Ayahuasca

Vine of the Soul: Encounters with Ayahuasca (2010)
ayahuasca-1

Genre: Documentary
Regisseur: Richard Meech
Cast: Guillermo Arévalo, Gabor Mate, Dennis J. McKenna
Lengte: 52 min

Ayahuasca – wat ‘wijn van de ziel’ betekent is een kruidendrankje dat door sjamanen wordt gemaakt in de oerwouden van Peru. Het wordt altijd gemaakt van twee planten. Eentje daarvan bevat het hallucinogeen dimethyltryptamine oftewel DMT.

Ik heb zelf één keer in mijn leven een ingrijpende ayahuasca-ervaring meegemaakt (in 2001). Deze ervaring beschrijf ik in mijn nog niet afgeronde verhaal ‘Magische Dagen deel 2 – Ayahuasca: een liefdesgeschiedenis’. Mijn interesse in dit middel komt vooral door deze diepe spirituele ervaring.

In de amazone is ayahuasca een volledig ingeburgerd en legaal middel. De inheemse bevolking gebruikt het al eeuwen om lichamelijke en spirituele kwalen te genezen. Het is een essentieel onderdeel van de cultuur en hun leven.

De notie dat er een spirituele kant zit aan het genezingsproces is compleet weggesneden uit de biogeneeskunde in onze maatschappij. Onze maatschappij is erg materieel georiënteerd en geeft mensen daarmee niet wat ze echt nodig hebben. De ‘plantenleraar’ ayahuasca kan mensen helpen opnieuw de verbinding te maken met de natuur.

Ayahuasca laat mensen zien waar de mensheid vandaan komt; uit de ruimte. Dit kan ik bevestigen vanuit mijn eigen trip. Ook laat het zien waar energie vandaan komt in de vorm van licht. We zijn allemaal gevormd door een relatie tussen natuur, energie en licht. Ayahuasca laat mensen zich compleet voelen; daarom is het een geschikt middel om mensen af te laten kicken van een verslaving. Verslavingen worden meestal gedreven door de behoefte om een leegte op te vullen.

In deze documentaire trekken twee Canadezen, Rob een boekhouder en Kirstie een arts, samen naar Peru om ayahuasca uit te proberen. Ze trekken de Amazone in waar ze bij de sjamaan Guillermo de heilzame plant gaan uitproberen. Guillermo is een gids die zowel de lokale bevolking als sinds kort Westerlingen helpt met hun lichamelijke, geestelijke en spirituele problemen. Dat doet hij met behulp van ayahuasca.

Rob wil het doen om betekenis te vinden in zijn leven en Kirstie is benieuwd naar wat het middel kan betekenen voor haar patiënten. Na het innemen van de plant wordt de sfeer wat zwaar, iets wat de begeleiders verlichten met zingen. Rob en Kirstie laten zich meevoeren en voelen al snel een connectie met iets dat veel groter is dan zijzelf. ‘Het gevoel is subliem’, vertelt Rob. ‘Alles wat je met je lichaam doet, een simpele hoofdbeweging of ademteug, voelt zo levensbevestigend omdat je in complete harmonie bent met alles om je heen.’

Is er een sleutelinzicht dat je krijgt als je vaak ayahuasca gebruikt? vraagt de documentairemaker aan een ervaren ambassadeur van de plant. Zijn prachtige antwoord luidt: ‘we don’t know shit. We humans often think we’re running the show, but ayahuasca shows us that not only are we not running the show, we don’t even know what the show is. So be humble, and remember that you don’t know shit.’

Deze documentaire heeft mijn interesse in ayahuasca weer enorm aangewakkerd.

ayahuasca-2

Een korte geschiedenis van videogames

gameplay-1

“Videogames hebben mijn leven verpest. Gelukkig heb ik er nog twee over”

In slechts 50 jaar tijd hebben videogames zich ontwikkeld van kleine stipjes op een radarscherm tot een miljardenindustrie die rivaliseert met Hollywood. Maar videogames zijn meer dan entertainment; ze hebben de manier veranderd waarop we met machines omgaan en mogen in die zin zeker een revolutie genoemd worden.

Het verhaal van de documentaire Gameplay begint in 1962 op de Universiteit van Utah waar een aantal studenten toegang had tot een computer – een echt privilege in die tijd. Onder hen bevond zich Nolan Bushnell, een ambitieuze ontwikkelaar die later Atari zou oprichten. De visie van deze ‘vader van de videogame’ was een spel in een machine te stoppen die naast de flipperkasten in de arcadehallen zou staan.

In 1972 kwam Atari met haar eerste hit: Pong. Bij de eerste versie van deze kast ontstond er een defect omdat mensen er teveel geld in hadden gestopt; een fout die de makers niet nog eens zouden maken. Atari was succesvol, maar er doken al snel concurrenten op zoals Magnavox die de eerste spelcomputer voor thuis ontwikkelde; de Odyssey.

Het antwoord van Atari kwam in de vorm van de VCS, maar dit werd in eerste instantie een commerciële flop. Het publiek bevond zich in deze tijd – jaren 70′ – meer in de arcade. 1978 zag de opkomst van Japan als grote speler op de videogamemarkt met de lancering van Space Invaders, een duidelijk geavanceerder spel dan Pong. In 1980 kwam het Japanse bedrijf Namco met het meest populaire arcadespel aller tijden: Pac Man.

gameplay-2

Bushnell had in 1976 zijn bedrijf Atari voor 28 miljoen dollar aan Warner Communications verkocht. Het was nog een tijdlang zeer succesvol, maar door de corporate cultuur liepen de belangrijkste ontwerpers weg. Ook was de concurrentie moordend in die tijd en Atari verloor haar positie als marktleider.

Begin jaren 80’s zag de sterke opkomst van het Japanse Nintendo, oorspronkelijk een speelgoedfabrikant, die de populariteit van de console nieuw leven inblies. Vooral het personage Mario, al bekend onder gamers van het zeer populaire spel Donkey Kong uit 1981, werd al snel legendarisch. In 1985 veroverde Nintendo’s NES-console – die standaard geleverd werd met het spectaculaire spel Super Mario Bros (en Duck Hunt) – de Amerikaanse en Europese markt. Nintendo deed voor de console wat Atari voor de arcade had gedaan.

gameplay-3

Maar de concurrentie zat niet stil en Nintendo moest het opnemen tegen Sega en Atari. Begin jaren 90’ zorgde Nintendo opnieuw voor een grote vernieuwing met de Game Boy. Vooral het geheime wapen Tetris zorgde dat dit eerste handheld game device een commerciële knaller werd.

In de jaren 90’s werd geweld een belangrijker thema in de wereld van de videogame. In het spel Mortal Kombat kon je een tegenstanders’ hoofd met wervelkolom eruit trekken. Een grote maatschappelijke discussie volgde. Het spel Doom uit 1993 gooide nog wat olie op het vuur. Er volgden in deze tijd nog twee belangrijke nieuwe ontwikkelingen die de gamemarkt weer een stuk verder brachten. Social gaming maakte zijn opwachting toen gamers middels LAN-kabels hun PC’s aan elkaar konden verbinden en; de CD-rom zorgde met de gigantische opslagcapaciteit voor een revolutie aan mogelijkheden.

In 1995 werd door Sony de PlayStation op de markt gebracht die de sprong naar 3D mogelijk maakte. Het jaar daarop verscheen het klassieke Tomb Raider dat de weg vrijmaakte voor open-wereld-spellen, zoals Grand Theft Auto. De markt was nu hard op weg om volwassen te worden.

De opkomst van het internet leidde tot verdere verspreiding van de game-hobby en opeens speelde via Facebook iedereen mee. Het aantal uren dat mensen tegenwoordig in games stoppen is dan ook schrikbarend toegenomen. Of het nou het zorgen voor een familie betreft in The Sims of deelname aan een MMO (Massively multiplayer online game) zoals het immens populaire World of Warcraft (10 miljoen gebruikers wereldwijd), games nemen een steeds belangrijkere rol in.

De volgende fase van augmented reality is met Pokemon Go reeds ingegaan. Het gebruiken van hersengolven die de interface overbodig maakt, denk aan The Matrix, is niet ver weg meer. Geloofwaardige interactie met virtuele karakters en toenemende gamificatie van allerlei aspecten van ons sociale en economische leven, maakt dat videogames – 50 jaar na het ontstaan – belangrijker worden dan ooit.

gameplay-4

Stephen Hawking over tijdreizen

Is tijdreizen mogelijk? Kunnen we een poort naar het verleden openen of een sluiproute vinden naar de toekomst? Kunnen we de natuurwetten gebruiken om meesters van de tijd te worden? Deze vragen beantwoordt kosmoloog Stephen Hawking in de Discovery-documentaire ‘Stephen Hawking’s Universe’.

Terwijl mensen nu gemiddeld zo’n 80 jaar leven, worden stenen wel tienduizenden jaren en bestaan zonnestelsels wel miljarden jaren. Alle fysieke objecten hebben drie dimensies. Alles heeft een lengte, een breedte en een hoogte. De vierde dimensie is tijd. Door die vierde dimensie moeten we heenrijden als we door de tijd willen reizen. Hoe vinden we het pad daar naartoe? In science fiction films, zoals ‘Back to the Future’, doen ze dat middels een energieverslindende machine die een poort opent naar de vierde dimensie.

Natuurkundigen hebben zich vaak afgevraagd of zulke poorten ook binnen de natuurwetten zouden kunnen bestaan. Het verassende antwoord luidt: ja. Deze poorten staan bekend als wormgaten. Deze wormgaten bestaan al overal om ons heen. Zelfs de meest gladde oppervlakten hebben, als je maar diep genoeg inzoomt, piepkleine scheurtjes en gaatjes, zelfs tijd. Deze zijn nog kleiner als atomen. Wanneer je diep genoeg gaat kom je in het kwantumschuim en daar vinden we wormgaten: sluiproutes door de tijd.

Helaas zijn deze wormgaten te klein voor menselijke tijdreizigers, maar sommige wetenschappers geloven dat je er één kunt vangen en triljoenen keren kunt vergroten, zodat het groot genoeg wordt voor een mens of ruimteschip om doorheen te gaan. Er is echter een probleem bij dergelijke tijdreizen: paradoxen. Stel dat je een wormgat kon openen en jezelf daar doorheen kon zien een minuut in het verleden. En stel vervolgens dat je je minuutoude zelf zou doodschieten. Wie heeft dan het schot gelost? Hiermee zou je een grondregel van het universum schenden: oorzaken gaan altijd vooraf aan gevolgen en nooit andersom.

Hawking gelooft dan ook niet dat dingen zichzelf ongedaan kunnen maken. Wanneer dat zou kunnen, zou het hele universum vervallen in chaos. Iets zal dus voorkomen dat iemand dat zou kunnen doen. Hawking denkt dat het wel eens een feedbackloop van straling zou kunnen zijn die het wormgat kapot zal maken voordat iemand het kan gebruiken. Zelfs al zou het een wetenschapper dus lukken om op een dag een wormgat uit te vergroten, dan zou hij niet genoeg tijd hebben om er doorheen te reizen.

Stephen Hawking over tijdreizen 1

Stephen Hawking over tijdreizen 2

Stephen Hawking over tijdreizen 3

Kortom, vanwege het probleem van paradoxen gelooft Hawking niet dat tijdreizen naar het verleden gaat lukken. Jammer voor alle would-be dinosaurusjagers. Tijdreizen naar de toekomst is echter een ander verhaal. Einstein realiseerde zich al dat tijd als een rivier is die op sommige plekken versnelt en op andere vertraagt. Materie trekt aan de tijd en maakt het trager. Hoe zwaarder het object, hoe langzamer de tijd van de ruimte eromheen.

In het melkwegstelsel ligt een massief zwart gat dat de materie van wel 400 zonnen bevat. Deze onvoorstelbare massa heeft een enorm vertragend effect op tijd en maakt het tot een natuurlijke tijdmachine. Als een ruimteschip erin zou slagen er omheen te cirkelen (uiteraard zonder naar binnen gezogen te worden), dan zou de tijd met de helft vertraagd worden. Stel dat ze dit vijf jaar lang zouden doen, zou er op aarde tien jaar verstreken zijn en zouden ze dus in de toekomst thuiskomen. Erg praktisch is deze methode echter niet.

De laatste oplossing voor naar de toekomst reizen is snelheid maken. Wanneer je zou kunnen reizen met lichtsnelheid staat de tijd helemaal stil, aldus de grote Einstein. Zo’n snelheid zullen we nooit kunnen bereiken, maar stel dat we het bijna zouden halen en het voertuig zou 100 jaar lang rondjes vliegen, dan zou er voor de passagiers slechts een week verstreken zijn zodanig zou de tijd in het voertuig vertraagd worden door de snelheid. De passagiers zouden dus 100 jaar in de toekomst belanden. Je zou dan niet meer terug kunnen, maar wie weet is het dus voor dappere ruimtevaarders in de toekomst mogelijk Forward to the Future te gaan.

Stephen Hawking over aliens

Stephan Hawking's Universe - DVD

Zijn we alleen op onze kleine blauwe bal? Dat is onwaarschijnlijk. In de Melkweg waar we wonen alleen al zijn er tenminste 200 miljard sterren. En de Melkweg is slechts één van de 100 miljard sterrenstelsels van het universum. Dit is veel groter dan het menselijk brein kan bevatten.

Leven kan allerlei vormen aannemen. Van hersenloze monsters tot complete intelligente beschavingen. Of wezens die zo vreemd zijn dat we het niet eens als leven zouden herkennen. Hoe kunnen alienjagers dit leven opsporen? De wetten van het universum lijken overal hetzelfde te zijn, dus wellicht geldt dat ook voor leven, al zijn de details anders.

Over het ontstaan van het leven op aarde bestaan meerdere theorieën. Volgens een ervan is het bij toeval ontstaan in poelen met oersoep vol met chemicaliën, genaamd aminozuren. Miljoenen jaren lang botsten de moleculen op elkaar totdat de ideale combinatie spontaan ontstond. Het ultieme mazzeltje waarmee al het leven op aarde begon. De kans dat dit spontaan gebeurt is astronomisch klein, maar er wint altijd wel ergens iemand de jackpot, niet?

Er is nog een intrigerende hypothese: panspermie. Het leven zou elders zijn ontstaan en zijn getransporteerd van planeet tot planeet door astroïden. Het is mogelijk dat steenblokken bevroren organismen kunnen meedragen binnenin. Organismen die extreme temperaturen en ruimtvacuüm kunnen weerstaan. Het is zelfs mogelijk dat astroïden nu nog steeds leven naar andere werelden brengt.

Stephen Hawking over aliens 1
Stephen Hawking over aliens 2
Stephen Hawking over aliens 3

Na het ontstaan komt de fase van overleven waar voedsel voor nodig is. Dus moeten alienjagers zoeken naar plakken waar aliens voedsel zouden kunnen vinden. Water is onmisbaar voor al het bekende leven en water is overal in de ruimte te vinden. Bijvoorbeeld op Europa, één van de manen van Jupiter. Deze maan bevat bevroren water, want het is er min 165 graden Celsius. De ijslaag op Europa is wel 24 kilometer dik. Maar door de zwaartekrachtwerking wordt de maan gekneed als een bal klei, een proces dat warmte veroorzaakt. Wellicht zit onder de ijslaag vloeibaar water en daar zouden aliens kunnen wonen. Zwemmende aliens die geen idee hebben van wat er buiten allemaal gebeurt. Een missie naar Europa is prijzig, maar zal ongetwijfeld plaatsvinden in de toekomst. NASA heeft al concrete plannen.

Als de wetenschap breder wil kijken is dat lastig omdat planeten vaak moeilijk te spotten zijn. Dat vereist zeer geavanceerde technologie. De binoculaire Kech-telescoop met zijn dubbele negen meter grote spiegels is één van de krachtigste allertijden. Maar zelfs deze telescoop kan niet direct expoplaneten zien. Hij speurt naar sterren met waarneembare schommelingen. Vervolgens kan het licht van een ster uit een opname gefilterd worden, zodat een eventueel planetenstelsel van de betreffende ster waargenomen kan worden. In 1995 is de eerste exoplaneet gevonden en sindsdien zijn dat er veel meer geworden.

Hawking stelt dat elke levensvorm die fysiek mogelijk is vermoedelijk ergens bestaat in ons uitgestrekte universum. Er kunnen ook heel goed aliens bestaan die niet afhankelijk zijn van water, maar van andere chemicaliën. Contact leggen met aliens zal lastig blijven omdat de afstanden zo gruwelijk zijn. Per lichtjaar is een boodschap wel een jaar onderweg, en de meeste sterren liggen op honderden tot duizenden lichtjaren afstand.

Als aliens ons ooit komen bezoeken verwacht Hawking geen positieve uitkomst. Want als ze hier komen zijn ze net als wij geëvolueerd uit een soort die alles exploiteert. Als ze het vermogen hebben hier te komen zijn het zonder twijfel zeer intelligente ruimtenomaden die het verouderingsproces hebben weten stop te zetten. Mogelijk kunnen we zelfs de energie van een ster aanwenden om wormgaten te creëren waardoor ze enorme afstanden kunnen afleggen in no time.

Bestaan aliens? Ongetwijfeld. We hoeven maar naar onszelf te kijken om te beseffen dat er onwaarschijnlijke dingen plaatsvinden in het uitgestrekte universum. Bovendien is het wat arrogant (mijn woorden) om te denken dat we uniek zijn.