Antifragiel (over dingen die sterker worden van volatiliteit)

antifragiel-3

Een van de belangrijkste denkers van onze tijd (lees ook De Zwarte Zwaan) komt met een boek over een onderwerp dat de mensheid zo vreemd is dat er niet eens een woord voor bestaat of liever gezegd bestond. Antifragiel, oftewel het tegenovergestelde van fragiel, gaat over dingen die sterker worden van schokken, volatiliteit en chaos. Zoals de evolutie van de mensheid, computersystemen die worden aangevallen door hackers, bacteriën, immuunsystemen, terrorisme, informatie en sommige politieke systemen. Een belichaming van antifragiel is het monster Hydra uit Griekse mythologie dat er voor elke kop die er wordt afhakt twee hoofden bijkrijgt; hij houdt van pijn.

Een porseleinen vaas die op een plank in je huis staat is fragiel. Het houdt absoluut niet van schokken en volatiliteit. Dat komt omdat het gevoelig is voor non-lineaire effecten. Bijvoorbeeld, één keer vallen van drie meter heeft een groter effect op de vaas dan 300 keer vallen van één centimeter. Net zoals dat een groot rotsblok dat op je hoofd valt meer schade aanricht dan wanneer 1000 kiezelsteentjes met bij elkaar hetzelfde gewicht dat zouden doen. Stel dat de vaas van rubber is, dan is hij robuust geworden. Of hij nou van één of 100 meter valt, de impact is hetzelfde. En wat is dan een vaas die antifragiel is? Deze vaas zou van elke grote schok mooier en steviger worden.

Deze effecten kun je gebruiken om vast te stellen wat in onze omgeving fragiel is. En dat moeten we weten om geen sucker te zijn. Dat hebben we al geleerd van het personage Fat Tony in De Zwarte Zwaan, en in Antifragiel maakt hij zijn comeback. Hij was zelf geen sucker doordat hij voor de bankencrisis van 2008 zag dat iedereen om hem heen in New York dat wel was; ze deden allemaal hetzelfde en waren fragiel geworden voor een extreme gebeurtenis (geen Zwarte Zwaan, want als je een brokkenpiloot in een cockpit zet weet je dat vroeg of laat het vliegtuig zal crashen). Fat Tony wist genoeg om zwaar in te zetten tegen het financiële systeem en rijk te worden. Een simpele formule om vast te stellen wat fragiel is, is kijken naar convexiteitseffecten. Bijvoorbeeld, wil je weten of een gebied gevoelig is voor files? Stel dat er bij 100.000 auto’s 10 minuten vertraging is en bij 110.000 auto’s 40 minuten vertraging. Dan weet je genoeg.

De evolutie houdt van verstoringen. En ontdekkingen, in bijvoorbeeld wetenschap of ondernemerschap, houden er ook van. Een continu proces van knutselen zonder grote, fatale fouten (of Zwarte Zwaan-gebeurtenissen). Zo hebben luchtvaartmaatschappijen zoveel geleerd over crashes dat ze nu bijna uitgebannen zijn. Voor het individu (of in dit geval het individuele vliegtuig) pakt dit minder goed uit. Een opoffering om het systeem sterker te maken. Net als een proefpatiënt die sterft aan een behandeling, maar zijn doctoren daar heel veel mee leert.

antifragiel-1

Mensen houden niet van willekeur (‘randomness’). Bijvoorbeeld, veel mensen zijn bang voor (fatale) ziektes en zouden vaker gecheckt willen worden. Dit brengt het risico van overmatig ingrijpen met zich mee. Wil je iemand vermoorden? Geeft hem een privé arts, suggereert Taleb. Kijk naar Michael Jackson met al zijn pillen. Met teveel interventie halen we de willekeur weg uit het leven en worden we fragiel. Daar gebruikt de risico-expert en filosoof de metafoor van het Procrustesbed voor. Procrustes was een sadistische herbergier die eiste dat zijn gasten precies in het bed pasten: van degenen die te lang waren, hakte hij ledematen af en degenen die te klein waren, rekte hij uit.

Vanwege onze angst voor willekeur hebben we in de samenleving ook de neiging om Procrustesbedden te creëren. Als je de randomness weghaalt ontstaan er extreme risico’s (Zwarte Zwanen) onder het oppervlakte. In het geval van teveel medische check-ups is dat wellicht een dodelijk virus dat de mensheid om zeep helpt. Zonder blootstelling aan willekeur worden dingen fragieler. Het is een bouwsteen van het succes van de evolutie. Evolutie kan niet zonder. Daarom is Taleb tegen medisch ingrijpen wanneer een patiënt dicht tegen gezondheid aanzit. Moeder natuur is dan de beste dokter. Daarentegen; als de patiënt dicht tegen de dood aanzit is Taleb voor heftig ingrijpen; negatieve effecten wegen dan op tegen de mogelijke genezing. De farmaceutische industrie zou zich volgens hem puur moeten richten op extreme gevallen en niet met het pushen van dokters om generieke medicijnen voor te schrijven. Dat doet meer kwaad dan goed. Hetzelfde geldt voor overmatige hygiëne: hygiëne over een bepaald punt heen is het ontkennen van het antifragiele.

Informatie is ook antifragiel. Noem een boek schadelijk of schandalig en je maakt het sterker; meer mensen zullen er benieuwd naar worden. Of sla als schrijver eens een criticus in elkaar tijdens een boekbespreking. De headlines zullen de verkoop van je boek geen kwaad doen. Genen zijn ook informatie, dus door die door te geven maak je het systeem antifragieler (dit kan ook door te schrijven). Taleb walgt dan ook van de ideeën van Mr. Ray Kurzweil over onsterfelijkheid. Ik ben er niet om eeuwig te leven als een ziek oud dier, schrijft hij. Zoals de ancients zich opofferden voor volgende generaties moeten wij dat ook doen. Maak ruimte voor anderen door dood te gaan. De antifragiliteit van het systeem is afhankelijk van de sterfelijkheid van de componenten. Helaas ziet hij in onze wereld een tegenovergestelde beweging; we zadelen volgende generaties met schulden op om onze decadente levensstijl voort te zetten.

Tijd is ook een stressfactor net als chaos en volatiliteit dat zijn. Hoe langer de porseleinen vaas bestaat, hoe langer hij blootgesteld wordt aan de kans op impactvolle schokken. Tijd kan daarom een test zijn hoe fragiel/antifragiel iets is. Hoe langer iets bestaat (levende wezens en porseleinen vazen niet meegerekend), hoe langer ze nog zullen bestaan. Een boek van dit jaar zal volgend jaar niet meer gelezen worden. Een boek van 50 jaar oud zal nog 50 jaar meegaan. Dat is de reden dat we nog steeds op stoelen zitten en eten met bestek; deze dingen bestaan al duizenden jaren en zullen nog duizenden jaren bestaan. Wil je weten hoe de toekomst eruit ziet? Kijk naar het verleden. En drink alleen dranken die de tand des tijds doorstaan hebben; wijn, water en koffie.

Antifragiel bevat uiteraard ook Taleb’s gebruikelijke beledigingen aan het adres van beleidsmakers, economen en bankiers. Zijn vermeende arrogantie heeft hem vele tegenstanders opgeleverd, maar – volgens zijn eigen ideeën over antifragiliteit – heeft dat de verkoop van zijn boeken geen kwaad gedaan. Antifragiel is zonder twijfel een intellectueel hoogtepunt in de hedendaagse literatuur. Taleb pleit voor het herontwerpen van onze samenlevingen in antifragiele systemen, die – in tegenstelling tot onze huidige maatschappij – bestand zijn tegen Zwarte Zwaan-gebeurtenissen, onvoorspelbare gebeurtenissen met een enorme impact, die in de huidige complexe wereld steeds vaker zullen voorkomen. Met Antifragiel heeft Taleb zijn vierdelige Incerto(onzekerheid)-serie (verder bestaande uit Misleid door Toeval, De Zwarte Zwaan en Het Bed van Procrustes) afgesloten.

Jeppe Kleyngeld, 2016

antifragiel-2

Intuïtief versus aandachtig nadenken

Beantwoord de volgende vraag:
– Hoeveel van iedere diersoort nam Mozes mee in zijn Ark?

Lees de vraag nu met bewuste aandacht en het zal opvallen dat niet Mozes een Ark had, maar Noah. Dit is de Mozes illusie: doordat er gesproken wordt over een Ark wordt een Bijbelse context geschetst, waardoor het verwisselen van de ene Bijbelse naam voor de andere niet opvalt. Als er Obama had gestaan, had je dit direct gedetecteerd.

Los nu het volgende probleem op:
– 17 X 24

Je herkent dat dit een vermenigvuldigingsvraag is en hebt wel een idee waar het antwoord ongeveer moet liggen, maar je kunt waarschijnlijk niet met zekerheid zeggen dat het antwoord niet 568 is. Het uitrekenen van het antwoord uit het hoofd kost moeite.

Twee systemen
Je hebt zojuist kennisgemaakt met de twee systemen van denken die Daniel Kahneman onderscheid in zijn boek ‘Thinking, Fast & Slow’.

Systeem 1 opereert automatisch en snel, met weinig tot geen moeite, en geen gevoel van vrijwillige controle. Dit is thinking fast.

Systeem 2 stuurt aandacht naar mentale activiteiten die moeite kosten. De operaties van systeem 2 worden vaak geassocieerd met de subjectieve ervaring van agentschap, keuze en concentratie. Dit is thinking slow.

Er bestaan niet echt twee systemen in de geest, maar Kahneman gebruikt ze als ‘taalinstrument’ om uit te leggen hoe we oordelen vormen, keuzes maken en beslissingen nemen.

Wanneer dingen over het algemeen goed gaan, kunnen we vertrouwen op systeem 1. Gebeurt er iets dat aandacht vereist komt systeem 2 in actie. Lees bijvoorbeeld de volgende drie statements: ‘New York is een grote stad in de Verenigde Staten’, ‘De maan draait om de aarde’, ‘Een kip heeft vier poten’. Bij het lezen van de stellingen haalde je associatieve machine veel informatie op om de stellingen te beoordelen. Je wist snel dat de eerste twee stellingen waar waren en de laatste niet. Observeer echter dat de stelling ‘een kip heeft drie poten’ duidelijker verkeerd is dan ‘een kip heeft vier poten’. Je oordeel wordt vertraagd omdat je associatieve machine vaststelt dat veel dieren vier poten hebben, en dat supermarkten vaak kippenpoten in een pak van vier aanbieden. Systeem 2 was betrokken bij het checken van die informatie om tot het uiteindelijke oordeel te komen.

Thinking, Fast & Slow

Los nu de volgende puzzel op door volledig naar je intuïtie te luisteren:
– Een honkbalknuppel en bal kosten samen €1,10.
– De knuppel kost €1,00 meer dan de bal.
– Hoeveel kost de bal?

Het antwoord dat direct in je opkwam is natuurlijk €0,10, maar dat zou betekenen dat de totale kosten van de knuppel en bal op €1,20 uitkomen (€0,10 voor de bal en €1,10 voor de knuppel). Het goede antwoord is €0,05. Duizenden studenten op Harvard, MIT en Princeton hebben deze vraag beantwoord en meer dan 50 procent gaf het intuïtieve – verkeerde – antwoord. Een terugkerend thema van het boek ‘Thinking, Fast & Slow’ is dat mensen te veel vertrouwen op hun intuïties en cognitieve inspanningen tenminste enigszins onprettig vinden.

Kortom, systeem 2 kan getypeerd worden als lui. De belangrijkste functie van systeem 1 is het onderhouden en updaten van het model van jouw persoonlijke wereld, en wat daarin normaal is. Als je het woord ‘tafel’ hoort weet je dat de hoogte niet 5 meter is en dat hij minder dan 25 poten heeft. We hebben normen voor vele categorieën en die vormen de achtergrond voor de onmiddellijke detectie van anomalieën, zoals zwangere mannen en honden zonder staarten.

De oorsprong van ons denksysteem is terug te leiden naar onze jungle bewonende voorouders die een gezonde angst hadden voor al het ongewone, zodat ze meteen wisten of ze moesten vluchten, vechten of door konden gaan met ‘business as usual’. Systeem 1 is daarmee een cruciaal overlevingsinstrument waarmee we ons voortdurend afvragen: hoe gaat het? Is er een bedreiging of een grote kans? Is alles normaal? Moet ik benaderen of ontwijken? Deze denkpatronen zijn ook in de moderne wereld nog net zo actief als in de jungle van onze voorouders.

Beslissingen nemen
Wat kunnen we in de praktijk met deze kennis over twee manieren van denken? Het belangrijkste is dat hoewel het intuïtieve systeem 1 functioneert als een bijzonder efficiënte associatieve supercomputer, het toch verkeerd kan gaan bij het nemen van beslissingen. Systeem 1 simplificeert complexe informatie om de wereld om ons heen te begrijpen. Ook negeert systeem 1 statistieken en de rol van toeval in situaties. Bij het nemen van beslissingen – zeker wanneer er veel op het spel staat – is het daarom cruciaal om ook systeem 2 te betrekken.

Bijvoorbeeld, één op de drie huwelijken eindigt in een scheiding, maar niemand die gaat trouwen zal denken dat dit ook voor zijn/haar huwelijk zal gelden. Hetzelfde geldt voor zakelijke beslissingen: 60 procent van nieuwe restaurants is drie jaar later weer gesloten, maar dat weerhoudt horeca ondernemers er niet van het te proberen.

Natuurlijk is veel vertrouwen in ons vermogen om de juiste beslissingen te nemen gegrond. Echter, bij beslissingen waar veel op het spel staat is het verstandig de aandacht van het luie systeem 2 te richten op de vraag in plaats van blind te varen op het te snel oordelende systeem 1. In ‘Thinking, Fast & Slow’ toont Kahneman met een groot aantal onderzoeken en voorbeelden aan hoe onze geest werkt en waar het mis kan gaan. Dat deze kennis grote economische consequenties heeft, blijkt uit het feit dat Kahneman als enige niet-econoom de Nobelprijs voor de economie heeft gewonnen.

Een kleine geschiedenis van het internet door Dr. J.H. Kash

We vinden het de normaalste zaak van de wereld, maar aan het begin van het millennium gebruikte nog maar weinig mensen het wereldwijde web. Ik ben een laatbloeier. Pas in 2001 – toen ik drie maanden op reis ging naar Thailand – ben ik voor het eerst gebruik gaan maken van e-mail. Daarvoor boeide het me sowieso weinig. Die eerste tergend langzame en lawaaierige verbindingen naar de vroegere amateuristische webpagina’s deden niet vermoeden dat dit een uitvinding was die de wereld compleet zou gaan veranderen. Hoe is dat zo gekomen?

Het internet is de benaming voor een zeer groot, de hele aarde omspannend openbaar netwerk van computernetwerken. Naast het World Wide Web (WWW) vallen diensten als e-mail, VoIP, FTP en Usenet eronder. Het WWW bestaat uit een aantal technische afspraken voor het wereldwijd over het internet aanbieden en verbinden van allerhande documenten en computertoepassingen evenals de verzameling documenten en toepassingen die wereldwijd volgens dit systeem over het internet worden aangeboden. Het internet maakt gebruik van standaard protocollen, die verschillende typen computers met verschillende software toch in staat stelt te communiceren.

De grondleggers van het WWW zijn de Britse informaticus Tim Berners-Lee en zijn toenmalige manager, de Belg Robert Cailliau (al is de bijdrage van laatste mij niet helemaal duidelijk geworden). Zij werkten in 1989 voor CERN, een Europese organisatie die fundamenteel onderzoek doet naar elementaire deeltjes. Het doel van het WWW was om de informatie-uitwisseling te vergemakkelijken tussen de wetenschappers die samenwerken in de veelal internationale projecten van CERN. Via WWW konden zij in een wiki-achtige omgeving projectdocumentatie en andere informatie aanmaken, delen en bijhouden.

Het oorspronkelijke WWW-logo

Het oorspronkelijke WWW-logo

In 1990 schreef Berners-Lee het the Hypertext Transfer Protocol (HTTP) – de taal die computers zouden gebruiken om hypertext documenten te communiceren over het internet heen. Ook ontwierp hij een schema om documenten adressen te geven op internet. Deze adressen noemde hij Universal Resource Identifiers (URI’s), een naam die later zou veranderen in URL – Uniform Resource Locators. Eind 1990 had hij tevens een browser (cliënt programma) ontwikkeld waarmee men hypertext documenten kon ophalen. Hij noemde deze browser ‘World Wide Web’ (WWW). Deze naam werd doorgezet ondanks de protesten van de projectmanager, Robert Cailliau, die zei dat de Engelstalige afkorting ‘WWW’ (in het Engels uitgesproken als double-u double-u double-u) langer is dan de naam zelf.

Hypertext pagina’s werden geformatteerd volgens de Hypertext Markup Language (HTML) die Berners-Lee had geschreven. Hij schreef ook de eerste webserver, software die webpagina’s op een computer bewaart en toegankelijk maakt via internet. Deze server werd bekend als info.cern.ch bij CERN. Bij het bureaucratische CERN kreeg Berners-Lee weinig erkenning voor zijn bijzondere uitvinding, maar computerenthousiasten waren lyrisch. Toen hij in 1991 zijn WWW-browser en webserversoftware via het web beschikbaar stelde, begonnen computerfreaks al snel hun eigen webservers te bouwen en websites beschikbaar te maken via WWW. Het begin van een nieuw informatietijdperk was aangebroken. Het mooiste wapenfeit van Berners-Lee’s uitvinding is dat het altijd open is gebleven. Het web is van iedereen en stelt ons in staat mooie dingen te doen. Zoals bloggen bijvoorbeeld.

Een belangrijk gevolg van de uitvinding van internet is dat alle informatie altijd en overal toegankelijk is. Dat betekent dat de gebieden ethiek en filosofie bezig zijn aan een enorme opmars. Maak jij de juiste keuzes? Het internet wijst de richting aan… Niemand kan ooit meer zeggen dat hij iets niet geweten heeft omdat je Google iedere vraag kunt stellen die je maar kunt verzinnen. Hoe deze open wereld waar informatie vrijelijk beschikbaar is gaat uitpakken, gaan we de komende decennia meemaken. Ik ben persoonlijk erg benieuwd.

Bronnen:
http://www.w3.org/People/Berners-Lee/
http://en.wikipedia.org/wiki/World_Wide_Web
http://www.ibiblio.org/pioneers/lee.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Tim_Berners-Lee