Massapsychose in de VS

Okee, laten we er even vanuit gaan dat Carl Jung gelijk had en er een collectief onbewustzijn bestaat. Dus dat bewustzijn niet iets individueels is, maar iets dat we met zijn allen delen. Dan zou dat een verklaring kunnen geven voor de waanzin die nu in de VS speelt. Welke waanzin? Kijk niet verder dan deze uitzending van The Daily Show (het fragment met Ivanka Trump):

Are you shitting me, right now?

In het collectieve onbewustzijn, of liever collectieve bewustzijn als in: er bestaat een veel grotere geest dan de jouwe, alleen heb je niet toegang tot de volledige inhoud, dan is het daarin mogelijk dat ideeën (ook hele bizarre ideeën) zich over de bevolking verspreiding als een virus. Precies wat er in WWII helemaal verkeerd ging.

In de VS speelt nu soortgelijke collectieve waanzin. Namelijk het idee dat sociale zekerheid iets verwerpelijks is en vooral iets heel onamerikaans. Iedereen moet zijn eigen broek ophouden. Het idee dat iemand belastinggeld ontvangt zonder een tegenprestatie te leveren is bijna gelijk aan diefstal. Maakt niet uit wat de omstandigheden zijn van de ontvanger en of de belangbetaler een multi-miljardair is.

Deze angstgolf voor socialisme heeft Amerika al sinds de jaren 50’ in zijn greep. Er is niks ergers dan socialisme. Dat is ingeprogrammeerd in het Amerikaanse zenuwstelsel. En emoties zijn duizend maal krachtiger dan rationele ideeën. Ze hebben namelijk de functie ons blijvend alert te maken op gebeurtenissen. Is het te herprogrammeren? Zeker, maar dit is een langdurig proces. Slecht nieuws voor de mensen die nu sociale zekerheid nodig hebben. Of zou de nieuwe Green Deal ze gaan redden? Ik betwijfel het. De Amerikaanse psyche is nog niet klaar voor een Grote Ommekeer: Dat laat The Don nog bijna dagelijks zien. Er is weerstand tegen zijn waanzin, maar hij wordt nog door grote delen van de bevolking geaccepteerd of zelfs aanbeden. En zo gaat de Grote Menselijke Komedie vrolijk verder en verder…

Advertenties

Man’s Search For Meaning

‘He who has a why can almost endure any how’
NIETZSCHE

Mijn zoektocht naar de betekenis van het leven lijkt voltooid na het lezen van Viktor Frankl’s ‘Man’s Search for Meaning’ uit 1946.

Man's Search For Meaning15

Frankl overleefde in de Tweede Wereldoorlog verschillende concentratiekampen, waaronder Auschwitz, en bedacht vervolgens – deels gebaseerd op basis van zijn eigen ervaringen en observaties in het kamp – een nieuw soort psychotherapie genaamd ‘logotherapy’. Logotherapie is een vorm van existentiële analyse, een zoektocht naar betekenis voor de patiënt. De meeste, zo niet alle, levensproblemen zijn terug te voeren op de zoektocht naar betekenis, volgens Frankl.

Dit is een positiever uitgangspunt van Ernest Becker die in ‘The Denial of Death’ stelt dat angst voor de dood onze voornaamste drijfveer is.

Volgens Frankl heeft ieder mens een vrijelijk gekozen taak nodig voor hem of haar om te vervullen. Deze taak geeft betekenis aan zijn/haar leven. De betekenis van het leven verschilt van persoon tot persoon en van moment tot moment. Vraag aan een schaakmeester wat de best mogelijke zet is en dan kan hij dat niet in zijn algemeenheid beantwoorden. Het hangt af van de tegenstander en de positie van de stukken. Zo is het ook met onze individuele zoektocht naar betekenis. Iedereen kan de vraag alleen voor zichzelf beantwoorden en – heel belangrijk – is daar zelf verantwoordelijk voor.

De logotherapeut helpt de patiënt om het hele veld rondom hem/haar zichtbaar te maken zodat de keuzes duidelijker worden. Frankl beschrijft de situatie van een man die bij hem kwam en er niet overheen kwam dat zijn vrouw was overleden. Frankl vroeg hem; ‘wat als het andersom was geweest?’ De man antwoorde dat dat rampzalig was geweest; zijn vrouw was kapot geweest. Frankl vertelde hem toen dat hij hier al veel betekenis uit kon halen; door zijn opoffering hoefde zijn vrouw niet te lijden. De man begreep het en hij liep zonder nog wat te zeggen het kantoor uit.

Er zijn drie manieren om betekenis te ontdekken:
1. Een werk voltooien of een daad stellen.
2. Iets ervaren of een bijzondere ontmoeting meemaken (liefde, natuur, schoonheid, waarheid, goedheid).
3. De houding die we aannemen ten aanzien van onvermijdelijk lijden.

Die laatste licht Frankl toe aan de hand van zijn Holocaust-ervaring. Zelfs in die horror kun je je nog voorstellen dat jouw dierbaren naar je kijken en aan je denken. Hoe wil jij dat ze zien hoe jij je lijden draagt? Dat is betekenis geven aan onvermijdelijk lijden. En het lijden houdt op lijden te zijn wanneer er betekenis gevonden wordt.

Tot slot een waardevol advies voor het ontdekken van betekenis; leef je leven alsof je het al voor de tweede keer leeft, en dat je het tijdens je eerste leven al zo verkeerd hebt gedaan als je nu op het punt staat te doen.

Faillissement van het oneindige groei model

Groei

335 soorten kattenproducten zijn verkrijgbaar op AH.nl met de meest vindingrijke namen: verwenbrokjes, luxe menu zeecoctail, finesse mousse, a la carte, crunchy brokjes, saus lovers, catisfactions, enzovoorts. Hiermee vertellen de marketeers ons dat katten behoeften hebben die verder gaan dan een volle buik halen. Ze willen smullen, genieten en verwend worden. Likkebaardende puntoren staren ons aan vanaf de verpakkingen.

We vinden dit soort uitingen normaal, maar als je de gemiddelde mens even wijst op hoe bizar het eigenlijk is volgt hij je wel. Na de Tweede Wereldoorlog zijn we begonnen met consumisme als vervanging van oorlog. De jaren 60′ brachten ons de massale branding en marketing (zie ‘Mad Men’) die we nu gewend zijn. Vanaf de jaren zeventig verscheen er ook de nodige satire over ons consumeergedrag. Het beste voorbeeld vind ik de zombiefilm ‘Dawn of the Dead‘. Hierin zoeken een aantal overlevenden van een zombie Apocalyps hun toevlucht in een groot winkelcentrum, waar de zombies als hersenloze monsters over de roltrap lopen en (onbedoeld) alles kapot maken. Ze volgen alleen hun instinct. Dat is wat wij consumenten ook doen.

Toen kwamen de jaren 80, 90 en 00. De babyboomers werden rijk, en vervolgden het pad van het kapitalisme. Groei zonder einde. En je kunt alleen groeien door meer te consumeren. Eten, drinken, spullen, elektronica, vakanties, films, telefoons, auto’s, caravans, koelkasten, boten, horloges, enzovoorts, enzovoorts.

Groei is noodzakelijk voor bedrijven, want als ze niet groeien, dan….

Ja, wat gebeurt er dan eigenlijk?

Nou, als bedrijven niet groeien gaan ze failliet. Stel dat je niet die auto koopt, zoals Mark Rutte je een tijdje terug aanbeval wel te doen, dan is die autofabrikant straks bankroet of moet hij in elk geval de helft van zijn personeel ontslaan. En dat is precies waar ons huidige model scheef op gaat; het moeten wel consumeren om de status quo te behouden.

Zijn er ook andere oplossingen? Natuurlijk, in het Verenigd Koninkrijk wordt nu geëxperimenteerd met gratis geld (het ‘basisloon’). Tegenstanders zijn bang dat mensen niet meer willen werken als ze ‘zomaar’ geld krijgen, maar ik denk dat niet. Werken doe je niet voor het geld (als het goed is). Je doet het om voldoening te krijgen, om sociale contacten aan te gaan en om het gevoel te hebben dat je ergens aan bijdraagt. Geld is een middel, geen doel. Bovendien is het basisloon ook weer niet zo hoog dat de meeste mensen er niks bij meer willen verdienen. Alleen maakt het dan minder uit of het 20 of 40 uur per week is, en kun je ook wat meer vrijwilligerswerk doen.

Niet dat ik geloof dat het basisloon het antwoord is voor alle systeemproblemen van het kapitalisme in huidige vorm dat we nu ondervinden, maar het kan wel helpen.

Een ander belangrijk punt is hoe we groei ervaren. Groei hoeft helemaal niet te gaan om meer geld of meer verkochte eenheden. Het kan ook gaan om verbeteringen in levensstandaarden, efficiencies en betere ervaringen. En ook reducties kunnen we zien als groei: CO2 reductie, minder afval, minder psychische problemen, enzovoorts. Het ultieme doel is waarschijnlijk het vergroten van het Bruto Nationaal Geluk. Natuurlijk heeft dat deels met geld te maken, maar met zoveel meer…

Die paradigma shift zit er aan te komen. En dat is een goede zaak voor onze planeet. Die heeft het wel een beetje gehad met consumptiegroei namelijk.

Een authentieke dichtbij-opname van de Hell’s Angels (door Hunter S. Thompson)

‘Filthy huns! Breeding like rats in California and spreading east. Listen for the roar of the Harleys. You will hear it in the distance like thunder. And then, wafting in on the breeze, will come the scent of dried blood, semen and human grease . . . the noise will grow louder and then they will appear, on the west horizon, eyes bugged and bloodshot, foam from their lips, chewing some rooty essence smuggled in from a foreign jungle . . . they will ravish your woman, loot your liquor stores and humiliate your mayor on a bench on the village square . . .’
– Hell’s Angels: The Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs (1967)

Hell's Angels 1

Door Jeppe Kleyngeld

In de lente van 1965 begon Hunter S. Thompson rond te hangen met de Hell’s Angels motorclub. Halverwege de zomer was hij zo betrokken bij de outlaws dat hij niet langer zeker wist of hij alleen maar onderzoek deed naar de angels of door ze geabsorbeerd was. Zijn ervaringen met de motorbende staan beschreven in ‘Hell’s Angels’, het boek dat Thompson’s naam als schrijver/journalist in 1967 op de kaart zette. Het is een krachtig staaltje onderzoeksjournalistiek dat hij laat zien in ‘Hell’s Angels’ en het vormt tevens een nieuwe ontwikkelingsfase in zijn befaamde Gonzo stijl, waarbij hij zelf als personage opgaat in het verhaal, al kan dit boek nog bestempeld worden als vrij traditionele journalistiek.

Waar komen de Hell’s Angels vandaan? Ze zijn min of meer een smerig overblijfsel uit het Wilde Westen. De officiële bende is in de jaren 50’ ontstaan in Californië. De meeste soldaten die thuiskwamen na de tweede wereldoorlog stichtte gezinnen, maar de outlaws wilden wat anders. Vrijheid, kicks, vriendschappen… dus sloten ze zich aan bij de motorbendes en keerden zich af van burgerlijke normen en waarden. Losers, maar wel losers die heel veel lawaai maakten en angst konden inboezemen bij het gewone volk.

De Hell’s Angels waren berucht in deze tijd, maar hoeveel van hun reputatie was mythe en hoeveel was waarheid? Thompson ontdekt dat angst en walging machtige politieke wapens zijn. Want wanneer verhalen over verkrachting en de plundering van kleine Amerikaanse slaapstadjes de ronde doen, kan een senator ineens heel daadkrachtig lijken. De media dragen ook hun steentje bij, want met een kop als ‘Hell’s Angels rape teenagers’ verkoop je kranten, ook al ligt de waarheid iets genuanceerder.

Dat wil niet zeggen dat de Hell’s Angels heilige boontjes zijn. Het is een bondgenootschap en dat betekent dat ze samenspannen. Altijd. Als een burger ruzie krijgt met één van hen heeft hij ruzie met hen allemaal en ze schuwen geweld niet. Of verkrachting. Het boek van Thompson begint met de ontleding van de levensstijl van de motorbende. Hoe ze zich kleden en waarom (ze zeggen dat ze swastika’s slechts dragen om te shockeren, maar volgens Thompson zijn het wel degelijk fascisten). Hoe belangrijk hun motor voor ze is. Hoe veel ongelukken ze hebben (gemiddeld 4 doden per jaar op een bende van een paar honderd is veel te noemen). De vrouwen die met de angels rondhangen. Enzovoorts.

Daarna beschrijft hij een bijeenkomst van de volledige bende – en geassocieerde bendes zoals Satan’s Slaves, Gypsy Jokers, Presidents, Misfits en Nightriders – in Bass Lake in de zomer van 1965, waar hij zelf ook bij aanwezig is als geaccepteerd deelnemer. In dit deel van het verhaal wordt ook de toenmalige leider van de angels – Ralph ‘Sonny’ Barger – nader onder de loep genomen. Het weekend ontspoord zowaar niet in rellen zoals de kranten voorspeld hadden, maar het wordt gewoon een weekend gevuld met zuipen en de beest uithangen. Zeker gezien de angst die van te voren door het gebied verspreidde, toen bekend werd dat de volledige Hell’s Angels motorclub eraan kwam, was dat een grote meevaller.

Het beeld dat Hunter schetst is behoorlijk grim af en toe. Vooral het stuk over gangbangs is moeilijk te lezen. Sommige vrouwen laten dit vrijwillig doen, al is het natuurlijk onmogelijk dat welk mens dan ook zoiets vernederends ooit echt vrijwillig zou doen. Hunter was er getuige van dat een vrouw op een feest zo’n 50 keer gepenetreerd werd op verschillende manieren, waarna ze weer terug naar binnen ging. Het komt ook voor dat een vrouw bij wijze van straf door een groepje wrede angels onder handen wordt genomen. De vrouw in kwestie wordt dan naar een plaats gebracht waar de angel die ze naar verluidt onrecht heeft aangedaan haar verkracht, terwijl andere angels toekijken. Soms zijn er zelfs vrouwen van de angels bij, zoals enkele mama’s (vrouwen die tijdelijk rondhangen met de angels en fungeren als menselijke spermacontainers).

Hell's Angels 2
Hunter S. Thompson verdedigd zijn boek tegenover een Hell’s Angel in een televisiedebat.

In het vermakelijke laatste segment worden de angels frequente bezoekers van de LSD-feesten van Ken Kesey (auteur van o.a. ‘One Flew Over the Cuckoo’s Nest’) in La Honda. Het lijkt een vreemde combinatie – angels en LSD – maar volgens de beschrijving van Thompson ‘they handled it with the mindless zeal they bring to their other pleasures.’ In het begin waren de angels terughoudend met de LSD, maar na een tijdje… ‘As it were, their consumption pushed the limits of human toleration. They talked of little else, and many stopped talking altogether. LSD is a guaranteed care for boredom, a malady no less prevalent among Hell’s Angels than any other segment of the Great Society . . and on afternoons at the El Adobe, when nothing else was happening and there was not much money for beer, somebody like Jimmy or Terry or Skip would show up with caps and they would all take a peaceful trip to Somewhere Else.’

Thompson zelf gebruikte ook een keer of zes LSD in die periode en ervoer dat trippen met de angels zo slecht nog niet was. Hun gebruikelijke vijandigheid zakte af en hun wilde en naïeve persoonlijkheden maakten het tot een avontuur. Na een paar intensieve maanden, stopten de meeste angels weer met LSD. Sommige hadden verschrikkelijke hallucinaties gehad of waren bang hun motors te crashen. Voor een paar onder hen was LSD het beste dat ze ooit was overkomen en ze gingen er naar hartenlust mee door.

Maar in 1966 waren de mooie tijden definitief voorbij, althans voor Thompson bij de angels. Een groepje van vijf van hen (niet zijn kameraden) vonden dat hij misbruik van ze maakte door over ze te schrijven. Ze sloegen hem volledig in elkaar. Thompson wilde een origineel slotakkoord voor zijn boek, maar kwam niet verder dan Colonel Kurtz in Joseph Conrad’s ‘Heart of Darkness’: ‘the horror. The horror’. De motor posse komt in Thompson’s latere werk trouwens nog wel regelmatig voorbij, maar dan in een kleine bijrol.

Net voor het einde van het boek noemt Thompson terloops het karakter Raoul Duke. Hij beschrijft hem als outlaw, die de wet niet breekt op een manier die beledigend is voor de samenleving, maar juist op een manier die hem meer geaccepteerd maakt. Thompson’s alter ego Raoul Duke zou binnenkort een geheel eigen avontuur gaan beleven. Misschien wel het grootste avontuur aller tijden…