Bonnie and Clyde (1967)


‘They’re young… they’re in love… and they kill people.’

Directed by:
Arthur Penn

Written by:
David Newman, Robert Benton

Cast:
Warren Beatty (Clyde Barrow), Faye Dunaway (Bonnie Parker), Michael J. Pollard (C.W. Moss), Gene Hackman (Buck Barrow), Estelle Parsons (Blanche), Denver Pyle (Frank Hamer), Dub Taylor (Ivan Moss), Evans Evans (Velma Davis), Gene Wilder (Eugene Grizzard)

“I’ll tell you right now, I ain’t much of a lover boy.” That is what Clyde Barrow tells Bonnie Parker, a pretty waitress he just snatched from a dull Texas town after robbing a grocery store. Still, they fall in love and take off together and go on a crime spree with no ending in sight. It is the time of the Great Depression, and Bonnie and Clyde would soon belong to the most legendary gangsters of this period.

The people would read about these young robbers in the newspaper and they were fascinated. A large part of this fascination was due to the fact that these were young and beautiful people that were obviously sleeping together. Little did they know that Clyde almost never touches Bonnie (in the movie that is, in real life this is unlikely). Still without the sex, this is one hell of a sexy movie due to the appearance and performance of the two leads.

Bonnie and Clyde will now always be synonymous with violent young lovers on the run. For a long time they seemed to be uncatchable, and they caused terror and excitement everywhere they went. Very soon they were joined by other robbers, including Clyde’s brother Buck and his wife blanche (great performances by Gene Hackman and Estelle Parsons), and ‘the Barrow Gang’ soon became the talk of every town between Texas and Louisiana.

Bonnie and Clyde became a controversial movie back in its time because of the violence (and sex, yes there is some despite Barrow’s initial reluctance). Especially the famous ending in which Bonnie and Clyde are riddled with bullets by law enforcers is still iconic in its depiction of graphic screen violence (and it inspired the way Sonny is killed in The Godfather). Bonnie and Clyde grew out to become an absolute classic in American cinema history. It is one of the 100 films selected for archiving in the AFI archive. It also won two Oscars for Best Cinematography and Best Actress in a Supporting Role (Estelle Parsons).

Rating:

Quote:
BONNIE PARKER: “Your advertising is just dandy. Folks would never guess you don’t have a thing to sell.”

Trivia:
The hostage Eugene Grizzard is played by Gene Wilder. His girlfriend Velma Davis is played by Evans Evans, the daughter of director John Frankenheimer.

Collect or Die!

DVD Collection 2

Dat in de oertijd mannen gingen jagen en vrouwen zich bezighielden met verzamelen, betekent dat dat ik – met mijn verzameling van zo’n 1500 titels op DVD – een chick ben?

Ik heb verzamelen altijd een geweldige bezigheid gevonden. Wat dat betreft is het huidige digitale tijdperk niet alleen maar goed voor mij. De DVD verdwijnt momenteel in razend tempo uit het wereldbeeld. Waarom zou je nog een film willen bezitten, wanneer je hem ook als dienst kan streamen? Voor mij is het niet hetzelfde… Dan ben ik maar even een ouderwetse eikel.

De DVD-zaak is toch een soort snoepwinkel voor mij. Je loopt rond, kijkt alle rekken door, en maakt in je hoofd een selectie welke schijfjes je wel zou willen meenemen. En op het einde van de rit maak je een beslissing en loop je naar buiten met je nieuwste aanwinsten. In mooie hoesjes ook nog. Die krijg je er niet bij in het geval van een digitale aankoop.

Het begon al jaren geleden met het faillissement van Boudisque, de oude vertrouwde Amsterdamse speciaalzaak in CD’s en films. Hier heb de nodige cult films op de kop getikt. Maar de echt grote klap kwam in mei 2013. Free Record Shop en Fame werden failliet verklaard. Daarmee kwam ook een einde aan de DVD shop-in-shop bij de Bijenkorf, want dat was een kleine Fame.

In welke Nederlandse winkels kun je nu nog DVD’s krijgen? Blokker is één van de weinige winkels, maar ook daar hebben ze het assortiment flink teruggebracht. Boekenvoordeel is een andere, maar die staat op het punt om te vallen als je het mij vraagt. Gelukkig is er mijn favoriete bedrijf nog: Amazon! Het hele assortiment: van commerciële Hollywood knallers tot de meest obscure film denkbaar, bij Amazon kan ik altijd terecht. Hopelijk blijft Amazon nog even doorgaan.

Toch vind ik het – met de opkomst van de deeleconomie – een beetje vreemd om een kast vol films te hebben staan waar eigenlijk maar twee mensen (Loesje en ik) van genieten. Misschien moet ik aanbieden dat buurtbewoners ze gratis kunnen lenen? De titels kunnen ze dan online vinden. Wie weet.

Om den duur worden de online diensten voor mij vast wel aantrekkelijker. In dit tijdperk van digitale disruptie moeten we er allemaal aan wennen dat sommige dingen van moleculen naar bits gaan. Voor mij zijn dat DVD-moleculen. Zo lang het kan blijf ik dus nog maar even jagen op DVD’s. Het mooie van DVD’s verzamelen is dat het tegelijkertijd ook jagen is. Gelukkig, ben ik toch een beetje man.

Teleportatie – verre droom of nabije realiteit?

Teleportatie is de rechtstreekse verplaatsing van objecten van de ene plaats naar de andere, aldus Wikipedia. Een ronduit fascinerend concept dat vaak in populaire cultuur terug te vinden is. Het bekendste voorbeeld is ‘beam me up, Scotty’ uit Star Trek, maar zelf ben ik vooral een groot fan van ‘The Fly’ van David Cronenberg. Be afraid. Be very afraid.

In deze ‘body horror’ klassieker slaagt een excentrieke wetenschapper er in levende wezens van de ene naar de andere cabine te verplaatsen. Het gaat mis wanneer hij zichzelf teletransporteert, en zonder zijn weten een vlieg plaatsneemt in de cabine. De computer raakt in de war, en besluit het DNA van de vlieg en wetenschapper te combineren. Na dit verschrikkelijk misgelopen experiment verandert wetenschapper Brundle langzaam in een gigantisch vlieg-achting wezen: Brundlefly. Een happy ending zit er niet in.

Cronenberg heeft geen monsters nodig om een horrorfilm eng te maken. Het eigen lichaam kan de engste horror vormen.

Cronenberg heeft geen monsters nodig. Het eigen lichaam kan de engste horror vormen.

Hoe werkt teleportatie?
Een extreem krachtige computer maakt allereerst een scan van het te verplaatsen object. Alle atomen, moleculen en elementaire deeltjes moeten worden meegenomen. Wanneer het object een levend wezen is, zal ook de persoonlijkheid en het geheugen geteleporteerd moeten worden. Uitgaande van een puur wetenschappelijke benadering is alles in het brein vastgelegd en dus scanbaar.

Vervolgens breekt de machine het object af en bouwt een andere machine het weer op. Waar die machine het materiaal vandaan moet halen om dat te doen weet ik niet. In ‘The Fly’ zitten er – meen ik althans – dikke kabels tussen de cabines waar het materiaal doorheen geleid kan worden. Wanneer de machine niet het originele materiaal zou gebruiken is er eerder sprake van kopiëren dan van teleportatie (of klonen indien het originele object blijft bestaan). En dat is een belangrijke reden waarom niet iedereen zou popelen in de machine te stappen.

Om mensen toch enthousiast te krijgen, is het wellicht een interessante mogelijkheid om bepaalde deeltjes weg te laten. Bijvoorbeeld een kankergezwel. Theoretisch moet dit zeker mogelijk zijn voor zo’n hyper intelligente computer.

Hoe reëel is teleportatie?
Wikipedia stelt dat reeds het vastleggen van de positie en toestand van alle elementaire deeltjes en het doorzenden van die informatie zeer complex is. Je krijgt hier te maken met de onzekerheidsrelatie van Heisenberg. Het reconstrueren van het object op basis van de ontvangen informatie is nog moeilijker.

Volgens ttrweb.hu lukt het in de toekomst misschien om een atoom te verplaatsen van de ene plaats naar de andere. En dat zou al een waanzinnige prestatie zijn. Maar het is nog altijd een heel verschil met een object. Laat staan een menselijk lichaam dat uit honderd duizend miljoen miljoen miljoen miljoen atomen bestaat. Bovendien zijn er nog wat kleine probleempjes op te lossen.

• Allereerst de hoeveelheid informatie die verstuurd moet worden kan in geen enkel realistisch tijdsbestek plaatsvinden.

• Ten tweede is er een groot verschil tussen een levend wezen en een dood lichaam. Over de aanwezigheid van een ziel verschillen de meningen, maar over de aanwezigheid van miljarden elektrische processen die in het centrale zenuwstelsel plaatsvinden bestaat geen twijfel. Kan men die ook kopiëren? Stel dat je denkt aan een mooie brunette op het moment van teleportatie, denk je daar dan nog steeds aan wanneer je weer in elkaar bent gezet?

• Op de plek waar het object weer moet verschijnen is al materie aanwezig, waarschijnlijk lucht. Wat gebeurt er met die moleculen? Integreren die met het geteleporteerde object? Dit is een zeer onzekere factor.

Missen we iets?
Zeker. Behalve de eerder genoemde medische factor, zou teleportatie een zeer efficiënt en milieuvriendelijk transportmiddel zijn. Zelfs als het alleen gebruikt worden voor het verplaatsen van goederen zou het – mits energiezuinig te realiseren – miljarden euro’s kunnen besparen aan lucht, weg en zeetransport.

Mensen zelf zouden in eerste instantie – terecht – niet in zo’n machine willen stappen. Wanneer een nieuwe revolutie plaatsvindt, zoals vliegverkeer in de twintigste eeuw, gaat eerst iedereen dood die er wat in doet. Maar na een tijdje wordt het veiliger en verdwijnen langzaam de bezwaren.

Conclusie, droom of realiteit? Nog echt een droom.

Voor medeliefhebbers van ‘The Fly’ nog een toevoeging. Brundle had een oplossing voor handen om zijn transformatie terug te draaien. Hij had namelijk drie cabines beschikbaar en er was een scan gemaakt van hemzelf en van de vlieg voordat ze verplaatst en gefuseerd werden. De getransformeerde Brundle had in cabine 1 kunnen plaatsnemen en de computer opdracht kunnen geven de originele Brundle in cabine 2 en de vlieg in cabine 3 te laten verschijnen. Dit had hij dan wel snel moeten doen voordat hij weefsel begon te verliezen. Jammer voor hem, maar het publiek had dan dit tragische meesterwerk over identiteit en het lichaam als vijand moeten mislopen.

Inside Llewyn Davis

Inside Llewyn Davis

De 16de film van de Coen Brothers is weer een pareltje. Het is wel een vreemde rit, maar dat zijn er wel meer in het oeuvre van de Coens. Van alle voorgaande films lijkt deze nog het meeste op ‘Barton Fink‘. Net als in die steengoede film volgen we een artistiek figuur die in niets minder dan een hel terecht komt. In ‘Barton Fink’ was deze metaforische hel Hollywood, ditmaal is het de folk muziek scene van New York City in de strenge winter van 1961. En eveneens net als in Fink worden de gebeurtenissen al snel bizar, en eindigt het met een scene die je met de ogen doet knipperen en waar je nog lang over na kunt filosoferen.

Ook heeft ‘Inside Llewyn Davis’ wel behoorlijk wat weg van ‘O Brother, Where Art Thou’ want een belangrijke hoofdrol is weggelegd voor de muziek. De recording sessie waarbij Llewyn meewerkt aan opname van de hit singel ‘Please Mr. Kennedy‘ van collega Jim (geweldige rol van Justin Timberlake, wie had verwacht dat die ooit in een Coen Brother film zou belanden?), is al even hilarisch als de opname van ‘Man of Constant Sorrow’ door the Soggy Bottom Boys in ‘O Brother’. De film bevat op dit komische hoogtepunt na nog meer humor (wat verwacht je anders van Joel en Ethan?), toch toont ‘Inside Llewyn Davis’ hoofdzakelijk de sombere kant van het leven van een singer-songwriter. Davis wil beroemd worden maar niet te commercieel. Hij is niet goed genoeg, en zit zichzelf behoorlijk in de weg bij het realiseren van zijn complexe ambities. Uiteindelijk zit hij letterlijk vast in zijn deprimerende wereldje – tot het beklemmende aan toe. Lof verdient de geweldige acteur Oscar Isaac voor het perfect vertolken van het titelkarakter, alsook de piekfijne jaren 60′ settings die zo van een platenhoes van Simon & Garfunkel lijken te komen.

Sterren op de J.H. Kash schaal: 4 uit 5