Een korte geschiedenis van videogames

gameplay-1

“Videogames hebben mijn leven verpest. Gelukkig heb ik er nog twee over”

In slechts 50 jaar tijd hebben videogames zich ontwikkeld van kleine stipjes op een radarscherm tot een miljardenindustrie die rivaliseert met Hollywood. Maar videogames zijn meer dan entertainment; ze hebben de manier veranderd waarop we met machines omgaan en mogen in die zin zeker een revolutie genoemd worden.

Het verhaal van de documentaire Gameplay begint in 1962 op de Universiteit van Utah waar een aantal studenten toegang had tot een computer – een echt privilege in die tijd. Onder hen bevond zich Nolan Bushnell, een ambitieuze ontwikkelaar die later Atari zou oprichten. De visie van deze ‘vader van de videogame’ was een spel in een machine te stoppen die naast de flipperkasten in de arcadehallen zou staan.

In 1972 kwam Atari met haar eerste hit: Pong. Bij de eerste versie van deze kast ontstond er een defect omdat mensen er teveel geld in hadden gestopt; een fout die de makers niet nog eens zouden maken. Atari was succesvol, maar er doken al snel concurrenten op zoals Magnavox die de eerste spelcomputer voor thuis ontwikkelde; de Odyssey.

Het antwoord van Atari kwam in de vorm van de VCS, maar dit werd in eerste instantie een commerciële flop. Het publiek bevond zich in deze tijd – jaren 70′ – meer in de arcade. 1978 zag de opkomst van Japan als grote speler op de videogamemarkt met de lancering van Space Invaders, een duidelijk geavanceerder spel dan Pong. In 1980 kwam het Japanse bedrijf Namco met het meest populaire arcadespel aller tijden: Pac Man.

gameplay-2

Bushnell had in 1976 zijn bedrijf Atari voor 28 miljoen dollar aan Warner Communications verkocht. Het was nog een tijdlang zeer succesvol, maar door de corporate cultuur liepen de belangrijkste ontwerpers weg. Ook was de concurrentie moordend in die tijd en Atari verloor haar positie als marktleider.

Begin jaren 80’s zag de sterke opkomst van het Japanse Nintendo, oorspronkelijk een speelgoedfabrikant, die de populariteit van de console nieuw leven inblies. Vooral het personage Mario, al bekend onder gamers van het zeer populaire spel Donkey Kong uit 1981, werd al snel legendarisch. In 1985 veroverde Nintendo’s NES-console – die standaard geleverd werd met het spectaculaire spel Super Mario Bros (en Duck Hunt) – de Amerikaanse en Europese markt. Nintendo deed voor de console wat Atari voor de arcade had gedaan.

gameplay-3

Maar de concurrentie zat niet stil en Nintendo moest het opnemen tegen Sega en Atari. Begin jaren 90’ zorgde Nintendo opnieuw voor een grote vernieuwing met de Game Boy. Vooral het geheime wapen Tetris zorgde dat dit eerste handheld game device een commerciële knaller werd.

In de jaren 90’s werd geweld een belangrijker thema in de wereld van de videogame. In het spel Mortal Kombat kon je een tegenstanders’ hoofd met wervelkolom eruit trekken. Een grote maatschappelijke discussie volgde. Het spel Doom uit 1993 gooide nog wat olie op het vuur. Er volgden in deze tijd nog twee belangrijke nieuwe ontwikkelingen die de gamemarkt weer een stuk verder brachten. Social gaming maakte zijn opwachting toen gamers middels LAN-kabels hun PC’s aan elkaar konden verbinden en; de CD-rom zorgde met de gigantische opslagcapaciteit voor een revolutie aan mogelijkheden.

In 1995 werd door Sony de PlayStation op de markt gebracht die de sprong naar 3D mogelijk maakte. Het jaar daarop verscheen het klassieke Tomb Raider dat de weg vrijmaakte voor open-wereld-spellen, zoals Grand Theft Auto. De markt was nu hard op weg om volwassen te worden.

De opkomst van het internet leidde tot verdere verspreiding van de game-hobby en opeens speelde via Facebook iedereen mee. Het aantal uren dat mensen tegenwoordig in games stoppen is dan ook schrikbarend toegenomen. Of het nou het zorgen voor een familie betreft in The Sims of deelname aan een MMO (Massively multiplayer online game) zoals het immens populaire World of Warcraft (10 miljoen gebruikers wereldwijd), games nemen een steeds belangrijkere rol in.

De volgende fase van augmented reality is met Pokemon Go reeds ingegaan. Het gebruiken van hersengolven die de interface overbodig maakt, denk aan The Matrix, is niet ver weg meer. Geloofwaardige interactie met virtuele karakters en toenemende gamificatie van allerlei aspecten van ons sociale en economische leven, maakt dat videogames – 50 jaar na het ontstaan – belangrijker worden dan ooit.

gameplay-4

Advertenties

5 bizarre vragen beantwoord met freakonomics

In het boek ‘Freakonomics’ schrijven de auteurs Stephen J. Dubner en Steven Levitt over het fictieve wetenschapsdomein freakonomie. Vreemde verhalen komen aan de orde die in reguliere economische studie niet behandeld zouden worden. Zoals onderzoeker Levitt het ziet is economie een wetenschap met uitstekende instrumenten om antwoorden te achterhalen, maar met een ernstig gebrek aan interessante vragen.

Freakonomics 1 - Cover

Zijn talent is het stellen van zulke vragen, zoals:
– Wat is gevaarlijker, een vuurwapen of een zwembad?
– Waarom geven zwarte ouders hun kinderen namen die hun carrièrekansen belemmeren?
– Is sumoworstelen corrupt?

Veel van zijn collega’s zien zijn werk misschien niet als een vorm van economie, maar in feite brengt hij de zogenaamde ‘sombere wetenschap’ terug naar haar kerntaak: verklaren hoe mensen krijgen wat ze willen hebben.

Welke bizarre vragen weet hij onder meer te achterhalen?

1. Waarom daalde misdaadcijfers?
In 1995 werd in de VS een golf verwacht in door tieners gepleegde moorden. De stijging zou wel vijftien procent bedragen. Maar de stijging kwam niet. Er kwam een daling. Verklaringen die gegeven werden waren o.a. de torenhoge vlucht die de economie had genomen en de snelle invoering van nieuwe wapenwetten. De echte verklaring bleek de landelijke legalisering van abortus in 1973. De kinderen die in een ongunstige gezinssituatie geboren zouden worden – en daardoor een veel grotere kans hadden om crimineel te worden – waren nooit geboren en zouden dus ook niet hun criminele bloeitijd ingaan eind jaren 90’.

2. Doen makelaars hun werk optimaal?
Mensen die hun huis willen verkopen schakelen een makelaar in omdat die de markt kent en het verkoopproces goed kan begeleiden. Maar zorgen makelaars er wel voor dat je de optimale prijs krijgt voor je casa? Om dat te onderzoeken keek Levitt naar de prikkels van makelaars. Zo’n 1,5 procent van de verkoopprijs gaat naar de makelaar zelf in de VS. Op een verkoop van 300.000 is dat zo’n 4.500.

Niet slecht. Maar als hij 300.000 gehaald heeft, zou met veel extra moeite wellicht 310.000 kunnen krijgen. Maar de fee van de makelaar zou dan slechts met 150 dollar stijgen. Niet de moeite voor zoveel werk. Levitt onderzocht voor hoeveel makelaars hun eigen huizen verkochten, en dat lag 3 procent boven het gemiddelde. Precies: Dat is die 10.000 extra. Ze doen dus niet de extra moeite voor hun klanten die ze voor zichzelf wel doen.

3. Is sumoworstelen corrupt?
Data vertellen het verhaal van corruptie bij sumoworstelen. In Japan worden worstelaars die tot de top 40 behoren als koningen behandeld. Daaronder ziet het leven er minder rooskleurig uit. De klassering wordt bepaald door elitetoernooien die zesmaal per jaar plaatsvinden. Elke worstelaar vecht per toernooi vijftien wedstrijden. Als hij het toernooi eindigt met winst (acht overwinningen of meer), dan stijgt zijn klassering. Is het eindresultaat negatief, dan daalt zijn klassering. Daalt die te ver, dan degradeert hij uit de eliteklassen.

De achtste overwinning is dus cruciaal. Een worstelaar met een 7-7 resultaat op de laatste dag zit dus op de schopstoel. Is het denkbaar dat een worstelaar die op 8-7 of beter staat zich in zo’n situatie laat verslaan door een 7-7 tegenstander? Een sumowedstrijd is een wervelwind van snelheid, kracht en evenwicht en duurt vaak maar een paar seconden. Het kan niet moeilijk zijn jezelf buiten de ring te gooien. Wat zeggen de data over wedstrijden waarin deze situatie zich voordoet?

Worstelaar op 7-7 tegen tegenstander op 8-6.
– Voorspeld winstpercentage: 48,7
– Feitelijk winstpercentage: 79,6

Freakonomics 2 - Sumo Guy

De prikkel om een gevecht ‘weg te geven’ is waarschijnlijk een regeling waarin de 7-7 worstelaars later een partij weggeven aan de 8-6 worstelaars, en de data tonen dat ook aan. Extra bewijs is dat toen de Japanse media een tijdlang schreven over corruptie in het worstelen, de cijfers compleet veranderde. Het feitelijke winstpercentage stond toen ‘opeens’ weer op 50 procent.

4. Zijn mensen eerlijk als ze dat niet hoeven zijn?
Paul Feldman verkocht bagels met roomkaas aan kantoorgebouwen. Hij ging ‘s ochtend kantoren langs, zette een schaal met bagels neer en een geldkistje en ging weer weg. De prijs van een bagel was 1 dollar. Hoeveel mensen betaalde eerlijk? Volgens data uit van de verkoop van tienduizenden bagels is het antwoord 87 procent. Werknemers van grote bedrijven betaalden slechter dan kleinere bedrijven. Wellicht komt dat omdat kleine communities – net als dorpen – doorgaans eerlijker zijn dan grote steden. Nog een interessant feit: managers die hoog in de boom zitten zijn oneerlijker dan werknemers in een lagere positie. Misschien zijn ze wel op die positie gekomen omdat ze wel eens een bochtje afsnijden?

5. Waarom wonen drugdealers bij hun moeder?
Met drugshandel worden miljoenen verdiend, toch? Waarom wonen drugsdealers dan nog vaak bij hun moeder?

Via een collega onderzoeker kreeg Steven Levitt het grootboek in handen van een organisatie uit Chicago die in crack dealde. Uit de analyse die Levitt losliet op deze administratie over een periode van vier jaar, bleek dat de organisatiestructuur van deze organisatie precies leek op die van McDonalds. Het was een franchisemodel met zo’n 100 filialen waar dit er één van was. Aan het hoofd van het filiaal stond een hoogopgeleide chef, die verantwoording moest afleggen aan de centrale leiding van de organisatie. Deze chef droeg 20 procent van de inkomsten af aan de leiding in ruil voor het recht crack te verkopen in een nauwkeurig afgebakend gebied.

Onder de chef stonden drie luitenanten, en daaronder vielen zo’n 50 soldaten. Helemaal onderaan in de hiërarchie stond een groep van soms wel 200 aspirant leden die contributie betaalden in de hoop ooit lid te worden. Nu de salarissen. De chef verdiende gemiddeld zo’n 8.500 dollar wat neerkomt op ongeveer een ton per jaar. Dat is vergelijkbaar met een succesvolle manager. De luitenanten gingen met slechts 700 dollar per maand naar huis, en de soldaten kregen niet meer dan 3,30 dollar per uur, minder dan het minimumloon.

Crackdealer is het gevaarlijkste beroep van Amerika. De kans om in een periode van vier jaar vermoord te worden is 1 op 4. Daarmee is de kans kleiner om in diezelfde periode te sterven wanneer je in een Texaanse dodencel zit. Het salaris van een soldaat is 3,30. Waarom zijn er toch jongeren bereid dit werk te doen? Om dezelfde reden dat de knappe boerendochter uit Wisconsin naar Hollywood vertrekt; ze willen succesvol zijn in een extreem competitieve sector waarin iemand die de top bereikt een fortuin verdient.

het antwoord op de oorspronkelijke vraag – waarom wonen drugdealers nog steeds bij hun moeder als ze zoveel geld verdienen? – is dat ze, op een klein groepje aan de top na, helemaal niet veel geld verdienen. Ze hebben geen keuze. Een bende die in crack handelt, verschilt dus niet zoveel van een doorsnee kapitalistisch bedrijf: alleen wie dicht bij de top van de piramide zit, hoeft zich financieel geen zorgen te maken.

Dood aan de vleesverraders

Sinds ik geen vlees meer eet, merk ik dat we leven in een echte vleescultuur. Het gaat niet alleen om lekker eten – er zijn zat alternatieven en dat worden er steeds meer – maar het gaat om het willen vasthouden aan de status quo. Stoppen of minderen met vlees eten zal uiteindelijk economisch noodzakelijk worden. Mensen vinden dat confronterend. Immers, vasthouden aan al het oude is comfortabel. Het veranderen van bekend gedrag vinden mensen doorgaans erg moeilijk.

Als iemand die ‘geen vlees meer eet’ (ik kan mezelf geen vegetariër noemen, want ik eet nog wel vis) loop ik geregeld tegen confrontaties aan met de gevestigde, vleesetende orde. Iedere keer dat ik in een sociale situatie aangeef geen vlees meer te eten worden mijn gesprekspartners recalcitrant, militant of zelfs een beetje agressief. ‘Nooit, nooit, nooit zal ik stoppen met vlees eten’, heb ik al meerdere keren gehoord. Oké dan.

Misschien dat het woord ‘meer’ in ‘geen vlees meer eten’ deze reacties oproept. Alsof ik wil zeggen, ‘ik doe iets niet meer en jij zou hetzelfde moeten doen.’ Mijn eigen familie heeft het er erg moeilijk mee dat ik vegetarisch ben geworden (zij mogen die term wel gebruiken). Op Sinterklaas vorig jaar kreeg ik een Big Mac uit de vriezer. In het bijbehorende gedicht stond dat het onmogelijk is dat een fervent hamburger fetisjist als ik geen vlees meer zou eten. Sommige dingen horen nu eenmaal bij elkaar, zoals The Dude en zijn White Russian, was de redenering.

Ook de mensen van mijn werk vinden het een beetje bizar. Laatst zat ik met een groep werkrelaties in Japans restaurant Kokusai in Amstelveen, waar je gezamenlijk gerechten bestelt en opeet in vijf rondes. Ik heb aangegeven geen vlees te eten, maar wel vis. Ik denk dat dit gedurende de avond nog zo’n 30 keer herhaald is. ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, als een kapotte grammofoonplaat. Toen ik laatst op een receptie een bitterbal afsloeg, vroeg mijn relatie te heroverwegen. Immers, er zat toch nauwelijks vlees in zo’n ding? Alsof stoppen met vlees eten gaat om de hoeveelheid vlees, en het geen principe kwestie kan zijn.

Nu speelt hoeveelheid ook wel weer een rol. Als iemand vraagt waarom ik geen vlees meer eet antwoord ik 1.) dat ik een einde wil maken aan de bio-industrie en 2.) dat het eten van vlees niet duurzaam is. Met die laatste reden kun je misschien nog wel eens iemand overtuigen. Mijn collega Willem koopt en bereidt om die reden zelf geen vlees (hij eet wel wat hij krijgt aangeboden). Dierenleed speelt geen rol hierin. Het gaat hem puur om het feit dat de waardeketens van vlees uitermate inefficiënt zijn. Miljoenen tonnen eten worden jaarlijks omgezet in diervoeding, voedsel dat prima kan dienen voor directe menselijke consumptie. Dan heb ik het nog niet eens over de vervuiling van de megastallen en de megaruimte die vee inneemt. Kortom, er kunnen vele schakels uit de keten weggenomen worden, zodat de negen miljard mensen die binnenkort deze planeet bewonen allemaal nog wat te bikken hebben.

Dus, toch even een moralistische statement om af te sluiten: Over 20 jaar vinden mensen het eten van dieren hopelijk uiterst bizar en ouderwets. Hopelijk kijken mensen naar foto’s van vleesafdeling van supermarkten en kunnen ze er met hun hoofd niet bij. ‘Vroeger kwamen vleesproducten niet uit het laboratorium, maar van dieren. De plakjes dierenkadaver lagen toen nog in plastic zakjes op tafel, jongen. Echt waar, je opa heeft het nog meegemaakt.’ Een mooi toekomstbeeld wat mij betreft. Maar dat is alles wat het is; een toekomstbeeld. Realiteit is het helaas nog allerminst.

Icon 6 - Fish

De opkomst van geld (4)

Door Jeppe Kleyngeld

The Ascent of Money
The Ascent of Money - DVD

Documentaire, 2008
Regie: Adrian Pennick
Script/presentator: Niall Ferguson (gebaseerd op zijn boek)

In de documentaire The Ascent of Money laat professor Niall Ferguson ons zien waar geld vandaan komt. Zie ook Deel 1 – De opkomst van banken, Deel 2 – De opkomst van obligatiemarkten en Deel 3 – De opkomst van aandelenmarkten.

Deel 4 – De opkomst van verzekeren

Een belangrijk aspect van finance is risk. Hoe kunnen we ons verzekeren tegen rampspoed zoals de overstroming in New Orleans? Weinig tot niets, zo blijkt uit deel 4 van The Ascent of Money. De St. Bernard Parochie in New Orleans heeft nog maar de helft van het aantal oorspronkelijke inwoners over omdat huizen niet meer te verzekeren zijn.

Waar komt het idee van verzekeren vandaan? Misschien is het omdat het er altijd slecht weer is, maar het eerste verzekeringsfonds komt uit Schotland. Robert Wallace en Alexander Webster begonnen een verzekeringsplan voor de weduwen van de dominees van de Schotse kerk mocht ze iets overkomen. Ferguson toont oude rekenmodellen die ze gebruikten om uit te rekenen wat hun levensverwachting was, dus hoeveel geld ze nodig hadden. De beschikbare premies investeerden ze succesvol in het bedrijfsleven.

Er waren alleen mensen in de maatschappij voor wie private verzekeringen te duur waren. Ook die mensen hebben geld nodig voor hun pensioen, een minimum inkomen bij ziekte en een bedrag voor hun familie als ze overlijden. De oplossing bleek de welvaartstaat, ook bekend als de verzorgingstaat, die zijn oorspong heeft in Japan. De Japanners gebruikten het alleen om soldaten te werven voor hun oorlogen. Na de verwoesting van de Tweede Wereldoorlog bleek het systeem echter onbetaalbaar toen een derde van de bevolking dakloos was geworden na vernietigende bombardementen van de Amerikanen.

The AoM 4 - De opkomst van verzekeren

De welvaartstaat in Japan werd hervormd tot nationaal vangnet met zaken als gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en sociale zekerheid geregeld door de Staat. Dit ging lange tijd goed en Japan werd een schoolvoorbeeld voor de rijke, geïndustrialiseerde wereld. Echter, het systeem bleek gebaseerd op de hoge economische groeiverwachtingen van het land en die bleken niet uit te komen. Hier komt het fundamentele probleem van verzekeren duidelijk naar voren; de toekomst is zeer onvoorspelbaar. In Japan zorgde de lage economische groei en oplopende vergrijzing ervoor dat het systeem niet meer werkte. Een nog groter probleem was dat de beloningen voor hard werkende mensen werden weggenomen en uitgedeeld aan diegene die onvoldoende bijdroegen. Stagflatie was het resultaat: een zeer traag groeiende productie per hoofd van de bevolking gekoppeld aan oplopende inflatie. In veel Westerse landen gebeurde hetzelfde.

Nobelprijswinnaar Milton Friedman kwam met een oplossing voor de falende welvaartstaat. Hij gebruikte Chili als laboratorium om het pensioenstelsel te hervormen. Werknemers kregen de keuze tussen het staatspensioenfonds of over te schakelen naar een privé pensioenfonds. 80 procent koos voor het laatste en de met elkaar concurrerende fondsen wisten de premies zeer succesvol te investeren in de Chileense economie.

Het laatste onderwerp in dit deel van de documentaire is ‘hedgen’, iets dat weinigen echt begrijpen. Hedgen is een methode om risico’s af te dekken, maar wordt ook vaak gebruikt om winsten te maken. Iedereen kent de verhalen van stinkend rijke hedgefund managers. Hedgen heeft zijn oorspong gek genoeg in de agrarische sector. Boeren spraken van te voren een bodemprijs af voor hun landbouwproducten en afnemers een plafondprijs. Dit verschafte beide partijen zekerheid. Deze vorm van hedgen is vervolgens geëvolueerd tot de complexe beleggingsproducten ‘derivaten’. Een derivaat is een financieel product waarvan de prijs afhankelijk is van de waarde van een gerelateerd onderliggend (financieel) product. Dat kunnen aandelen zijn, of olie, valuta of rente- en kredietproducten. Met een derivaat in bezit heb je een plicht (future) of een recht (optie) om het onderliggende product op een bepaald moment in de toekomst te kopen of verkopen. Topbelegger Warren Buffett noemde derivaten ‘weapons of mass destruction’.

Hedgefund manager Kenneth Griffin (oprichter en CEO van Citadel LLC), wiens salaris in 2007 zo’n 700 miljoen dollar bedroeg, vertelt het geheim van zijn investeringsfirma in het gokken met derivaten. Niks blijft ooit zoals het is en zijn mensen moeten intuïtief weten wat er gaat gebeuren – of niet gebeuren. Wiskundige ondersteuning is belangrijk omdat die aantoont dat je een probleem begrijpt, maar het intuïtieve gevoel is het belangrijkste dat er is voor een hedgefund dat waarde zoekt in het economische systeem.

Dat het speculeren met derivaten en dergelijke producten ook zeer gevaarlijk kan zijn bewijst de ondergang van verzekeraar AIG, die tijdens het hoogtepunt van de kredietcrisis gered moest worden door de Centrale Bank en Amerikaanse overheid. Mensen zijn zich ondertussen weer ‘veilig’ gaan verzekeren tegen slecht weer in de toekomst. In hun huizen. Dit is het onderwerp van het volgende deel van The Ascent of Money.