De hersenen en effectief werken

Effectief werken en de hersenen

In een recente radiouitzending van NPO’s ‘De kennis van nu’ praatte Coen Verbraak met neuropsychiater, coach en consultant Theo Compernolle.

Compernolle begon zijn loopbaan als kinderpsychiater en promoveerde aan de UvA op onderzoek naar stress bij middelbare scholieren. Tegenwoordig is hij consultant en coach bij onder meer IKEA, de Rabobank, vele ministeries, Heineken en KPN.

De hersenen
Mensen hebben in feite drie hersengedeelten. Dat zijn geen afgebakende gebieden, maar eerder samenwerkende netwerken. Het reflexbrein verwerkt razendsnel informatie zodat we snel acties kunnen ondernemen. Dit brein ligt het dichtste bij dieren en gaat 600 miljoen jaar terug in de evolutie. Met ons nadenkbrein onderzoeken we, reflecteren we en kunnen we objectief onze mening vormen en beslissingen nemen. Het archiveringsbrein gebruiken we om informatie op te slaan in ons zeer uitgebreide geheugen.

Belangrijk om te weten is dat schakelen tussen de breinfuncties energie kost. En elke keer dat je gestoord wordt, of je jezelf afleidt met een mailtje, een app, een post of een tweet, kost je dat veel energie. Bij welk gedrag in de huidige tijd levert dat ineffectiviteit op?

Altijd online zijn
75 procent van de iPads bevatten coli bacteriën die alleen maar van een toilet afkomstig kunnen zijn. Kortom, zelfs tijdens een toiletbezoek zijn mensen tegenwoordig online. En altijd online zijn is bijzonder ineffectief voor de hersenen, aldus Theo Compernolle. Tijdens deze momenten heeft het reflexbrein juist even ruimte nodig om informatie te verwerken. ‘Even niks doen’ is dus zeer effectief, een broodje eten achter het scherm is zeer ineffectief.

Multi-tasken
Mensen kunnen niet multi-tasken, stelt Compernolle, omdat wanneer je brein bezig is met een taak, en je die onderbreekt, deze omschakeling veel energie kost. Continu wisselen tussen e-mail, een stuk schrijven, praten met een collega, bestanden managen in de cloud, en een WhatsApp beantwoorden, kost dus bergen energie.

Slaaptekort
Slaaptekort is ook funest, omdat je archiveringsbrein gedurende de eerste helft van de nacht je ervaringen van de dag verwerkt en het tweede deel van de nacht je dossiers voor de volgende dag voorbereid. De meeste mensen die wakker worden grijpen meteen hun mobiel en gaan Facebook berichten lezen. Daar gaat de goede voorbereiding die je brein voor je had gedaan…

Maak werken plezierig voor het brein
Hoe moet het wel? Verdeel alles in tijdsbrokken. Check pas om 10 uur je mail, en begin de dag met je belangrijkste taak. Dan wordt je zo 50 procent effectiever. Ook social media gebruik moet in brokken. Maximaal 4 keer per dag. Er zijn steeds meer mensen die verslaafd zijn aan social media zoals aan heroïne. De verschijnselen zijn precies hetzelfde, zoals een paniekaanval als je zonder mobiel komt te zitten. Dat komt omdat je voortdurend boodschappen krijgt toegezonden die wel interessant zijn, maar niet relevant zijn voor wat je aan het doen bent.

Als je aan een belangrijke taak begint, zet dan je mail uit, je telefoon uit, hang een bord ‘niet storen’ op voor collega’s (‘om 11:00 ben ik weer aanspreekbaar’) en werk onafgebroken aan je taak gedurende die tijd. Neem daarna een pauze voordat je aan je volgende taak begint. Dit vinden je hersenen fijn en je beloning is: meer effectiviteit.

Deze blog schreef ik trouwens terwijl ik eigenlijk een interview aan het uitwerken was en mijn mail aan het checken. Ik heb zelf nog veel te leren….

5 Marketing Lessons From AOL’s Digital Prophet

What is a Digital Prophet? Nobody knows exactly. His name is David Shing, he’s Australian and he gets paid a six figure salary by America’s largest internet company AOL to travel around the world and learn all about people’s digital behaviour and give presentations about these insights at conferences.

This morning, Shing talked in rapid fire mode at SAS Forum. Here are five tips I managed to distil from this rocket speaker.

1. Content creation
You need three types: evergreens (always tasty), seasonal content (relevant for many brands) and content for the NOW.

2. Attention Economy
All brands are competing over the scarce attention of people, who get bombarded with thousands of messages a day. So when you have thirty seconds, use them wisely like Haynes Baked Beans did:

3. Sharing
Likes are deader than dead, Shing says. What you need are ‘shares’. Don’t forget: Every member of your audience has an audience.

4. Failure
Don’t be afraid to experiment and fail miserably. Many successful brands award failures, because very often it makes your company stronger eventually.

5. The Internet of Everything
Not many people in the audience have wearables, but it is underway. Billions of products that all measure stuff. Think of all the data… What can you measure and how can you use that to innovate your products?

5 bizarre vragen beantwoord met freakonomics

In het boek ‘Freakonomics’ schrijven de auteurs Stephen J. Dubner en Steven Levitt over het fictieve wetenschapsdomein freakonomie. Vreemde verhalen komen aan de orde die in reguliere economische studie niet behandeld zouden worden. Zoals onderzoeker Levitt het ziet is economie een wetenschap met uitstekende instrumenten om antwoorden te achterhalen, maar met een ernstig gebrek aan interessante vragen.

Freakonomics 1 - Cover

Zijn talent is het stellen van zulke vragen, zoals:
– Wat is gevaarlijker, een vuurwapen of een zwembad?
– Waarom geven zwarte ouders hun kinderen namen die hun carrièrekansen belemmeren?
– Is sumoworstelen corrupt?

Veel van zijn collega’s zien zijn werk misschien niet als een vorm van economie, maar in feite brengt hij de zogenaamde ‘sombere wetenschap’ terug naar haar kerntaak: verklaren hoe mensen krijgen wat ze willen hebben.

Welke bizarre vragen weet hij onder meer te achterhalen?

1. Waarom daalde misdaadcijfers?
In 1995 werd in de VS een golf verwacht in door tieners gepleegde moorden. De stijging zou wel vijftien procent bedragen. Maar de stijging kwam niet. Er kwam een daling. Verklaringen die gegeven werden waren o.a. de torenhoge vlucht die de economie had genomen en de snelle invoering van nieuwe wapenwetten. De echte verklaring bleek de landelijke legalisering van abortus in 1973. De kinderen die in een ongunstige gezinssituatie geboren zouden worden – en daardoor een veel grotere kans hadden om crimineel te worden – waren nooit geboren en zouden dus ook niet hun criminele bloeitijd ingaan eind jaren 90’.

2. Doen makelaars hun werk optimaal?
Mensen die hun huis willen verkopen schakelen een makelaar in omdat die de markt kent en het verkoopproces goed kan begeleiden. Maar zorgen makelaars er wel voor dat je de optimale prijs krijgt voor je casa? Om dat te onderzoeken keek Levitt naar de prikkels van makelaars. Zo’n 1,5 procent van de verkoopprijs gaat naar de makelaar zelf in de VS. Op een verkoop van 300.000 is dat zo’n 4.500.

Niet slecht. Maar als hij 300.000 gehaald heeft, zou met veel extra moeite wellicht 310.000 kunnen krijgen. Maar de fee van de makelaar zou dan slechts met 150 dollar stijgen. Niet de moeite voor zoveel werk. Levitt onderzocht voor hoeveel makelaars hun eigen huizen verkochten, en dat lag 3 procent boven het gemiddelde. Precies: Dat is die 10.000 extra. Ze doen dus niet de extra moeite voor hun klanten die ze voor zichzelf wel doen.

3. Is sumoworstelen corrupt?
Data vertellen het verhaal van corruptie bij sumoworstelen. In Japan worden worstelaars die tot de top 40 behoren als koningen behandeld. Daaronder ziet het leven er minder rooskleurig uit. De klassering wordt bepaald door elitetoernooien die zesmaal per jaar plaatsvinden. Elke worstelaar vecht per toernooi vijftien wedstrijden. Als hij het toernooi eindigt met winst (acht overwinningen of meer), dan stijgt zijn klassering. Is het eindresultaat negatief, dan daalt zijn klassering. Daalt die te ver, dan degradeert hij uit de eliteklassen.

De achtste overwinning is dus cruciaal. Een worstelaar met een 7-7 resultaat op de laatste dag zit dus op de schopstoel. Is het denkbaar dat een worstelaar die op 8-7 of beter staat zich in zo’n situatie laat verslaan door een 7-7 tegenstander? Een sumowedstrijd is een wervelwind van snelheid, kracht en evenwicht en duurt vaak maar een paar seconden. Het kan niet moeilijk zijn jezelf buiten de ring te gooien. Wat zeggen de data over wedstrijden waarin deze situatie zich voordoet?

Worstelaar op 7-7 tegen tegenstander op 8-6.
– Voorspeld winstpercentage: 48,7
– Feitelijk winstpercentage: 79,6

Freakonomics 2 - Sumo Guy

De prikkel om een gevecht ‘weg te geven’ is waarschijnlijk een regeling waarin de 7-7 worstelaars later een partij weggeven aan de 8-6 worstelaars, en de data tonen dat ook aan. Extra bewijs is dat toen de Japanse media een tijdlang schreven over corruptie in het worstelen, de cijfers compleet veranderde. Het feitelijke winstpercentage stond toen ‘opeens’ weer op 50 procent.

4. Zijn mensen eerlijk als ze dat niet hoeven zijn?
Paul Feldman verkocht bagels met roomkaas aan kantoorgebouwen. Hij ging ‘s ochtend kantoren langs, zette een schaal met bagels neer en een geldkistje en ging weer weg. De prijs van een bagel was 1 dollar. Hoeveel mensen betaalde eerlijk? Volgens data uit van de verkoop van tienduizenden bagels is het antwoord 87 procent. Werknemers van grote bedrijven betaalden slechter dan kleinere bedrijven. Wellicht komt dat omdat kleine communities – net als dorpen – doorgaans eerlijker zijn dan grote steden. Nog een interessant feit: managers die hoog in de boom zitten zijn oneerlijker dan werknemers in een lagere positie. Misschien zijn ze wel op die positie gekomen omdat ze wel eens een bochtje afsnijden?

5. Waarom wonen drugdealers bij hun moeder?
Met drugshandel worden miljoenen verdiend, toch? Waarom wonen drugsdealers dan nog vaak bij hun moeder?

Via een collega onderzoeker kreeg Steven Levitt het grootboek in handen van een organisatie uit Chicago die in crack dealde. Uit de analyse die Levitt losliet op deze administratie over een periode van vier jaar, bleek dat de organisatiestructuur van deze organisatie precies leek op die van McDonalds. Het was een franchisemodel met zo’n 100 filialen waar dit er één van was. Aan het hoofd van het filiaal stond een hoogopgeleide chef, die verantwoording moest afleggen aan de centrale leiding van de organisatie. Deze chef droeg 20 procent van de inkomsten af aan de leiding in ruil voor het recht crack te verkopen in een nauwkeurig afgebakend gebied.

Onder de chef stonden drie luitenanten, en daaronder vielen zo’n 50 soldaten. Helemaal onderaan in de hiërarchie stond een groep van soms wel 200 aspirant leden die contributie betaalden in de hoop ooit lid te worden. Nu de salarissen. De chef verdiende gemiddeld zo’n 8.500 dollar wat neerkomt op ongeveer een ton per jaar. Dat is vergelijkbaar met een succesvolle manager. De luitenanten gingen met slechts 700 dollar per maand naar huis, en de soldaten kregen niet meer dan 3,30 dollar per uur, minder dan het minimumloon.

Crackdealer is het gevaarlijkste beroep van Amerika. De kans om in een periode van vier jaar vermoord te worden is 1 op 4. Daarmee is de kans kleiner om in diezelfde periode te sterven wanneer je in een Texaanse dodencel zit. Het salaris van een soldaat is 3,30. Waarom zijn er toch jongeren bereid dit werk te doen? Om dezelfde reden dat de knappe boerendochter uit Wisconsin naar Hollywood vertrekt; ze willen succesvol zijn in een extreem competitieve sector waarin iemand die de top bereikt een fortuin verdient.

het antwoord op de oorspronkelijke vraag – waarom wonen drugdealers nog steeds bij hun moeder als ze zoveel geld verdienen? – is dat ze, op een klein groepje aan de top na, helemaal niet veel geld verdienen. Ze hebben geen keuze. Een bende die in crack handelt, verschilt dus niet zoveel van een doorsnee kapitalistisch bedrijf: alleen wie dicht bij de top van de piramide zit, hoeft zich financieel geen zorgen te maken.

Dierloze snacks gat in de markt

Het is jammer dat ik geen ondernemer ben, want sinds ik bij AvG werk zie ik meer kansen dan ooit. Zo zou ik Philips aanraden de ‘Recyclops’ op de markt te brengen. Een slimme vuilnisbak met een oog dat direct kan detecteren waarvan afval gemaakt is voordat hij het opeet, samenperst tot ultra-compact balletje en in het juiste compartiment laat vallen. @Philips innovatie team, neem gerust contact met me op om hier over te sparren. 🙂 .

Een andere markt waar ik kansen zie is de markt voor snacks. Sinds ik geen vlees meer eet, kom ik op het gebied van snacks nauwelijks aan mijn trekken. Het probleem? In alle snelle snacks zit vlees verwerkt: hamburgers, kroketten, saucijzenbroodjes, etc. Zelfs in drukke winkelgebieden, moet ik echt mijn best doen om iets anders te vinden dan het kaasbroodje, waar ik er al zo’n 200 per jaar van consumeer. FEBO is op de goede weg door het vitaaltje (vega-kroket) in de muur aan te bieden, maar nu nog een vegetarische hamburger…

Ik denk dat ik niet de enige ben die hier behoefte aan heeft. Vegetarisme is steeds minder een hippie-beweging, en steeds meer een economische noodzaak. Veel grondstoffen raken uitgeput, de wereld raakt overbevolkter, en er is behoefte aan een zo efficiënt mogelijke productie. Er zijn veel mensen die (vaker) het vlees links laten liggen en gaan voor een minder belastend alternatief. Als je iets aan kunt bieden wat echt lekker is, kun je een killing maken zonder daarvoor indirect dieren om zeep te helpen.

Vleesloze snacks

In de Metro stond laatst een ondernemer die het begrepen had. ‘Vleesch noch Visch’ gaat in Amsterdam de concurrentie aan met de vette hap op de straat. Hun product: Griekse pita en vegetarische gyros en verse huisgemaakte tzatziki. Oprichter Steff Veldkamp: ‘In heel de wereld kan je heerlijk en gezond eten op straat, behalve in Nederland.’

Hij benadrukt hier vooral het gebrek aan een streetfood cultuur, en dat lijkt me de juiste aanpak. Ga je teveel op het vleesloze aspect zitten, en mensen denken dat je een geitenwollensok bent. Nog beter: benadrukken dat het ‘gezond’ is. Dat is al langer een trend waar veel geld te verdienen valt. Het laatste verkoopargument is gemak. Veldkamp: ‘Wie nu uit zijn werk komt en geen zin heeft om te koken, is aangewezen op de snackbar of een restaurant. Het grote gat tussen die twee willen wij opvullen.’

Ik voorzie een mooie toekomst voor ‘Vleesch noch Visch’ en soortgelijke initiatieven. Zelf blijf ik echter doen wat ik doe: Het bedrijven van ondernemende journalistiek.