Vakantie – Deel 1

Onts-n-a-pp-en /
Onts-p-a-nn-en

Ik lig op bed in ons vakantiehuis. We bevinden ons in het pittoreske, Italiaanse bergdorp Vico Pancellorum. Ik heb zojuist mijn enkel verstuikt. De komende dagen zal ik niet kunnen lopen. Buiten hoor ik de brandweer-helikopters op weg naar een bosbrand in de buurt. Ze zijn al dagen bezig, maar krijgen het niet niet onder controle vanwege watertekort. Door klimaatopwarming zijn de nabije rivieren droog komen te liggen.

Gelukkig zijn wij niet in gevaar. Dat zeggen de dorpsbewoners althans die zo relaxed blijven als hindoe-koeien. Komt dat door de hittegolf misschien? Onze vorige vakantie in de Ardennen viel in het water door overstromingen. Dit jaar worden we met bosbranden geconfronteerd. Aan de gevolgen van klimaatverandering valt niet te ontsnappen.

Ja, misschien wanneer we naar een braaf, all-inclusive resort zouden gaan in plaats van de wilde natuur in. Maar daar wordt je geconfronteerd met de oorzaken van de huidige crisis: overconsumptie, decadentie, vlees, plastic, afval, et cetera. De mensheid die op een collision course is met rampspoed en zich hier nauwelijks van bewust lijkt. Nee, dan liever het avontuur opzoeken en letterlijk dicht op het vuur zitten.

Nee, een resort is geen goede plek om nu te verkeren. Te confronterend. Op de nieuwspagina’s van de kranten lees ik dat de supermarktprijzen 20 procent zijn gestegen en dat de energieprijzen een gigantisch probleem gaan worden, vooral begin 2023. En dat de industrie bezorgd is omdat het water steeds warmer en zouter wordt. Wat dit altijd al zo? De hele tijd dit soort berichten? Waar kun je nog heen om de problemen van de wereld te ontvluchten? Nergens heen. De toestand van de aarde gaat de komende decennia niet op vakantie. We zullen onze mindset klaar moeten maken, want dit wordt groot.

En nu dus ook nog een verstuikte enkel. Ik lees wat dat betekent. In elk geval de eerste dagen impact vermijden. Dat wordt veel op bed liggen. Gelukkig heb ik nog een nieuwe graphic novel van Brubaker-Phillips om me volledig mee te kunnen ontspannen:

Dood aan de vleesverraders

Sinds ik geen vlees meer eet, merk ik dat we leven in een echte vleescultuur. Het gaat niet alleen om lekker eten – er zijn zat alternatieven en dat worden er steeds meer – maar het gaat om het willen vasthouden aan de status quo. Stoppen of minderen met vlees eten zal uiteindelijk economisch noodzakelijk worden. Mensen vinden dat confronterend. Immers, vasthouden aan al het oude is comfortabel. Het veranderen van bekend gedrag vinden mensen doorgaans erg moeilijk.

Als iemand die ‘geen vlees meer eet’ (ik kan mezelf geen vegetariër noemen, want ik eet nog wel vis) loop ik geregeld tegen confrontaties aan met de gevestigde, vleesetende orde. Iedere keer dat ik in een sociale situatie aangeef geen vlees meer te eten worden mijn gesprekspartners recalcitrant, militant of zelfs een beetje agressief. ‘Nooit, nooit, nooit zal ik stoppen met vlees eten’, heb ik al meerdere keren gehoord. Oké dan.

Misschien dat het woord ‘meer’ in ‘geen vlees meer eten’ deze reacties oproept. Alsof ik wil zeggen, ‘ik doe iets niet meer en jij zou hetzelfde moeten doen.’ Mijn eigen familie heeft het er erg moeilijk mee dat ik vegetarisch ben geworden (zij mogen die term wel gebruiken). Op Sinterklaas vorig jaar kreeg ik een Big Mac uit de vriezer. In het bijbehorende gedicht stond dat het onmogelijk is dat een fervent hamburger fetisjist als ik geen vlees meer zou eten. Sommige dingen horen nu eenmaal bij elkaar, zoals The Dude en zijn White Russian, was de redenering.

Ook de mensen van mijn werk vinden het een beetje bizar. Laatst zat ik met een groep werkrelaties in Japans restaurant Kokusai in Amstelveen, waar je gezamenlijk gerechten bestelt en opeet in vijf rondes. Ik heb aangegeven geen vlees te eten, maar wel vis. Ik denk dat dit gedurende de avond nog zo’n 30 keer herhaald is. ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, als een kapotte grammofoonplaat. Toen ik laatst op een receptie een bitterbal afsloeg, vroeg mijn relatie te heroverwegen. Immers, er zat toch nauwelijks vlees in zo’n ding? Alsof stoppen met vlees eten gaat om de hoeveelheid vlees, en het geen principe kwestie kan zijn.

Nu speelt hoeveelheid ook wel weer een rol. Als iemand vraagt waarom ik geen vlees meer eet antwoord ik 1.) dat ik een einde wil maken aan de bio-industrie en 2.) dat het eten van vlees niet duurzaam is. Met die laatste reden kun je misschien nog wel eens iemand overtuigen. Mijn collega Willem koopt en bereidt om die reden zelf geen vlees (hij eet wel wat hij krijgt aangeboden). Dierenleed speelt geen rol hierin. Het gaat hem puur om het feit dat de waardeketens van vlees uitermate inefficiënt zijn. Miljoenen tonnen eten worden jaarlijks omgezet in diervoeding, voedsel dat prima kan dienen voor directe menselijke consumptie. Dan heb ik het nog niet eens over de vervuiling van de megastallen en de megaruimte die vee inneemt. Kortom, er kunnen vele schakels uit de keten weggenomen worden, zodat de negen miljard mensen die binnenkort deze planeet bewonen allemaal nog wat te bikken hebben.

Dus, toch even een moralistische statement om af te sluiten: Over 20 jaar vinden mensen het eten van dieren hopelijk uiterst bizar en ouderwets. Hopelijk kijken mensen naar foto’s van vleesafdeling van supermarkten en kunnen ze er met hun hoofd niet bij. ‘Vroeger kwamen vleesproducten niet uit het laboratorium, maar van dieren. De plakjes dierenkadaver lagen toen nog in plastic zakjes op tafel, jongen. Echt waar, je opa heeft het nog meegemaakt.’ Een mooi toekomstbeeld wat mij betreft. Maar dat is alles wat het is; een toekomstbeeld. Realiteit is het helaas nog allerminst.

Icon 6 - Fish