We zijn allemaal morele mislukkingen

Stel, je bent lopend op weg naar een belangrijke afspraak, waarvoor je netjes gekleed bent. De schoenen die je draagt zijn net nieuw en hebben 200 euro gekost. Dan zie je een kind van twee jaar in de sloot vallen. Het kind kan duidelijk niet zwemmen en je ziet geen andere volwassenen in de buurt die kunnen helpen. Wat doe je? Let wel, het is een echte baggersloot.

Uiteraard duik je er achter aan en red je het leven van het kind. Dat je kleren en schoenen daarbij vies worden en misschien wel geruïneerd zijn neem je voor lief. Je laat een kind toch niet verdrinken? Natuurlijk niet.

Maar toch laat je kinderen in Afrika wel van de honger omkomen. Of doodgaan aan ziektes die met medicijnen genezen of voorkomen kunnen worden. Je kunt deze kinderen misschien niet zien, maar je weet dat ze er wel zijn. Je kunt ze lang niet allemaal redden, maar als je een deel van het geld dat je nu aan overbodige luxe uitgeeft – zoals te dure kleren, spullen die je niet nodig hebt en te luxe vakanties – aan een goed doel zou geven zou je vele kinderen het leven redden.

En je kunt niet de schuld geven aan de bedenkelijke kwaliteit van goede doelen en geen schenking doen omdat ‘dan veel geld aan de strijkstok blijft hangen’. Met een klein onderzoek kun je makkelijk vaststellen aan welk goed doel je je overtollige geld het beste kunt geven, wat deze stichting uitgeeft aan bedrijfsvoering en hoeveel van je geld uiteindelijk bij zieke en hongerige kinderen belandt. En bij de meeste goede doelen is dat een substantieel deel van je donatie. Waarom doe je het dan niet? Volgens de Australische filosoof Peter Singer zou je dat wel moeten doen.

Maar de meeste van ons kiezen voor luxe die we eigenlijk niet nodig hebben. Singer vindt het moreel onverdedigbaar dat sommige mensen in overvloed leven terwijl anderen doodgaan van de honger. Zelf doneert hij 33 procent van zijn salaris aan kosteneffectieve goede doelen. Hij is een aanhanger van het consequentialisme, of de gevolgenethiek, een stroming die mij erg aanspreekt. Het gaat erom dat je keuzes maakt die een maximaal positief resultaat opleveren voor zoveel mogelijk wezens.

Klopt, er staat ‘wezens’ en niet mensen. Dat is een andere opvatting van Singer die me erg bevalt. Alle wezens op aarde verdienen een gelijke behandeling. Wanneer je onderscheid maakt op grond van diersoort ben je volgens Singer een ‘speciest’.

Ja, dit is een confronterende blog ik weet het. Je wordt niet alleen voor morele mislukkeling uitgemaakt, maar ook nog eens voor speciest. Maar dat is wel hoe het is, tenzij je strikt vegetarisch leeft en al het geld dat je zou kunnen spenderen aan overmatige luxe weggeeft aan goede doelen.

Ik heb zelf afgelopen week een en ander van Singer gelezen, en ben nu hard aan het nadenken over hoe ik mijn leven moet veranderen om niet langer te kwalificeren als morele mislukkeling. Is Singer een moralist? Misschien wel, maar het is in ons eigen belang om heel goed na te denken over de keuzes die we maken. En ik voel me niet helemaal goed over de mijne. Er is veel ruimte voor verbetering en dat geldt denk ik voor bijna iedereen in onze maatschappij.

De wijsheid van Socrates

Mensen weten helemaal niks. Ze denken alleen veel te weten.

In het oude Griekenland – in Athene om precies te zijn – liep er dagelijks een eigenaardig mannetje op straat iedereen vragen te stellen over uiteenlopende onderwerpen. Dat iemand dat doet is bijzonder. Mensen stellen elkaar eigenlijk heel weinig vragen. De meeste mensen vinden het fijner om aan het woord te zijn. Luisteren kost ze veel moeite.

Het vragen stellende mannetje heette Socrates (ca. 469 v.Chr. – 399 v.Chr.) en hij is één van de grondleggers van de filosofie. Filosofie betekent zoiets als ‘liefde voor de wijsheid’. Een passende definitie is: ‘Filosofie is het nadenken over het denken zelf en over het object van het denken. Meer concreet kan men zeggen dat de filosofie zich bezighoudt met vragen die door de wetenschap niet kunnen worden beantwoord of niet eens worden gesteld, zoals bijvoorbeeld de meest fundamentele vraag waarom er iets bestaat en niet veeleer niets.’

De meeste mensen die iets weten vragen niet verder, terwijl naar wij als mensen onmogelijk alles al kunnen weten over iets. Zelfs als we de feiten hebben kunnen we ons afvragen of de realiteit die we ervaren wel echt is. Kunnen we 100 procent aannemen dat het klopt dat wat onze zintuigen ons vertellen wat waar is? Nee, natuurlijk niet. Daarom is het nuttig en terecht om vragen te blijven stellen, ook al wordt dat vaak – zoals ook in het geval van Socrates – als bijzonder irritant ervaren.

Een vriend van Socrates bezocht het onfeilbare orakel van Delphi en vroeg haar: ‘Is er iemand wijzer dan Socrates?’ Het antwoord van het orakel was: ‘Nee, er is niemand wijzer dan Socrates.’ Toen Socrates dit hoorde van zijn vriend was hij verbaasd. Er waren toch zoveel mensen rondom hem met onuitputtelijke kennis? Maar jaren later begreep hij wat het orakel had bedoeld. Wijsheid is niet het kennen van zoveel mogelijk feiten, althans zaken die men voor feit aanneemt. Het is juist alle kennis ter discussie stellen om zo te komen tot steeds nieuwe inzichten over het leven en de wereld om ons heen. Socrates bezat die wijsheid. Hij was geen geleerde met een enorm ego die ermee pochte de wijsheid in pacht te hebben. Wat hij deed was vragen stellen. En dat is de les die hij voor ons heeft achtergelaten: ‘I know that I know nothing’. Dus stel veel vragen en blijf ze stellen.

Socrates

Vogelgriep is symptoom van zieke industrie

‘De overheid moet de schade vergoeden van de vogelgriep uitbraak.’ Zo luidde dinsdag de stelling op BNR Nieuwsradio. De meeste, zakelijk ingestelde luisteraars vonden van niet. ‘Het is een bedrijfsrisico van de pluimveesector, en daar kun je je tegen verzekeren’, aldus een luisteraar. Mijn reactie via Twitter haalde ook de uitzending:

#bnr Nee, consument moet betalen voor schade vogelgriep. =Biotaks

Een toelichting: De bio-industrie is ontstaan na de tweede wereldoorlog. Doordat er in die oorlog zo veel honger is geleden, riep de regering: ‘nooit meer honger! Er moet van nu af aan voor iedereen genoeg en betaalbaar voedsel zijn.’

Langzaam veranderde het boeren ambachtelijke bedrijf in een grootschalige industrie. Jaarlijks worden er in Nederland 500 miljoen dieren in de bio-industrie op wrede manier gehouden door 45.000 bedrijven. De Nederlandse veehouderij produceert in één jaar drie miljoen ton vlees en bijna tien miljard eieren, waarvan meer dan 75 procent voor de export is. Het dierenleed en de milieuschade die dit veroorzaakt is ongekend.

Ik vind dat consumenten nu veel te weinig betalen voor vlees in de supermarkt. De kosten van een vogelgriepuitbraak moeten daarom doorgerekend worden in de prijs van vlees.

Vogelgriep Uitbraak 2

Een industrie die ziek is kun je alleen uitroeien door een betere industrie neer te zetten. Ik zou graag zien dat er overal laboratoria worden neergezet om massaal kweekvlees te gaan produceren. Een hamburger uit een reageerbuis? Prachtig, ik zou weer vlees gaan eten.

Maar waarom zou de industrie gaan veranderen? Voor veel producten betalen wij consumenten nu niet de prijs die het eigenlijk zou moeten kosten als je de milieuschade mee zou nemen. Voorbeelden zijn vliegtickets, t-shirts en…. kippenvlees. Het boek ‘de vergeten oplossing’ van Eric Broekhuizen stelt terecht dat bedrijven nu de verborgen kosten van hun afval, luchtvervuiling, uitputting van grondstoffen, uitbuiting van armen en afbraak van de natuur nu niet hoeven te betalen. Waarom zouden ze dan veranderen?

‘In plaats van alleen in het nu te leven, zouden we ook verder kunnen kijken. Willen we de aarde niet onleefbaar achterlaten voor onze kinderen, dan moeten we beginnen de kosten van vervuiling en afbraak van de natuur in rekening te brengen bij de veroorzakers. Zo worden vervuilende producten duur ten opzichte van schone producten en ontstaan bij iedereen de juiste prikkels om schone, duurzame keuzes te maken’, aldus Broekhuizen.

Om tot een nieuwe industrie te komen, moeten we dus eerst de prijs van milieuschade middels biotaks in de consumentenprijs gaan opnemen. Dat dwingt bedrijven voortaan duurzaam te gaan produceren, en waar beter deze biotaks eerst in te voeren dan in de vleesindustrie? Een industrie waarvan iedereen kan zien dat die door en door ziek is. De vogelgriep is slechts een eerste symptoom.

Na de dood

‘Now it is time that we were going, I to die and you to live; but which one of us has the happiest prospect is unknown to anyone but God’
– Socrates (after being sentenced to die for impiety, introducing new gods, and corrupting the young)

Een kuiken dat in een ei zit, kan de wereld om zich heen niet zien. Misschien is dat ook zo met levenden, dat wij de andere wereld niet kunnen zien waar de doden zich begeven.

Een mooie gedachte, die ik zowaar gehoord heb van een hoogleraar bedrijfswiskunde. Bepaald geen zweverig persoon dus, maar een zeer rationele denker. Hij gelooft in leven na de dood. Veel mensen hebben daar moeite mee en wijzen al onze ervaringen toe aan activiteiten in de hersenen. Jammer, want het is een mooi geloof weet ik uit eigen ervaring. Maar wat er niet is kun je niet forceren. Loesje lukt het ook maar niet erin te geloven.

Een ‘onmenselijke’ diagnose zoals de deelnemers aan ‘over mijn lijk’ krijgen is met dit geloof een stuk beter te verdragen. Natuurlijk doet afscheid nemen nog steeds onwijs veel pijn, maar de gedachte dat iemand wegzweeft naar een andere dimensie is toch wel heel troostend. Socrates zei dat je niet wordt verslagen als je doodgaat, maar genezen.

Zelf heb ik een sterk gevoel over leven na de dood. Reïncarnatie meer specifiek. Nu kan dat natuurlijk – net zo goed als iedere religieuze ervaring – in de hersenen ontstaan. Bewijs zal er toch nooit komen. Het gaat om geloof. En ik geloof dat als ik doodga – hier in Schermerhorn – dat ik zal uitvliegen over de poldervelden en mijn vleugels na een lang leven weer kan uitslaan.

Na de dood