De hersenen en creativiteit

Quizvraag

Op welke van deze drie plaatjes staat een pagaai?

Patronen spotten

De kans is groot dat je niet doorhad dat er ‘pagaai’ staat in plaats van ‘papagaai’. Dat komt omdat de hersenen in patronen denken. Nog een voorbeeld, los de volgende opgave op. Je mag alles invullen wat je maar wilt:

12 + 9 =

De kans is groot dat je voor een getal hebt gekozen, zoals 14 of 39, maar waarom niet wasmachine of pizza? Je mocht immers alles invullen. Nogmaals, de hersenen denken in patronen.

Tot slot, dit kun je pirma lzeen wnat het gaat eorm dta de eretse ne lataste lteter amar kpolpen. Oko huiriet bjklit dta ej hreesnen ni paontren deeknn.

De hersenen werken razendsnel, en dat is soms maar goed ook. Wanneer je op safari een leeuw ziet moet je meteen gaan rennen. Als het dan toch een kat blijkt te zijn, is niet erg. Maar we oordelen ook snel in situaties waar dat eigenlijk niet zo handig is. Bijvoorbeeld bij innovatie. Als we daar te snel oordelen is dat zonde.

Innoveren kost moeite. Je wilt zo weinig mogelijk energie besteden. Dat komt omdat we innoveren met ons bewuste brein, en ons bewuste brein heeft maar 60 bits per seconde te besteden. Daarom voel je nu niet je rug terwijl je dit artikel leest. Als je op je rug gaat letten kun je je weer minder concentreren op het lezen. Het onderbewuste verwerkt 11.200.000 bits per seconde. Dat halen robots nog bij lange na niet…

Wanneer je dus bij iemand anders inspeelt op 60 bits, moet je rekening houden met de beperkte capaciteit. Bijvoorbeeld als je informatie deelt, keep it simple. Als je jouw website inricht, licht er dan slechts één product uit en niet 20 tegelijk.

Wanneer je iemand wilt beïnvloeden, moet je juist inspelen op het onbewuste brein. Tim Krul deed dat bij de penaltyreeks tegen Costa Rica. Hij ging steeds wandelen aan de linkerkant van het doel, zodat in het brein van zijn tegenstander het idee werd geprogrammeerd dat de rechterhoek vrij was.

Als je creatief wilt performen heb je die 60 bits per seconde hard nodig, dus dan moet je alle afleidingen verwijderen (internet, telefoons) en helemaal voor het creatieve proces gaan. Je brein heeft een kwartier nodig om in de creatieve flow te komen, dus neem de tijd. Wat je nog meer nodig hebt voor creativiteit is dopamine. De hoeveelheid dopamine neemt na je 30ste echter af. Daarom bereikte veel wereldberoemde artiesten tussen hun 20ste en 30ste hun hoogtepunt, denk aan The Beatles, The Rolling Stones, The Doors en Guns N’ Roses.

Als je ouder bent, zul je cocaïne moeten gebruiken en enorm veel moeten zuipen om datzelfde niveau aan creativiteit te kunnen halen.

De hersenen en effectief werken

Effectief werken en de hersenen

In een recente radiouitzending van NPO’s ‘De kennis van nu’ praatte Coen Verbraak met neuropsychiater, coach en consultant Theo Compernolle.

Compernolle begon zijn loopbaan als kinderpsychiater en promoveerde aan de UvA op onderzoek naar stress bij middelbare scholieren. Tegenwoordig is hij consultant en coach bij onder meer IKEA, de Rabobank, vele ministeries, Heineken en KPN.

De hersenen
Mensen hebben in feite drie hersengedeelten. Dat zijn geen afgebakende gebieden, maar eerder samenwerkende netwerken. Het reflexbrein verwerkt razendsnel informatie zodat we snel acties kunnen ondernemen. Dit brein ligt het dichtste bij dieren en gaat 600 miljoen jaar terug in de evolutie. Met ons nadenkbrein onderzoeken we, reflecteren we en kunnen we objectief onze mening vormen en beslissingen nemen. Het archiveringsbrein gebruiken we om informatie op te slaan in ons zeer uitgebreide geheugen.

Belangrijk om te weten is dat schakelen tussen de breinfuncties energie kost. En elke keer dat je gestoord wordt, of je jezelf afleidt met een mailtje, een app, een post of een tweet, kost je dat veel energie. Bij welk gedrag in de huidige tijd levert dat ineffectiviteit op?

Altijd online zijn
75 procent van de iPads bevatten coli bacteriën die alleen maar van een toilet afkomstig kunnen zijn. Kortom, zelfs tijdens een toiletbezoek zijn mensen tegenwoordig online. En altijd online zijn is bijzonder ineffectief voor de hersenen, aldus Theo Compernolle. Tijdens deze momenten heeft het reflexbrein juist even ruimte nodig om informatie te verwerken. ‘Even niks doen’ is dus zeer effectief, een broodje eten achter het scherm is zeer ineffectief.

Multi-tasken
Mensen kunnen niet multi-tasken, stelt Compernolle, omdat wanneer je brein bezig is met een taak, en je die onderbreekt, deze omschakeling veel energie kost. Continu wisselen tussen e-mail, een stuk schrijven, praten met een collega, bestanden managen in de cloud, en een WhatsApp beantwoorden, kost dus bergen energie.

Slaaptekort
Slaaptekort is ook funest, omdat je archiveringsbrein gedurende de eerste helft van de nacht je ervaringen van de dag verwerkt en het tweede deel van de nacht je dossiers voor de volgende dag voorbereid. De meeste mensen die wakker worden grijpen meteen hun mobiel en gaan Facebook berichten lezen. Daar gaat de goede voorbereiding die je brein voor je had gedaan…

Maak werken plezierig voor het brein
Hoe moet het wel? Verdeel alles in tijdsbrokken. Check pas om 10 uur je mail, en begin de dag met je belangrijkste taak. Dan wordt je zo 50 procent effectiever. Ook social media gebruik moet in brokken. Maximaal 4 keer per dag. Er zijn steeds meer mensen die verslaafd zijn aan social media zoals aan heroïne. De verschijnselen zijn precies hetzelfde, zoals een paniekaanval als je zonder mobiel komt te zitten. Dat komt omdat je voortdurend boodschappen krijgt toegezonden die wel interessant zijn, maar niet relevant zijn voor wat je aan het doen bent.

Als je aan een belangrijke taak begint, zet dan je mail uit, je telefoon uit, hang een bord ‘niet storen’ op voor collega’s (‘om 11:00 ben ik weer aanspreekbaar’) en werk onafgebroken aan je taak gedurende die tijd. Neem daarna een pauze voordat je aan je volgende taak begint. Dit vinden je hersenen fijn en je beloning is: meer effectiviteit.

Deze blog schreef ik trouwens terwijl ik eigenlijk een interview aan het uitwerken was en mijn mail aan het checken. Ik heb zelf nog veel te leren….

Empathie

Sociopathen en psychopaten voelen geen empathie. En als je dat zielig voor ze vindt heb je misschien wel teveel empathie.

Empathie is een emotie. Je voelt met een ander mee. Het is anders dan een rationele gedachte, zoals; ‘ik kan me wel in haar verplaatsen.’

Nog een kenmerk van empathie is dat het in eerste instantie voor het individu gevoeld wordt, en niet voor een groep. Anders zouden de meeste mensen wel meer voelen voor de volken die te kampen hebben met hongernoden en genociden – en die empathie vervolgens omzetten in actie. Empathie begint bij een persoon, en kan vervolgens uitgroeien tot empathie voor de groep waar die persoon tot behoort. Als een olievlek.

Oskar Schindler voelde bijvoorbeeld geen empathie voor het vervolgde Joodse volk in ‘Schindler’s List’. Dat veranderde toen hij het meisje met het rode jasje zag. Daar voelde hij wel empathie voor en dat groeide uit in empathie voor de groep. Toen is hij in actie gekomen.

Empathie 1

Empathie 2

Dit is een belangrijk gegeven voor bijvoorbeeld politici. Als ze vertellen wat een gewijzigd beleid gaat betekenen voor ‘10.000 Nederlanders’ zal dat in eerste instantie weinig empathie opwekken bij mensen die niet tot die groep behoren. Vertelt hij over het gezin, met een gehandicapte dochter, die moeten rondkomen van een schamele 400 euro, verandert dat.

Ook goede doelen kunnen profiteren voor deze kennis, wanneer ze geld willen inzamelen voor een land of regio. Licht er een individu uit, en er gebeurt wat…

#####################

Dit verhaal kreeg een triest vervolg op 2 september 2015.

Empathie is een emotie die de meeste mensen niet kunnen voelen voor groepen, maar alleen voor individuen. Ik ken iemand die dat wel kan: Loesje. Ze had het al over het helpen van vluchtelingen lang voordat Aylan’s lichaam aanspoelde op een Turks strand.

De meeste mensen, waaronder ik, zijn meer zoals Oscar Schindler, die in eerste instantie niets deed om het joodse volk te helpen totdat hij medelijden voelde voor het meisje in de rode jas, en door haar met de hele groep waar ze tot behoorde.

SCHINDLER'S LIST (1993) OLIWIA DABROWSKA STEVEN SPIELBERG (DIR) 025 MOVIESTORE COLLECTION LTD

Intuïtief versus aandachtig nadenken

Beantwoord de volgende vraag:
– Hoeveel van iedere diersoort nam Mozes mee in zijn Ark?

Lees de vraag nu met bewuste aandacht en het zal opvallen dat niet Mozes een Ark had, maar Noah. Dit is de Mozes illusie: doordat er gesproken wordt over een Ark wordt een Bijbelse context geschetst, waardoor het verwisselen van de ene Bijbelse naam voor de andere niet opvalt. Als er Obama had gestaan, had je dit direct gedetecteerd.

Los nu het volgende probleem op:
– 17 X 24

Je herkent dat dit een vermenigvuldigingsvraag is en hebt wel een idee waar het antwoord ongeveer moet liggen, maar je kunt waarschijnlijk niet met zekerheid zeggen dat het antwoord niet 568 is. Het uitrekenen van het antwoord uit het hoofd kost moeite.

Twee systemen
Je hebt zojuist kennisgemaakt met de twee systemen van denken die Daniel Kahneman onderscheid in zijn boek ‘Thinking, Fast & Slow’.

Systeem 1 opereert automatisch en snel, met weinig tot geen moeite, en geen gevoel van vrijwillige controle. Dit is thinking fast.

Systeem 2 stuurt aandacht naar mentale activiteiten die moeite kosten. De operaties van systeem 2 worden vaak geassocieerd met de subjectieve ervaring van agentschap, keuze en concentratie. Dit is thinking slow.

Er bestaan niet echt twee systemen in de geest, maar Kahneman gebruikt ze als ‘taalinstrument’ om uit te leggen hoe we oordelen vormen, keuzes maken en beslissingen nemen.

Wanneer dingen over het algemeen goed gaan, kunnen we vertrouwen op systeem 1. Gebeurt er iets dat aandacht vereist komt systeem 2 in actie. Lees bijvoorbeeld de volgende drie statements: ‘New York is een grote stad in de Verenigde Staten’, ‘De maan draait om de aarde’, ‘Een kip heeft vier poten’. Bij het lezen van de stellingen haalde je associatieve machine veel informatie op om de stellingen te beoordelen. Je wist snel dat de eerste twee stellingen waar waren en de laatste niet. Observeer echter dat de stelling ‘een kip heeft drie poten’ duidelijker verkeerd is dan ‘een kip heeft vier poten’. Je oordeel wordt vertraagd omdat je associatieve machine vaststelt dat veel dieren vier poten hebben, en dat supermarkten vaak kippenpoten in een pak van vier aanbieden. Systeem 2 was betrokken bij het checken van die informatie om tot het uiteindelijke oordeel te komen.

Thinking, Fast & Slow

Los nu de volgende puzzel op door volledig naar je intuïtie te luisteren:
– Een honkbalknuppel en bal kosten samen €1,10.
– De knuppel kost €1,00 meer dan de bal.
– Hoeveel kost de bal?

Het antwoord dat direct in je opkwam is natuurlijk €0,10, maar dat zou betekenen dat de totale kosten van de knuppel en bal op €1,20 uitkomen (€0,10 voor de bal en €1,10 voor de knuppel). Het goede antwoord is €0,05. Duizenden studenten op Harvard, MIT en Princeton hebben deze vraag beantwoord en meer dan 50 procent gaf het intuïtieve – verkeerde – antwoord. Een terugkerend thema van het boek ‘Thinking, Fast & Slow’ is dat mensen te veel vertrouwen op hun intuïties en cognitieve inspanningen tenminste enigszins onprettig vinden.

Kortom, systeem 2 kan getypeerd worden als lui. De belangrijkste functie van systeem 1 is het onderhouden en updaten van het model van jouw persoonlijke wereld, en wat daarin normaal is. Als je het woord ‘tafel’ hoort weet je dat de hoogte niet 5 meter is en dat hij minder dan 25 poten heeft. We hebben normen voor vele categorieën en die vormen de achtergrond voor de onmiddellijke detectie van anomalieën, zoals zwangere mannen en honden zonder staarten.

De oorsprong van ons denksysteem is terug te leiden naar onze jungle bewonende voorouders die een gezonde angst hadden voor al het ongewone, zodat ze meteen wisten of ze moesten vluchten, vechten of door konden gaan met ‘business as usual’. Systeem 1 is daarmee een cruciaal overlevingsinstrument waarmee we ons voortdurend afvragen: hoe gaat het? Is er een bedreiging of een grote kans? Is alles normaal? Moet ik benaderen of ontwijken? Deze denkpatronen zijn ook in de moderne wereld nog net zo actief als in de jungle van onze voorouders.

Beslissingen nemen
Wat kunnen we in de praktijk met deze kennis over twee manieren van denken? Het belangrijkste is dat hoewel het intuïtieve systeem 1 functioneert als een bijzonder efficiënte associatieve supercomputer, het toch verkeerd kan gaan bij het nemen van beslissingen. Systeem 1 simplificeert complexe informatie om de wereld om ons heen te begrijpen. Ook negeert systeem 1 statistieken en de rol van toeval in situaties. Bij het nemen van beslissingen – zeker wanneer er veel op het spel staat – is het daarom cruciaal om ook systeem 2 te betrekken.

Bijvoorbeeld, één op de drie huwelijken eindigt in een scheiding, maar niemand die gaat trouwen zal denken dat dit ook voor zijn/haar huwelijk zal gelden. Hetzelfde geldt voor zakelijke beslissingen: 60 procent van nieuwe restaurants is drie jaar later weer gesloten, maar dat weerhoudt horeca ondernemers er niet van het te proberen.

Natuurlijk is veel vertrouwen in ons vermogen om de juiste beslissingen te nemen gegrond. Echter, bij beslissingen waar veel op het spel staat is het verstandig de aandacht van het luie systeem 2 te richten op de vraag in plaats van blind te varen op het te snel oordelende systeem 1. In ‘Thinking, Fast & Slow’ toont Kahneman met een groot aantal onderzoeken en voorbeelden aan hoe onze geest werkt en waar het mis kan gaan. Dat deze kennis grote economische consequenties heeft, blijkt uit het feit dat Kahneman als enige niet-econoom de Nobelprijs voor de economie heeft gewonnen.