10 economische ideeën die je echt moet kennen

1. De onzichtbare hand
Bedacht door econoom Adam Smith. De onzichtbare hand refereert aan de kracht die producenten datgene laat ontwikkelen waar vraag naar is, zodat er een perfect marktevenwicht ontstaat. Hierbij is eigenbelang een goede zaak omdat het de maatschappij dient. Neem bijvoorbeeld Thomas Edison. Hij ontwikkelde de gloeilamp uit eigenbelang: om geld te verdienen en/of beroemd te worden, maar hij verlichte daarmee de wereld voor miljoenen. Daarmee is niet gezegd dat Adam Smith het credo ‘greed is good’ van Gordon Gekko zou goedkeuren omdat bij dergelijke hebzucht vaak regels gebroken worden.

2. Vraag en aanbod
De vraag naar en het aanbod van economische goederen hangen af van de prijs die ervoor wordt gevraagd. Als de prijs wordt verhoogd neemt de vraag doorgaans af en ontstaat een gezond evenwicht. Prijselasticiteit geeft de verandering in vraag weer wanneer de prijs verhoogd en verlaagd wordt. Als een product elastisch is zal de vraag af- of toenemen bij respectievelijk een prijsverhoging of verlaging. Bij een inelastische vraag reageert de gevraagde hoeveelheid niet sterk op prijsverandering. Een voorbeeld is olie. Meestal duurt het een tijd voordat de vraag naar benzine afneemt na een prijsstijging.

3. Malthusiaanse catastrofe
De Malthusiaanse catastrofe (‘The Malthusian trap’) houdt in dat de wereldbevolking sneller groeit dan de productie van voedsel. Het Westen is echter ontsnapt aan deze catastrofe middels een afnemende populatie en technologische vooruitgang. Afrika en veel Aziatische landen zitten nog wel gevangen in de Malthusiaanse catastrofe.

4. Opportuniteitskosten
Er bestaat niet zoiets als een gratis lunch is een bekende economische uitspraak. Dat is waar, want hoewel iemand weliswaar je lunch betaalt heb je wel je tijd opgeofferd die je wellicht beter had kunnen besteden. Omdat tijd een schaars goed is, wordt je voortdurend gedwongen de afweging te maken: Waar ga ik mijn tijd aan wijden? Opportuniteitskosten – ook wel alternatieve kosten – zijn de kosten van het opgeofferde alternatief. Je bent in het park gaan wandelen in plaats van te werken en hebt daardoor opportuniteitskosten gemaakt.

5. Incentives
Economen hebben de taak om uit te vinden wat mensen motiveert. Dat kunnen financiële prikkels zijn, maar ook niet financiële prikkels, zoals ‘een goed gevoel’, wat je bijvoorbeeld krijgt van altruïstische acties. Achter alles zit wel een verborgen incentive. Centrale banken en overheden maken hier gebruik van om de economie aan de praat te houden middels rentemanipulaties en fiscale prikkels. Maar mensen reageren niet alleen op de wortel, maar ook op de stok. Denk maar aan verkeersboetes. Incentives brengen acties teweeg.

6. Arbeidsdeling
Door de productie te verdelen in gespecialiseerde stappen kan enorme productiviteitswinst behaald worden. Het bekendste voorbeeld is het T-Model Ford van Henry Ford die middels de eerste lopende band tot stand kwam. Nadelen van arbeidsdeling is dat grote groepen werknemers blijvend werkloos kunnen worden wanneer er geen vraag meer is naar hun specialismen. Het werk kan ook geestdodend zijn. Voor werkgevers kan het nadeel zijn dat er veel macht komt te liggen bij groepen gespecialiseerde werknemers die middels stakingen eisen kunnen afdwingen.

10 economische ideeën - T-Ford

1912 Ford Model T advertisement from FORD TIMES, December 1911 from FLICKR

7. Comparatief voordeel
Economie is niet een ‘zero-sum-game’ waarbij de winst van de ene het verlies van de ander betekent. Stel dat je twee landen hebt – Engeland en Portugal – die wol en wijn produceren. Maar Portugal is beter in het produceren van beide. Maar omdat Portugal slechts een beperkt aantal uren kan besteden aan productie, is het land beter af wijn te ruilen tegen wol met Engeland. Dan krijg je een win-win situatie. Critici van de wet van comparatief voordeel stellen dat deze niet meer van toepassing is in de moderne economische wereld, omdat kapitaaleigenaren hun productie kunnen verplaatsen naar waar ze maar willen (waar de kosten het laagste zijn). Maar vele economen vinden het nog steeds één van de belangrijkste economische ideeën ooit, omdat het landen aanzet tot naar buiten kijken in plaats van naar binnen, en dat levert welvaart voor allen op.

8. Kapitalisme
De val van de Sovjet Unie en de Berlijnse Muur waren een enorme overwinning van het kapitalisme. Toch is het ook het economische model dat het meeste kritiek heeft gekregen. De negatief geladen naam is zelfs door socialisten bedacht om aan te geven waar het volgens hen om gaat: exploitatie, ongelijkheid en oppressie. Kritiek op het kapitalisme is dat het leidt tot werkloosheid en ongelijkheid, dat vrije markten de neiging hebben tot ‘boom and bust’, en dat kapitalisme geen rekening houdt met het milieu. Toch heeft het systeem de economieën die het omarmt hebben in een veel betere staat gebracht dan andere economische systemen. Daarom moeten economen concluderen dat het tot nu toe het beste systeem is dat we ontdekt hebben om economieën tot bloei te brengen.

9. Keynesianisme
Deze nog steeds veelgebruikte economische school is het gedachtegoed van econoom John Maynard Keynes (1883-1946) – één van de grootste denkers van de 20ste eeuw. Het centrale idee is dat overheden een rol te vervullen hebben om de economie draaiende te houden in tijden van problemen. De overheid kan invloed uitoefenen door geld te lenen en uit te geven, en een stimulerend fiscaal beleid te voeren. Door het zogeheten ‘multipliereffect’ lopen de uitgaven die de overheid doet door in de hele economie. Stel, de overheid laat een brug bouwen, dan neemt het bouwbedrijf extra mensen aan en geven de werknemers hun salarissen uit aan eten, uitgaan en auto’s. Het effect van de uitgave is zo veel groter. Keynesianisme maakte een comeback na de grote recessie van 2008 toen overheden het systeem wereldwijd hanteerde om hun economieën te kickstarten.

10. Monetarisme
De ideeën van Keynes stonden lijnrecht tegenover die van Milton Friedman. Keynes pleitte voor het aanpakken van werkloosheid door overheidsingrijpen. Friedman vond dat de overheid mensen met rust moest laten en zich moest richten op het controleren van de hoeveelheid geld die in de economie omgaat. Het bestrijden van inflatie is een zeer belangrijk onderdeel van monetarisme. In tegenstelling tot Keynes geloofde Friedman dat werknemers een lager salaris en bedrijven lagere prijzen zouden accepteren onder dreigende inflatie. Het probleem van de theorie van Friedman is dat de effecten van de hoeveelheden geld die in omloop worden gebracht erg lastig te meten zijn.

Margin Call – Fascinerende kijk op ijskoude cultuur van bankenwereld Wall Street

Oliver Stone’s ‘Wall Street‘ uit 1987 krijgt concurrentie als beste business film aller tijden met ‘Margin Call‘. Dat is nogal een bold statement, maar daarom niet minder waar. Een toelichting: ‘Wall Street’ is vooral fantastisch vanwege de rol van Michael Douglas als corporate raider (opkoper) Gordon Gekko. Gekko is zonder twijfel een legendarisch personage, maar zijn handelswijze is een beetje achterhaald. Handelen op de beurs met voorkennis is zo jaren 80′. De corporate schurken van tegenwoordig handelen in bizar complexe gedereguleerde financiële producten die de CEO’s van zakenbanken zelf niet eens volledig begrijpen. Dat is de strekking van ‘Margin Call’.

De film begint aan de vooravond van de grootste crisis ooit. Bij een grote zakenbank vindt een reorganisatie plaats en het grootste deel van de handelaren wordt naar huis gestuurd. Ook hoofd risicomanagement Eric Dale (Stanley Tucci) mag zijn biezen pakken, maar voor zijn vertrek overhandigd hij nog snel een USB-stick aan zijn werknemer Peter Sullivan (Zachary Quinto). Dan openbaart ‘Margin Call’ zich tot onvervalste rampenfilm. Sullivan ontdekt een risicomodel op de USB-stick dat aantoont dat de financiële rommel (gebundelde waardepapieren) die ze op de balans hebben staan heel snel zijn astronomische waarde zal verliezen. Deze waardedaling zal het einde betekenen voor de investeringsbank.

De Raad van Bestuur komt bij elkaar met aan het hoofd de meedogenloze CEO John Tuld (Jeremy Irons). Hij geeft aan dat dit de grote klap wordt voor Wall Street die hij al tijden ziet aankomen (‘de cijfers kloppen al jaren niet meer.’). Omdat hij toch wil blijven voortbestaan met zijn bank, geeft hij hoofd Sales Sam Rogers (Kevin Spacey) de opdracht een bliksemverkoop te organiseren. Hiermee hoopt hij alle rommel van zijn balans te krijgen voordat de concurrentie door heeft wat er aan de hand is…

Het gesprek gaat een beetje langs haar heen...

Het gesprek gaat een beetje langs haar heen…

Alles klopt aan ‘Margin Call’; de ijskoude sfeer van jongens in veel te dure maatpakken die met bijzonder weinig gevoel het Wall Street leven leven. Ze strijken belachelijke bonussen op voor de handel in lucht, smijten het geld ook weer over de balk met veel te dure patserige aankopen en hebben geen enkele binding met de gewone man op de straat (of met elkaar). De film is geschreven en geregisseerd door debutant J.C. Chandor. Zijn script (voor een Oscar genomineerd in 2012) was zo goed dat hij een topcast bij elkaar wist te krijgen die het wilde doen voor veel minder dan hun gebruikelijke gage. De prestaties van de hele cast zijn niet minder dan briljant. Ook de regisseur Chandor maakt indruk. De sfeer is ijzig en het camerawerk registreert subtiel de bankenwereld met al zijn onplezierige onderlagen.

‘Margin Call’ fascineert met een beeld van de financiële sector dat volledig accuraat voelt. De cultuur van deze bank, die prima model kan staan voor één van de bekende vijf (Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers) is giftig, maar voldoet wel steeds aan de spelregels van het kapitalisme. Dat maakt ook dat de grote slechterik van het verhaal eigenlijk niks verweten kan worden. Hij doet waar hij voor is ingehuurd door de aandeelhouders, breekt geen regels en verkoopt de toxic bezittingen aan handelaren als hemzelf. In een kapitalistische visie kun je het hem niet kwalijk nemen dat hij zijn informatievoordeel uitnut. Of dat hij een bonus opstrijkt van 86 miljoen dollar. Nee, het is niet ethisch, maar je kunt er niks aan doen als je het kapitalisme steunt. Verontrustend.

Kortom, ‘Margin Call’ is een waanzinnige en intelligente tijdbom thriller met een zeer intrigerende plot, geweldige dialogen en een cast om van te watertanden. Kijken!