Europa in (permanente) crisis

Europa

Wanneer je Den Haag binnenrijdt, betreed je gelijk een andere wereld. Dit is waar de leiders van ons land zich ophouden. Vorige week woonde ik een lezing bij van prof. Mark Mazower (Columbia University) over de uitdagingen van Europa. Er waren wel 200 aanwezigen, allen leden van de Haagse elite; politici, intellectuelen en (hoge) ambtenaren. Ik voelde me een outsider – dat ben ik ook in deze kringen – en zo werd ik ook wel aangekeken. Wat je hier aantreft op deze bijeenkomsten is geen afspiegeling van de maatschappij.

Mazower betoogt dat het gezien de aanhoudende crisis in Europa makkelijk is om het zicht te verliezen op waar het allemaal om gaat. Maar waar gaat het eigenlijk om? Wat is het grotere plaatje? Volgens de professor gaat het Europese verbond in essentie om betere leefomstandigheden creëren voor iedere Europeaan. En daar kan niemand op tegen zijn. Verder moeten we stereotypen vermijden. Grieken zijn niet lui. Nederlanders die in Griekenland wonen betalen ook geen belasting. Het is het systeem dat niet goed is.

Klinkt als een nobel doel, maar gezien de enorme cultuurverschillen zou het doel net zo goed betere leefomstandigheden voor alle burgers ter wereld kunnen zijn. Wellicht heb ik meer met een Fransman dan een Taiwanees, cultureel gezien. Maar in tijden waarin de welvaart niet overvloeit, zullen mensen meer gefocust zijn op wat ze zelf verliezen dan op wat anderen kunnen winnen. Nationalisme zal oplaaien, dat is onvermijdelijk.

Natuurlijk zal een deel van de meer verlichte zielen in dit land de strategische doelen van het Europese project niet uit het ogen verliezen. Maar ondertussen blijven er brandjes ontstaan die snel uitwoeien tot enorme branden. We blijven voorlopig bezig met het blussen van die brandjes en het zal voor veel Europeanen lastig blijken solidair te zijn met elkaar. Er wachten nog donkere dagen voor het continent.

Earthlings

Earthlings 1

Iedereen die dieren eet, moet verplicht ‘Earthlings’ kijken.

Ik val daar zelf ook (nog) onder: Ik eet nog wel eens vis. Geen vlees meer gelukkig. Met vis ga ik binnenkort ook stoppen. Het kijken van ‘Earthlings’ heeft daar zeker aan bijgedragen.

Earthlings’, een 10 jaar oude documentaire alweer, toont hoe mensen dieren behandelen. Speciesism betekent het anders behandelen van een andere soort dan je eigen soort. De docu toont hoe het er in vleesfabrieken aan toe gaat en stelt dat als de muren van deze plaatsen van glas zouden zijn, de hele wereld vegetariër zou worden. En dat is waar. Geen ‘normaal’ mens zou nog vlees van dieren willen consumeren na het zien van dit.

Ook maakt ‘Earthlings’ terecht de vergelijking met de concentratiekampen van de Nazi’s. Dieren worden systematisch afgeslacht. En wie denkt dat dat altijd op ‘humane’ (een wezen doden zonder dat daar een goede reden voor is, kan nooit humaan zijn) manier gebeurt, moet toegeven dat dit redelijk naïef is. Koeien – die de schietpen door de hersenen overleefd hebben – worden levend aan een haak gehangen en door de ruimte gehesen. Is dat echt een uitzondering?

Met 7 miljard inwoners van planeet aarde, is er weinig verbeeldingskracht voor nodig om te bedenken hoeveel kippen, koeien, varkens en andere dieren er per dag geslacht worden, en hoeveel leed dat met zich meebrengt….

Nogmaals, iedere vleeseter zou deze film moeten kijken. Misschien moeten ze hem maar op scholen gaan uitzenden.

Intermezzo #117

Round like a circle in a spiral, like a wheel within a wheel.
Never ending or beginning on an ever spinning reel.
Like a snowball down a mountain, or a carnival balloon.
Like a carousel that’s turning running rings around the moon.
Like a clock whose hands are sweeping past the minutes of its face.
And the world is like an apple whirling silently in space.
Like the circles that you find in the windmills of your mind.

The Windmills Of Your Mind
Dusty Springfield (1968), Dusty in Memphis

Existentialism (2)

Existentialism (2)

‘Filosofie zou niet alleen over nadenken moeten gaan. Mensen zijn meer dan alleen denkers met een lichaam eraan vast. Het zoeken van de waarheid is misschien wel het doel van de filosoof, maar mensen ervaren een enorme variëteit aan emoties die de waarheid inkleuren. Mensen denken niet, ze bestaan (exist). En daar zou filosofie om moeten gaan: existentialism.’

Aldus de Deense filosoof Søren Kierkegaard, die de term existentialism bedacht. De op een kikker lijkende Franse filosoof Jean-Paul Sartre vond dit fascinerend en adapteerde deze filosofie en werd in de jaren na de tweede wereldoorlog boegbeeld van deze filosofische stroming.

Het eerste wat me moeten begrijpen is dat we het niet begrijpen. Voor Sartre was subjectiveit waarheid. Existentialism stond voor hem voor ultieme vrijheid om onze eigen levens te kiezen, hoe verwarrend en angstig dit ook maakt. Sartre studeerde overigens niet existentialism, maar fenomenologie, een filosofische studie naar de structureren van ervaring en bewustzijn, oorspronkelijk bedacht door Edmund Husserl.

‘Dat je in interessante tijden mag leven’. Dit is een Chinese vloek die ooit over Sartre werd uitgesproken. Hij leefde in zulke ‘interessante’ tijden namelijk. Hij woonde in Berlijn ten tijde van de opkomst van Hitler. Terwijl Hitler’s stormtroopers door de straten marcheerde, zat Sartre binnen en hield hij zich alleen bezig met zijn eigen ervaringen. Dit is typisch existentialism – de realiteit om je heen compleet links laten liggen en je puur richten op je eigen zintuigelijke introspectieve ervaring.

Sartre schreef een boek over zijn persoonlijke fenomenologische queeste: La Nausée (‘De Walging’). Het gaat over het autobiografische karakter Antoine Roquentin die een doelloos bestaan lijdt in het provinciale dorpje Bouville (‘Mud Town’). Er gebeurt zeer weinig en dat is misschien wel het punt als het leven geen doel heeft. La Nausée wordt algemeen geroemd als het meest geslaagde portret van de existentiële conditie ooit geschreven.

Een passage:

I must leave, I am vacillating. I dare not make a decision. If I were sure I had talent. . . . But I have never—never written anything of that sort. Historical articles, yes—lots of them. A book. A novel. And there would be people who would read this book and say: “Antoine Roquentin wrote it, a red-headed man who hung around cafes,” and they would think about my life as I think about the Negress’s: as something precious and almost legendary. A book. Naturally, at first it would only be a troublesome, tiring work, it wouldn’t stop me from existing or feeling that I exist. But a time would come when the book would be written, when it would be behind me, and I think that a litt’e of its clarity might fall over my past. Then, perhaps, because of it, I could remember my life without repugnance. Perhaps one day, thinking precisely of this hour, of this gloomy hour in which I wait, stooping, for it to be time to get on the train, perhaps I shall feel my heart beat faster and say to myself: “That was the day, that was the hour, when it all started.” And I might succeed —in the past, nothing but the past—in accepting myself. Night falls. On the second floor of the Hotel Printania two windows have just lighted up. The building-yard of the New Station smells strongly of damp wood: tomorrow it will rain in Bouville.