronische prullenbak. Opgeruimd staat netjes.