Intuïtief versus aandachtig nadenken

Beantwoord de volgende vraag:
– Hoeveel van iedere diersoort nam Mozes mee in zijn Ark?

Lees de vraag nu met bewuste aandacht en het zal opvallen dat niet Mozes een Ark had, maar Noah. Dit is de Mozes illusie: doordat er gesproken wordt over een Ark wordt een Bijbelse context geschetst, waardoor het verwisselen van de ene Bijbelse naam voor de andere niet opvalt. Als er Obama had gestaan, had je dit direct gedetecteerd.

Los nu het volgende probleem op:
– 17 X 24

Je herkent dat dit een vermenigvuldigingsvraag is en hebt wel een idee waar het antwoord ongeveer moet liggen, maar je kunt waarschijnlijk niet met zekerheid zeggen dat het antwoord niet 568 is. Het uitrekenen van het antwoord uit het hoofd kost moeite.

Twee systemen
Je hebt zojuist kennisgemaakt met de twee systemen van denken die Daniel Kahneman onderscheid in zijn boek ‘Thinking, Fast & Slow’.

Systeem 1 opereert automatisch en snel, met weinig tot geen moeite, en geen gevoel van vrijwillige controle. Dit is thinking fast.

Systeem 2 stuurt aandacht naar mentale activiteiten die moeite kosten. De operaties van systeem 2 worden vaak geassocieerd met de subjectieve ervaring van agentschap, keuze en concentratie. Dit is thinking slow.

Er bestaan niet echt twee systemen in de geest, maar Kahneman gebruikt ze als ‘taalinstrument’ om uit te leggen hoe we oordelen vormen, keuzes maken en beslissingen nemen.

Wanneer dingen over het algemeen goed gaan, kunnen we vertrouwen op systeem 1. Gebeurt er iets dat aandacht vereist komt systeem 2 in actie. Lees bijvoorbeeld de volgende drie statements: ‘New York is een grote stad in de Verenigde Staten’, ‘De maan draait om de aarde’, ‘Een kip heeft vier poten’. Bij het lezen van de stellingen haalde je associatieve machine veel informatie op om de stellingen te beoordelen. Je wist snel dat de eerste twee stellingen waar waren en de laatste niet. Observeer echter dat de stelling ‘een kip heeft drie poten’ duidelijker verkeerd is dan ‘een kip heeft vier poten’. Je oordeel wordt vertraagd omdat je associatieve machine vaststelt dat veel dieren vier poten hebben, en dat supermarkten vaak kippenpoten in een pak van vier aanbieden. Systeem 2 was betrokken bij het checken van die informatie om tot het uiteindelijke oordeel te komen.

Thinking, Fast & Slow

Los nu de volgende puzzel op door volledig naar je intuïtie te luisteren:
– Een honkbalknuppel en bal kosten samen €1,10.
– De knuppel kost €1,00 meer dan de bal.
– Hoeveel kost de bal?

Het antwoord dat direct in je opkwam is natuurlijk €0,10, maar dat zou betekenen dat de totale kosten van de knuppel en bal op €1,20 uitkomen (€0,10 voor de bal en €1,10 voor de knuppel). Het goede antwoord is €0,05. Duizenden studenten op Harvard, MIT en Princeton hebben deze vraag beantwoord en meer dan 50 procent gaf het intuïtieve – verkeerde – antwoord. Een terugkerend thema van het boek ‘Thinking, Fast & Slow’ is dat mensen te veel vertrouwen op hun intuïties en cognitieve inspanningen tenminste enigszins onprettig vinden.

Kortom, systeem 2 kan getypeerd worden als lui. De belangrijkste functie van systeem 1 is het onderhouden en updaten van het model van jouw persoonlijke wereld, en wat daarin normaal is. Als je het woord ‘tafel’ hoort weet je dat de hoogte niet 5 meter is en dat hij minder dan 25 poten heeft. We hebben normen voor vele categorieën en die vormen de achtergrond voor de onmiddellijke detectie van anomalieën, zoals zwangere mannen en honden zonder staarten.

De oorsprong van ons denksysteem is terug te leiden naar onze jungle bewonende voorouders die een gezonde angst hadden voor al het ongewone, zodat ze meteen wisten of ze moesten vluchten, vechten of door konden gaan met ‘business as usual’. Systeem 1 is daarmee een cruciaal overlevingsinstrument waarmee we ons voortdurend afvragen: hoe gaat het? Is er een bedreiging of een grote kans? Is alles normaal? Moet ik benaderen of ontwijken? Deze denkpatronen zijn ook in de moderne wereld nog net zo actief als in de jungle van onze voorouders.

Beslissingen nemen
Wat kunnen we in de praktijk met deze kennis over twee manieren van denken? Het belangrijkste is dat hoewel het intuïtieve systeem 1 functioneert als een bijzonder efficiënte associatieve supercomputer, het toch verkeerd kan gaan bij het nemen van beslissingen. Systeem 1 simplificeert complexe informatie om de wereld om ons heen te begrijpen. Ook negeert systeem 1 statistieken en de rol van toeval in situaties. Bij het nemen van beslissingen – zeker wanneer er veel op het spel staat – is het daarom cruciaal om ook systeem 2 te betrekken.

Bijvoorbeeld, één op de drie huwelijken eindigt in een scheiding, maar niemand die gaat trouwen zal denken dat dit ook voor zijn/haar huwelijk zal gelden. Hetzelfde geldt voor zakelijke beslissingen: 60 procent van nieuwe restaurants is drie jaar later weer gesloten, maar dat weerhoudt horeca ondernemers er niet van het te proberen.

Natuurlijk is veel vertrouwen in ons vermogen om de juiste beslissingen te nemen gegrond. Echter, bij beslissingen waar veel op het spel staat is het verstandig de aandacht van het luie systeem 2 te richten op de vraag in plaats van blind te varen op het te snel oordelende systeem 1. In ‘Thinking, Fast & Slow’ toont Kahneman met een groot aantal onderzoeken en voorbeelden aan hoe onze geest werkt en waar het mis kan gaan. Dat deze kennis grote economische consequenties heeft, blijkt uit het feit dat Kahneman als enige niet-econoom de Nobelprijs voor de economie heeft gewonnen.

De belangrijkste regel voor effectieve communicatie

‘Hoe kan dit nou mis zijn gegaan, ik heb het toch tig keer uitgelegd?!?’

Bovenstaande quote zal je vast bekend in de oren klinken. In samenwerkingen – of die nu op het werk of elders plaatsvinden – gaan dingen verkeerd. Instructies worden niet opgevolgd of op de verkeerde wijze. Meestal krijgt de uitvoerder in zo’n geval de schuld. ‘Je hebt niet opgelet’, ‘ik kan ook niks aan anderen overlaten’, ‘heb je mijn mail niet gelezen?’, et cetera, et cetera.

Maar eigenlijk heeft de zender van de boodschap zelf gefaald. De boodschap is immers niet aangekomen.

Effectief Communiceren

De effectiviteit van communicatie is maar op één manier te meten, en dat is door te kijken naar de effecten van die communicatie. Wanneer iemand de instructie –kennelijk– niet heeft begrepen, want fouten heeft gemaakt, was de communicatie schijnbaar onvoldoende of onvoldoende duidelijk.

De belangrijkste regel voor effectieve communicatie is dan ook dat je als zender 100 procent verantwoordelijk bent voor het overbrengen van de boodschap. De ontvanger is voor 0 procent verantwoordelijk.

Veel mensen hebben de neiging in een gesprek de verantwoordelijkheid 50/50 te verdelen tussen zender en ontvanger, maar dit is niet effectief en helpt je niet om een betere communicator te worden.

Wat moet je wel doen? Kijk naar de effecten van je boodschappen, en wanneer die onvoldoende zijn (je doelen worden niet bereikt, taken worden door wel competente teamleden niet adequaat uitgevoerd) dan moet je je communicatie bijstellen en het nog eens proberen.

Wees niet bang om te falen en de verantwoordelijkheid voor een mislukking op je te nemen. Dat helpt je alleen maar om het de volgende keer beter te doen.

Faillissement van het oneindige groei model

Groei

335 soorten kattenproducten zijn verkrijgbaar op AH.nl met de meest vindingrijke namen: verwenbrokjes, luxe menu zeecoctail, finesse mousse, a la carte, crunchy brokjes, saus lovers, catisfactions, enzovoorts. Hiermee vertellen de marketeers ons dat katten behoeften hebben die verder gaan dan een volle buik halen. Ze willen smullen, genieten en verwend worden. Likkebaardende puntoren staren ons aan vanaf de verpakkingen.

We vinden dit soort uitingen normaal, maar als je de gemiddelde mens even wijst op hoe bizar het eigenlijk is volgt hij je wel. Na de Tweede Wereldoorlog zijn we begonnen met consumisme als vervanging van oorlog. De jaren 60′ brachten ons de massale branding en marketing (zie ‘Mad Men’) die we nu gewend zijn. Vanaf de jaren zeventig verscheen er ook de nodige satire over ons consumeergedrag. Het beste voorbeeld vind ik de zombiefilm ‘Dawn of the Dead‘. Hierin zoeken een aantal overlevenden van een zombie Apocalyps hun toevlucht in een groot winkelcentrum, waar de zombies als hersenloze monsters over de roltrap lopen en (onbedoeld) alles kapot maken. Ze volgen alleen hun instinct. Dat is wat wij consumenten ook doen.

Toen kwamen de jaren 80, 90 en 00. De babyboomers werden rijk, en vervolgden het pad van het kapitalisme. Groei zonder einde. En je kunt alleen groeien door meer te consumeren. Eten, drinken, spullen, elektronica, vakanties, films, telefoons, auto’s, caravans, koelkasten, boten, horloges, enzovoorts, enzovoorts.

Groei is noodzakelijk voor bedrijven, want als ze niet groeien, dan….

Ja, wat gebeurt er dan eigenlijk?

Nou, als bedrijven niet groeien gaan ze failliet. Stel dat je niet die auto koopt, zoals Mark Rutte je een tijdje terug aanbeval wel te doen, dan is die autofabrikant straks bankroet of moet hij in elk geval de helft van zijn personeel ontslaan. En dat is precies waar ons huidige model scheef op gaat; het moeten wel consumeren om de status quo te behouden.

Zijn er ook andere oplossingen? Natuurlijk, in het Verenigd Koninkrijk wordt nu geëxperimenteerd met gratis geld (het ‘basisloon’). Tegenstanders zijn bang dat mensen niet meer willen werken als ze ‘zomaar’ geld krijgen, maar ik denk dat niet. Werken doe je niet voor het geld (als het goed is). Je doet het om voldoening te krijgen, om sociale contacten aan te gaan en om het gevoel te hebben dat je ergens aan bijdraagt. Geld is een middel, geen doel. Bovendien is het basisloon ook weer niet zo hoog dat de meeste mensen er niks bij meer willen verdienen. Alleen maakt het dan minder uit of het 20 of 40 uur per week is, en kun je ook wat meer vrijwilligerswerk doen.

Niet dat ik geloof dat het basisloon het antwoord is voor alle systeemproblemen van het kapitalisme in huidige vorm dat we nu ondervinden, maar het kan wel helpen.

Een ander belangrijk punt is hoe we groei ervaren. Groei hoeft helemaal niet te gaan om meer geld of meer verkochte eenheden. Het kan ook gaan om verbeteringen in levensstandaarden, efficiencies en betere ervaringen. En ook reducties kunnen we zien als groei: CO2 reductie, minder afval, minder psychische problemen, enzovoorts. Het ultieme doel is waarschijnlijk het vergroten van het Bruto Nationaal Geluk. Natuurlijk heeft dat deels met geld te maken, maar met zoveel meer…

Die paradigma shift zit er aan te komen. En dat is een goede zaak voor onze planeet. Die heeft het wel een beetje gehad met consumptiegroei namelijk.