10 Beatles anekdotes die je nog niet kent

In het boek ‘The Beatles compleet: Het verhaal van de 213 songs’ staat de volledige opnamegeschiedenis van The Fabulous Four opgetekend.

Beatles anekdotes 1

Het uitgebreide fanboek bevat ook vele toffe anekdotes waaronder de volgende tien:

1. Naam van de band
Rock-’n-rollpionier Buddy Holly had grote invloed op de muziek van de jaren 60’. The Beatles – die eerst The Quarrymen (quarry betekent steengroeve) heetten – speelde onder meer zijn song ‘Words of Love’. De naam van Buddy’s begeleidingsband The Crickets vormde naar verluid de inspiratie voor de naam van The Beatles. Dit was eerst The Silver Beatles, maar Silver werd na korte tijd geschrapt. De bandnaam is ook een referentie naar the Beat Generation waarmee The Beatles een sterke connectie hadden.

2. Een jointje voor de Boys
Toen The Beatles in augustus 1964 Bob Dylan voor het eerst ontmoetten, bood hij hun een joint aan. De verraste Beatles gaven toe dat ze nog nooit marihuana hadden gerookt. Dylan, op zijn beurt verrast, vroeg: ‘Maar hoe zit het dan met die song?’ (‘I want to Hold Your Hand’) ‘Welke song?’ vroeg John Lennon. ‘Je weet wel: And when I touch you, I get high, I get high, I get high.’ Gegeneerd antwoordde John: ‘Zo gaat het niet. Het is: I can’t hide, I can’t hide, I can’t hide…’

3. Een nummer voor The Stones
De avond voordat het nummer ‘I Wanna Be Your Man’ zou worden opgenomen voor hun tweede album ‘With the Beatles’ op 11 september 1963, ontmoetten John en Paul de manager van The Rolling Stones. Hij vertelde dat de Stones snel een song nodig hadden als opvolger van ‘Come On’, hun eerste singel. De twee Beatles boden hem ‘I Wanna Be Your Man’ aan dat volgens hen goed bij de Stones paste. Ze vertrokken meteen naar studio 51, waar de Stones repeteerde, en voltooide daar tot ieders verbazing de song. Het werd een grote hit voor de Stones.

4. Dromen van gisteren
‘Ik heb zoveel lof voor ‘Yesterday’ gekregen, maar het was Paul’s kindje’, verklaarde John Lennon wanneer hij het had over de song die Paul McCartney in een droom had gehoord. Tijdens een verblijf in het huis van de familie Asher (van Paul’s vriendin Jane Asher) werd Paul op een ochtend wakker op zijn zolderkamertje. ‘Ik stond op, ging achter de piano zitten, speelde G, Fis mineur septiem – en ging van daaruit naar B en E mineur, en ten slotte terug naar E. Ik vond de melodie heel goed, maar omdat ik hem had gedroomd, kon ik niet geloven dat ik hem had geschreven.’ In deze fase was de tekst er nog niet. De werktitel was: Scrambled Eggs / Oh, my baby how I love your legs. Van alle Britse songs is ‘Yesterday’ het vaakst gedraaid om de Amerikaanse radio- en tv-zenders, namelijk ruim zeven miljoen keer.

5. Lennon: ‘Help!’
‘De meeste mensen denken dat het gewoon een snel rock- ’n rollnummer is. Dat had ik indertijd niet door; ik schreef het alleen maar omdat ik daartoe opdracht had gekregen’, zei John Lennon in 1980 over het nummer ‘Help’. ‘Pas later besefte ik dat ik echt om hulp schreeuwde.’ In die tijd voelde hij zich ongemakkelijk bij het succes, de eerbewijzen, het geld en de uitspattingen. Hij was terneergeslagen: ‘Dat hele Beatles-gedoe ging je begrip te boven. Ik at en dronk als een varken en was zo vet als een varken, ontevreden over mezelf, en onbewust schreeuwde ik om hulp. Het was dus mijn periode als dikke Elvis.’

Beatles anekdotes 2

6. Rubberen zolen
De hoes van ‘Rubber Soul’ maakte duidelijk dat de band een nieuwe richting was ingeslagen. ‘Ik vond het goed dat we op de hoes langere gezichten hadden gekregen’, aldus George Harrison hierover. ‘We waren niet onschuldig meer, niet meer naïef, en op ‘Rubber Soul’ waren we voor het eerst volwaardige wietrokers.’

Beatles anekdotes 3

Robert Freemans hoesfoto kreeg zijn vorm door stom toeval. Er werd een fotosessie georganiseerd in John’s huis in Weybridge – alle Beatles droegen daar een coltrui. Terug in London nodigde Freeman de Beatles uit om de dia’s te komen bekijken. Hij projecteerde ze op een stuk karton, om te laten zien hoe ze als hoesfoto zouden ogen. Het karton gleed echter wat naar achteren, zodat de foto langer leek. Paul: ‘Hij werd langer en wij zeiden: ‘dat is het, Rubber So-o-oul, hey, hey! Kun je het zo doen?’ Freeman zei: ‘Ja, ik kan het zo afdrukken.’ En dat was dat.’

Beatles anekdotes 4

7. Double A
John Lennon schreef ‘Day Tripper’ als song voor een single. De tekst was destijds voor veel fans een raadsel, want wat betekent day tripper? Letterlijk: iemand die een dagtocht maakt. Maar niet zomaar een tochtje – het woord verwijst naar ‘trippen’. ‘Het is een drugssong’, aldus Lennon. Toen Paul vier dagen later met ‘We Can Work It Out’ kwam, kreeg dat de voorkeur voor de A-kant boven ‘Day Tripper’. John maakte heftig bezwaar, en bij wijze van vernieuwend en diplomatiek compromis kreeg de volgende Beatlessingle een dubbele A-kant. Opnieuw waren The Beatles hun tijd ver vooruit.

8. Wie is:
Michelle – Waarschijnlijk Michelle Phillips van The Mamas and the Papas.
Eleanor Rigby – De voornaam van de actrice Eleanor Bron die in de film ‘Help!’ de priesteres had gespeeld, in combinatie met de naam van een winkel Rigby & Evens. Op de begraafplaats Woolton in Liverpool staat overigens een echte graf met de naam Eleanor Rigby, een vreemd toeval.
Doctor Robert – Waarschijnlijk dr. Robert Freeman, de eigenaar van een New Yorkse kliniek, die aan veel beroemdheden een cocktail voorschreef van vitamine B12 met een enorme dosis amfetamine.
Penny Lane – Een buurt in Liverpool, een straat en een busstation waar Paul doorheen kwam als hij naar het huis van John Lennon ging. The Beatles waren zich er waarschijnlijk niet van bewust dat Penny Lane was genoemd naar James Lane, een achttiende-eeuwse Britse slavenhandelaar die fel gekant was tegen de afschaffing van de slavernij.
The Walrus – Paul (althans volgens de tekst van het nummer ‘Glass Onion’).
Dear Prudence – De zus van Mia Farrow die haar huisje niet uit wou komen bij de lessen van Maharishi Mahesh Yogi in Rishikesh, India.
Martha My Dear – Paul’s hond, een bobtail.
Julia – John’s moeder
Hey Jude – John’s zoontje Julian (Paul schreef het als troost voor de scheiding van John en Cynthia Lennon).
Mean Mr. Mustard – Een gierigaard die briefjes van 5 pond in zijn lichaam (neus) verstopte.
Polythene Pam – Een meisje dat ‘Polythene Pat’ werd genoemd, vanwege haar vreemde gewoonte om plastic te eten.

9. Geen LSD
Er werd veel gespeculeerd over de song ‘Lucy in the Sky with Diamonds’, waarvan de eerste letters van de titelwoorden de afkorting LSD vormen. Volgens schrijver van de song John Lennon was dat geheel onbewust. De Lucy in de song was Lucy O’Donnell, het beste vriendinnetje van John’s zoontje Julian, die toen drie jaar was. Julian liet John een tekening zien waarop hij Lucy had afgebeeld. ‘Dat is Lucy in de lucht met diamanten’, zei Julian. John vond de titel geweldig en schreef meteen een song, waarbij hij zich liet inspireren door ‘Alice in Wonderland’.

10. The End
‘The End’ (oorspronkelijke titel ‘Ending) heeft een bijzondere betekenis, omdat het de laatste complete song op ‘Abbey Road’ is, het laatste album dat The Beatles opnamen. Wisten The Beatles in de zomer van 1969 al dat hun bijzondere avontuur ten einde was? The nummer is om drie redenen uniek: het is de laatste song van het laatste Beatlesalbum (afgezien van ‘Her Majesty’, dat als een soort postscriptum moet worden beschouwd), het bevat de enige drumsolo die Ringo ooit heeft gedrumd en het is het enige nummer waarop Paul, George en John ooit samen een gitaarsolo spelen.

‘Her Majesty’, het 0.23 durende 17de nummer op ‘Abbey Road’, is het kortste nummer dat The Beatles ooit hebben uitgebracht en heeft de twijfelachtige eer het laatste nummer van het laatste (opgenomen) album te zijn, hoewel dat niet de bedoeling was. Het oorspronkelijk weggegooide nummer belandde per ongeluk op de mastertape en werd zo de eerste ‘hidden track’ in de muziekgeschiedenis.

Nog 10 economische ideeën die je echt moet kennen

Verbeter je economisch denken met deze 10 economische theorieën en definities. Dit is een vervolg op: 10 economische ideeën die je echt moet kennen

11. Communisme
In 2005 stelde BBC een lijst samen van de meeste favoriete filosofen aller tijden. Op de eerste plaats kwam Karl Marx met een verbijsterende 28 procent van de 30.000 stemmen. Hoe kan het dat Marx zo populair is terwijl zijn ideeën in de praktijk mislukt zijn? Het centrale idee in de theorie van Marx is dat maatschappijen – net als mensen – door een evolutieproces gaan. Daarbij adapteren ze eerst minder ideale systemen, zoals kapitalisme, om uiteindelijk te eindigen met het ideale, klasseloze systeem: het communisme. Het is echter ontzettend lastig gebleken een economie centraal aan te sturen. De voorbeelden uit de 20ste eeuw zijn dan ook niet erg succesvol te noemen. De Sovjet Unie heeft zich op slecht één gebied ontwikkeld tijdens het communistische bewind: ruimtevaart en het leger. Niet toevallig was dat ook het enige gebied waarop het concurrentie ondervond, namelijk van de Verenigde Staten.

12. Individualisme
Individualisme stamt uit de Oostenrijkse school van economie, begonnen door Carl Menger. Het centrale idee is dat individuele keuzes het grootste belang hebben. Mainstream economics is een top-down studie die kijkt naar hoe goed een economie het doet, en aan welk beleid dat te wijten is. In de Oostenrijkse school werd het individu op de voorgrond geplaatst. Het economisch succes van een land is de optelsom van de keuzes van miljoenen individuen. Wat heb je aan dit gedachtegoed dat sceptisch staat tegenover forecasts, en economie ziet als kunst en niet als wetenschap? Toch is het een belangrijk idee geweest in de toename van laisser-faire; het vrij laten van productie en (handels)verkeer. Dit vormde het centrale idee in de regeringen van Ronald Reagan en Margaret Thatcher.

13. Aanbodeconomie (supply side economics)
Gericht op de aanbodskant van de economie (bedrijven en werknemers). Dit is een controversieel onderwerp omdat het twee groepen in tweeën splitst: diegenen die geloven dat de overheid een rol te vervullen heeft in de distributie van welvaart, en diegenen die geloven dat je mensen en bedrijven zoveel mogelijk vrij moet laten. Die laatste groep is bijvoorbeeld vaker voorstander van privatisering van water- en energiebedrijven. Fiscaal beleid is ook een belangrijk onderdeel van aanbodeconomie, omdat het een belangrijke prikkel is om de aanbodskant (productie en arbeid) in beweging te krijgen. Vraagt de overheid te veel belasting, wordt het minder aantrekkelijk om te gaan werken. Vragen ze te weinig, dan hebben ze te weinig inkomsten om sociale voorzieningen in stand te houden. De kunst is om precies het juiste tarief te vinden.

14. Marginalisme
De hele nacht doorleren voor een examen doe je omdat je je diploma wilt halen, maar er komt een punt waarop je beter kunt gaan slapen dan verder doorleren. Dat is het bepalen van de marge. Een ander voorbeeld is het produceren van een gloeilamp. Op een gegeven punt is de omzet die je haalt uit de productie van één extra gloeilamp lager dan de productiekosten die je ervoor moet maken. Marginalisme wordt dus geassocieerd met argumenten over veranderingen in de hoeveelheden van een product of dienst die de subjectieve waarde bepalen. De Britse econoom Alfred Marshall speelde een belangrijke rol in de ‘marginalist revolution’, het idee dat consumenten proberen hun consumptie aan te passen totdat het marginale nut gelijk komt te staan aan de prijs.

15. Geld
Niet alles in de economie is geld, maar geld maakt wel economen van ons allemaal. Zonder geld zouden we aan ruilhandel overgeleverd zijn, en zouden onze economieën zeer complex en inefficiënt worden. Geld is een rekenmiddel waarmee we gemakkelijk de waarde van transacties kunnen berekenen. Er zijn twee soorten. Grondstoffen (commodity) geld dat een intrinsieke waarde heeft, zoals goud, voedsel en sigaretten (in een gevangenis). En chartaal (fiat) geld, zoals een briefje van vijf euro dat iets waard is omdat de overheid dat zegt. Geld functioneert alleen als er vertrouwen is. Een belangrijke rol van de overheid is zorgen dat geld in de toekomst nog wat waard is om het vertrouwen te handhaven. Hoeveel geld er in een economie omgaat is een goede manier om vast te stellen hoe gezond een economie is. Mensen die veel geld hebben voelen zich rijk en geven veel uit. In reactie daarop kopen bedrijven meer grondstoffen en materialen in om aan de vraag te voldoen.

10 economische ideeën - Geld

16. Micro en Macro
Micro is klein. Macro is groot. Micro-economie – een bottum-up benadering van economie – houdt zich bezig met de vraag hoe huishoudens en bedrijven beslissingen nemen en interacteren met de markt. Macro-economie – een top-down benadering – houdt zich bezig met het functioneren van complete economieën. De micro-economie is een heel breed veld dat kijkt naar vraag en aanbod, en hoe bijvoorbeeld huishoudens reageren op zekere belastingmaatregelen. Specialismen binnen de micro-economie zijn bijvoorbeeld public finance, de arbeidsmarkt, of een bepaalde sector. Een macro-econoom zal zich typisch afvragen waarom de groei van een land zo hoog is, terwijl de inflatie laag blijft (dit was het geval in de VS in de jaren 90’). Een ander voorbeeld is Pikkety die onderzoekt waarom er meer ongelijkheid is ontstaan in o.a. het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

17. Bruto Binnenlands Product (BBP)
Het belangrijkste economische cijfer dat de inkomsten en uitgaven van een land of economie meet. Daarbij worden ook de inkomens van buitenlandse firma’s meegerekend die binnen de grenzen van dat land opereren. Het nominale BBP betekent dat de inflatie al verrekend is in het cijfer. Economen kijken vooral naar de groei van het BBP. Of de krimp natuurlijk; als het BBP twee kwartalen achter elkaar daalt zit dat land in een recessie. Het BBP heeft wel wat beperkingen. Stel, dat een land bijvoorbeeld heel veel immigranten binnenhaalt stijgt het BBP wel, maar niet de individuele output per medewerker. Daarom kijken sommige economen liever naar de productiviteit per medewerker. Toch blijft het BBP de maatstaf om het succes van een economie aan af te lezen.

18. Centrale banken and rentetarieven
Centrale banken sturen de economie weg van ‘booms en busts’. Als de economie heel hard groeit moeten ze de rente verhogen om op een beschaafde wijze een einde aan het feestje te maken. Als de economie in een dal raakt kunnen ze de rente weer verlagen, zodat de economie weer een kickstart krijgt. Niet alleen inflatie wordt beïnvloed door rentetarieven, maar ook valuta. Dat maakt het meer of minder interessant voor landen om te investeren in het land, en het kan de export duurder en onaantrekkelijker maken.

Een ander controlemechanisme van centrale banken is bepalen hoeveel reserves de banken moeten aanhouden, die weer bepaalt hoeveel ze aan hun klanten kunnen uitlenen. Centrale banken hebben ook de functie het onderliggende economische systeem te ondersteunen. Als alles goed gaat op Wall Street en in The City is zo’n rol nauwelijks nodig, maar na de crisis van 2008 pompte centrale banken – als ‘lender of last resort’ – heel veel geld in de economie onder de noemer ‘quantitative easing’. De gevolgen hiervan zijn nog onbekend, maar in de economie bestaat er niet zoiets als een ‘free lunch’.

19. Inflatie
Aan het begin van het millennium werd Zimbabwe getroffen door hyperinflatie. Het vervelende van inflatie is dat het ‘out of control’ kan schieten. De belangrijkste rol van centrale banken en landen is om inflatie op een acceptabel niveau te houden. Als het te hoog is, dan raakt de economie oververhit. Als het te laag is, raakt de economie in een malaise. Bij een hoge inflatie is het probleem dat teveel geld achter te weinig goederen aanzit. Centrale banken kunnen dan de rente verhogen, zodat er minder geleend wordt en de balans wordt hersteld. Meestal wordt inflatie per jaar gemeten. Een inflatie van drie procent per jaar betekent dat de prijzen over de hele economie drie procent hoger liggen dan 12 maanden eerder. Te hoge inflatie is zeer schadelijk voor de economie. Stagflatie is hoge inflatie gekoppeld aan recessie. Ideaal voor de economische ontwikkeling is langzaam stijgende prijzen.

20. Schuld en deflatie
In de jaren 20’ in de Verenigde Staten was er veel gespeculeerd met geleend geld door banken wat leidde tot de grote crash van 1929, die gevolgd werd door een jarenlange depressie (langdurige krimpende economie). Een van de problemen die aan het hart lag van de crisis was deflatie. Mensen hadden het gevoel dat de prijzen opgeblazen waren – wat ook zo was – en als gevolg hiervan begonnen de prijzen heel hard te dalen. Geld werd dus wel meer waard, maar schulden werden veel duurder om af te lossen, het grootste probleem van deflatie.

Deflatie is een ramp voor werkgevers. Ze verdienen minder aan hun producten en diensten, maar zitten juridisch wel vast aan verplichtingen, zoals schulden en personeelskosten. Het leidt dus tot werkloosheid. Banken hebben het probleem dat personen en bedrijven waar ze schulden hebben uitstaan deze niet meer kunnen afbetalen. Het lijkt dus in eerste instantie aantrekkelijk voor werknemers, maar is dat niet. Bij deflatie is het probleem dat schulden opgeblazen worden. De oplossing voor deflatie van centrale banken is obligaties opkopen en geld in de economie pompen. Dat is dan ook precies wat centrale banken sinds 2008 hebben gedaan. Dit lijkt het gewenste effect te hebben, maar is dat ook zo?

Gebaseerd op:
‘50 Economics Ideas You Really Need to Know’
by Edmund Conway
(Maar voor de overige 30 moet je het boek maar lezen)

In 7 stappen meesterschap bereiken

“Do not think that what is hard for you to master is humanly impossible; and if it is humanly possible, consider it to be within your reach”
—Marcus Aurelius

Mastery 1

In het boek ‘Mastery’ bespreekt auteur Robert Greene het belang van en de weg naar meesterschap. In het begin van het boek rekent Greene af met het idee van ‘genieën’. Volgens zijn uitgewerkte theorie – gebaseerd om neuro- en cognitieve wetenschap en talloze biografieën van uitblinkers – zijn bijzonder bekwame mensen, zoals Mozart, Da Vinci en Darwin, zo goed geworden omdat ze hun roeping hadden gevonden en in de gelegenheid kwamen om heel veel te oefenen. In het bereiken van meesterschap volgden zij allemaal hetzelfde pad, betoogt Greene.

Wat mensen onderscheidt van dieren is het vermogen om tijd in ons voordeel om te buigen. Om vaardigheden te bekwamen, zodat het uiteindelijke resultaat veel beter is dan wanneer we direct actie zouden ondernemen. Om instrumenten zo vaak te gebruiken dat ze als een extra ledemaat worden. Als kinderen blijven we zo lang hulpeloos en onbekwaam om ons in staat te stellen onze hersenen te ontwikkelen; ons unieke instrument waarmee we meesterschap kunnen bereiken in ons leven. Welke stappen zijn nodig om deze staat te bereiken?

1. Vind je roeping
Meesterschap begin altijd bij passie. De passie van Charles Darwin was bijvoorbeeld verzamelen. Hij had helemaal niet zo’n scherp intellect, heeft de bedenker van de evolutietheorie zelf eens gezegd, maar door zijn roeping te volgen is hij uiteindelijk de bekendste en belangrijkste bioloog aller tijden geworden.

De lange reis die Darwin maakte op de Beagle als scheepsbioloog heeft zijn leven veranderd. Vijf jaar lang verzamelde hij ongelofelijke hoeveelheden fossielen en monsters. Hij bedacht een systeem voor het verzamelen en categoriseren van specimens en ontwikkelde een zesde zintuig voor het herkennen van soorten. Zonder zijn diepe passie voor verzamelen had hij deze monsterklus nooit kunnen klaren. En als hij hier geen meester in was geworden, had hij nooit de theorie kunnen ontwikkelen die ons denken over leven voor altijd heeft veranderd.

Mastery 2 - Darwin

Wolfgang Amadeus Mozart kreeg de gelegenheid heel veel te oefenen. Op zijn vijfde was hij al een virtuoos op de piano. Hij was het echter zat om voor rijke mensen te blijven spelen. Zijn roeping bleek componeren te zijn en dat is hij dan ook gaan doen, ook al leidde dat tot een onherstelbare breuk met zijn vader. Een roeping wil gehoord worden, stelt Greene. En vaak moeten we daarvoor eerst obstakels overwinnen, zoals ouders die het beste met ons voor hebben, maar ons belemmeren te doen waar echt ons hart ligt. We zijn het aan onszelf verplicht onze roeping te vinden en die te volgen, wat er ook maar voor nodig is.

2. Stel leren centraal
Om meesterschap te bereiken moet je verschillende fasen door te beginnen met wat Greene de ‘apprenticeship phase’ noemt. Kies altijd de plek waar je het meeste kunt leren en ga nooit voor het geld. Als je gaat voor het bereiken van meesterschap, komt het geld vanzelf wel. Bovendien is het beter te wennen aan weinig geld, dan blijf je flexibel in het volgen van je pad. Natuurlijk heb je wel wat geld nodig om van te leven, maar dit hoeft geen belemmering te zijn je echte passie na te jagen. Einstein nam een simpel baantje bij een patentenbureau, zodat hij veel tijd over had voor zijn eigen gedachte-experimenten. Zijn eerste briljante theorieën bedacht hij in deze periode.

>>> Lees verder op FM.nl <<<

The Lesson of Aluminium

Gaius Plinus Cecelius Secundus, known as Pliny the Elder, was born in Italy in the year AD 23. He was a naval and army commander in the early Roman Empire, later an author, naturalist, and natural philosopher, best known for his Naturalis Historia, a thirty-seven volume encyclopaedia describing, well, everything there was to describe.

In one of his later volumes, Earth, book XXXV, Pliny tells the story of a goldsmith who brought an unusual diner plate to the court of Emperor Tiberius. The plate was a stunner, made from a new metal, very light, shiny, almost as bright as silver. The goldsmith claimed he had extracted it from plain clay, using a secret technique, the formula only known to himself and the gods.

Tiberius, though, was a little concerned. The emperor was one of Rome’s great generals, a warmonger who conquered most of what is now Europe and amassed a fortune of gold and silver along the way. He was also a financial expert who knew the value of his treasure would seriously decline if people suddenly had access to a shiny new metal rarer than gold. “Therefore”, recounts Pliny, “instead of giving the goldsmith the regard expected, he ordered him to be beheaded.”

The shiny new metal was aluminum, which remained scarce for a very long time after the beheading. It was the creation of a new breakthrough technology known as electrolysis, discovered independently and almost simultaneously in 1886 by American chemist Charles Martin Hall and Frenchman Paul Héroult that changed everything. The Hall-Héroult process, as it is now known, uses electricity to liberate aluminum from bauxite. Suddenly everyone on the planet had access to ridiculous amounts of cheap, light, pliable metal.

Save the beheading, there’s nothing too unusual in this story. History is littered with tales of once-rare resources made plentiful by innovation. The reason is pretty straightforward: scarcity is often contextual. Imagine a giant orange tree packed with fruit. If I pluck all the oranges from the lower branches, I am effectively out of accessible fruit. From my limited perspective, oranges are now scarce. But once someone invents a piece of technology called a ladder, I’ve suddenly got a new reach. Problem solved. Technology is a resource-liberating mechanism. It can make the once scarce the now abundant.

So what do we have shortage of? Water? Energy? The Earth is a water planet covered 70 percent by Oceans, however 97.3 percent of all water on this planet is salt water. As for energy, there is over five thousand times more solar energy falling on the earth surface than we can use in a year. It is not an issue of scarcity, it’s an issue of accessibility. Yet the threat of scarcity still dominates our worldview.

Abundance

Excerpt from ‘Abundance: The Future Is Better Than You Think
By Peter Diamandis and Steven Kotler