7 tijdloze lessen over rijkdom

Let wel, deze lessen komen niet van mij, maar van G.S. Clason, schrijver van De rijkste man van Babylon.

Babylon of Babel is een stad uit de Oudheid, die zich in het huidige Irak bevindt, 80 km ten zuiden van Bagdad. Men schat dat Babylon tussen 1770 en 1670 voor Christus de grootste stad van de wereld was en nogmaals tussen 612 en 320 voor Christus. Mogelijk was het ook de allereerste stad die een bevolkingsaantal van boven de 200.000 telde (Wikipedia).

De Babyloniërs waren zeer succesvol in het vergroten van hun welvaart. De burgers respecteerde geld en gebruikte solide financiële principes om hun fortuinen uit te breiden. De eerste financiers kwamen uit Babylon, stelt Clason. Het persoonlijke succes van alle burgers was algemeen beleid in de stad van de beroemde hangende tuinen.

In het boek geeft de rijkste man van de stad, Arkad, zijn vrienden tips over hoe ook zij rijkdom kunnen vergaren.

1. 10 procent van je inkomen, houd je
Een deel van wat je verdient – 10 procent – geef je niet uit, maar houd je en laat je voor je werken (zie tip 3). Rijkdom is als een boom: het begint met een klein zaadje (seed capital) van waaruit het begint te groeien. Volgens Arkad lukt het je verrassend makkelijk om van 90 procent van je huidige budget te leven.

2. Beheers je uitgaven
Verlangens nemen evenredig toe met je middelen. Zelfs de rijken willen vaak meer dan ze kunnen veroorloven. Realiseer je dat tijd je belangrijkste middel is. Maak de juiste keuzes in je genot en neem (zonder spijt) afscheid van sommige andere gewoontes. Geniet van het leven.

3. Investeer slim
Een van de personages in De rijkste man van Babylon, een wagenmaker, investeert zijn eerste vergaarde kapitaal in de onderneming van een stenenlegger. Deze arbeider wil juwelen gaan kopen in een verre stad en deze met winst doorverkopen. Je raadt het al, dit inleggeld raakt de wagenmaker kwijt. Wat weet een stenenlegger van juwelen? Investeer alleen in mensen die bewezen competenties hebben in het uitvoeren van hun plannen. En wees beducht voor te rooskleurige winstprojecties.

4. Het gaat niet om bezit, maar om cashflow
Je kunt een berg geld hebben, maar daarbij ben je nog niet financieel succesvol. Een fortuin waar niks bijkomt kan heel snel als sneeuw voor de zon verdwijnen. Een continue cashflow verdient vele malen meer de voorkeur dan een statische berg geld. Met les 3 en 7 werk je aan het vergroten van die inkomende stroom.

5. Bezit je eigen huis
Het bezitten van je eigen huis is een slimme investering omdat het je op den duur heel veel uitgaven bespaart. Wie huurt, blijft zijn leven lang betalen voor wonen. Wie koopt, heeft op een gegeven moment een gigantische kostenpost minder.

6. Spaar voor pensioen en familie bij vroegtijdige dood
We hebben als mensen nou eenmaal te maken met onvoorspelbaarheid. Je weet niet hoe lang je in staat bent om te verdienen en zult dit risico moeten incalculeren als je niet wilt dat je familie met niks achter blijft.

7. Werk aan je vermogen om te verdienen
De beste timmerman kan hogere rekeningen sturen dan een gemiddelde. Zorg dus dat je altijd aan de frontlinie zit van je gekozen beroep. Leer continu bij. Werk aan de vaardigheden die je beter maken in je vak en dus je inkomsten vergroten.

Lees ook: 7 lessen voor ultiem levensgeluk

Advertenties

Ghost Exchange

ghost-exchange-1

De wereld om ons heen verandert door digitalisering in een verbijsterend tempo en voor de financiële markten is dat niet anders. Wie bij aandelenhandel nog denkt aan schreeuwende mannetjes in gigantische beurshallen moet zijn beeld bijstellen. 75 procent van de handel op Wall Street wordt door algoritmes gedaan en voor een groot deel vanuit datacentra in New Jersey. De beurshallen op Wall Street zijn nu niet veel meer dan geglorificeerde televisiestudio’s geworden.

De documentaire ‘Ghost Exchange’ toont één van de belangrijke facetten van de ‘decline in American capitalism’: de flitshandel. Algoritmes die aandelenpakketten vaak maar voor delen van microseconden vasthouden en weer doorverkopen. Zo’n transactie levert vaak slechts een paar cent op, maar met miljoenen transacties per dag (‘high frequency trading’) tikt het lekker aan. Wie profiteren? De grote zakenbanken en handelskantoren die de middelen hebben om te investeren in de benodigde systemen en het wiskundige & analytische talent. Kleinere spelers kunnen in deze hyper competitieve markt niet meer meekomen.

Zijn er ook voordelen voor ondernemingen, beleggers en de maatschappij? Jazeker, de kosten van de handel zijn sterk gedaald door de digitalisering. Maar daar staan de volgende problemen tegenover:

1. Instabiliteit financiële markten
De handelssystemen zijn gebouwd om perfect te draaien, maar perfectie bestaat niet. Speciale gebeurtenissen, zoals de beursgang van Facebook in 2012, kunnen het systeem ontwrichten. Dat gebeurde dan ook bij de Facebook IPO (Initial Public Offering).

2. Afname in vertrouwen
Wat de economie nodig heeft zijn stabiele markten waarin prijzen kloppen. Tijdens de Flash Crisis waren sommige aandelen in één klap nog maar een duppie waard of juist 100.000 dollar. Dat is geen goede situatie voor beleggers en investeerders die juist betrouwbaarheid zoeken.

3. Complexiteit / Niet te reguleren
De quants en wiskundigen in dienst van de financiële dienstverleners vinden continu nieuwe systemen uit die de toezichthouders (vaak juridische experts en geen wiskundigen/techneuten) niet kunnen begrijpen. Hoe kunnen ze regels opleggen voor iets dat ze niet kunnen bevatten? De SEC is niet langer in control.

ghost-exchange-2
ghost-exchange-3

4. Verborgen Zwarte Zwanen
Flitshandel is geen markt meer, maar een spel dat zich onder de oppervlakte van de economie afspeelt. Daarin zitten gevaren verscholen die niemand aan kan zien komen. De dreiging van de volgende Flash Crisis (in 2010 vond een grote crisis plaats met dalingen van aandelen tot wel 10 procent binnen enkele minuten) hangt boven ons hoofd. Individuele dienstverleners lopen gevaar (o.a. JP Morgan en Knight Software verloren door systeemfouten honderden miljoenen dollars), maar door de verbondenheid van alle systemen is er het gevaar dat de hele markt in elkaar klapt.

5. Geen kapitaal meer voor kleinere bedrijven
Aandelenmarkten zijn bedoeld om kapitaal op te halen voor ondernemers die dat gebruiken om bedrijven te laten groeien en banen te creëren. In de huidige kapitaalmarkten profiteren echter alleen de grote bedrijven en kleine bedrijven krijgen niet de zichtbaarheid die ze verdienen. Verschillende experts waarschuwen in deze documentaire dat als er niks gebeurt, dit gaat leiden tot meer werkloosheid in de Verenigde Staten. Kostenbesparing door automatisering is goed, maar de verborgen kosten van werkloosheid en armoede worden nu vergeten.

Na de pijn van de meltdown van 2008, nemen de overheid en financiële sector in de VS nog steeds niet echt de moeite het systeem te herzien. Het is al vaker gezegd: het moet eerst opnieuw gruwelijk fout gaan en dan nog veel harder dan de vorige keer. Misschien dat er dan eindelijk gebeurt wat er moeten gebeuren.

Geketend aan een maandsalaris

geketend-aan-een-maandsalaris

Volgens een van mijn favoriete filosofen van dit moment – Nassim Nicholas Taleb, auteur van o.a. De Zwarte Zwaan en Antifragiel – is loondienst moderne slavernij. En als je het er niet mee eens bent, dan ben je waarschijnlijk in loondienst (of een grote kapitaaleigenaar).

Waarom zou dat zo zijn dan? Je kunt toch op elk moment kappen met een baan? Je bent toch ook geen eigendom van je werkgever, zoals slaven dat wel waren van hun bazen? Nee, maar je bent wel afhankelijk van het salaris, zeker wanneer je – God moge je bijstaan – een hypotheek en kinderen hebt.

Daarbij komt nog de zogeheten ‘luxury trap’ waardoor we gevangen zijn van waar we aan gewend zijn. Zodra je wekelijks wijn gaat drinken, dure boodschappen doet, én jaarlijks drie keer op vakantie gaat, is het moeilijk voor te stellen dat je nog zonder kunt leven.

Deze afhankelijkheid maakt dat je niet volledig vrij bent je mening te geven. Een voorbeeld uit mijn eigen redactiewerk. Stel, ik wordt gevraagd een executive te interviewen van een grote zakenbank, zoals Goldman Sachs. Ik gebruik juist die bank als voorbeeld omdat ik me dan de walging zo levendig kan voorstellen. Stel, ik moet de CEO van deze instantie interviewen, een parasitaire instelling die mensen en bedrijven ruïneert en alle échte economische waarde uit de economie wegzuigt als een grote evil spons.

Stel dat ik die CEO wil vertellen wat ik echt van hem denk. Dat ik hem een bloedzuiger vind met het morele besef van een amoebe. Dan zou ik in de problemen kunnen komen met mijn werkgever omdat GS toevallig ook een goede klant van de onderneming van mijn baas blijkt te zijn. Als ik te ver ga of dit soort geintjes te vaak flik, loop ik de kans ontslagen te worden en mijn inkomen te verliezen. Ik zou dit specifieke klusje natuurlijk naar een collega kunnen schuiven, maar het punt blijft: ik ben niet volledig vrij mijn mening te geven.

Welke oplossingen zijn er voor het loonslavenprobleem? Ik kan natuurlijk voor mezelf beginnen, dat levert meer vrijheid op, maar ik moet nog steeds opdrachtgevers blij en tevreden houden. In feite is het verschil dat je in plaats van één broodheer voor verschillende bedrijven opdrachten uitvoert (en zelfs dat niet eens altijd), dus je bent ook dan niet echt vrij.

De enige oplossing voor volledige vrijheid en onafhankelijkheid is voldoende ‘fuck you money’ (term van NNT) genereren, wat je in staat stelt altijd ongezouten je mening te kunnen geven. Taleb heeft dit in zijn dagen als quant (kwantitatieve analist) bij een bank voor elkaar gekregen. Het resultaat staat in zijn boeken te lezen: een gigantische stroom beledigingen aan het adres van politici, economen, forecasters, et, etc. Hij kan het zich veroorloven, de meeste van ons nog niet. Het alternatief is jezelf mentaal los te maken van je maandsalaris. Het zal lastig blijken dit volledig te doen, maar langzaam wennen aan minder, minder, minder zou voor de meeste van ons helemaal geen kwaad kunnen.

10 economische ideeën die je echt moet kennen

1. De onzichtbare hand
Bedacht door econoom Adam Smith. De onzichtbare hand refereert aan de kracht die producenten datgene laat ontwikkelen waar vraag naar is, zodat er een perfect marktevenwicht ontstaat. Hierbij is eigenbelang een goede zaak omdat het de maatschappij dient. Neem bijvoorbeeld Thomas Edison. Hij ontwikkelde de gloeilamp uit eigenbelang: om geld te verdienen en/of beroemd te worden, maar hij verlichte daarmee de wereld voor miljoenen. Daarmee is niet gezegd dat Adam Smith het credo ‘greed is good’ van Gordon Gekko zou goedkeuren omdat bij dergelijke hebzucht vaak regels gebroken worden.

2. Vraag en aanbod
De vraag naar en het aanbod van economische goederen hangen af van de prijs die ervoor wordt gevraagd. Als de prijs wordt verhoogd neemt de vraag doorgaans af en ontstaat een gezond evenwicht. Prijselasticiteit geeft de verandering in vraag weer wanneer de prijs verhoogd en verlaagd wordt. Als een product elastisch is zal de vraag af- of toenemen bij respectievelijk een prijsverhoging of verlaging. Bij een inelastische vraag reageert de gevraagde hoeveelheid niet sterk op prijsverandering. Een voorbeeld is olie. Meestal duurt het een tijd voordat de vraag naar benzine afneemt na een prijsstijging.

3. Malthusiaanse catastrofe
De Malthusiaanse catastrofe (‘The Malthusian trap’) houdt in dat de wereldbevolking sneller groeit dan de productie van voedsel. Het Westen is echter ontsnapt aan deze catastrofe middels een afnemende populatie en technologische vooruitgang. Afrika en veel Aziatische landen zitten nog wel gevangen in de Malthusiaanse catastrofe.

4. Opportuniteitskosten
Er bestaat niet zoiets als een gratis lunch is een bekende economische uitspraak. Dat is waar, want hoewel iemand weliswaar je lunch betaalt heb je wel je tijd opgeofferd die je wellicht beter had kunnen besteden. Omdat tijd een schaars goed is, wordt je voortdurend gedwongen de afweging te maken: Waar ga ik mijn tijd aan wijden? Opportuniteitskosten – ook wel alternatieve kosten – zijn de kosten van het opgeofferde alternatief. Je bent in het park gaan wandelen in plaats van te werken en hebt daardoor opportuniteitskosten gemaakt.

5. Incentives
Economen hebben de taak om uit te vinden wat mensen motiveert. Dat kunnen financiële prikkels zijn, maar ook niet financiële prikkels, zoals ‘een goed gevoel’, wat je bijvoorbeeld krijgt van altruïstische acties. Achter alles zit wel een verborgen incentive. Centrale banken en overheden maken hier gebruik van om de economie aan de praat te houden middels rentemanipulaties en fiscale prikkels. Maar mensen reageren niet alleen op de wortel, maar ook op de stok. Denk maar aan verkeersboetes. Incentives brengen acties teweeg.

6. Arbeidsdeling
Door de productie te verdelen in gespecialiseerde stappen kan enorme productiviteitswinst behaald worden. Het bekendste voorbeeld is het T-Model Ford van Henry Ford die middels de eerste lopende band tot stand kwam. Nadelen van arbeidsdeling is dat grote groepen werknemers blijvend werkloos kunnen worden wanneer er geen vraag meer is naar hun specialismen. Het werk kan ook geestdodend zijn. Voor werkgevers kan het nadeel zijn dat er veel macht komt te liggen bij groepen gespecialiseerde werknemers die middels stakingen eisen kunnen afdwingen.

10 economische ideeën - T-Ford

1912 Ford Model T advertisement from FORD TIMES, December 1911 from FLICKR

7. Comparatief voordeel
Economie is niet een ‘zero-sum-game’ waarbij de winst van de ene het verlies van de ander betekent. Stel dat je twee landen hebt – Engeland en Portugal – die wol en wijn produceren. Maar Portugal is beter in het produceren van beide. Maar omdat Portugal slechts een beperkt aantal uren kan besteden aan productie, is het land beter af wijn te ruilen tegen wol met Engeland. Dan krijg je een win-win situatie. Critici van de wet van comparatief voordeel stellen dat deze niet meer van toepassing is in de moderne economische wereld, omdat kapitaaleigenaren hun productie kunnen verplaatsen naar waar ze maar willen (waar de kosten het laagste zijn). Maar vele economen vinden het nog steeds één van de belangrijkste economische ideeën ooit, omdat het landen aanzet tot naar buiten kijken in plaats van naar binnen, en dat levert welvaart voor allen op.

8. Kapitalisme
De val van de Sovjet Unie en de Berlijnse Muur waren een enorme overwinning van het kapitalisme. Toch is het ook het economische model dat het meeste kritiek heeft gekregen. De negatief geladen naam is zelfs door socialisten bedacht om aan te geven waar het volgens hen om gaat: exploitatie, ongelijkheid en oppressie. Kritiek op het kapitalisme is dat het leidt tot werkloosheid en ongelijkheid, dat vrije markten de neiging hebben tot ‘boom and bust’, en dat kapitalisme geen rekening houdt met het milieu. Toch heeft het systeem de economieën die het omarmt hebben in een veel betere staat gebracht dan andere economische systemen. Daarom moeten economen concluderen dat het tot nu toe het beste systeem is dat we ontdekt hebben om economieën tot bloei te brengen.

9. Keynesianisme
Deze nog steeds veelgebruikte economische school is het gedachtegoed van econoom John Maynard Keynes (1883-1946) – één van de grootste denkers van de 20ste eeuw. Het centrale idee is dat overheden een rol te vervullen hebben om de economie draaiende te houden in tijden van problemen. De overheid kan invloed uitoefenen door geld te lenen en uit te geven, en een stimulerend fiscaal beleid te voeren. Door het zogeheten ‘multipliereffect’ lopen de uitgaven die de overheid doet door in de hele economie. Stel, de overheid laat een brug bouwen, dan neemt het bouwbedrijf extra mensen aan en geven de werknemers hun salarissen uit aan eten, uitgaan en auto’s. Het effect van de uitgave is zo veel groter. Keynesianisme maakte een comeback na de grote recessie van 2008 toen overheden het systeem wereldwijd hanteerde om hun economieën te kickstarten.

10. Monetarisme
De ideeën van Keynes stonden lijnrecht tegenover die van Milton Friedman. Keynes pleitte voor het aanpakken van werkloosheid door overheidsingrijpen. Friedman vond dat de overheid mensen met rust moest laten en zich moest richten op het controleren van de hoeveelheid geld die in de economie omgaat. Het bestrijden van inflatie is een zeer belangrijk onderdeel van monetarisme. In tegenstelling tot Keynes geloofde Friedman dat werknemers een lager salaris en bedrijven lagere prijzen zouden accepteren onder dreigende inflatie. Het probleem van de theorie van Friedman is dat de effecten van de hoeveelheden geld die in omloop worden gebracht erg lastig te meten zijn.