De oorlog van een pacifist

Het mooie van The Big Lebowski, of eigenlijk van alle films van de gebroeders Coen (o.a. Raising Arizona, Miller’s Crossing, Fargo), is dat alles – elk zinnetje – bijdraagt aan de thematiek die in de betreffende film verwrongen zit. Ze kiezen nooit de gemakkelijke weg door er maar wat dialoog in te gooien, simpelweg om het verhaal voort te stuwen.

Een prachtig voorbeeld hiervan zit in The Big Lebowski. In het begin van de film legt een onbekende verteller uit dat het verhaal van hoofdpersoon ‘The Dude’ (not a name someone from Texas would self-apply) zich afspeelt gedurende begin jaren 90’, de tijd dat Amerika een conflict had met Saddam Hoessein en de Irakezen.

In een scène iets later staat de held van de film, de uitermate luie en relaxte Dude (echte naam Jeffrey Lebowski), in een supermarkt een pak melk af te rekenen met een cheque van 0.69 dollarcent. Terwijl hij dit doet, valt zijn blik op een televisie waarop toenmalig President Bush (de oude) te zien is. Bush zegt; ‘This will not stand, this aggression against Kuwait.’ Oftewel; we pikken die brutale houding van Irak niet langer. De Golfoorlog is een feit.



Let ook op de datum.

Iets later begint de Dude zijn eigen avontuur. Twee nietsnutten komen naar zijn huis en pissen over zijn tapijt heen, omdat ze hem verwarren met naamgenoot en miljonair Jeffrey Lebowski wiens vrouw schulden heeft hij de werkgever van de nietsnutten. Dit is de Dude zijn favoriete tapijt. Het maakte de kamer helemaal af. Zelf voor een stoner als Lebowski is dit moeilijk te verkroppen.

Hij besluit compensatie te gaan halen bij de miljonair Lebowski. Als deze weigert te betalen voert de Dude de druk op en gebruikt hij dezelfde tekst als Bush: ‘This will not stand, you know. This aggression will not stand, man.’

Schitterend dat hij deze tekst heeft opgeslagen, vooral omdat de Dude het compleet tegenovergestelde is van de republikeinse en oorlogszuchtige Bush.

Dit is de Dude zijn eigen oorlog. Op het spel staat een tapijt en de Dude gaat de strijd aan. Overwint hij? Nee. Tenminste niet in materiële zin. El Duderino verliest alleen maar geld tijdens zijn belevenissen. Maar door de gebeurtenissen ontmoet hij wel Maude Lebowski, die hij zwanger maakt, zodat de schitterende geest van de Dude blijft voortleven. ‘The Dude abides’. En dat is een miljoen keer meer waard dan alle Perzische tapijten ter wereld.

Heerlijk nostalgisch: Actiefilms uit de jaren 80/90

Toen ik opgroeide in de jaren 80’ en 90’, de tijd dat we films nog huurden op VHS-tapes bij videotheken, was ik verslaafd aan hersenloze actiefilms. Schwarzenegger, Willis, Stallone, Van Damme en Seagal waren mijn voornaamste helden toen.

Dan was er ook nog de B-klasse waar oa. Dolph Lundgren en Chuck Norris deel van uitmaakte. Of C-klassers zoals Michael Dudikoff (je weet wel. die dude van ‘American Ninja‘). En dan waren er nog Bruce Lee, zijn zoon Brandon Lee, Wesley Snipes, Keanu Reeves, Mel Gibson, Kurt Russell en nog een paar die ik nu vergeet.


Maria Shriver kan hem wel schieten.

De films waren meestal slecht, maar als ze een aantal ingrediënten bevatte was ik blij, namelijk;
1. Een vermakelijke schurk;
2. Minstens om het kwartier een actiescène of moord;
3. Lijken bij bosjes;
4. Humor (eventueel).

Van de week werd mijn lust voor dit genre weer opgewekt door een artikel dat ik las op filmwebsite Empire. Hier worden veel van mijn favoriete actiefilms besproken, zoals ‘Predator’ en ‘Commando’. De meeste hiervan heb ik sinds mijn jeugd nog minstens één keer gezien, maar eentje was ik bijna compleet vergeten. Ik heb het over één van mijn favoriete films uit die tijd. Een film die uitblinkt in stompzinnige actiescènes en explosies, geen verhaal bevat, maar wel enorm slecht acteerwerk. Ik heb het over ‘Delta Force 2: The Colombian Connection‘.

Ik kreeg zo’n verschrikkelijke zin om deze film weer te zien, dat ik direct het winkelcentrum ben in gerend om hem aan te schaffen. Bij Intertoys had ik geluk en voor drie miezerige euro’s was ik eigenaar van Delta Force 2, die ook nog eens geleverd werd in een fantastische box, waar ook de toppers ‘Delta Force 1’ en ‘Logan’s War’ bij zaten.

Die tagline! Dat doet gewoon iets met je.

Zo geschiedde. Afgelopen weekend keek ik naar fucking ‘Delta Force 2’. In de eerste ‘Delta Force’ namen Scott McCoy en zijn collega ijzervreters het op tegen Libanese terroristen. In deel 2 zijn de drugskartels in Zuid Amerika aan de beurt. Aan het hoofd hiervan staat de ultieme smeerlap Ramon Cota, die zelfs baby’s laat vermoorden. McCoy weet hem te arresteren, maar hij komt weer vrij en ontvoerd wat DEA collega’s van hem. Tijd voor McCoy’s team om met grof geweld het hele kartel om zeep te helpen. Oh yeah.

Hoe voldoet de film aan de criteria?
1. Goed! Billy Drago (wie? Zie IMDb) speelt een gluiperige drugsbaas, een rol die hem op zijn lijf is geschreven. Veel beter kun je het niet krijgen.
2. De actie zit vooral in de tweede helft, waarin de missie ‘vernietig alles’ plaatsvindt. Zodra de actie arriveert, is het het wachten meer dan waard geweest.
3. Circa 75 lijken. Lang niet slecht dus.
4. Humor zit er ook nog in. Het overdreven Amerikaanse militaire machogedoe lijkt bijna een parodie op zichzelf. Een soort ‘Team America: World Police‘. Vrij hilarisch.

Vrijetijdskleding is niet echt zijn ding.

Tijdens de opname zijn trouwens vijf cast & crewmembers om het leven gekomen bij een helikopterongeluk. GESTORVEN-VOOR-FUCKING-DELTA-FORCE-2!! Maar, het is het zeker waard geweest, mannen. Ik had deze film voor geen goud willen missen. Het gevoel van nostalgie heeft me erg goed gedaan.


And remember kids: Don’t fuck with Chuck!

Zie ook mijn IMDb-lijst: 50 Nostalgic Action Movies From My Childhood – 1980-1993

The Don is Dead (1973)


‘Power built an empire. Passion destroyed it.’

Directed by:
Richard Fleischer

Written by:
Marvin H. Albert (novel & screenplay)
Christopher Trumbo (adaptation)
Michael Butler (adaptation)

Cast:
Anthony Quinn (Don Angelo), Robert Forster (Frank), Al Letteri (Vince Fargo), Frederic Forrest (Tony Fargo), Angel Tompkins (Ruby Dunne), Charles Cioffi (Orlando), Jo Anne Meredith (Marie), Barry Russo (Don Bernardo), Abe Vigoda (Don Talusso), Victor Argo (Augie the Horse)

A mob movie clearly made to capitalize on The Godfather’s success, The Don Is Dead is directed by Richard Fleischer (Conan the Destroyer) and features familiar faces from The Godfather, including Al Lettieri (Sollozzo) and Abe Vigoda (Tessio).

The screenplay is by Peter Maas, known for his mob stories like The Valachi Papers – adapted into a 1972 film starring Charles Bronson.

The plot follows Frank (a young Robert Forster), the reckless son of mob boss Don Paolo. When Paolo dies of a heart attack, his territory is divided between two rival leaders: the formidable Don Angelo (Anthony Quinn) and another Don who refuses to share. After Paolo’s funeral, a brutal mob war erupts, escalating when Frank savagely beats up Angelo’s new mistress.

While the film captures a dark, gritty atmosphere, it lacks characters the audience can root for. Without emotional investment, the endless cycle of murders and retaliations feels hollow – none of the deaths resonate. It’s not a bad movie, but beyond Anthony Quinn’s strong performance, there’s little to recommend.

Rating:

Quote:
AUGIE THE HORSE: “You must think of our groups of families as a corporation.”

Trivia:
This is the second gangster film in which Al Lettieri declares that a Don is “slippin”. The first time was about Marlon Brando’s Don Corleone in The Godfather, and now he’s talking about about Anthony Quinn’s Don Angelo.”

They Live


‘You see them on the street. You watch them on TV. You might even vote for one this fall. You think they’re people just like you. You’re wrong. Dead wrong.’

Director: John Carpenter
Written by: Ray Nelson (story), John Carpenter
Cast: Roddy Piper, Keith David, Meg Foster, George ‘Buck’ Flower

Year / Country: 1988, USA
Running Time: 90 mins.

The concept for They Live is brilliant. A drifter (wrestler Roddy Piper) discovers an underground movement. When he puts on a pair of sunglasses – produced by this movement, he finds that the world is dominated by an evil alien race. Street signs and television programmes contain hidden messages, such as ‘obey’, ‘buy’ and ‘consume’ and normal people suddenly look like monsters. The whole world is enslaved by these aliens.

The drifter finds a few allies and cooks up a plan to disrupt the alien operations. If they can turn off the signal at the source, the world will have a serious wake-up call. But the aliens are everywhere and they have human accomplices to help them. These humans sold-out their own species in return for promotions and bigger bank accounts.

In this entertaining story, director Carpenter inserted a not-so-well hidden meaning himself. People are only focussed on wealth and making more money. Thus, they are vulnerable to becoming slaves to their own greed. The humans in They Live are sedated and therefore insensitive to their surroundings, only wanting to consume more. The poor have become the unwilling worker bees for the rich.

This message runs through the film, but luckily Carpenter does not take himself too seriously. They Live is above all a fun sci-fi/action thriller with lots of tongue-in-cheek humour. Highlights are Piper’s discovery of the alien conspiracy, a ridiculous wrestling match between Piper and Keith David in an alley and the final minutes in which both aliens and humans get a big surprise.

Rating:

Biography: John Carpenter (1948, New York) was born in Carthage, New York. He attended Western Kentucky University and then USC film school in Los Angeles. While there, he started work on his feature debut Dark Star (1974). Although Carpenter has directed films in numerous other genres (dark comedy, sci-fi, romance), he is known primarily for making horror films: Halloween (1978), The Fog (1980), The Thing (1982), et cetera. He is also known as the ‘Master of Horror’ or the ‘Prince of Darkness’ (after one of his films).

Filmography (a selection): Revenge of the Colossal Beast (1962, short), Gorgo Versus Godzilla (1969, short), Dark Star (1974), Assault on Precinct 13 (1976), Halloween (1978), The Fog (1980), Escape from New York (1981), The Thing (1982), Christine (1983), Starman (1984), Big Trouble in Little China (1986), Prince of Darkness (1987), They Live (1988), Memoirs of an Invisible Man (1992), In the Mouth of Madness (1994), Village of the Damned (1995), Escape from L.A. (1996), Vampires (1998), Ghosts of Mars (2001)