Coen Brother Movies: From Worst To Best

Coen Brother Movies - From Worst To Best

With ‘Hail, Caesar!’ the Coen Brothers (Joel, 1954, and Ethan, 1957) have delivered their 17th film in 32 years (‘Blood Simple’ arrived in 1984). While certainly not their best it’s got plenty to enjoy. There is not much story to speak off, but the long film production sequences at the fictional Capitol Pictures (featured also in ‘Barton Fink’) offer plenty of fun. Then there’s the cast… Clooney is great as moviestar Baird Whitlock, and Josh Brolin is solid in the lead. Only Scarlett Johansson still can’t act. Yes, the camera does love her, but I just never believe a word she says…

The Coens’ first eight films were significantly better than their later eight (I don’t know why exactly, but I always divide their movies in series of eight films) My personal top 3 consists of movies that belong to their first wave of eight films. With ‘Hail, Caesar!’ they have started a new sequence in my mind of again eight movies. Considering their ages 62 and 59 and considerable speed in filmmaking they should be able to complete their third wave and round off their careers with 24 films canned in total. A terrific prospect because they still got it as far as I’m concerned.

So how do I rank all their movies? As follows.

17. A Serious Man (2009)
16. True Grit (2010)
15. Intolerable Cruelty (2003)
14. Blood Simple. (1984)
13. The Ladykillers (2004)
12. Inside Llewyn Davis (2013)
11. Hail, Caesar! (2016)
10. Raising Arizona (1987)
09. Burn After Reading (2008)
08. The Hudsucker Proxy (1994)
07. The Man Who Wasn’t There (2001)
06. Barton Fink (1991)
05. O Brother, Where Art Thou? (2000)
04. No Country For Old Men (2007)
03. Fargo (1996)
02. Miller’s Crossing (1990)
01. The Big Lebowski (1998)

Indeed, the Dude abides.

Advertenties

Dood aan de vleesverraders

Vleesafdeling

Sinds ik geen vlees meer eet, merk ik dat we leven in een echte vleescultuur. Het gaat niet alleen om lekker eten – er zijn zat alternatieven en dat worden er steeds meer – maar het gaat om het willen vasthouden aan de status quo. Stoppen of minderen met vlees eten zal uiteindelijk economisch noodzakelijk worden. Mensen vinden dat confronterend. Immers, vasthouden aan al het oude is comfortabel. Het veranderen van bekend gedrag vinden mensen doorgaans erg moeilijk.

Als iemand die ‘geen vlees meer eet’ (ik kan mezelf geen vegetariër noemen, want ik eet nog wel vis) loop ik geregeld tegen confrontaties aan met de gevestigde, vleesetende orde. Iedere keer dat ik in een sociale situatie aangeef geen vlees meer te eten worden mijn gesprekspartners recalcitrant, militant of zelfs een beetje agressief. ‘Nooit, nooit, nooit zal ik stoppen met vlees eten’, heb ik al meerdere keren gehoord. Oké dan.

Misschien dat het woord ‘meer’ in ‘geen vlees meer eten’ deze reacties oproept. Alsof ik wil zeggen, ‘ik doe iets niet meer en jij zou hetzelfde moeten doen.’ Mijn eigen familie heeft het er erg moeilijk mee dat ik vegetarisch ben geworden (zij mogen die term wel gebruiken). Op Sinterklaas vorig jaar kreeg ik een Big Mac uit de vriezer. In het bijbehorende gedicht stond dat het onmogelijk is dat een fervent hamburger fetisjist als ik geen vlees meer zou eten. Sommige dingen horen nu eenmaal bij elkaar, zoals The Dude en zijn White Russian, was de redenering.

Ook de mensen van mijn werk vinden het een beetje bizar. Laatst zat ik met een groep werkrelaties in Japans restaurant Kokusai in Amstelveen, waar je gezamenlijk gerechten bestelt en opeet in vijf rondes. Ik heb aangegeven geen vlees te eten, maar wel vis. Ik denk dat dit gedurende de avond nog zo’n 30 keer herhaald is. ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, als een kapotte grammofoonplaat. Toen ik laatst op een receptie een bitterbal afsloeg, vroeg mijn relatie te heroverwegen. Immers, er zat toch nauwelijks vlees in zo’n ding? Alsof stoppen met vlees eten gaat om de hoeveelheid vlees, en het geen principe kwestie kan zijn.

Nu speelt hoeveelheid ook wel weer een rol. Als iemand vraagt waarom ik geen vlees meer eet antwoord ik 1.) dat ik een einde wil maken aan de bio-industrie en 2.) dat het eten van vlees niet duurzaam is. Met die laatste reden kun je misschien nog wel eens iemand overtuigen. Mijn collega Willem koopt en bereid om die reden zelf geen vlees (hij eet wel wat hij krijgt aangeboden). Dierenleed speelt geen rol hierin. Het gaat hem puur om het feit dat de waardeketens van vlees uitermate inefficiënt zijn. Miljoenen tonnen eten worden jaarlijks omgezet in diervoeding, voedsel dat prima kan dienen voor directe menselijke consumptie. Dan heb ik het nog niet eens over de vervuiling van de megastallen en de megaruimte die vee inneemt. Kortom, en kunnen vele schakels uit de keten weggenomen worden, zodat de negen miljard mensen die binnenkort deze planeet bewonen allemaal nog wat te bikken hebben.

Dus, toch even een moralistische statement om af te sluiten: Over 20 jaar vinden mensen het eten van dieren hopelijk uiterst bizar en ouderwets. Hopelijk kijken mensen naar foto’s van vleesafdeling van supermarkten en kunnen ze er met hun hoofd niet bij. ‘Vroeger kwamen vleesproducten niet uit het laboratorium, maar van dieren. De plakjes dierenkadaver lagen toen nog in plastic zakjes op tafel, jongen. Echt waar, je opa heeft het nog meegemaakt.’ Een mooi toekomstbeeld wat mij betreft. Maar dat is alles wat het is; een toekomstbeeld. Realiteit is het helaas nog allerminst.

Icon 6 - Fish

Kenmerken van een échte held

Door Jeppe Kleyngeld

Ash, The Dude, James Bond, Raoul Duke… ga zo maar door. Ik heb een hoop helden gekend in mijn 33-jaar lange – en ik mag gelukkig zeggen zeer rijke – leven. Maar als ik moet schrijven over wat een echte held typeert, kies ik instinctief toch meteen voor The Man with No Name, het stoere, rauwe en eervolle, door Clint Eastwood vertolkte personage in Sergio Leone’s befaamde Dollars trilogie. En dan specifiek het eerste deel van het drieluik: A Fistful of Dollars (1964).

Het personage lijkt in eerste instantie een opportunist, die tussen twee rivaliserende bendes in gaat staan en geld verdient aan het vermoorden van bendeleden aan beide kanten en het doorsluizen van informatie. Maar hij is geen opportunist. Vanaf het begin is hij betrokken bij de goede mensen in het verhaal. Zij worden onderdrukt door de bendes en The Man with No Name zet alles in wat hij heeft om ze te helpen. Ook het geld dat hij verdient met het omleggen van de slechteriken geeft hij aan de arme mensen. En hij wil er niks terug voor hebben. Op de momenten dat hij niet ingrijpt, heeft dat puur te maken met zijn scherpe intellect. Hij weet dat het soms beter is om zijn tijd af te wachten, om uiteindelijk te kunnen zegevieren.

Wat kenmerkt nu dit personage dat zonder twijfel een inspirerend rolmodel is? Ik noem er vijf.

1. Hij is onbevreesd
The Man with No Name rijdt een beangstigend stadje binnen waar direct een dode man op een paard voorbij komt rijden. Op zijn rug staat ‘Adios Amigo’ geschreven, zien we als het paard waar de dode man op zit langs Eastwood de woestijn in rijdt. Geen probleem, Eastwood heeft zijn doel duidelijk voor ogen en hij treedt het zonder angst tegemoet. Als hij al angst heeft, laat hij zich er in ieder geval niet door weerhouden zijn doelen na te streven.

2. Hij betaalt zijn schulden
Bij binnenkomst in het dode stadje, wordt hij direct beschoten door een stel dronken bandito’s. Hij duikt onder in een herberg, waar hij wat eten en drinken krijgt van de sympathieke eigenaar. Deze man waarschuwt hem gelijk dat als hij blijft, hij zo goed als zeker vermoord zal worden in de strijd tussen de twee clans: de Baxters en de Rojos. Maar omdat The Man with No Name de herbergier niet kan betalen, blijft hij toch net zo lang tot hij genoeg verdiend heeft om hem terug te betalen. Dat getuigt van respect voor de gewone, werkende man.

The Man with No Name 3

3. Hij neemt het op voor de zwakkeren
Legendarisch is de scene waarin ‘The Man’ langs de doodgraver loopt (‘get three coffins ready’) en recht op de mannen af wandelt die hem bij het betreden van de stad hebben beschoten. Hij confronteert ze met hun gedrag en neemt het daarbij op voor zijn paard: ‘He is feeling real bad, my mule. You see, he got all riled up when you fired those shots at his feet. You see, I understand that you were just playing’ around. But the mule, he just doesn’t get it. Of course, if you were to all apologize…’ De bandieten lachen hartelijk om zijn verzoek. ‘I don’t think it’s nice, you laughing’, vervolgt hij, nu met een heel gevaarlijke uitdrukking op zijn gezicht. ‘See, my mule don’t like people laughing’. He gets the crazy idea you’re laughing at him. Now, if you apologise, like I know you’re going to, I might convince him that you really didn’t mean it.’  10 seconden later zijn de bandieten dood. Eastwood heeft zich alleen vergist in aantal, dus voert hij de bestelling op bij de doodgraver: ‘My mistake. Four coffins.’  Cooler is niet mogelijk.

4. Hij lijdt ook pijn
The Man with No Name is niet een held wie alles altijd maar gemakkelijk afgaat. Nadat hij de onderdrukte vrouw Marisol heeft bevrijd van de slechte Ramón Rojos en heeft herenigd met haar zoontje Jezus, wordt zijn dubbele agenda ontdekt door Ramón. Hij krijgt een genadeloos pak slaag wat hem bijna het leven kost. Wie zijn doel wil bereiken, moet soms pijn lijden. The Man ondergaat dat als een echte man wat veel respect verdient.

5. Hij heeft niet alleen vaardigheden, hij is ook intelligent
Bandiet Ramon weet het goed te omschrijven; ‘I don’t like that Americano. He is too smart to be just a hired fighter. When someone with that face works with his gun, you can count on two things. He’s fast on the trigger, but he’s also intelligent.’ Hij lijkt tegen het einde van de film echter zijn eigen les vergeten te zijn. Hoe vaak hij The Man ook neerschiet, hij blijft maar opstaan. Een kogelvrij vest kan wonderen doen. Deze scene werd ook bewonderd door Biff Tannen in Back to the Future: Part II. In hoeverre dat een aanbeveling is, valt te bezien, maar een feit blijft dat ze niet veel slimmer komen als The Man with No Name. En hij wint het gevecht uiteindelijk, het laatste kenmerk van deze held der helden. Wat een held, niet?

De wereld stopt niet met draaien

Amstelveen, een saaie kantoordag. En moordend heet bovendien. Ik heb net een bak patat weggewerkt en moet weer aan de slag om de schade van afgelopen week in te perken. Week 31 staat nu te boek als minst productieve week van 2013, dus wie weet kan ik daar nog wat aan doen. Daarna racen naar de kinderopvang op Rosa op te halen.

Maar ik moet deze blogpost beginnen met een overlijdensbericht. Onze prachtige Lolita is niet meer. En collega-hen Heksje is ook dood. Nog geen twee maanden na het tragische overlijden van Brave Hendrik is onze kippenclan gereduceerd van 8 naar 5. En het besmettingsgevaar is nog niet geweken.

Op de avond van 29 juli waren Lolita en Heksje niet op komen dagen voor het eten. De volgende dag zat Lolita ’s ochtends wel in het hok, maar veel slomer dan normaal. De andere kippen waren verspreid over het eiland, dus ik dacht dat Heks daar ook wel bij zou zitten. Toen ik ’s avonds terugkwam lag Lolita dood in het hok en vond ik Heksje in de bosjes, aangevreten door de ratten. Volgens de dierenarts duidde mijn beschrijving op een besmettelijke bacterie die de luchtwegen aantast.

Gisteren heb ik een ‘Painted Veil’-stijl epidemiebestrijding uitgevoerd. 3 uur lang schrobben, boenen, de overige kippen inenten en de doden begraven. Nu hopen dat de overige vijf het gaan halen… Zondag weet ik meer…

Slachtoffers van de kippengriep

Slachtoffers

Kippen kunnen wel 13 jaar worden, dus Lolita en Heksje zijn met 3 en 2 niet oud geworden. Ze hebben wel een heerlijk vrij buitenleven gehad, duizend keer beter dan de gemiddelde plofkip. Verdriet voelen we vooral voor Lolita omdat we die als piepkuiken hebben grootgebracht. Het was de tamste kip ter wereld, die zelfs een keer bij Loesje op schoot kwam zitten. Heksje was erg schuw, maar ook een schatje. Ze krijgen een mooi plekje op het dierenkerkhof van het eiland (dat overigens binnenkort niet meer van ons is, maar daarover later meer). Vanuit ons huis kunnen we het plekje zien liggen. We zullen nog vaak terugdenken aan de mooie glanzend bruine Lolita en zwarte Heksje die relaxed over het eiland struinden, zoekende naar een worm of andere kippensnack.

Wat betreft deze week, Jezus christus. Ik was vooral afgeleid door de eeuwige discussie op IMDb over of Tony Soprano dood is. Het antwoord is ‘nee’ (ja, de acteur die hem speelt, James Gandolfini, wel, maar dat terzijde). Verder is het gewoon een typisch geval van een zomerdip. Een professioneel internetredacteur als ik kickt op wekelijks minstens één mooie headline uit eigen hand, maar het tempo ligt nu lager. Net als het aantal lezers trouwens. Maar net als een topsporter kom ik binnenkort wel weer in vorm. Het beste is om hier op een beetje goede oude ‘Dudeism’-manier naar te kijken: ‘I can’t be bothered by that shit… life goes on, man.’

IMG_0283