De wijsheid van Socrates

Mensen weten helemaal niks. Ze denken alleen veel te weten.

In het oude Griekenland – in Athene om precies te zijn – liep er dagelijks een eigenaardig mannetje op straat iedereen vragen te stellen over uiteenlopende onderwerpen. Dat iemand dat doet is bijzonder. Mensen stellen elkaar eigenlijk heel weinig vragen. De meeste mensen vinden het fijner om aan het woord te zijn. Luisteren kost ze veel moeite.

Het vragen stellende mannetje heette Socrates (ca. 469 v.Chr. – 399 v.Chr.) en hij is één van de grondleggers van de filosofie. Filosofie betekent zoiets als ‘liefde voor de wijsheid’. Een passende definitie is: ‘Filosofie is het nadenken over het denken zelf en over het object van het denken. Meer concreet kan men zeggen dat de filosofie zich bezighoudt met vragen die door de wetenschap niet kunnen worden beantwoord of niet eens worden gesteld, zoals bijvoorbeeld de meest fundamentele vraag waarom er iets bestaat en niet veeleer niets.’

De meeste mensen die iets weten vragen niet verder, terwijl naar wij als mensen onmogelijk alles al kunnen weten over iets. Zelfs als we de feiten hebben kunnen we ons afvragen of de realiteit die we ervaren wel echt is. Kunnen we 100 procent aannemen dat het klopt dat wat onze zintuigen ons vertellen wat waar is? Nee, natuurlijk niet. Daarom is het nuttig en terecht om vragen te blijven stellen, ook al wordt dat vaak – zoals ook in het geval van Socrates – als bijzonder irritant ervaren.

Een vriend van Socrates bezocht het onfeilbare orakel van Delphi en vroeg haar: ‘Is er iemand wijzer dan Socrates?’ Het antwoord van het orakel was: ‘Nee, er is niemand wijzer dan Socrates.’ Toen Socrates dit hoorde van zijn vriend was hij verbaasd. Er waren toch zoveel mensen rondom hem met onuitputtelijke kennis? Maar jaren later begreep hij wat het orakel had bedoeld. Wijsheid is niet het kennen van zoveel mogelijk feiten, althans zaken die men voor feit aanneemt. Het is juist alle kennis ter discussie stellen om zo te komen tot steeds nieuwe inzichten over het leven en de wereld om ons heen. Socrates bezat die wijsheid. Hij was geen geleerde met een enorm ego die ermee pochte de wijsheid in pacht te hebben. Wat hij deed was vragen stellen. En dat is de les die hij voor ons heeft achtergelaten: ‘I know that I know nothing’. Dus stel veel vragen en blijf ze stellen.

Socrates

Vogelgriep is symptoom van zieke industrie

‘De overheid moet de schade vergoeden van de vogelgriep uitbraak.’ Zo luidde dinsdag de stelling op BNR Nieuwsradio. De meeste, zakelijk ingestelde luisteraars vonden van niet. ‘Het is een bedrijfsrisico van de pluimveesector, en daar kun je je tegen verzekeren’, aldus een luisteraar. Mijn reactie via Twitter haalde ook de uitzending:

#bnr Nee, consument moet betalen voor schade vogelgriep. =Biotaks

Een toelichting: De bio-industrie is ontstaan na de tweede wereldoorlog. Doordat er in die oorlog zo veel honger is geleden, riep de regering: ‘nooit meer honger! Er moet van nu af aan voor iedereen genoeg en betaalbaar voedsel zijn.’

Langzaam veranderde het boeren ambachtelijke bedrijf in een grootschalige industrie. Jaarlijks worden er in Nederland 500 miljoen dieren in de bio-industrie op wrede manier gehouden door 45.000 bedrijven. De Nederlandse veehouderij produceert in één jaar drie miljoen ton vlees en bijna tien miljard eieren, waarvan meer dan 75 procent voor de export is. Het dierenleed en de milieuschade die dit veroorzaakt is ongekend.

Ik vind dat consumenten nu veel te weinig betalen voor vlees in de supermarkt. De kosten van een vogelgriepuitbraak moeten daarom doorgerekend worden in de prijs van vlees.

Vogelgriep Uitbraak 2

Een industrie die ziek is kun je alleen uitroeien door een betere industrie neer te zetten. Ik zou graag zien dat er overal laboratoria worden neergezet om massaal kweekvlees te gaan produceren. Een hamburger uit een reageerbuis? Prachtig, ik zou weer vlees gaan eten.

Maar waarom zou de industrie gaan veranderen? Voor veel producten betalen wij consumenten nu niet de prijs die het eigenlijk zou moeten kosten als je de milieuschade mee zou nemen. Voorbeelden zijn vliegtickets, t-shirts en…. kippenvlees. Het boek ‘de vergeten oplossing’ van Eric Broekhuizen stelt terecht dat bedrijven nu de verborgen kosten van hun afval, luchtvervuiling, uitputting van grondstoffen, uitbuiting van armen en afbraak van de natuur nu niet hoeven te betalen. Waarom zouden ze dan veranderen?

‘In plaats van alleen in het nu te leven, zouden we ook verder kunnen kijken. Willen we de aarde niet onleefbaar achterlaten voor onze kinderen, dan moeten we beginnen de kosten van vervuiling en afbraak van de natuur in rekening te brengen bij de veroorzakers. Zo worden vervuilende producten duur ten opzichte van schone producten en ontstaan bij iedereen de juiste prikkels om schone, duurzame keuzes te maken’, aldus Broekhuizen.

Om tot een nieuwe industrie te komen, moeten we dus eerst de prijs van milieuschade middels biotaks in de consumentenprijs gaan opnemen. Dat dwingt bedrijven voortaan duurzaam te gaan produceren, en waar beter deze biotaks eerst in te voeren dan in de vleesindustrie? Een industrie waarvan iedereen kan zien dat die door en door ziek is. De vogelgriep is slechts een eerste symptoom.

Na de dood

‘Now it is time that we were going, I to die and you to live; but which one of us has the happiest prospect is unknown to anyone but God’
– Socrates (after being sentenced to die for impiety, introducing new gods, and corrupting the young)

Een kuiken dat in een ei zit, kan de wereld om zich heen niet zien. Misschien is dat ook zo met levenden, dat wij de andere wereld niet kunnen zien waar de doden zich begeven.

Een mooie gedachte, die ik zowaar gehoord heb van een hoogleraar bedrijfswiskunde. Bepaald geen zweverig persoon dus, maar een zeer rationele denker. Hij gelooft in leven na de dood. Veel mensen hebben daar moeite mee en wijzen al onze ervaringen toe aan activiteiten in de hersenen. Jammer, want het is een mooi geloof weet ik uit eigen ervaring. Maar wat er niet is kun je niet forceren. Loesje lukt het ook maar niet erin te geloven.

Een ‘onmenselijke’ diagnose zoals de deelnemers aan ‘over mijn lijk’ krijgen is met dit geloof een stuk beter te verdragen. Natuurlijk doet afscheid nemen nog steeds onwijs veel pijn, maar de gedachte dat iemand wegzweeft naar een andere dimensie is toch wel heel troostend. Socrates zei dat je niet wordt verslagen als je doodgaat, maar genezen.

Zelf heb ik een sterk gevoel over leven na de dood. Reïncarnatie meer specifiek. Nu kan dat natuurlijk – net zo goed als iedere religieuze ervaring – in de hersenen ontstaan. Bewijs zal er toch nooit komen. Het gaat om geloof. En ik geloof dat als ik doodga – hier in Schermerhorn – dat ik zal uitvliegen over de poldervelden en mijn vleugels na een lang leven weer kan uitslaan.

Na de dood

Het ultieme levensdoel is…

Voortplanten, de marathon lopen, een ‘Star Wars’ en ‘Lord of the Rings’ marathon achter elkaar houden?

Vaak denkt men bij levensdoelen aan ambities. En ambities worden meestal aan werk en carrière opgehangen. Promotie maken, doorbreken in de muziek via The Voice of Holland, profvoetballer worden… Of mensen denken aan hun sportprestaties, helemaal nu er allemaal irritante apps bestaan waarmee je kunt meten (en delen via social media 😦 ) hoeveel kilometer je gedraafd, getrapt of gezwommen hebt.

Een persoonlijk doel van mij zou kunnen zijn het schrijven van een filmscript en doorbreken in de heilige heuvels boven Los Angeles. Maar zijn dit de doelen waar het echt om draait in het leven? Je hoort weinig mensen zeggen; ‘ik wil mijn partner gelukkig maken’ of ‘ik wil zoveel mogelijk tijd met mijn kinderen doorbrengen’. Zou het niet meer daarom moeten draaien?

De carrièredoelen zijn vaak gelieerd aan een passie. En ik vind dat passies en dromen absoluut ruimte moeten krijgen. Maar er is ook iets vreemds mee, namelijk dat veel van die passies zo enorm van deze tijd zijn. Zou iemand honderd jaar geleden ook dromen van een carrière in film of muziek? Volgens mij waren de meeste mensen toen al blij dat er eten op tafel stond.

Goed, we hebben dus meer ruimte gekregen voor andere zaken dan de absolute basisbehoeften. Maar het is daardoor makkelijker geworden om uit het oog te verliezen waar het echt om draait in het leven, en je teveel op de passies te storten die dus vaak aan werk en carrière verbonden zijn.

In een recent artikel in de Guardian stonden de vijf meest voorkomende dingen waar stervende personen spijt van hadden:
1. I wish I’d had the courage to live a life true to myself, not the life others expected of me.
2. I wish I hadn’t worked so hard.
3. I wish I’d had the courage to express my feelings.
4. I wish I had stayed in touch with my friends.
5. I wish that I had let myself be happier.

Hieruit blijkt dat het volgen van dromen belangrijk is (1), maar dat daarbij een valkuil te hard werken is (2). De derde vind ik een hele mooie: echt laten weten aan anderen wat je voelt is het mooiste geschenk dat je jezelf kunt geven. Mooie vriendschappen laten verwateren komt ook veel voor, en het zal niet minder worden nu we het allemaal drukker en drukker lijken te krijgen. De laatste is vooral blijven hangen in oude patronen uit angst voor verandering.

Prachtig lijstje waaruit blijkt dat je een goede balans moet zoeken. Het ultieme levensdoel is voor mij liefde, voor anderen, maar ook voor jezelf. Alleen dat stelt je in staat de dingen te doen die je moet doen, zodat je nergens spijt van hoeft te hebben wanneer het tijd is om te gaan. Daarnaast heb je een paar stevige ballen nodig en doorzettingsvermogen, want vanzelf gaat het allemaal niet.

Het Ultieme Levensdoel