Once Upon a Time in… Hollywood (recensie)

——– let op: spoilers ——–

Een nieuwe Tarantino film is een event. Dat begint al met de aankondiging: ‘de negende film van… ‘ De man beheerst marketing al net zo goed als filmmaken.

Op het eerste gezicht is Once Upon a Time in… Hollywood een typische Tarantino-film. Een liefdesverklaring aan het Hollywood uit zijn jeugd in 1969. En met sterren die eerder in zijn films hebben gespeeld, zoals Leonardo DiCaprio (Django Unchained) en Brad Pitt (Inglourious Basterds). Toch zijn er een aantal verschillen met zijn eerdere werk. Zo is het kenmerkende ultrageweld gereserveerd voor de laatste vijftien minuten. En heeft de film in feite geen plot…

Dat laatste is te verklaren door het feit dat Tarantino het ‘verhaal’ eerst vijf jaar lang heeft geprobeerd als roman te ontwikkelen. Voordat het uiteindelijk “werd wat het wilde worden”, aldus de schrijver-regisseur in een interview met Esquire. Het is vooral een karakterstudie en tijdsbeeld geworden. Drie personages (twee fictieve en één echte) staan centraal die de drie sociale lagen van Hollywood vertegenwoordigen.

DiCaprio speelt Rick Dalton, een oude western televisiester die nooit succesvol de stap naar films heeft gezet. Brad Pitt is zijn stunt double Cliff Booth, iemand wel in Hollywood werkt, maar geen noemenswaardige carrière – en dus sociale status – heeft. En tot slot, Margot Robbie als up-and-coming actrice Sharon Tate die naast Dalton woont. Als verloofde van de hotste regisseur van dat moment, Roman Polanski, is zij op weg het helemaal te maken in Tinseltown.

Net als in Pulp Fiction volgt de film de gebeurtenissen die de personages gedurende een aantal dagen meemaken. Maar anders dan in Tarantino’s doorbraakfilm zijn deze dagen niet heel veelbewogen. Op de eerste dag heeft Dalton een meeting met Hollywood-agent Marvin Schwarz (fijne bijrol van Al Pacino) die hem probeert te verleiden naar Italië te gaan om in spaghettiwesterns te spelen. De onzekere acteur is ervan overtuigt dat zijn carrière voorbij is en zijn positief ingestelde vriend Cliff troost hem. Sharon Tate bezoekt ‘s avonds een feestje in de Playboy Mansion waar de echte sterren van dat moment aanwezig zijn.

Op dag 2 speelt Dalton een slechterik in een western en volgen we de ups en downs van een vrij gewone draaidag. Wie denkt dat Hollywood alleen maar glamour is, krijgt hier wel even een reality check van de regisseur. Ondertussen onderzoekt de werkloze Cliff een oude film ranch aan de rand van Hollywood waar de Manson familie zich schuilhoudt. Deze doorgeslagen hippies zullen zoals verwacht een bepalende rol in de climax van de film spelen (maar ook zoals verwacht, zal dat op een hele andere manier gaan dan in het echt).

Sharon Tate rijdt tijdens deze dag rond door de stad en bezoekt een film waar ze in speelt: The Wrecking Crew. Ze lijkt een soort droomkarakter te zijn die rondzweeft tussen de ‘echte’ personages Rick en Cliff. In Hollywood wordt fictie realiteit en omgekeerd. Dat wordt helemaal duidelijk in deel 3 (en dag 3) van de film: 8 augustus 1969, de dag dat Hollywood haar onschuld verloor. Enige kennis van de Manson-moorden is hier wel nodig, want Tarantino legt bijna niks uit over de sekteleider en zijn intenties. Manson is zelfs slechts een edelfigurant in de film. En het plan van zijn volgelingen wordt in twee zinnen uit de doeken gedaan: Het huis van Tate binnendringen en iedereen vermoorden. Het op het werk van de duivel laten lijken…

Van Inglourious Basterds weten we dat Tarantino in staat is de geschiedenis (ten goede) te veranderen in zijn scripts. In die film werden Hitler en de volledige SS vermorzeld. In OUATIH haalt hij dezelfde truc uit, want – de grote verrassing – de moordzuchtige hippies lopen het huis van Dalton binnen in plaats van dat van Tate. Dit loopt slecht voor ze af. Cliff beheerst de kunst van geweld heeft hij eerder tijdens een matpartij met Bruce Lee gedemonstreerd. En Dalton veracht hippies die ‘zijn’ Hollywood aan het transformeren zijn. Bovendien heeft hij nog een souvenir uit één van zijn vroegere B-films in zijn schuurtje hangen. En zo eindigt OUATIH niet met het horrorbeeld van een vermoorde zwangere Tate, maar met de eerste ontmoeting tussen haar en Dalton. De bloedmooie actrice leeft en de B-acteur krijgt misschien kans op een carrière-doorstart. ‘Het gebeurde in Hollywood’.

Tarantino heeft duidelijk enorm veel plezier gehad in het uitdenken van Rick’s fictieve filmcarrière. Evenals in het schitterend hercreëren van het Hollywood uit zijn jeugd. Er liggen vast en zeker Oscarnominaties in het verschiet voor productie-ontwerp, kostuums, geluid en camerawerk. Voor kijkers met minder affiniteit met filmgeschiedenis zal dit ongetwijfeld geen favoriete Tarantino-film zijn. Hier heeft de maestro lak aan: hij doet wat hij leuk vindt. Dat blijkt ook uit de bizarre keuze voor zijn tiende, en naar verluidt laatste, film: een Star Trek Motion Picture. Zo gaf hij onlangs te kennen in een interview met Algemeen Dagblad.

We zullen de man en zijn culturele bijdragen enorm missen. Net als in Once Upon a Time in… Hollywood, is de filmindustrie opnieuw drastisch aan het veranderen. Met de opkomst van streaming services worden de klassieke filmproducties, zoals Tarantino ze maakt, een bedreigde diersoort. Daarom een les, zoals die van Cliff zou kunnen komen: geniet van wat je hebt zolang het er nog is. Voordat je het weet is het voor altijd verloren.

Advertenties

The Story of Film: Time Traveling For the Cinemad

By Jeppe Kleyngeld

It had to be done someday; making a literal odyssey through the history of cinema and documenting it into a film. The traveller is Mark Cousins. The film is a 15 hour documentary called ‘The Story of Film’. Through cinematic innovation, the story of film is told, from the silent era to the multimillion dollar digital age, covering all continents, major cinematic hallmarks and most talented people in cinema.

The Story of Film 1

The beginning
In 1885 George Eastman of Kodak came up with the idea of film on a role. Then Edison figured that if you spin the images in a box you get the illusion of movement. Lumiere went on to invent the film projector and with that: Cinema! It is not difficult to imagine the excitement of those first screenings. When cinemas started appearing everywhere, it enabled people – who did not travel back then – to see other countries. Not just places, but other worlds. Like what the position of woman was in other countries.

After the invention came the content. And despite of what many believe, it is not the money men that drive cinema. They can’t. Because what you need is the visual ideas, and a clear understanding of what is in people’s hearts. It is psychology that became the driving force of film if anything.

Cousins continues to show us the birth of basic cinema language and techniques that are now common, such as editing, the close up, tracking shots and flashbacks. The road trip then takes us further to the places and the people that brought life to this sublime art form.

1910s
In this period a lot was happening in Scandinavia. Maybe it was the Northern Light, Cousins comments. Or the sense of destiny and mortality in Scandinavian literature that made Danish and Swedish movies more graceful and honest. In 1906 the first feature film was shot in Australia: ‘The Story of the Kelly Gang’. The first feature film in Hollywood was ‘The Squaw Man’ (1914). In 1911 the first movie studio was build. Another interesting thing about this period was that a lot of women were working in Hollywood writing and directing, such as Lois Weber and Alice Guy. They did not always get the credits though.

1920s
In Hollywood, cinema became big business in this period (and a men’s world as well). The 1920s saw the birth of an industry in Hollywood. But the studio system did not get in the film, according to Stanley Donen (director ‘Singing in the Rain’). There were also rebels that emerged – like Orson Welles – that tried to break the bubble. In Europe, cinema developed also. Thematically, the city was often the Big Evil. Think for example ‘Metropolis’ and ‘Sunrise: A Song of Two Humans’. In Japan it was as if the Japanese filmmakers tried to compensate for the massacres their country caused by making very humanistic films. In 1921, the first great Japanese movie was made: ‘Souls on the Road’.

1930s
A lot of innovations were introduced in the 1930s like sound and the use of two camera’s with overhead lighting. From Hollywood came horror movies like ‘Frankenstein’ which borrowed heavily from Germany (Der Golem). And the first gangster pictures appeared, which is an original American genre. The cartoon also arrived and was a very successful new genre. Mickey Mouse was a smash hit and in 1937 came the even more successful ‘Snow White and the Seven Dwarfs’. In Britain, the legendary Alfred Hitchcock started working. He understood the basic human emotion ‘fear’ like no other, and his films are still extremely influential to this day.

1940s
The war years meant less glory, and more gloomy films. In Italy we witnessed the birth of neo realism. The sensational ‘The Bicycle Thieves’ (1939) is a movie that best illustrates this style. In 1941 came ‘Citizen Kane’ – a film that is still often considered by many as one of the greatest movies of all time. It used deep staging so audiences could choose where to look. This was previously used in films like ‘Gone With the Wind’ (1939) and ‘Stagecoach’ (1939), which Welles said to have seen 39 times. A dark genre arrived in Hollywood, called Film Noir. These films, such as ‘Double Indemnity’ usually had characters with flaws that drove them towards their faith, even while they tried to avoid it. The decade ended as depressing as it began with a massive communist hunt in Hollywood: the studios had to fire the (alleged) lefties. This is still a major trauma in Hollywood.

1950s
In America in the fifties, we had the suburban, Christian society. But under the surface there was anger, frustration and tension. Classic films like ‘On the Waterfront’ (1954) and ‘Rebel Without a Cause’ (1955) best illustrate this. In Europe four legendary directors led the way in changing cinema. They were Jacques Tati, Robert Bresson, Ingmar Bergman and Federico Fellini, and they made films more personal and self aware than they had ever been. The era ended with the new wave to which French director Jean-Luc Godard belonged and in Italy Pier Paolo Pasolini. The later used religious music for everyday struggles. He felt consumerism was taking over.

The Story of Film 2

1960s
Sergio Leone made his first ‘spaghetti western’ (Italian made Western) and introduced deep focus, which was made possible by the Italian cinematic invention technoscope in 1960. This gives Leone’s movies an epic feel to them. Thematically, Leone was inspired by Japanese Master Akira Kurosawa (lone gunman / lone samurai). Filmmaking went global in the sixties. In Eastern Europe, directors like Roman Polanski and Milos Forman started their careers. In the Soviet Union, one of the greatest directors ever started working: Andrei Tarkovsky, who knew how to create remarkable imagery. According to Tarkovsky: ‘Imagery contains an awareness of the infinite.’ Late sixties, film schools were popping up all around the USA and a new generation was on its way.

1970s
After the realism in movies in the sixties, the seventies saw a return of old fashioned, romantic and entertaining cinema – and of the box office smash hits, think ‘Star Wars’, ‘The Exorcist’ and ‘Jaws’. ‘The Godfather’ was the return of an old Hollywood genre: the gangster film. New kids were fighting to open up new form, most notably Martin Scorsese with ‘Taxi Driver’ and ‘Mean Streets’. When people think of the seventies, they think about Spielberg, Lucas, Coppola and Scorsese. But there was more. In i.a. Britain and Italy, identity was a major theme. In Germany, Rainer Werner Fassbinder (woman in closed places) and Wim Wenders (men in open spaces) had their glory years. And Werner Herzog the explorer went across the world. He was not so much interested in the feminism or Americana of his contemporaries, but in prime evil life. After John Ford, he is the most important landscape filmer in the history of film. The 70’s also saw the arrival of Asian mainstream, epic films from India (‘Sholay’) and a lot of cinematic activity in Africa.

1980s
After the magnificent seventies came the not-so-great eighties. ‘Protest’ is the central theme of this decade. The 5th generation in China – Chen Kaige and Zhang Yimou – made interesting movies. From Russia came one of the greatest war movies: ‘Come and See’. In America, ‘Top Gun’ was a smash hit, and many movies were influenced by music video’s, like ‘Flashdance’. In France, filmmakers got more into popular culture, which was a protest in itself. Notable directors that moved up in the film world were David Lynch (with ‘Blue Velvet’) and David Cronenberg in Canada with ‘Videodrome’, a prophetic vision of the modern world in which the real and the televisual are dangerously confused.

1990s
Described by Cousins as the last days of celluloid, before the coming of digital. And directors like Wong Kar Wai and Hou Hsiao-hsien used celluloid devotedly. The 90s saw passionate films about other worlds (‘The Matrix’), but also an obsession about reality, for example in the work of Iranian director Abbas Kiarostami who tried to eliminate all dolly’s and clapperboards from the set. From Japan came horror movies about the fear for technology, like ‘Tetsuo’ about a man blending with metal. In Copenhagen, filmmakers returned to primitive filmmaking with Dogma, while Hollywood saw the increasing use of digital effects (‘Terminator 2’ / ‘Gladiator’ / ‘Jurassic Park’). Not only what was in the camera changed, what happened in front of the camera changed as well. Modern became post-modern: The idea that there are no new truths and everything is recycled. Tarantino made this his trade, but respected established directors, like Scorsese, used it as well.

2000s
Documentaries – like ‘Fahrenheit 9/11’ – did as well as blockbusters and blockbusters tried to be like documentaries. Innovative movies were made in the USA. Like ‘Requiem For a Dream’: The great distortion movie. The subconscious got at work in ‘Mulholland Drive’. And in Thailand: ‘Tropical Malady’, a film that changes from simplistic tale of friendship to the mythical story of the hunter and the hunted. The film reincarnates like its main character. Another innovative example is ‘Russian Ark’, which consists of one 90 minute long take showing Aristocrats walking downstairs in a massive palace towards the slaughter.

And the future of cinema? Who knows. Perhaps one day we can share dreams like in ‘Inception’. One thing is for sure: Whatever form it may take, the art of cinema is here to stay and deserves to be celebrated likes this.

Icon 29 - Movie Camera

 

- Aanbevolen Divider

Top 10 intro (credit sequences) van TV-series

https://jkleyngeld.wordpress.com/2011/09/07/

5 elementen van een krachtig verhaal

10 management lessons from highly successful gangsters

5 Reasons ‘Scarface’ Rarely Makes it to Critics’ Favorite Lists