Dierloze snacks gat in de markt

Het is jammer dat ik geen ondernemer ben, want sinds ik bij AvG werk zie ik meer kansen dan ooit. Zo zou ik Philips aanraden de ‘Recyclops’ op de markt te brengen. Een slimme vuilnisbak met een oog dat direct kan detecteren waarvan afval gemaakt is voordat hij het opeet, samenperst tot ultra-compact balletje en in het juiste compartiment laat vallen. @Philips innovatie team, neem gerust contact met me op om hier over te sparren. 🙂 .

Een andere markt waar ik kansen zie is de markt voor snacks. Sinds ik geen vlees meer eet, kom ik op het gebied van snacks nauwelijks aan mijn trekken. Het probleem? In alle snelle snacks zit vlees verwerkt: hamburgers, kroketten, saucijzenbroodjes, etc. Zelfs in drukke winkelgebieden, moet ik echt mijn best doen om iets anders te vinden dan het kaasbroodje, waar ik er al zo’n 200 per jaar van consumeer. FEBO is op de goede weg door het vitaaltje (vega-kroket) in de muur aan te bieden, maar nu nog een vegetarische hamburger…

Ik denk dat ik niet de enige ben die hier behoefte aan heeft. Vegetarisme is steeds minder een hippie-beweging, en steeds meer een economische noodzaak. Veel grondstoffen raken uitgeput, de wereld raakt overbevolkter, en er is behoefte aan een zo efficiënt mogelijke productie. Er zijn veel mensen die (vaker) het vlees links laten liggen en gaan voor een minder belastend alternatief. Als je iets aan kunt bieden wat echt lekker is, kun je een killing maken zonder daarvoor indirect dieren om zeep te helpen.

Vleesloze snacks

In de Metro stond laatst een ondernemer die het begrepen had. ‘Vleesch noch Visch’ gaat in Amsterdam de concurrentie aan met de vette hap op de straat. Hun product: Griekse pita en vegetarische gyros en verse huisgemaakte tzatziki. Oprichter Steff Veldkamp: ‘In heel de wereld kan je heerlijk en gezond eten op straat, behalve in Nederland.’

Hij benadrukt hier vooral het gebrek aan een streetfood cultuur, en dat lijkt me de juiste aanpak. Ga je teveel op het vleesloze aspect zitten, en mensen denken dat je een geitenwollensok bent. Nog beter: benadrukken dat het ‘gezond’ is. Dat is al langer een trend waar veel geld te verdienen valt. Het laatste verkoopargument is gemak. Veldkamp: ‘Wie nu uit zijn werk komt en geen zin heeft om te koken, is aangewezen op de snackbar of een restaurant. Het grote gat tussen die twee willen wij opvullen.’

Ik voorzie een mooie toekomst voor ‘Vleesch noch Visch’ en soortgelijke initiatieven. Zelf blijf ik echter doen wat ik doe: Het bedrijven van ondernemende journalistiek.

Dood aan de vleesverraders

Sinds ik geen vlees meer eet, merk ik dat we leven in een echte vleescultuur. Het gaat niet alleen om lekker eten – er zijn zat alternatieven en dat worden er steeds meer – maar het gaat om het willen vasthouden aan de status quo. Stoppen of minderen met vlees eten zal uiteindelijk economisch noodzakelijk worden. Mensen vinden dat confronterend. Immers, vasthouden aan al het oude is comfortabel. Het veranderen van bekend gedrag vinden mensen doorgaans erg moeilijk.

Als iemand die ‘geen vlees meer eet’ (ik kan mezelf geen vegetariër noemen, want ik eet nog wel vis) loop ik geregeld tegen confrontaties aan met de gevestigde, vleesetende orde. Iedere keer dat ik in een sociale situatie aangeef geen vlees meer te eten worden mijn gesprekspartners recalcitrant, militant of zelfs een beetje agressief. ‘Nooit, nooit, nooit zal ik stoppen met vlees eten’, heb ik al meerdere keren gehoord. Oké dan.

Misschien dat het woord ‘meer’ in ‘geen vlees meer eten’ deze reacties oproept. Alsof ik wil zeggen, ‘ik doe iets niet meer en jij zou hetzelfde moeten doen.’ Mijn eigen familie heeft het er erg moeilijk mee dat ik vegetarisch ben geworden (zij mogen die term wel gebruiken). Op Sinterklaas vorig jaar kreeg ik een Big Mac uit de vriezer. In het bijbehorende gedicht stond dat het onmogelijk is dat een fervent hamburger fetisjist als ik geen vlees meer zou eten. Sommige dingen horen nu eenmaal bij elkaar, zoals The Dude en zijn White Russian, was de redenering.

Ook de mensen van mijn werk vinden het een beetje bizar. Laatst zat ik met een groep werkrelaties in Japans restaurant Kokusai in Amstelveen, waar je gezamenlijk gerechten bestelt en opeet in vijf rondes. Ik heb aangegeven geen vlees te eten, maar wel vis. Ik denk dat dit gedurende de avond nog zo’n 30 keer herhaald is. ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, als een kapotte grammofoonplaat. Toen ik laatst op een receptie een bitterbal afsloeg, vroeg mijn relatie te heroverwegen. Immers, er zat toch nauwelijks vlees in zo’n ding? Alsof stoppen met vlees eten gaat om de hoeveelheid vlees, en het geen principe kwestie kan zijn.

Nu speelt hoeveelheid ook wel weer een rol. Als iemand vraagt waarom ik geen vlees meer eet antwoord ik 1.) dat ik een einde wil maken aan de bio-industrie en 2.) dat het eten van vlees niet duurzaam is. Met die laatste reden kun je misschien nog wel eens iemand overtuigen. Mijn collega Willem koopt en bereidt om die reden zelf geen vlees (hij eet wel wat hij krijgt aangeboden). Dierenleed speelt geen rol hierin. Het gaat hem puur om het feit dat de waardeketens van vlees uitermate inefficiënt zijn. Miljoenen tonnen eten worden jaarlijks omgezet in diervoeding, voedsel dat prima kan dienen voor directe menselijke consumptie. Dan heb ik het nog niet eens over de vervuiling van de megastallen en de megaruimte die vee inneemt. Kortom, er kunnen vele schakels uit de keten weggenomen worden, zodat de negen miljard mensen die binnenkort deze planeet bewonen allemaal nog wat te bikken hebben.

Dus, toch even een moralistische statement om af te sluiten: Over 20 jaar vinden mensen het eten van dieren hopelijk uiterst bizar en ouderwets. Hopelijk kijken mensen naar foto’s van vleesafdeling van supermarkten en kunnen ze er met hun hoofd niet bij. ‘Vroeger kwamen vleesproducten niet uit het laboratorium, maar van dieren. De plakjes dierenkadaver lagen toen nog in plastic zakjes op tafel, jongen. Echt waar, je opa heeft het nog meegemaakt.’ Een mooi toekomstbeeld wat mij betreft. Maar dat is alles wat het is; een toekomstbeeld. Realiteit is het helaas nog allerminst.

Icon 6 - Fish