De markante televisie carrière van Steven Van Zandt

Door Jeppe Kleyngeld

Hij viel me direct op in ‘The Sopranos’: Steven Van Zandt, die de memorabele rol vertolkte van Silvio Dante, Tony’s consiglieri en eigenaar van de Bada Bing stripclub. Hij had geen enkele acteerervaring toen hij werd gecast. Van Zandt was decennialang de vaste gitarist in Bruce Springsteen’s E Street Band en droeg bij aan vele andere muzikale projecten voordat zijn carrière als acteur begon. Ook had hij een tijdje zijn eigen band: ‘Little Steven and the Disciples of Soul’.

Van Zandt groeide op in New Jersey, waar hij al op jonge leeftijd in bandjes ging spelen. Van 1969 tot 1971 maakte hij als gitarist deel uit van Steel Mill, een vroege band van Bruce Springsteen. In 1972 was hij betrokken bij de oprichting van de E Street Band, Springsteen’s vaste achtergrondband die gedurende het al 40 jaar durende bestaan ook voor vele andere befaamde artiesten optrad waaronder; Bob Dylan, The Rolling Stones, David Bowie, Sting, The Grateful Dead, Santana, Tracy Chapman, Lady Gaga, and Aretha Franklin.

Van Zandt is van Italiaanse afkomst. Hij werd geboren als Steven Lento, maar zijn moeder hertrouwde toen hij jong was, en hij nam de achternaam van zijn stiefvader aan die een Nederlandse achtergrond heeft. Als lid van de E Street Band was de zeer muzikaal begaafde Van Zandt niet zomaar een achtergrondgitarist en zanger, maar een artiest die daadwerkelijk bij het creatieve werk betrokken was. Springsteen heeft hem zelfs credit gegeven als medebedenker van de beroemde gitaarlijn in ‘Born to Run’.

In 1997 zou de carrière van Steven een flinke wending krijgen. Sopranos-bedenker David Chase (ook een Italiaan, zijn oorspronkelijke achternaam is DeCesare) zag Van Zandt op televisie toen hij The Rascals in de Rock and Roll Hall of Fame mocht inlijven. Chase vond Van Zandt erg grappig en charismatisch. Toen zei hij tegen zijn vrouw: hem moeten we hebben voor onze show!

Steven Van Zandt 1

De twee gezichten van Stevie Van Zandt

Chase was destijds bezig ‘The Sopranos’ van de grond te krijgen en hij nodigde Van Zandt uit voor een gesprek. Deze had toevallig zelf een script geschreven waarin hij de rol zou vertolken van een nachtclubeigenaar in Atlantic City genaamd Silvio Dante. In het script was het de rol van deze Dante om bandjes te boeken voor de club. ‘Zoiets hebben we niet in onze show’, antwoorde Chase toen. ‘Maar er moet toch een manier zijn dit in de show te verwerken.’ Zo gezegd, zo gedaan en de ongewone casting van de acteur zonder acteerervaring was een feit.

Het karakter Silvio Dante is wat mij betreft de beste toevoeging aan ‘The Sopranos’ op de hoofdpersoon Tony Soprano na. En in het geval van ‘The Sopranos’ zegt dat wel wat. Van Zandt is zeker niet de beste acteur uit de show, en wat dat betreft is het goed dat de rol van Tony Soprano – waarvoor Van Zandt ook auditie deed – niet naar hem is gegaan, maar naar de briljante acteur James Gandolfini. Net zoals Silvio de tweede man is voor Tony werd Stevie dat voor James. Silvio’s uitspraak ‘Some people are better at being number two’s’ klopt dan ook als een bus.

Wat maakt Van Zandt nou zo’n goede toevoeging aan de serie? Hij heeft gewoon wat, noem het de X-factor. Zijn manier van praten, zijn ingetrokken nek, zijn humor, zijn toupet dat elk seizoen hoger lijkt te worden…. Hij is op internet wel eens omschreven als maffia karakter dat zo uit Mad Magazine is weggelopen, en dat is zeker een terechte observatie. Maar hoewel hij in de eerste seizoenen vooral als komisch bijfiguur dient, wordt zijn rol in latere seizoenen wat zwaarder en serieuzer. Vooral wanneer hij zich als brute, misogyne moordenaar ontpopt in de voorlaatste aflevering van het vijfde seizoen. Sopranos liefhebbers weten direct over welke scene ik het hier heb…

Zijn acteer carrière had gemakkelijk kunnen eindigen met het einde van ‘The Sopranos’ in 2007, maar in 2012 was daar ineens de Noorse (!) serie Lilyhammer met in de hoofdrol … jawel Good Old Stevie Van Zandt. De serie gaat over maffiabaas Frank ‘The Fixer’ Tagliano die in het getuigenbeschermingsprogramma gaat na een aanslag op zijn leven, en wordt geheralloceerd in het Noorse Lillehammer, een plaatsje dat hij kent van de Olympische Winterspelen van 1994. ‘Lilyhammer’ is de eerste exclusieve content aangeboden door Netflix.

Steven Van Zandt 2

Het is natuurlijk geen Sopranos, maar dat is geen enkele serie. Maar het is wel een komische en zeer vermakelijke show met een fantastische hoofdrol voor Van Zandt! Feitelijk speelt hij gewoon opnieuw Silvio, en daar is absoluut niks verkeerds aan. De humor zit vooral in de pogingen van de Noorse maatschappij om Tagliano te integreren in de samenleving, maar als maffiosi schrijft hij zijn eigen regels, dus verloopt het integratieproces vaker andersom. Hij opent een populaire nachtclub en weet de zaakjes prima naar zijn hand te zetten. En hij boekt ook nog de bandjes en artiesten voor de club. Dit keer wel.

Het eerste en tweede seizoen van de serie was een groot succes en onlangs werd ‘Lilyhammer’ al weer vernieuwd voor een derde ronde. Een mooie kans om nog wat langer te genieten van het komische talent van Van Zandt.

De crisis die geen crisis meer is

De Nederlandse economie ziet weer tekenen van herstel, staat vandaag te lezen in De Volkskrant. Het Centraal Planbureau maakte vandaag in de juniramingen bekend dat de economie dit jaar stijgt met 0,75 procent. Die groei zal in 2015 aantrekken naar 1,25 procent, aldus het CPB.

Moeten we hier blij van worden? Wat betekent één procent groei nog eigenlijk? Dat we als land meer producten en diensten produceren en verkopen? Of dat we het landelijke gemiddelde inkomen zien stijgen? Zolang we blijven denken in dat soort termen over groei, zullen er teleurstellingen blijven komen, en zullen we van crisis naar crisis blijven gaan.

Waarom denk ik dat? Zijn de grenzen van groei bereikt? Als we het hebben over fysieke groei – ofwel de hoeveelheid producten die we kunnen produceren uit de schaarse aardse grondstoffen – waarschijnlijk wel. Ook als we het hebben over de alsmaar stijgende welvaart waarschijnlijk (en hopelijk) wel. In Nederland althans. Ik zeg niet dat armoede in Nederland niet voorkomt, maar zelfs het gemiddelde gezin dat van een uitkering of twee moet rondkomen heeft vaak nog wel een iPad of twee in huis liggen.

Kortom, op het gebied van welvaart valt er in Nederland relatief weinig meer te bereiken. Dat schrijf ik met respect voor de Nederlanders die wel in armoede verkeren. Dat kan en moet absoluut verbeteren. Maar met ‘relatief’ bedoel ik onze welvaart ten opzichte van de vele tientallen landen waar mensen van niets moeten rondkomen. En die bovendien nog te maken hebben met eerloze beesten als ISIS, maar dat even terzijde.

Economie heeft nieuwe indicatoren nodig

Dus zullen we anders moeten aankijken tegen groei. Want als die 1,25 procent groei in 2015 in plaats van erbij komt eraf gaat, dan zitten we weer in een recessie. De derde (of vierde?) in een aantal jaar tijd. Mentaal is het voor niemand gunstig wanneer we in een crisis blijven hangen. Zeker wanneer die crisis helemaal geen échte crisis is, maar een oud idee van een crisis dat niet langer aansluit bij de realiteit waarin we leven. Van een stijging van 0,75 procent zullen we over het algemeen niet gelukkiger worden net zo min als van een daling. Waar worden we wel blij van?

Een belangrijke groei-indicator is wat mij betreft in hoeverre onze economie is omgevormd tot een circulaire economie. Vorige week heb ik een interview gedaan bij tapijtfabrikant Desso, en zij streven ernaar hun producten 100 recyclerbaar te ontwerpen in 2020. Deze producten moeten dan zelfs een positief rendement opleveren, bijvoorbeeld doordat ze energie besparen voor de gebruiker. Dat zijn de KPI’s (Key Performance Indicatoren) waar we echt blij van zouden moeten worden.

Maar zo zijn er meer te verzinnen: Gemiddelde uren vrije tijd, aantal burgers met psychische klachten, aantal elektrische auto’s, afhankelijkheid van buitenland voor fosiele brandstoffen, hoeveelheid gekapt regenwoud voor vleesconsumptie, aantal uren efficiencywinst door digitalisering die niet ten kostte van menselijke arbeidsuren gaat, et cetera, et cetera. Ook werkgelegenheid is en blijft een extreem belangrijk cijfer. Mensen worden gelukkig van werk. Het geeft ze het gevoel maarschappelijk bij te dragen en ze kunnen in hun eigen levensonderhoud voorzien. De verwachting is dat de werkloosheid pas volgend jaar licht gaat dalen van 650.000 naar 635.000 personen, aldus het CPB. Het is een begin, maar dat gaat nog niet snel genoeg.

De media spelen een rol in het actief communiceren over de cijfers die er echt toe doen. Wanneer die meer aandacht zouden schenken aan de positieve cijfers van de nieuwe economie, in plaats van de negatieve (en de klassieke economische groeicijfers zijn nu eenmaal wat vaker negatief in deze tijd), zou dat andere belangrijke cijfers positief kunnen beinvloeden. De Netto Geluks Index bijvoorbeeld. Maar ook de meer klassieke indexen, zoals ondernemersvertrouwen en consumentenvertrouwen, zou dit positieve nieuws helemaal geen kwaad doen. En zo is de circel weer rond…

Circle design