De wetenschap achter ‘out-of-body-travel’

Het enige wat echt is, is bewustzijn. De rest is virtueel. Dat is de centrale boodschap van Thomas Campbell’s ‘My Big TOE’, een vuistdik boek dat de ware aard van de realiteit beschrijft.

Thomas Campbell (1944) is oorspronkelijk fysicus, maar hij begint zijn boek niet bij de natuurkunde, maar bij bewustzijn. Aan het begin van zijn carrière kreeg hij namelijk de kans onderzoek te doen naar Robert Monroe (1915-1995), een man die beweerde uit zijn lichaam te kunnen treden. Deze stelling wordt sterk bestreden door de wetenschappelijke gemeenschap. En dit is nog steeds hoe er cultureel wordt aangekeken tegen dergelijke fenomenen. Bij astrale projectie – hetgeen dat Monroe beweerde te kunnen – staat het volgende vermeldt op Wikipedia: ‘Er is geen wetenschappelijk bewijs dat er een bewustzijn of ziel is die gescheiden is van normale neurale activiteit of dat men bewust het lichaam kan verlaten en waarnemingen kan doen, en astrale projectie is gekarakteriseerd als een pseudowetenschap.’

Maar Campbell heeft een open geest en heeft nadrukkelijk subjectieve ervaring in zijn TOE (afkorting voor ‘Theory Of Everything’) opgenomen. Want, vindt de onderzoeker, als iets niet resoneert met je persoonlijke ervaring, hoe kun je het dan voor de waarheid aannemen? Daarom is My Big TOE niet een soort narcistische stellingname van de auteur, maar een manier om aan te geven dat een theorie van alles per definitie een subjectief component heeft. Iedereen ontwikkelt in feite een eigen theorie van alles die in lijn is met persoonlijke levenservaringen. En dus is het belangrijk, wanneer je het grotere plaatje wilt zien, om veel ervaringen op te doen die soms wellicht botsen met wat je beschouwt als mogelijk of verklaarbaar binnen je huidige wereldbeeld. Campbell leerde zelf uit zijn lichaam te treden, en zo te ervaren dat de geest niet opgesloten zit in het hoofd van het subject. Zo lijkt het alleen.

Hoe wist hij dit fenomeen – als wetenschapper – te bewijzen? Dit is zeer simpel, al zullen veel wetenschappers dit ook als pseudowetenschappelijk beschouwen. Monroe liet Campbell en een collega-onderzoeker samen uit het lichaam reizen en nam alles op wat ze tijdens het experiment zeiden. Ze bevonden zich in aparte, geluiddichte kamers en werd gevraagd real-time beschrijvingen te geven van wat ze ervaarden tijdens de out-of-body ervaring. Later speelden ze de twee lange opnames tegelijkertijd af en ontdekten ze verbazingwekkende correlaties tussen alles wat ze zeiden en ervoeren. Ze herhaalden het experiment vele malen met andere proefpersonen. Een ander experiment betrof het bewustzijn van de proefpersonen naar huizen van mensen te laten ‘reizen’, ze te laten kijken wat de bewoners aan het doen waren en later samen met hen te bevestigen of dit klopte. Ze waren ook in staat willekeurige getallen te onthouden die op schoolborden waren geschreven buiten de kamers waar hun lichaam lag te slapen, terwijl hun bewustzijn buiten hun lichamen reisde. En dus was de enige conclusie die Campbell’s kon trekken: dit fenomeen is echt.

Zie ook: A Shift In Scientific Worldview – Part 3: Thomas Campbell’s My Big TOE

Is ChatGTP bevooroordeeld over de relatie tussen materie en geest?

In de hedendaagse wetenschap is het materialisme – dat stelt dat het universum voornamelijk bestaat uit fysieke materie en energie, en dat alle verschijnselen kunnen worden verklaard door de interacties van deze materiële elementen volgens de natuurwetten – de dominante opvatting.

Wordt dat weerspiegeld in de antwoorden van ChatGTP? Omdat de chatbot informatie haalt uit openbare bronnen, die ingevuld worden vanuit het dominante wereldbeeld, verwacht ik van wel. Ik zocht het uit middels een aantal vragen aan de AI-assistent.

Allereerst stelde ik ChatGPT de vraag hoe het tegengestelde perspectief idealisme – dat stelt dat de geest of het bewustzijn fundamenteel is in het creëren of vormgeven van de werkelijkheid – ondersteund wordt door moderne wetenschap.

‘Hoewel idealisme historisch gezien voornamelijk een filosofisch concept is, zijn er enkele aspecten van moderne wetenschap die argumenten leveren die het idealisme kunnen ondersteunen. Het is echter belangrijk op te merken dat dit nog steeds een onderwerp van discussie is binnen de wetenschappelijke gemeenschap en dat er ook andere filosofische perspectieven zijn’, begint de chatbot zijn antwoord. Oftewel, het programma geeft direct een disclaimer. Daarna volgen drie argumenten, vanuit de neurowetenschap, de kwantumfysica en de moderne informatietheorie, die de idealist kan gebruiken.

Daarna volgt een tweede disclaimer: ‘Hoewel deze punten enige ondersteuning kunnen bieden voor het idealisme, moeten we benadrukken dat de meeste wetenschappelijke disciplines nog steeds gebaseerd zijn op een materieel of fysisch perspectief op de werkelijkheid. Idealisme blijft een filosofisch concept dat buiten de traditionele methoden en verklaringen van de wetenschap valt.’

Interessante woordkeuze, enige ondersteuning. Alsof het idealistische standpunt eigenlijk al heeft afgedaan, maar als je heel goed zoekt je misschien een paar kleine argumentjes kunt vinden die echter nauwelijks stand zullen houden onder kritisch onderzoek. Wanneer we ChatGPT vragen naar het wetenschappelijke bewijs dat materialisme ondersteunt, volgen geen disclaimers, maar direct de argumenten voor de materialist.

Eerlijk is eerlijk, op het einde, schrijft de chat-robot wel: ‘Het is echter belangrijk op te merken dat terwijl deze wetenschappelijke gebieden overeenkomstig zijn met materialistische opvattingen, er ook vragen en uitdagingen bestaan. Er zijn bijvoorbeeld filosofische en wetenschappelijke debatten over kwesties, zoals de aard van het bewustzijn, de aard van de werkelijkheid en de aard van causale relaties.’

Maar, concludeert ChatGTP: ‘Over het algemeen ondersteunt modern wetenschappelijk onderzoek de materialistische opvattingen door middel van empirisch bewijs en verklaringen van fysieke processen.’

Dus, klopt de hypothese? ChatGTP beweert zelf van niet: ‘Als AI-taalmodel bezit ik geen persoonlijke overtuigingen, meningen of vooroordelen. Mijn doel is om nuttige en informatieve antwoorden te geven op basis van de gegevens waarop ik ben getraind. Het onderwerp materialisme versus idealisme is een filosofisch debat en mijn antwoorden zullen gebaseerd zijn op de informatie die beschikbaar is tot mijn kennisgrens in september 2021. Bij het bespreken van filosofische zaken is het essentieel om verschillende perspectieven, argumenten en tegenargumenten te presenteren. Als AI streef ik ernaar neutraal te blijven en een evenwichtige kijk te geven op verschillende ideeën zonder een specifieke positie te promoten.’

Maar ik bespeur toch een voorkeur voor materialisme: zie ook de tekst hieronder.

Dit onderwerp is verder uitgewerkt in de volgende essay: Materialism Rules Our Culture: Why Biocentrism Is Still A Dwarf Within The Current Scientific Paradigm And How This Can Change

Carl Gustav Jung #4: Lijden van de ziel

Lees ook: Carl Gustav Jung #3: Alchemie

Het werk van Carl Jung had in tegenstelling tot andere psychologen een sterke religieuze inslag. Het Christendom was in zijn ogen niet volmaakt omdat het geen plaats kon geven aan het kwaad. In Jungs boek ‘Antwoord op Job’ kwam de dubbele natuur van God aan de orde.

Net zoals dat Jung bij de alchemisten een synthese vond tussen materie en geest, vond hij bij de gnostici een synthese tussen goed en kwaad in God en in onszelf. Het gnosticisme werd verketterd door de kerk doordat zij zagen dat de Goddelijke vonk in mensen aanwezig is en dat, door zichzelf te kennen, zij God kunnen leren kennen.

Een tegenstrijdigheid in het Christendom is dat er verschrikkelijke dingen gebeuren, zoals dood, ziekte, marteling en oorlog. Hoe is dat te verenigen met een liefdevolle God? Vanuit dat dilemma is het verhaal van Job geschreven. Het gaat over de rechtvaardige Job die met allemaal tegenslagen te maken krijgt. Ondanks zijn lijden blijft hij trouw aan God.

Deze proef kan iedereen treffen. De vraag waar al dat lijden en het onrecht goed voor is houdt de mens tot op de dag van vandaag bezig. Met de oorlogen in o.a. Syrië en Oekraïne wordt de mens opnieuw geconfronteerd met openlijke onrechtvaardigheid, tirannie, leugens en onmenselijke folteringen. Hoe moet de mens zich hiertoe verhouden?

Het antwoord van de gnostici – en van Carl Jung – is dat God zowel de bron van het goede als het kwade is. Van al het goede in de wereld is er dus ook een tegenhanger. Het omgekeerde van kosmisch bewustzijn is totale verlatenheid en duisternis; de afwezigheid van vreugde of hoop. Het antwoord van de gnostici is dat lijden zit ingebouwd in de structuur van de kosmos. Er is geen ‘waarom’. Het is gewoon zo.

Het Christelijke symbool van het kruis laat die tegenstellingen zien. Jung heeft gezegd dat het kruis ons bewust maakt van de pijnlijke botsing van tegenpolen waar we in ons eigen leven mee moeten worstelen. Het goede nieuws is dat er ook een middenstuk is waar de lijnen elkaar kruisen; daar zit de harmonie. Omgaan met lijden kan de mens bereiken door niet onwetend te zijn (gnosis is het Oudgriekse woord voor ‘kennis’). We moeten niet uit het oog verliezen dat we de Goddelijke vonk in ons hebben. Ook is er meer dan we kunnen waarnemen. Er ontvouwt zich een groot mysterie, er is iets gaande op transcendentaal niveau.

In therapie kun je de innerlijke, tegengestelde krachten met elkaar verzoenen. Er vindt altijd een conflict plaats tussen je diepste, innerlijke zelf en wat de maatschappij, je familie, van je vraagt. Met dat pijnlijke spanningsveld moet je als mens vrede zien te sluiten. We zullen moeten accepteren dat de uitersten, waaronder goed en kwaad, in ons allemaal besloten zitten en dat we niet verstrikt moeten raken in een van beide uitersten, want dit leidt onherroepelijk tot destructie. Ook wanneer je helemaal goed bent, ben je gefragmenteerd, versplinterd, en de hoop is juist om in compleetheid te leven.

Omgaan met het kwaad doen we door ons toe te wijden aan bewustzijn en ons te bevrijden van de illusies van tegenstellingen die we zelf creëren. Volgens Jung is er geen kwaad dat geen goed voortbrengt en geen goed dat niet ergens kwaad aanricht. We hebben het allemaal in ons. Omhels dus je schaduwzijde, zoals Jung het noemde, in je individuatieproces (proces van bewustwording als afzonderlijk wezen). Het als onbewust proces te laten plaatsvinden is het grote gevaar. De gnostici zeiden het ook; accepteer het duister om de Goddelijke heelheid te vinden.

Lees ook: Man’s Search For Meaning

Carl Gustav Jung #1: Individuatie

Individuatie is volgens de Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung (1875 – 1961) het proces van worden wie je altijd al was. Individuatie is een groeiproces, volwassen worden, waarbij de mens zich bewust wordt van zijn uniekheid tegenover andere mensen. Uit dat individuatieproces ontstaat in de psyche een nieuw element, het ‘ik’ of ‘ego’ genoemd. Het doel van individuatie is volgens deze opvatting zichzelf te leren kennen, wat leidt tot zelfverwerkelijking.

Het leven van Jung draaide om het vinden van het midden: het zelf van waaruit de persoonlijkheid als een geheel kan openbloeien. Het symbool van die totaliteit van de mens is de mandala: het symbool van zelf in een eenheid van tegengestelden. Jung tekende vele mandala’s in zijn leven. Het hielp hem in tijden van crisis om zichzelf te hervinden. De eenheid is een troost, vond Jung. Je psyche wordt niet verscheurd door allerlei Goden, maar er is een innerlijke leidraad – het Zelf – die op de achtergrond aanwezig is en probeert een heelheid te creëren.

Individuatie is een vereniging van het bewuste en het onbewuste. Het onbewuste wordt volgens Jung gesymboliseerd door het water. De invloedrijke psycholoog was zijn hele leven gefascineerd door water, en hij wilde ook altijd aan het water wonen. Zijn opvatting over het onbewuste leidde tot een breuk met zijn vroegere mentor Sigmund Freud. Volgens Freud bestond het onbewuste uit de zaken die we zelf verdrongen en weggedrukt hebben. Jung zag het als een gedeelde bron van psychische ervaringen (‘het collectieve onbewuste’): een krioelende massa die het onbewuste van de volledige mensheid bevat, niet alleen van het individu.

Meester van de onderwereld
Jung’s visie op het onbewuste kwam voort uit een droom die hij als vierjarig kind had. In zijn droom stond hij in de wijde achter de pastorie waar hij vaak speelde. Plotseling werd zijn aandacht getrokken door een plek in de aarde waarvan hij voelde dat er zich iets daaronder moest bevinden. Hij vond een ingang achter een groen gordijn en liep een stenen trap af richting een duistere diepte…

In een donkere, stenen ruimte beneden zag hij een podium staan waarop een kostbare, gouden troon stond die met wortels verbonden leek met het binnenste van de aarde. Op de troon stond een reusachtig gewrocht dat was omgeven door een zacht, stralend licht dat nergens vandaan leek te komen. De kleine Jung zag dat het gewrocht bestond uit huid en levend vlees, en helemaal bovenin zat één enkel oog dat onafgebroken naar boven staarde. Op dat moment hoorde hij zijn moeder die zei: “Ja, kijk maar eens goed, dat is de menseneter.” Doodsbang schrok hij wakker.

Hoe kon zo’n jong kind dromen over zaken die geen herinnering kunnen zijn? Door deze kinderdroom werd Jung ingewijd in de geheimen van de aarde en nam zijn geestelijke leven zijn onbewuste aanvang.

Onze verbeeldingskracht, het onbewuste, is niet zonder structuur. Je hebt de neiging je de dingen op een bepaalde manier in te denken. Jung noemde dat de archetypische structuur. Deze structuur brengt telkens weer bepaalde beelden en symbolen voort. Daarom hoef je er als individu zelf geen ervaring mee te hebben gehad. In vele culturen komen beelden naar voren die je ook weer in andere culturen ziet. Zo kom je bijna overal de fallus tegen. “We weten niks over de psyche”, zei Jung. “Door ons gebrek aan bewustzijn zijn we overgeleverd aan onze psychische onderwereld.”

In Jungs carrière was hij voortdurend op zoek naar de relatie tussen dit onbewuste en het ego/ik. Ook ging hij verborgen verbanden zien tussen de psyche en materie. Dit komt aan bod in het volgende fragment over Jung: psyche en materie.

Lees ook: Lessen in scenarioschrijven: Gebruik van symboliek