The Trial of Socrates

The people of Athens with power decided to silence the questioner. Socrates at the age of 70 in the year 399 B.C. was brought to trial on trumped up charges of corruption and impiety.

For a report about the trial and what it tells us about the great philosopher, we turn to Plato’s ethical theory. In Plato’s own thought, no more important starting point in understanding ethics can be found than beginning with the life of Socrates. Here Plato finds a justification for philosophy: in an ethical ideal to which all students of philosophy might aspire. Since Socrates’s life serves as an ideal, Plato insists on writing about Socrates in the writings which bear most directly on ethics. He does this in a sequence of three dialogues called the Apology, the Crito and the Phaedo, which describe the trial, the imprisonment and finally the execution of Socrates.

These three dialogues are based on the events at the end of Socrates’ life. But they’re probably not strict historical records. The statements that are attributed to Socrates undoubtedly resemble what he actually said. Even if we can’t be certain about this, we can be certain about his ethical commitment shown in his trial and death. We can be certain about the connection revealed here between the ethical decisions and the use of reason. Hereto we find Socrates his famous statement, as compelling as it is brief: “The unexamined life is not worth living”.

These words spoken in a time when Socrates his life was at stake demonstrate how powerful the role of reason was for both Socrates and Plato. Not only for theoretical questions, but for the practical question of how one, anyone, ought to live. In the Apology Plato presents a version of Socrates’ speech as he defended himself at his trial. The jury of 500 Athenians, selected by lot, have heard the charges against him. He was accused of corrupting the young people among his followers and of impiety against the Athenian Gods. It was evident that behind these charges, perhaps even more important than the charges themselves, there was a sharp personal animosity against a man who would often challenge and embarrass the leading figures of Athens. It is no surprise then that an attempt was made to silence Socrates, he did damage a lot of egos.

When he spoke in his own defence, Socrates first attempted to explain the antagonism that led to his trial. He did so by relating an episode that involved the Oracle of Delphi, a religious figure revered by the Greeks for her wisdom. Chaerephon, a friend of Socrates, traveled to Delphi once to ask the oracle whether she knew anyone who was wiser than Socrates. The oracle replied ‘no’. Socrates was puzzled for he didn’t consider himself wise. But the oracle would not be wrong either. To find out what she meant, Socrates began to talk to other Athenians. He asked them questions about themselves and their work. In these discussions, he discovered that the people he spoke to – the politicians, the poets, the teachers – were far from the authorities they were supposed to be. They didn’t know what they claimed to know. And Socrates concluded that this would be the basis for what the oracle had said. He didn’t believe that he had had knowledge just like the other Aethenians didn’t have knowledge. But he was wiser because he knew that he didn’t know.

“I gave a thorough examination to this person, I need not mention his name. And in conversation with him I formed the impression that although in many people’s opinion – and especially in his own – he appeared to be wise, while in fact he was not. Then when I began to try to show him that he only thought he was wise and that he was not really so, my efforts were resented both by him and by many of the other people present. However I reflected as I walked away: well, I am certainly wiser than this man. It is likely that neither of us has any knowledge to boast off. But he thinks that he knows something while he does not. Whereas I am quite conscious of my ignorance.”

This profession of ignorance by Socrates has since become known as Socratic irony. In it, ignorance too becomes an object of knowledge. But Socrates’ irony is more than a manner of speaking. Ignorance by itself is for Socrates not exactly harmful. It becomes harmful when a person is not aware that he lacks knowledge. The ignorant person then has no reason to examine himself and to learn. Knowing that one doesn’t know is thus a form of wisdom and Socrates claims this wisdom for himself.

Of course by repeating this claim at his trial, Socrates did only add insult to injury. It surely didn’t help his cause. But the method he used at his trial is the only one he knew. He spoke the truth and directed it at the people who he thought that most needed to hear it. Socrates told the jury: “I am not arguing in my own defense, but rather in yours.”

Nor was Socrates willing to change his opinions or his method because of the possible consequences of what he said. To do this would be to repeat the mistake of not recognizing one’s own ignorance. “Even to fear death my friends is also to think ourselves wise without really being wise. For it is to think that we know what we do not know.”

Socrates’ honesty and consistency were not enough to convince his jury… He was found guilty of the charges and executed by means of a cup of poison he was forced to drink.

Source: The Giants of Philosophy (Plato, Grece ca. 428-348 B.C.)

Skin in the game: hoe ver steekt iemand zijn nek uit?

Nassim Nicholas Taleb, auteur van bestseller De Zwarte Zwaan, gooit vele heilige huisjes omver in zijn meest provocerende en praktische boek ooit.

Over de andere werken van deze auteur:
Misleid door toeval
De Zwarte Zwaan (samenvattende essay)
10 filosofische aforismen (Het bed van Procrustes)
Antifragiel (over dingen die sterker worden van volatiliteit)

‘Vertel me niet wat je denkt, vertel me wat er in je portfolio zit’

Een dokter die eruit ziet als een typische dokter met een muur vol diploma’s of één die eruit ziet als een slager zonder diploma’s van topuniversiteiten aan de muur. Welke kies je voor je operatie? De beste keuze is de slager. In termen van perceptie en vooroordelen heeft hij veel meer obstakels moeten overwinnen om toch als dokter te kunnen werken. Volgens dezelfde logica: kies de financieel adviseur wiens details je het minst goed begrijpt. Laat je niet foppen door de presentatie. En laat je ook geen veel te dure en ingewikkelde oplossing aansmeren door een consultant wanneer je een praktisch probleem wilt oplossen. Consultants hebben geen last van de downside van hun advies.

‘Skin in the game’ denken helpt bij het filteren van zin en onzin. Het verschil zien tussen cosmetische en echte expertise, zoals in de voorbeelden hierboven. Wie de beloning krijgt, moet ook de risico’s dragen en wie dat niet doet is per definitie een bullshit verkoper. Aldus voormalig derivatenhandelaar, auteur en professor risk engineering Nassim Nicholas Taleb, die in 2008 wereldberoemd werd met zijn boek De Zwarte Zwaan.

Maar ‘skin in the game’ (hier is geen passende Nederlandse vertaling voor) gaat niet alleen over beloningen. Het gaat over verantwoordelijkheid dragen als de boel in duigen valt. Het betekent in contact staan met de echte wereld en je onderwerpen aan de risico’s die daarbij horen. Dus niet in een bestuurskamertje beslissingen nemen en niet de gevolgen dragen wanneer het misgaat. Een handelaar die belegt voor zijn cliënten, moet blootstaan aan dezelfde risico’s als zijn klanten.

In de Codex Hammurabi, een wetboek uit het antieke Mesopotamië, staat dat als een bouwvakker een huis bouwt dat instort waardoor de eigenaar om het leven komt, de bouwer zelf ter dood veroordeeld wordt. Kleine kans dat deze bouwvakkers risico’s verborgen in het fundament. Dit is anders met moderne handelaren. Zij verstoppen de risico’s in zeldzame gebeurtenissen (Zwarte Zwanen). Zodra de blow-up plaatsvindt, zijn zij al weg en hebben ze hun bonus al geïncasseerd.

Leiderschap en skin in the game
De VS heeft verschillende malen gepoogd dictators te verwijderen en daarmee landen in veel slechtere staat achtergelaten dan vóór hun ingrijpen. Vergelijk het met een dokter die kankercellen injecteert in een patiënt om zijn cholesterol te verlagen en overwinning kraait als in de dode patiënt een lager cholesterol wordt gemeten. Dokters hebben een bepaalde mate van skin in the game. Als ze het verknallen zijn er gevolgen en ze zijn bovendien opgeleid in ethiek. Ook hebben ze een vaag begrip van complexe systemen waarin je nooit moet ingrijpen wanneer je de gevolgen niet kunt overzien. Amerikaanse politici die gematigde rebellen steunen in het Midden-Oosten die vervolgens uitgroeien tot terroristen hebben geen skin in the game. Hun zoons vechten doorgaans niet mee op het slagveld.

Dat was in vroegere tijden anders. Toen vochten de heersers vaak mee in hun oorlogen. Zo kreeg de Romeinse keizer Julian the Apostate een speer in zijn borst op het slagveld en stierf aan zijn verwondingen. Vergelijk het met de moderne CEO. Of kijk naar de bankencrisis. Die werd veroorzaakt door risico’s te nemen met het geld van klanten om vervolgens gered te worden door de belastingbetaler. De schuld ligt hier niet bij het vrije markt kapitalisme, maar bij de overheid. Zij houden het systeem van bailouts in stand en verwijderen zo de skin uit de game. Er is geen evolutie mogelijk zonder dat het risico op uitsterven aanwezig is. Ondernemers zijn daarom de helden van de samenleving, vindt Taleb. Ze falen voor de rest van ons.

Net zo belangrijk als skin in the game is ‘soul in the game’. Alles wat je doet om je werk te optimaliseren, wat bochtjes af te snijden en er steeds meer efficiency uit te knijpen, gaat uiteindelijk ten koste van het plezier wat je eraan beleeft. Echte vakmensen doen dingen eerst voor existentiële redenen, daarna pas voor financiële en commerciële. Ze zullen geen compromissen sluiten over de kwaliteit. Moderne organisaties tasten ‘soul in the game’ aan. Taken zijn gekoppeld aan tijd, en als de tijd verstreken is, is het niet langer het probleem van de werknemer. De ziel is uit het werk gehaald: mensen moeten willen doen wat ze doen.

Net als zijn vorige boeken (Misleid door toeval, Antifragiel, De Zwarte Zwaan), staat Skin in the Game vol met interessante ideeën over een belangrijk en onderbelicht thema. De kern is echter in één zin samen te vatten: mensen die geen persoonlijke risico’s nemen, zouden nooit betrokken moeten zijn bij het nemen van beslissingen die significante impact hebben op anderen.

Nederland heeft bravere financiële sector afgedwongen

Toen ik begon als redacteur in het bedrijfsleven begin 2008 – een gebied waar ik tot dan nooit van plan was geweest in te stappen – observeerde ik al dat dit er eigenlijk zeer braaf aan toeging in deze wereld. Dat kan ermee te maken hebben gehad dat ik niet zozeer in de financiële sector zelf, maar sector-breed actief was. Bij de banken waren vast wel de nodige schelmen te vinden in die tijd, toch?

Dat wordt nu steeds minder, in Nederland in ieder geval. Afgelopen week bezocht ik een bijeenkomst over ethiek en integriteit in de financiële sector. Pardon? Ethiek? Bankiers zijn toch criminelen zonder enig ethisch besef? Dat is althans de opvatting van de gemiddelde burger die de banken in crisistijd heeft moeten redden met belastinggeld en ze vervolgens vette bonussen heeft zien opstrijken.

Maar er wordt nu gesproken over ethiek; bankiers, verzekeraars en pensioenbobo’s willen een gezonde sector, waar beslissingen de lange termijn dienen en de belangen van alle stakeholders. Ik maak geen grappen. Deze golf van verandering is onderdeel van de fundamentele transformatie van de maatschappij waar we inzitten. Door onder meer de komst van het internet krijgen burgers steeds meer macht. Financiële partijen worden gedwongen te veranderen, anders maken wij – de burgers – ze het leven zuur.

Tuurlijk, de echte zakenbankiers uit de City en Wall Street, zullen zich nog lange tijd kunnen blijven verschansen in hun ondoordringbare torens, waar ze rijk blijven worden met het verkopen van giftige rommel, maar de Nederlandse financiële sector is bijna gezuiverd van dit type crimineel. Natuurlijk is daarmee nog niet het vertrouwen hersteld; daar is nog een lange weg voor te gaan. Maar toch, het lijkt er sterk op dat we op termijn een gezonde financiële sector gaan krijgen, waarin de populatie zich, op een uitschieter uitgezonderd, redelijk fatsoenlijk gedraagt – ook al zullen de meeste topfiguren zich weinig kunnen voorstellen bij het leven van het gewone plebs. De bestuurder van een verzekeraar vertelde tijdens de bijeenkomst dat zijn collega dacht dat de 22.500 salaris van een doorsnee klant een maandsalaris betrof. Dat is wel een hele grote kloof om te overbruggen.

Maar goed, er is veel veranderd en er zit nog meer verandering in de sector aan te komen. Is het niet naïef dat te geloven uit de mond van het beest zelf? Zeker, mijn zwakte is dat ik een idealist ben. Maar ik vind ‘de Nederlander’ ook te negatief. Wat de politiek of de financiële sector ook zouden doen, vertrouwen in de samenleving blijft beneden het vriespunt. Dat komt omdat zich incidenten blijven voordoen, maar incidenten bepalen slechts het vertrouwen van het volk, maar niet de algehele cultuur in de sector. Ik geloof oprecht dat Nederland – altijd het braafste jongetje van de klas – de sector echt aan het hervormen is en daar al voor een belangrijk deel in geslaagd is. Na de bankencrisis in 2008 hebben we gezegd; het moet anders; en toen – een democratie als wij toch zijn (in Amerika een naïeve gedachte, in Nederland nog wel de waarheid) hebben we dit middels de politiek afgedwongen.

Krokodil Hebzucht
De hebzuchtige bankier is in Nederland aan de ketting gelegd

Betekent dit dat de financiële sector veilig is? Of heeft Joris Luyendijk gelijk dat de sector een tijdbom is die ooit af zal gaan met catastrofale gevolgen? Hij heeft zeker gelijk. De toekomst ziet er altijd anders uit dan je verwacht, maar de mondiale financiële sector heeft zulke weeffouten in zich dat het een buitengewoon kwetsbaar systeem is geworden. Hieronder de belangrijkste zwakheden:

● Banken zijn zo groot geworden dat ze niet ten onder mogen gaan.
● De samenleving draait op voor de verliezen en individuen strijken de winsten op.
● De banken in de Verenigde Staten hebben feitelijk de regering overgenomen.
● Individuen die prestatiebonussen krijgen managen onze financiële risico’s. Als het mis gaat worden ze niet gestraft.
● De met schulden overladen economie is veel te complex geworden.
● Complexe financiële producten die niemand echt begrijpt zijn nog steeds toegestaan.
● Schulden spelen een veel te grote rol in de huidige economie en teveel schulden en speculatie met schulden is levensgevaarlijk (zie kredietcrisis).

Over het terugdraaien en omvormen van deze zwakheden ben ik, zeker op korte termijn, minder optimistisch en naïef.

Een kleine geschiedenis van het internet door Dr. J.H. Kash

We vinden het de normaalste zaak van de wereld, maar aan het begin van het millennium gebruikte nog maar weinig mensen het wereldwijde web. Ik ben een laatbloeier. Pas in 2001 – toen ik drie maanden op reis ging naar Thailand – ben ik voor het eerst gebruik gaan maken van e-mail. Daarvoor boeide het me sowieso weinig. Die eerste tergend langzame en lawaaierige verbindingen naar de vroegere amateuristische webpagina’s deden niet vermoeden dat dit een uitvinding was die de wereld compleet zou gaan veranderen. Hoe is dat zo gekomen?

Het internet is de benaming voor een zeer groot, de hele aarde omspannend openbaar netwerk van computernetwerken. Naast het World Wide Web (WWW) vallen diensten als e-mail, VoIP, FTP en Usenet eronder. Het WWW bestaat uit een aantal technische afspraken voor het wereldwijd over het internet aanbieden en verbinden van allerhande documenten en computertoepassingen evenals de verzameling documenten en toepassingen die wereldwijd volgens dit systeem over het internet worden aangeboden. Het internet maakt gebruik van standaard protocollen, die verschillende typen computers met verschillende software toch in staat stelt te communiceren.

De grondleggers van het WWW zijn de Britse informaticus Tim Berners-Lee en zijn toenmalige manager, de Belg Robert Cailliau (al is de bijdrage van laatste mij niet helemaal duidelijk geworden). Zij werkten in 1989 voor CERN, een Europese organisatie die fundamenteel onderzoek doet naar elementaire deeltjes. Het doel van het WWW was om de informatie-uitwisseling te vergemakkelijken tussen de wetenschappers die samenwerken in de veelal internationale projecten van CERN. Via WWW konden zij in een wiki-achtige omgeving projectdocumentatie en andere informatie aanmaken, delen en bijhouden.

Het oorspronkelijke WWW-logo

Het oorspronkelijke WWW-logo

In 1990 schreef Berners-Lee het the Hypertext Transfer Protocol (HTTP) – de taal die computers zouden gebruiken om hypertext documenten te communiceren over het internet heen. Ook ontwierp hij een schema om documenten adressen te geven op internet. Deze adressen noemde hij Universal Resource Identifiers (URI’s), een naam die later zou veranderen in URL – Uniform Resource Locators. Eind 1990 had hij tevens een browser (cliënt programma) ontwikkeld waarmee men hypertext documenten kon ophalen. Hij noemde deze browser ‘World Wide Web’ (WWW). Deze naam werd doorgezet ondanks de protesten van de projectmanager, Robert Cailliau, die zei dat de Engelstalige afkorting ‘WWW’ (in het Engels uitgesproken als double-u double-u double-u) langer is dan de naam zelf.

Hypertext pagina’s werden geformatteerd volgens de Hypertext Markup Language (HTML) die Berners-Lee had geschreven. Hij schreef ook de eerste webserver, software die webpagina’s op een computer bewaart en toegankelijk maakt via internet. Deze server werd bekend als info.cern.ch bij CERN. Bij het bureaucratische CERN kreeg Berners-Lee weinig erkenning voor zijn bijzondere uitvinding, maar computerenthousiasten waren lyrisch. Toen hij in 1991 zijn WWW-browser en webserversoftware via het web beschikbaar stelde, begonnen computerfreaks al snel hun eigen webservers te bouwen en websites beschikbaar te maken via WWW. Het begin van een nieuw informatietijdperk was aangebroken. Het mooiste wapenfeit van Berners-Lee’s uitvinding is dat het altijd open is gebleven. Het web is van iedereen en stelt ons in staat mooie dingen te doen. Zoals bloggen bijvoorbeeld.

Een belangrijk gevolg van de uitvinding van internet is dat alle informatie altijd en overal toegankelijk is. Dat betekent dat de gebieden ethiek en filosofie bezig zijn aan een enorme opmars. Maak jij de juiste keuzes? Het internet wijst de richting aan… Niemand kan ooit meer zeggen dat hij iets niet geweten heeft omdat je Google iedere vraag kunt stellen die je maar kunt verzinnen. Hoe deze open wereld waar informatie vrijelijk beschikbaar is gaat uitpakken, gaan we de komende decennia meemaken. Ik ben persoonlijk erg benieuwd.

Bronnen:
http://www.w3.org/People/Berners-Lee/
http://en.wikipedia.org/wiki/World_Wide_Web
http://www.ibiblio.org/pioneers/lee.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Tim_Berners-Lee