Collect or Die!

DVD Collection 2

Dat in de oertijd mannen gingen jagen en vrouwen zich bezighielden met verzamelen, betekent dat dat ik – met mijn verzameling van zo’n 1500 titels op DVD – een chick ben?

Ik heb verzamelen altijd een geweldige bezigheid gevonden. Wat dat betreft is het huidige digitale tijdperk niet alleen maar goed voor mij. De DVD verdwijnt momenteel in razend tempo uit het wereldbeeld. Waarom zou je nog een film willen bezitten, wanneer je hem ook als dienst kan streamen? Voor mij is het niet hetzelfde… Dan ben ik maar even een ouderwetse eikel.

De DVD-zaak is toch een soort snoepwinkel voor mij. Je loopt rond, kijkt alle rekken door, en maakt in je hoofd een selectie welke schijfjes je wel zou willen meenemen. En op het einde van de rit maak je een beslissing en loop je naar buiten met je nieuwste aanwinsten. In mooie hoesjes ook nog. Die krijg je er niet bij in het geval van een digitale aankoop.

Het begon al jaren geleden met het faillissement van Boudisque, de oude vertrouwde Amsterdamse speciaalzaak in CD’s en films. Hier heb de nodige cult films op de kop getikt. Maar de echt grote klap kwam in mei 2013. Free Record Shop en Fame werden failliet verklaard. Daarmee kwam ook een einde aan de DVD shop-in-shop bij de Bijenkorf, want dat was een kleine Fame.

In welke Nederlandse winkels kun je nu nog DVD’s krijgen? Blokker is één van de weinige winkels, maar ook daar hebben ze het assortiment flink teruggebracht. Boekenvoordeel is een andere, maar die staat op het punt om te vallen als je het mij vraagt. Gelukkig is er mijn favoriete bedrijf nog: Amazon! Het hele assortiment: van commerciële Hollywood knallers tot de meest obscure film denkbaar, bij Amazon kan ik altijd terecht. Hopelijk blijft Amazon nog even doorgaan.

Toch vind ik het – met de opkomst van de deeleconomie – een beetje vreemd om een kast vol films te hebben staan waar eigenlijk maar twee mensen (Loesje en ik) van genieten. Misschien moet ik aanbieden dat buurtbewoners ze gratis kunnen lenen? De titels kunnen ze dan online vinden. Wie weet.

Om den duur worden de online diensten voor mij vast wel aantrekkelijker. In dit tijdperk van digitale disruptie moeten we er allemaal aan wennen dat sommige dingen van moleculen naar bits gaan. Voor mij zijn dat DVD-moleculen. Zo lang het kan blijf ik dus nog maar even jagen op DVD’s. Het mooie van DVD’s verzamelen is dat het tegelijkertijd ook jagen is. Gelukkig, ben ik toch een beetje man.

Teleportatie – verre droom of nabije realiteit?

Teleportatie is de rechtstreekse verplaatsing van objecten van de ene plaats naar de andere, aldus Wikipedia. Een ronduit fascinerend concept dat vaak in populaire cultuur terug te vinden is. Het bekendste voorbeeld is ‘beam me up, Scotty’ uit Star Trek, maar zelf ben ik vooral een groot fan van ‘The Fly’ van David Cronenberg. Be afraid. Be very afraid.

In deze ‘body horror’ klassieker slaagt een excentrieke wetenschapper er in levende wezens van de ene naar de andere cabine te verplaatsen. Het gaat mis wanneer hij zichzelf teletransporteert, en zonder zijn weten een vlieg plaatsneemt in de cabine. De computer raakt in de war, en besluit het DNA van de vlieg en wetenschapper te combineren. Na dit verschrikkelijk misgelopen experiment verandert wetenschapper Brundle langzaam in een gigantisch vlieg-achting wezen: Brundlefly. Een happy ending zit er niet in.

Cronenberg heeft geen monsters nodig om een horrorfilm eng te maken. Het eigen lichaam kan de engste horror vormen.

Cronenberg heeft geen monsters nodig. Het eigen lichaam kan de engste horror vormen.

Hoe werkt teleportatie?
Een extreem krachtige computer maakt allereerst een scan van het te verplaatsen object. Alle atomen, moleculen en elementaire deeltjes moeten worden meegenomen. Wanneer het object een levend wezen is, zal ook de persoonlijkheid en het geheugen geteleporteerd moeten worden. Uitgaande van een puur wetenschappelijke benadering is alles in het brein vastgelegd en dus scanbaar.

Vervolgens breekt de machine het object af en bouwt een andere machine het weer op. Waar die machine het materiaal vandaan moet halen om dat te doen weet ik niet. In ‘The Fly’ zitten er – meen ik althans – dikke kabels tussen de cabines waar het materiaal doorheen geleid kan worden. Wanneer de machine niet het originele materiaal zou gebruiken is er eerder sprake van kopiëren dan van teleportatie (of klonen indien het originele object blijft bestaan). En dat is een belangrijke reden waarom niet iedereen zou popelen in de machine te stappen.

Om mensen toch enthousiast te krijgen, is het wellicht een interessante mogelijkheid om bepaalde deeltjes weg te laten. Bijvoorbeeld een kankergezwel. Theoretisch moet dit zeker mogelijk zijn voor zo’n hyper intelligente computer.

Hoe reëel is teleportatie?
Wikipedia stelt dat reeds het vastleggen van de positie en toestand van alle elementaire deeltjes en het doorzenden van die informatie zeer complex is. Je krijgt hier te maken met de onzekerheidsrelatie van Heisenberg. Het reconstrueren van het object op basis van de ontvangen informatie is nog moeilijker.

Volgens ttrweb.hu lukt het in de toekomst misschien om een atoom te verplaatsen van de ene plaats naar de andere. En dat zou al een waanzinnige prestatie zijn. Maar het is nog altijd een heel verschil met een object. Laat staan een menselijk lichaam dat uit honderd duizend miljoen miljoen miljoen miljoen atomen bestaat. Bovendien zijn er nog wat kleine probleempjes op te lossen.

• Allereerst de hoeveelheid informatie die verstuurd moet worden kan in geen enkel realistisch tijdsbestek plaatsvinden.

• Ten tweede is er een groot verschil tussen een levend wezen en een dood lichaam. Over de aanwezigheid van een ziel verschillen de meningen, maar over de aanwezigheid van miljarden elektrische processen die in het centrale zenuwstelsel plaatsvinden bestaat geen twijfel. Kan men die ook kopiëren? Stel dat je denkt aan een mooie brunette op het moment van teleportatie, denk je daar dan nog steeds aan wanneer je weer in elkaar bent gezet?

• Op de plek waar het object weer moet verschijnen is al materie aanwezig, waarschijnlijk lucht. Wat gebeurt er met die moleculen? Integreren die met het geteleporteerde object? Dit is een zeer onzekere factor.

Missen we iets?
Zeker. Behalve de eerder genoemde medische factor, zou teleportatie een zeer efficiënt en milieuvriendelijk transportmiddel zijn. Zelfs als het alleen gebruikt worden voor het verplaatsen van goederen zou het – mits energiezuinig te realiseren – miljarden euro’s kunnen besparen aan lucht, weg en zeetransport.

Mensen zelf zouden in eerste instantie – terecht – niet in zo’n machine willen stappen. Wanneer een nieuwe revolutie plaatsvindt, zoals vliegverkeer in de twintigste eeuw, gaat eerst iedereen dood die er wat in doet. Maar na een tijdje wordt het veiliger en verdwijnen langzaam de bezwaren.

Conclusie, droom of realiteit? Nog echt een droom.

Voor medeliefhebbers van ‘The Fly’ nog een toevoeging. Brundle had een oplossing voor handen om zijn transformatie terug te draaien. Hij had namelijk drie cabines beschikbaar en er was een scan gemaakt van hemzelf en van de vlieg voordat ze verplaatst en gefuseerd werden. De getransformeerde Brundle had in cabine 1 kunnen plaatsnemen en de computer opdracht kunnen geven de originele Brundle in cabine 2 en de vlieg in cabine 3 te laten verschijnen. Dit had hij dan wel snel moeten doen voordat hij weefsel begon te verliezen. Jammer voor hem, maar het publiek had dan dit tragische meesterwerk over identiteit en het lichaam als vijand moeten mislopen.

Inside Llewyn Davis

Inside Llewyn Davis

De 16de film van de Coen Brothers is weer een pareltje. Het is wel een vreemde rit, maar dat zijn er wel meer in het oeuvre van de Coens. Van alle voorgaande films lijkt deze nog het meeste op ‘Barton Fink‘. Net als in die steengoede film volgen we een artistiek figuur die in niets minder dan een hel terecht komt. In ‘Barton Fink’ was deze metaforische hel Hollywood, ditmaal is het de folk muziek scene van New York City in de strenge winter van 1961. En eveneens net als in Fink worden de gebeurtenissen al snel bizar, en eindigt het met een scene die je met de ogen doet knipperen en waar je nog lang over na kunt filosoferen.

Ook heeft ‘Inside Llewyn Davis’ wel behoorlijk wat weg van ‘O Brother, Where Art Thou’ want een belangrijke hoofdrol is weggelegd voor de muziek. De recording sessie waarbij Llewyn meewerkt aan opname van de hit singel ‘Please Mr. Kennedy‘ van collega Jim (geweldige rol van Justin Timberlake, wie had verwacht dat die ooit in een Coen Brother film zou belanden?), is al even hilarisch als de opname van ‘Man of Constant Sorrow’ door the Soggy Bottom Boys in ‘O Brother’. De film bevat op dit komische hoogtepunt na nog meer humor (wat verwacht je anders van Joel en Ethan?), toch toont ‘Inside Llewyn Davis’ hoofdzakelijk de sombere kant van het leven van een singer-songwriter. Davis wil beroemd worden maar niet te commercieel. Hij is niet goed genoeg, en zit zichzelf behoorlijk in de weg bij het realiseren van zijn complexe ambities. Uiteindelijk zit hij letterlijk vast in zijn deprimerende wereldje – tot het beklemmende aan toe. Lof verdient de geweldige acteur Oscar Isaac voor het perfect vertolken van het titelkarakter, alsook de piekfijne jaren 60′ settings die zo van een platenhoes van Simon & Garfunkel lijken te komen.

Sterren op de J.H. Kash schaal: 4 uit 5

Twee woorden waarom de Coen Brothers geniaal zijn: Mike Yanagita

Met ‘Fargo’ wilden de filmmakende broertjes Coen een waargebeurd verhaal vertellen. Niet echt waargebeurd, maar alsof het echt gebeurd is. Een beetje als een RTL reality docu dus, maar dan op cineastische wijze in beeld gebracht. Ze verzonnen daarvoor een verhaal dat weliswaar bizar is, maar net zou kunnen gebeuren in de echte wereld. Het leven is nu eenmaal bizar.

Het verhaal dat ze verzonnen gaat over autoverkoper Jerry Lundegard die twee schurken betaalt om zijn eigen vrouw te laten ontvoeren. De schurken plegen vervolgens een aantal moorden, waardoor lokale politievrouw Marge Gunderson zich met de zaak gaat bemoeien, en al snel op het spoor komt van de ontvoerders en Lundegard.

En dan gebeurt hetgeen waar ik deze loftrompet voor wil afsteken. Na de eerste dag onderzoek wordt Marge gebeld door een oude klasgenoot: Mike Yanagita, een Japanner met een North Dakota accent. Alleen dat al is een briljante vondst van de Coens. Yanagita heeft Marge op televisie gezien in een nieuwsuitzending over de moordzaak en vraagt hoe het met Marge gaat (‘well how the heck are ya?’). Dan vraagt Mike of Marge met hem wil lunchen.

Tot zo ver nog niet zo veel vreemds aan de hand, al vraag je je als kijker wel af wat dit in godsnaam met het ontvoeringverhaal te maken heeft. Het antwoord is helemaal niks. Marge gaat lunchen met Mike, en het blijkt dat hij altijd een oogje op haar heeft gehad. Hij blijkt ook een fantast te zijn. Hij vertelt haar dat hij getrouwd is geweest met hun oude klasgenoot Linda Cooksey, maar dat ze is overleden aan leukemie. Vervolgens barst hij uit in een huilbui vol zelfwalging omdat hij zich het etentje met Marge anders had voorgesteld.

Mike Yanagita

Thuis komt Marge er in een telefoontje met een andere oude klasgenoot achter dat Mike nooit getrouwd is geweest met Linda Cooksey. Ze hebben zelfs nooit een relatie gehad. Mike heeft haar een tijdje gestalkt tot het vervelende aan toe, zegt de vriendin. ‘Mike had psychiatrische problemen. Hij woont nu bij zijn ouders. Met Linda gaat het prima. Je moet haar eens bellen…’

Dat verzin je toch niet zo’n verhaal? Nou ja, de Coen Brothers wel dus. Zo bizar en grappig, dat het toch echt gebeurd kan zijn. Maar dit verhaal navertellen kan eigenlijk niet. De genialiteit van het personage Mike Yanagita moet je gewoon zien om te bevatten. Bekijk de scene op YouTube.

Voor de liefhebbers zijn hier de dialogen te vinden van de Mike Yanagita scènes en andere briljante momenten in ‘Fargo’.

En natuurlijk de scene zelf: