Che Guevara – Held of schurk?

Che Guevara (1928 – 1967)

Toen ik in 2001 in Bangkok was, viel me voor het eerst het karakteristieke gezicht van Ernesto ‘Che’ Guevara op. Ik kende zijn naam toen nog niet, maar zijn beeltenis was moeilijk te missen. Elke winkel op Khao San Road verkocht Guevara t-shirts en toeristen liepen er massaal mee rond. Wie was deze man? Een revolutionair, zo weinig wist ik nog wel. Maar er werden ook minder fraaie dingen over hem gezegd. Bijvoorbeeld dat het een moordenaar was. Maar waarom zou dan iedereen zijn t-shirt dragen? Hoe zit het echt?

Een onverstandig besluit…
In 1967 slaagde een groep Boliviaan overheidssoldaten erin een klein groepje rebellen te arresteren. De leider was de Argentijnse socialistische rebel Che Guevara, die in de jaren 60 Fidel Castro had geholpen het Cubaanse regime van dictator Batistá omver te werpen. In de jaren daarop was Guevara het symbool geworpen van socialistisch succes.

In de zomer van 1967 was Guevara naar Bolivia gekomen om de corrupte overheid te breken. Tot zover waren zijn pogingen onsuccesvol geweest. Met zijn gevangenschap hadden de Bolivianen de kans zijn imago verwoesten door hem in een publieke rechtszaak als verliezer neer te zetten. Ze kozen er echter voor om hem te executeren en zijn dode lichaam te laten fotograferen. Een cultheld, die bereid was te sterven voor zijn idealen, was geboren.

Een korte geschiedenis van Che
Che Guevara groeide op in Rosario, de dichts gelegen stad nabij de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. De zeer intelligente Che was astmatisch en moest soms dagen in bed blijven. In die tijd verslond hij boeken (zijn vader had er zo’n 3.000) over onder andere wiskunde, filosofie, politiek en sociologie.

Het opnemen voor sociale outcasts kreeg Che er met de paplepel ingegoten. Zijn ouders waren intellectuelen die graag politieke debatten voerde. Deze basis en zijn goede stel hersenen zorgden ervoor dat Che excelleerde op school. In 1941 maakte de toen 13 jarige Che zijn eerste grote motortocht door het land. Daarna begon hij aan de hoge school waar hij opviel door zijn jonge volwassenheid, zijn openlijke afkeuring van de Katholieke kerk, en zijn Marxistische idealen.

Che Guavara 2

In deze tijd sloot hij zich aan bij de jeugdbeweging die uiteindelijk de confrontatie zou aangaan met dictator Juan Perón. In 1947 ging Guevara medicijnen studeren aan de universiteit van Buenos Aires. In deze periode gingen zijn ouders scheiden en Che trok bij zijn moeder in. Via haar leerde hij een aantal toonaangevende Argentijnse Marxisten kennen. Che’s toewijding aan zijn studie en vele buitenschoolse activiteiten leiden tot een enorme persoonlijke ontwikkeling.

Een nieuwe motortocht leidde tot het besef dat een (gewapende) revolutie nodig was in zijn land. In de zomer van 1955 zou Che tijdens een reis door Mexico Fidel Castro en zijn broer Raoul ontmoeten. Deze ontmoeting zou zijn leven veranderen. Che zou snel een rol gaan spelen in het omver werpen van het door de VS gesteunde regime van president Batistá in Cuba.

Guerrilla oorlog
Zijn ervaringen in Zuid Amerika hadden hem strijdlustig gemaakt tegen wat hij als de echte vijand beschouwde: de CIA, door de VS bestuurde conglomeraten, en Amerikaans imperialisme dat onderdrukkende regimes – zoals dat van Batistá – in stand hield. Dus sloot hij zich aan bij de guerrilla beweging van Castro. Nu kreeg hij de kans echt wat te betekenen. Met een belachelijk kleine groep rebellen drongen de Castro’s en Guevara Cuba binnen. Ze wisten de sympathie van de lokale bevolking te winnen, en met behulp van lokale hulp en intelligentie wisten ze uiteindelijk in 1959 Batistá te verslaan.

Het is gedurende deze strijd dat de twee kanten van Guevara beide maximaal zichtbaar werden, waar de titel van dit artikel op zinspeelt. De held Guevara was onbevreesd, zette zijn leven talloze keren op het spel om zijn idealen te verwezenlijken, nam het op tegen corruptie, en wist uiteindelijk een bijna onvoorstelbare overwinning te behalen.

Maar er was een keerzijde: Guevara ging gewelddadig en fanatiek te werk. Hij was gaan geloven dat gewapende revolutie het antwoord was, en deinsde er geen moment voor terug soldaten en handlangers van het bewind te doden. Ook liet hij soms guerrilla’s executeren die verdacht werden van verraad. Na de overname van de macht in Havana heeft Guevara een leidende rol gespeeld in het executeren van Batistá’s mensen.

De werkelijkheid is te complex om te kunnen spreken van held of schurk. Wie gelooft dat geweld geoorloofd is in tijden van oorlog, of bij het bestrijden van corrupte regimes, zou Guevara wellicht een held kunnen noemen. Net zoals William Wallace dat is in Braveheart wanneer hij de Engelsen in bijna onmogelijke situaties weet te verslaan. Maar kan een held iemand zijn die zonder pardon geweld gebruikt tegen vijanden die al verslagen zijn? Dat lijkt mij niet.

Een laatste puntje mag niet onvermeld blijven en dat is dat juist van deze exemplarische socialist, die consumptisme verfoeide, miljoenen t-shirts worden verkocht per jaar. Dat is ironie ten top.

Icon 25 - Stars

‘The Curse of Lono’ – Het Hawaii avontuur van Hunter S Thompson

Door Jeppe Kleijngeld

‘The banter went on for a while, then I lashed the wheel so the boat wouldn’t wander and went down for a beer. Captain Steve had crawled into the cabin and passed out on top of the ice locker. Ackerman still looked dead and he seemed to be barely breathing, so I rolled him over on his side and hung a bell around his neck so I could hear him if he started vomiting.’
– The Curse of Lono (1983)

The Curse of Lono 1

‘The Curse of Lono’ is een vreemd Gonzo avontuur dat schrijver Hunter S. Thompson begin jaren 80’ op Hawaï beleefde, samen met zijn Britse vriend en illustrator Ralph Steadman. Inderdaad, de eighties, een nieuw tijdperk voor de dokter. Hoe slaat hij zich er doorheen? Heel goed. ‘The Curse of Lono’ bevat alle gebruikelijke elementen – drank, drugs, wapens – maar voegt daar stormen, bommen, marlijnen en oude Hawaiiaanse goden aan toe. Een explosieve mix.

Het boek begint met een brief die Thompson naar zijn maatje Steadman stuurt:
Dear Ralph, I think we have a live one this time, old sport. Some dingbat named Perry up in Oregon wants to give us a month in Hawaii for Christmas and all we have to do is cover the Honolulu Marathon for his magazine, a thing called Running. . . .

Thompson geeft aan eigenlijk geen dergelijke rapportageklussen meer aan te nemen, omdat er met degelijke journalistiek geen cent meer te verdienen valt. Het is een tijd om in films te stappen, schrijft hij. Een paar jaar eerder was Thompson onderwerp van een Hollywood film getiteld ‘Where the Buffalo Roam’. Zijn laatste echte boek ‘Fear and Loathing on the Campaign Trail ’72’ was al weer 10 jaar geleden, dus het was wel weer eens tijd. In 1979 verscheen wel zijn gebundelde journalistieke werk in ‘The Great Shark Hunt’.

Thompson en Steadman nemen de opdracht dus aan en vertrekken naar Hawaii. Wie Thompson een beetje kent weet dat er van het verslaan van de marathon niet veel terecht komt. De twee vrienden vertrekken al snel naar Kona om van hun vakantie te gaan genieten. Maar het eiland wordt geteisterd door zware stormen en hun leven komt een paar keer in gevaar. Thompson, maar vooral Steadman, beschouwen het avontuur als een echte nachtmerrie (een ‘vloek’). Het duurt niet lang voordat Steadman vertrekt en Thompson achterblijft met enkele lokale mafketels en drugs freaks.

Curse of Lono 2

Naast Thompson’s vaak hilarische verhalen en beschrijvingen is het boek doorspekt met oude teksten over de geschiedenis van Hawaii, waarin de god Lono een grote rol speelt. In Hawaiiaanse mythologie is Lono de god van de vruchtbaarheid, landbouw, regen, muziek en vrede. Thompson schrijft dat hij ook god was van het overvloedige misbruik van bedwelmende middelen. Het boek bevat tevens teksten over de laatste reis van kapitein James Cook, van wie sommige Hawaiianen geloofden dat hij de teruggekeerde Lono was. Dit zou ook tot de dood van Cook hebben geleid volgens sommige verhalen.

De rest van Thompsons verblijf staat vooral in het teken van diepzeevissen; Thompson is er sterk op gebrand een marlijn te vangen, en hier slaagt hij uiteindelijk ook in. De vis slaat hij vervolgens dood met een Samoaanse oorlogsknuppel. Vervolgens gelooft Thompson dat hij zelf de gereïncarneerde Lono is en dat schreeuwt hij ook uit wanneer hij arriveert in de Baai van Kailua na het vistochtje.

‘The Curse of Lono’ is het rijkst geïllustreerde boek dat Thompson geschreven heeft. Het is dan nadrukkelijk uitgebracht als een coproductie van de twee vrienden, en Thompson stond er bij de uitgever op dat ‘dit niet zijn volgende boek’ genoemd mocht worden. En eerlijk is eerlijk: Steadman levert hier zelfs beter werk af dan Thompson met zijn voortreffelijke illustraties. Al met al is dit wederom een geslaagd Gonzo avontuur van Thompson aka Raoul Duke aka Lono.

‘King Lono was a chronic brawler with an ungovernable temper, a keen eye for the naked side of life and a taste for strong drink at all times…’

Dat van die reïncarnatie zou best eens kunnen kloppen…..

Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72

‘The nut of the problem is that covering this presidential campaign is so fucking dull that it’s just barely tolerable . . . and the only thing worse than going out on the campaign trail and getting hauled around in a booze-frenzy from one speech to another is having to come back to Washington and write about it.’
– Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72 (1973)

Fear and Loathing on the Campaign Trail 1

Het is vreemd om na ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ dit boek te lezen, omdat Thompson zich hierin bewijst als zeer serieus en bekwaam verslaggever, die presidentskandidaten interviewt, zich een expert toont in het politieke proces en bijzonder scherpe analyses maakt.

Zoals de titel aangeeft volgde Thompson in 1972 de run voor het presidentschap. Hij deed dit uiteraard in geheel eigen stijl, gebruik makend van alle vreemde journalistieke methoden mogelijk. Geen saaie politieke verslaggeving dus, maar een snelle en wilde trip vol drugs, drank, corruptie, vreemde ontmoetingen en bizarre anekdotes.

Frank Mankiewicz, de campagne manager van democratisch kandidaat George McGovern omschreef het boek dan ook gedenkwaardig als: ‘the least factual, but most accurate account of the 1972 presidential campaign.’ Met ‘least factual’ refereert hij aan de Gonzo stijl die Thompson hanteert waardoor voor de lezer het onderscheid niet duidelijk is tussen echte gebeurtenissen en verzinselen van de verslaggever. En met ‘most accurate’ complimenteert hij Thompson die een bijzonder scherp inzicht heeft in de onderliggende krachten die in de campagne speelden.

‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72’ is wel een stuk minder tijdloos dan Thompson’s andere werken. Het gaat immers om een presidentsverkiezing ruim 40 jaar terug en de kandidaten waar het om gaat zijn inmiddels allemaal al (lang) van het toneel verdwenen. Toch is het boek nog steeds de moeite waard vanwege de grensoverschrijdende stijl die Thompson gebruikt. Hij kruipt zo dicht op de huid van de campagne dat het als lezer voelt alsof je er zelf bij bent en deel van uitmaakt. En dat maakt het tot zo’n toonaangevend journalistiek werk. Het geeft diep inzicht in de werking van het Amerikaanse politieke systeem en zou een verplicht boek moeten zijn voor studenten journalistiek die de politieke kant op willen.

Hoe ging het er in ’72 aan toe, of eigenlijk in iedere Amerikaanse presidentscampagne? Om in het Witte Huis te belanden heb je als kandidaat een gigantische politieke organisatie nodig, bestaande uit toegewijde vrijwilligers die geloven in jouw idealen. De vrijwilligers moeten kiesdistricten gaan bewerken en dat is een megaklus. Ze moeten precies uitzoeken wie voor de kandidaat zijn, wie tegen en wie nog niet besloten hebben. Van de eerste groep moeten ze zorgen dat ze naar de stembus gaan. De laatste groep moeten ze overtuigen middels promotiematerialen en speeches.

Fear and Loathing on the Campaign Trail 2
Thompson met presidentskandidaat George McGovern

De verkiezingen van 1972 gingen grotendeels tussen zittend president Richard Nixon en de democratische uitdager George McGovern. Wanneer je leest hoe Thompson denkt over Nixon, ‘when the Great Scorer comes to list the main downers of our time, the Nixon inauguration will have to be ranked Number One’, kun je alleen al voorstellen hoe hij gaat reageren als Nixon wederom wint.

De voorverkiezingen van de democraten begonnen in december ’71 en het was al snel duidelijk dat ze weinig hadden in te brengen tegen Nixon. Hun beste kans was in eerste instantie Ed Muskie, een ramp volgens Thompson. Andere deelnemers waren Hubert Humphrey (die Thompson omschrijft als ‘treacherous, gutless old ward healer’) en de racistische George Wallace, die tijdens de campagne werd neergeschoten. Later in de voorverkiezing nam George McGovern het voortouw, een kandidaat die Thompson wel erg kon waarderen. In juni 72’ wint McGovern inderdaad de democratische nominatie.

Naarmate de campagne vordert wordt Thompson steeds wanhopiger; ‘I’m beginning to wonder just how much longer I can stand it: this endless nightmare of getting up at the crack of dawn to go out and watch the candidate shake hands with workers coming in for the day shift at the Bilbo Gear and Sprocket Factory, then following him across town for another press-the-flesh gig at the local slaughterhouse… then back on the bus and follow the candidate’s car through traffic for forty-five minutes to watch him eat lunch and chat casually with the folks at a basement cafeteria table in some high-rise Home for the Aged. Only a lunatic would do this kind of work: twenty-three primaries in five months; Stone drunk from dawn till dusk and huge speed-blisters all over my head. Where is the meaning? That light at the end of the tunnel?’

En dat einde kwam in november toen de race definitief in Nixon’s voordeel werd beslist. Maar voor dat gebeurde maakt Hunter nog het nodige mee. Zo test hij de befaamde Vincent Black Shadow motor, ontmaskert hij de democratische kandidaat Hubert Humphrey als Ibogaine verslaafde (een verzonnen gerucht dat Thompson naar buiten bracht en wat geloofd werd), heeft hij een 1 op 1 toilet-interview met McGovern, verdrinkt hij bijna in Miami en vliegt hij mee met het White House vliegtuig en de befaamde Zoo Plane, een secondair vliegtuig voor de politieke pers volgeladen met drank en drugs.

De campagne eindigt in mineur. Thompson is compleet uitgeblust en zijn kandidaat McGovern verliest dik van Nixon met maar liefst 23 procentpunten verschil. Waar McGovern de fout in is gegaan is de benoeming van zijn vice-president. In eerste instantie koos hij Thomas Eagleton, maar die kwam al snel in de media met een psychiatrisch verleden (Eagleton had geleden aan depressies en had naar verluid shockbehandelingen ondergaan). McGovern zei eerst 100 procent achter zijn vice-president te staan, maar door alle druk die op hem werd gezet, verving hij uiteindelijk toch Eagleton voor Sargent Shriver. McGovern, die populair werd vanwege zijn anti-politieke instelling en anti-Vietnam oorlog standpunt, verloor hierdoor het respect van zijn kiezers, volgens Thompson’s analyse. Vooral bij de belangrijke jeugdige stemmers.

En dus moest Thompson accepteren dat hij nog vier jaar langer Nixon moest verdragen. Toch geeft hij te kennen in 1976 wel weer op pad te willen gaan voor de campagne. Hij is een political junky voor wie een presidentscampagne de best mogelijke opdracht is. Door zijn verslaggeving van deze campagne – dat vaak als zijn beste werk wordt beschouwd – werd hij echter zo bekend dat nogmaals als journalist deelnemen zinloos geweest zou zijn. Iedere politicus zou weglopen als ze hem zouden zien aankomen.

Zijn uiteindelijke analyse van het politieke proces luidt als volgt; ‘We’ve come to a point where every four years the national fever rises up – this hunger for the saviour, the white knight – and whoever wins becomes so immensely powerful, like Nixon is now, that when you vote for President today you’re talking about giving a man dictatorial power for four years. I think it might be better to have the President sort of like the King of England – or the Queen – and have the real business of presidency conducted by . . . a City Manager-type, a Prime Minister, somebody who’s directly answerable to Congress rather than a person who moves all his friends into the White House and does whatever he wants for four years. The whole framework of the presidency is getting out of hand. You almost have to be a rock star to get the kind of fever you need to survive in American politics.’

Zijn vrouw Anita Thompson schrijft in haar ode aan Hunter ‘The Gonzo Way’ dat Thompson de rest van zijn leven gezocht heeft naar een kandidaat met dezelfde principes als McGovern, die het wel tot in Het Witte Huis zou schoppen. Hij heeft deze kandidaat nooit gevonden.

Four more years… Four more years… Four more years… Four more years… Four more years…

Icon 17 - Unicorn

Politieke issues waar de wereld echt om draait

Uit de stemwijzer voor de Europese verkiezingen die ik afgelopen week heb ingevuld kwam tot mijn verassing (want nooit van gehoord): ‘ikkiesvooreerlijk.eu’, op de voet gevolgd door de meer usual suspects GroenLinks, PvdA en D66. Toch stem ik straks op een andere partij, namelijk Partij voor de Dieren.

De reden is simpel; ik stem dit keer met mijn hart. De Partij voor de Dieren heeft me als enige partij echt weten te raken met hun verkiezingscampagne. Ik was bijzonder getroffen door hun video, en hun verkiezingsprogramma overtuigde me dat ze hele goede standpunten innemen met de nadruk op de juiste onderwerpen. Namelijk:

1. Gezonde landbouw, duurzaam voedsel;
2. Meer natuur;
3. Binnen de draagkracht van de aarde;
4. Grenzen aan diergebruik;
5. De crisis als kans;
6. Een rechtvaardig Europa.

Het is heel simpel, op een planeet waarin deze onderwerpen te weinig aandacht krijgen – wat momenteel gebeurt – valt binnen de kortste keren niet meer normaal te leven door zowel mens en dier. Dat is geen zweverig, geitenwollensokkengelul, maar bikkelharde realiteit. Het roer moet dus om, aldus de partij. Een nieuwe koers voor Europa, een ándere Europese samenwerking die gericht is op de verwezenlijking van idealen: duurzaamheid, mededogen, vrijheid en verantwoordelijkheid. In zo’n samenwerking trekken landen zich aan elkaar op om te komen tot een betere samenleving, in harmonie met de leefomgeving. Dit kan alleen als we economische groei niet langer beschouwen als heilige graal, maar juist werken aan het verkleinen van onze ecologische voetafdruk.

Europese Verkiezingen 2

Nou ben ik het niet op alle punten met de partij eens. Zo ben ik wel voor uitbreiding van de EU. Maar dat maakt niet uit. Partij voor de Dieren stelt de issues aan de kaak waar het echt om draait. Als ik af en toe naar de radio luister, denk ik; ‘waar hebben we het nou eigenlijk over? Waar maken we ons druk om?’ De Partij voor de Dieren zet dieren bovenaan de agenda, en richt zich verder op dé enige politieke issues die op lange termijn echt tellen.

Tot slot nog de belangrijke vraag: kan een nu nog kleine partij als de Partij voor de Dieren werkelijk een verschil maken in Europa? Het antwoord in hun programma: Jazeker! In de Tweede Kamer heeft de Partij voor de Dieren al bewezen met twee zetels buitenproportioneel veel invloed te hebben op het debat en zo verandering in gang te zetten. Zo zal het ook gaan in Europa. Ook daar zal de Partij voor de Dieren problemen aan de kaak stellen waar niemand anders het over heeft. Als de haas in de marathon zullen we anderen stimuleren, inspireren en uitdagen om harder te lopen dan ze voor mogelijk hielden. Alleen een buitengewone partij als de Partij voor de Dieren kan met haar onconventionele acties, stoutmoedige voorstellen en tegendraadse geluid de zaak opschudden.

We zijn zeer kritisch op Brussel, maar op een constructieve manier. Groene eurokritiek is een nieuw fenomeen dat niet voortkomt uit nationalisme of eigenbelang, maar uit het algemene belang van duurzaamheid en mededogen. Met een groene hefboom is ook de Europese Unie in beweging te krijgen.

Er is een wereld te winnen.