Onze bakens zijn van slag

Wat is toch aan de hand met de wereld? Scheldkanonnades op social media, belachelijke wereldleiders, bosbranden, ongelijkheid en snelle technologische verandering. We vragen ons af of we nog wel invloed hebben op de dingen. In het openbaar doen we zelfverzekerd, maar in stilte maken we ons grote zorgen en hebben we het gevoel dat we verdwalen in een wereld die sneller verandert dan wij kunnen bijhouden en waarin geen duidelijke bakens meer zijn.

Wat kunnen we doen in dit veranderde en verwarrende tijdperk? Je kunt meegaan in de rat race of op zoek gaan naar eeuwenoude wijsheid. Rashid Leonard Azimullah koos voor het laatste en beschrijft in Gebakken cloud wat hij vond: de Veda’s, een vergeten bron en baken. Vele duizenden jaren geleden ontstond in de Indusvallei, in het noordwesten van het huidige India en Pakistan, een bloeiende beschaving die in politiek, wetenschappelijk en sociaal opzicht zeer geavanceerd was en die we tegenwoordig kennen als de Vedische beschaving. De Veda’s legde hun wijsheid vast in de Vedische leer. Azimullah dook in de teksten en vond de nodige profetische woorden.

De Veda’s beschrijven de mensheid in terugkerende cycli en binnen die zeer lange tijdperken zijn er voortdurende periodes van opkomende en weer neergaande wijsheid. Moderne Veda-onderzoekers hebben vastgesteld dat deze schommelingen in het menselijke bewustzijn gelijk opgaan met bepaalde klimatologische en planetaire veranderingen.

Volgens de Veda’s zijn er vier grote tijdperken, te weten Sat Yuga (het gouden tijdperk), Tetra Yuga (het zilveren tijdperk), Dvapara Yuga (het koperen tijdperk) en Kali Yuga (het ijzeren tijdperk waarin we nu leven). In het gouden tijdperk wordt de Veda – de zuivere kennis – ten volle geleefd. Daarna volgt een periode waarin de zuiverheid van de kennis verloren gaat en de mensheid in verval raakt. In het ijzeren tijdperk verkeerd de mensheid uiteindelijk op een dramatisch dieptepunt.

Kali Yuga is een tijdperk van onwetendheid en van een laag bewustzijn. Veda Vyasa vertelt dat in het ijzeren tijdperk ‘ongemanierde’ leiders heersen. Hun karakters zijn kwaadaardig en ze liegen en bedriegen erop los. Ze vechten hun vijandigheden in het openbaar uit en laten zich leiden door hebzucht en woede. Veda Vyasa beschrijft ook dat in het ijzeren tijdperk het klimaat volledig van slag is. De mensheid heeft te kampen met droogtes, hittegolven, hongersnoden, epidemieen, koude, stortregens, sneeuwstormen en overstromingen. Hongersnoden zullen het gevolg zijn en een groot deel van de mensheid belandt aan de bedelstaf.

Wat staat ons te doen? Niet deelnemen aan scheldkanonnades op social media of onethisch gedrag in het bedrijfsleven in elk geval. En ook niet stemmen op opportunistische politici. Het beste wat we kunnen doen is de oude filosofen herlezen. Die waren een stuk verder in hun denken. Gebruik social media met mate zodat het huidige niveau je niet naar beneden haalt. En bedenk je goed dat ook aan dit tijdperk weer een einde komt en ons bewustzijn weer de weg naar meer wijsheid zal vinden.

Donuteconomie: 7 manieren om te denken als 21ste eeuwse econoom

Verwacht iemand werkelijk dat we met ons huidige economisch denken de planeet kunnen redden? No way. Een nieuwe mindset is hard nodig. Het boek donuteconomie van de Britse econome Kate Raworth toont ons de weg.

In de ideale economie leeft iedereen in welvaart zonder schade aan de planeet toe te brengen. In de donut wordt dit streven gemeten langs twee dimensies, namelijk: de maximaal toelaatbare effecten op de planeet (ecologische bovengrenzen) en de minimaal noodzakelijke voorziening in de basisbehoeften van de mens (sociale ondergrenzen). Het doel van iedere economie moet zijn om binnen de donut zien te komen en blijven. Alleen daar is het ecologisch veilig en sociaal rechtvaardig.

Dit simpele plaatje is de kern van een nieuwe manier van denken over economie. Een denkwijze die – in tegenstelling tot onze blinde focus op groei – past bij de uitdagingen van de 21ste eeuw. Om de ommekeer compleet te maken zullen we met de volgende zeven paradigma-veranderingen aan de slag moeten. Anders denken over economie doen we zo:

1. Verander het doel
Voor de meeste politici en bedrijfsleiders telt er momenteel slechts één doel: economische groei. Ook al helpt die groei ons de vernieling in. Dit is geen pleidooi tegen groei op zichzelf, maar tegen het gebruik van groei als enige maatstaf van succes. Want alleen groei van bbp (bruto binnenlands product) kan ons niet vertellen hoe het ervoor staat met de échte economische gezondheid van een land. Wat is de impact van mens op natuur? En in hoeverre hebben mensen in een land beschikking over gezond eten, gezondheidszorg, opleiding en democratische vrijheid? Dat vertelt bbp-groei ons allemaal niet. Kortom, vervang deze beperkte indicator door de donut, de sweet spot van de mensheid.

2. Zie het grotere geheel
Als de wereld een theater zou zijn, is het stuk dat momenteel wordt opgevoerd het neoliberale plot. Alleen de markt telt en weet alles het beste. Wat mensen buiten betaald werk om doen, zoals voor kinderen of ouderen zorgen, is totaal niet interessant. De aarde is er om geëxploiteerd te worden onder het mom van vrije marktwerking. Het einde van deze uitvoering laat zich raden: economische crises, ongelijkheid en klimaatverandering. Het toneelstuk dat we in de 21ste eeuw willen zien heeft een veel bredere cast dan alleen de markt. De aarde, samenleving, overheid, commons en huishoudens doen nu allemaal weer mee. Deze benadering zal leiden tot een gebalanceerde economie die veel beter in staat is iedereen te voorzien in hun behoeften dan alleen de markt. Inclusief de aarde zelf.

3. Koester de menselijke aard
De menselijke natuur is veel rijker dan het beeld van de berekende en egoïstische homo economicus. Mensen zijn sociaal, met elkaar verbonden, collaboratief, onze waarden zijn veranderlijk en we zijn afhankelijk van onze levende planeet. Hoe we denken over de menselijke aard, draagt bij aan het vormen hiervan. Dus doen we er goed aan het eenzijdige beeld van mensen als consumenten radicaal bij te stellen. We hebben een nieuw wereldbeeld nodig waarin we meer begrijpen hoe de systemen van onze levende planeet met ons een eenheid vormen, en hoe we die systemen maximaal kunnen ondersteunen. Het portret dat we van onszelf schilderen, bepaalt wie we zullen worden. Het activeren van de juiste waarden in mensen kan een wereld van verschil maken.

4. Begrijp de systemen
De illusie van het perfecte markt equilibrium is met de crash van 2007 als een zeepbel uiteen gespat. Economen en beleidsmakers moeten niet denken dat ze met kleine interventies de markten als vanzelf kunnen laten draaien. Een nieuwe metafoor voor het beroep van econoom is tuinier. Tuiniers laten planten niet groeien, maar creëren de condities waarin planten kunnen bloeien en ze maken keuzes over wat wel en wat niet in de tuin thuishoort. Wees echter bescheiden wanneer je een falende economie wilt herstellen. Probeer de hartslag van het systeem te voelen. Grijp niet te snel in, maar leer eerst de geschiedenis en kijk wat er nog wel werkt. Luister naar wat het systeem ons vertelt en ontdek hoe de kenmerken van het systeem en onze waarden kunnen samengaan om iets veel mooiers voort te brengen dan wat we nu hebben.

5. Ontwerp om te herverdelen
In het huidige economische denken is ongelijkheid geen probleem, want ‘no pain, no gain’. Eerst ontstaat er meer ongelijkheid, dan maakt groei het weer gelijker. Dit blijkt een vals geloof te zijn. Er is geen wet die zegt dat dit altijd zo gaat. En de kans dat ongelijkheid in Westerse landen verder gaat toenemen is groot. Landen met meer ongelijkheid scoren veel hoger op drugsmisbruik, geestelijke gezondheidsproblemen, dropouts op scholen, misdaad en afbraak van de samenleving. De levensverwachting is lager, vrouwen hebben een lagere status en er is weinig vertrouwen. Ongelijkheid raakt niet alleen de hele armen, maar ontwricht de hele samenleving. Kortom, we moeten niet wachten tot groei ongelijkheid reduceert, maar de economie herontwerpen, zodat iedereen boven de sociale ondergrens van de donut komt. De principes die daarbij helpen zijn diversiteit en distributie. Dus niet alleen machtige multinationals die alles beslissen, maar een groot aantal kleine en middelgrote spelers. En we moeten de omslag van shareholder naar stakeholder-denken maken.

6. Creëer om te regenereren
Ons huidige degeneratieve ontwerp gaat uit van nemen, maken, gebruiken, en uiteindelijk weggooien; aan de voorkant van dit proces putten we de natuurlijke bronnen uit en aan de achterkant vervuilen we de aarde met het afval. Ook hier is de gedachte; het moet eerst erger worden voordat we het kunnen oplossen. Maar langer wachten is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven. Dit is niet slechts een item op onze to-do-lijst, maar een hele andere mentaliteit. De natuur ruimt onze rotzooi niet op, daar moeten we zelf voor zorgen. Een goed begin is het zo snel mogelijk terugdringen van onze CO2-uitstoot. Een circulaire economie, waarin we materialen eindeloos leren hergebruiken, is een tweede stap richting de oplossing. Dit kan niet bereikt worden door individuele bedrijven alleen, maar moet gebeuren middels een Open Source Circular Economy (OSCE), maximaal ondersteunt door de overheid.

7. Wees agnostisch over economische groei
In het ontwerpen van een economie is het enige wat telt om binnen de sociale en ecologische grenzen van de donut te komen, ongeacht of de economie groeit, krimpt of stabiel blijft. Gezien onze huidige groeiverslaving kan dit nog een uitdaging worden, maar het is onvermijdelijk. Groei is eindig, dus we moeten een keer afkicken. Maar denk je eens in wat er potentieel mogelijk is in een post-groei samenleving. Persoonlijke ontwikkeling, kunst en cultuur, leren, spiritualiteit, genieten, vrije tijd en morele en sociale vooruitgang. De beroemde econoom John Maynard Keynes zag het al aankomen: “Er komt een dag waarop het economische probleem weer naar de achtergrond verdwijnt waar het hoort. En de arena van het hart en het hoofd kunnen zich weer bezighouden met de problemen die echt tellen, die van het leven, menselijke relaties, gedrag, creatie en religie.”

De vraag voor ontwikkelde economieën is waar ze nu staan in de donut. En of misschien de tijd is aangebroken de onvermijdelijke landing in te zetten…

Ongelijkheid & Democratie

De linkse intellectueel Noam Chomsky ken ik nog van de uitstekende documentaire ‘Four Horsemen’ over het falende economische systeem waar we inzitten. In het niet al te vrolijk makende ‘Requiem for an American Dream’ beschrijft hij de tijd waarin we nu leven als de ergste periode in de geschiedenis op het gebied van welvaartsverdeling.

De Amerikaanse droom van klassenmobiliteit – hard werken en dan omhoog bewegen in de wereld – is ingestort. 1/1000ste van de bevolking heeft super rijkdom en de rest gaat er steeds verder op achteruit. Dit heeft zeer negatieve consequenties voor de maatschappij als geheel.

In een democratie beïnvloedt de publieke opinie wat de politiek doet. Machtige sectoren zijn hier niet blij mee, en dus proberen ze de politiek te beïnvloeden. Probleem in de VS is dat dit ze te goed lukt. Politieke campagnes zijn niet te betalen zonder de steun van de grote bedrijven. In ruil voor hun steun willen ze aanpassingen van wetgeving.

Politiek-econoom Adam Smith waarschuwde hier al voor in zijn magnum opus ‘the Wealth of Nations’ (1776). Hij schreef: “All for ourselves and nothing for other people seems, in every age of the world, to have been the vile maxim of the masters of mankind.”
Dit beschrijft de situatie in Amerika perfect. In Europa moeten we heel goed oppassen dat we ze niet achterna gaan. Gelukkig hebben we een iets onafhankelijker politiek systeem, maar dit kan maar al te makkelijk afglijden de verkeerde kant op.

Wat de ‘masters’ in de VS gedaan hebben om hun macht te vergroten:

Herontwerpen van de economie
Door het aandeel van de financiële sector in de economie sterk te vergroten (11% in 1950 tegen 40% in 2007) groeit hun vermogen en wordt het aandeel van inkomen voor werkende mensen steeds kleiner. General Electric verdient de helft van zijn winsten door geld op complexe manieren rond te sluizen. Het is zeer onduidelijk wat de economie hier beter van wordt. Dit staat bekend als the financialization of the economy.

De lasten verleggen
In de jaren 50 en 60 was de groei tussen arm en rijk gelijkmatig verdeeld. Nu is Amerika een plutocratie geworden. Het belastingsysteem is steeds verder hervormd – recentelijk nog door Trump – zodat bedrijven over hun astronomische winsten veel minder belasting hoeven af te dragen. Het argument is dat dit leidt tot meer investeringen, maar hier is geen bewijs voor. Geef het geld aan de mensen en dan weet je zeker dat het leidt tot groei in productie en banen.

Aanvallen van solidariteit
De aanpak van Adam Smith was gebaseerd op niet alleen om jezelf geven, maar ook om anderen. Je betaalt graag belasting zodat de straatjongen uit de buurt ook naar school kan. Deze emotie is uit het collectief gedreven in de VS. “Ik heb geen kinderen, dus waarom moet ik betalen voor onderwijs?” En daarom worden scholen in toenemende mate geprivatiseerd. Zo’n rijk land en dan claimen geen geld te hebben voor onderwijs en gezondheidszorg. Een dieptrieste zaak.

Besturen van de wet- en regelmakende organen
Zie ook ‘Inside Job’. De bedrijven die onder toezicht staan besturen in feite de toezichthouders. Niet verwonderlijk dat het aantal ‘ongevallen’ – met als hoogtepunt de crash van 2007 – sterk is toegenomen. Niet erg voor de bedrijven – die worden na Lehman Brothers toch door de overheid gered als ze omvallen. Minder leuk voor de belastingbetaler die de rekening op moet pakken.

Afbreken van tegenmachten
Vakbonden waren ooit behoorlijk machtig en succesvol in het doorbreken van de negatieve cyclus. Onder Reagan en Bush zijn deze instanties verpletterd. Nog slechts 7 procent van de Amerikanen is bij een vakbond aangesloten. Niet verassend is de ongelijkheid van lonen in de private sector omhoog geschoten.

Toestemming vervaardigen
In de vorige eeuw merkten de machthebbers van de vrije landen dat het volk niet meer met puur machtsvertoon onder de duim te houden was. En toen kwam de opkomst van de marketing. Het doel is het beheersen van de massa via hun verlangens en overtuigingen. Door ze steeds nieuwe materiële dingen te laten willen die net binnen hun bereik liggen raken ze verstrikt in hun levens als consumenten. Ze spelen nu geen rol meer in de besluitvorming. Geloof het of niet, dit gaat er zeer geraffineerd aan toe.

Nu dit de situatie is, wat kunnen we doen? Wat kunnen Amerikanen doen? Wachten tot de allerrijksten – de masters of mankind – vanzelf hun macht opgeven? Het is duidelijk dat dit geen optie is. De enige manier is om te vechten tegen ongelijkheid en de strijd aan te gaan tegen de elite. Het is eerder gelukt in de geschiedenis, en kan weer lukken. Maar makkelijk gaat het deze keer niet worden, aldus Chomsky.

Ongelijkheid & Emotie

Emoties zijn net algoritmen. Een algoritme is een formule: Als dit, dan dat…

Een kroket uit de muur trekken bij de FEBO is een algoritme: Indien 1,40 in gleuf A wordt geworpen, hef vergrendeling luikje A op, indien meer dan 1,40 ingeworpen, keer wisselgeld uit zodat totaalbedrag 1,40 bedraagt. Zoiets.

Dat is niet veel anders dan woedend worden als iemand zegt dat hij je nieuwe schoenen lelijk vindt. Wat gebeurt er? De versimpelde versie: Het primitieve deel van je brein (de amygdala) ontvangt de boodschap, slaat alarm, adrenalineklieren krijgen de boodschap door en schieten adrenaline het lichaam in, dit geeft spieren een boost zodat ze wild in actie worden geroepen en dit veroorzaakt het luider worden van het stemgeluid.

Zo dus:

Dit algoritme is wel complexer dan de FEBO-kroket, maar toch is het principe hetzelfde.

We hebben deze algoritmen gekregen om ons te helpen overleven op deze vaak vijandige planeet. Tijdens de evolutie zijn ze ingebakken in onze zenuwstelsels. Een heel bijzonder algoritme gaat over onrechtvaardige behandeling.

Een bekend economisch experiment – the ultimatum game – illustreert goed het resultaat van algoritme. Het werkt als volgt: Er zijn twee deelnemers aan het eenmalig gespeelde spel. De eerste speler krijgt 100 euro en mag dit naar wens verdelen onder zichzelf en zijn medespeler. De tweede speler kan het eenmalige aanbod accepteren – dan houden beide spelers het geld – of afwijzen – dan krijgen beide spelers niets.

Een traditionele econoom zou de volgende verdeling voorstellen: 1-99. 1 euro is beter dan niks, toch? Dit zou alleen iemand denken die nooit zijn laboratorium verlaat. In de echte wereld werkt het anders. Bij een verdeling van, laten we zeggen 90-10, zou de tweede speler zich waarschijnlijk dermate benadeeld voelen dat hij het bod stellig zou afwijzen. Liever beide niks, dan als sukkel behandeld worden. Alleen een bod dat dicht bij 50-50 komt heeft zeer grote kans geaccepteerd te worden.

De Amerikaans-Nederlandse bioloog Frans de Waal deed een soortgelijk experiment met capucijneraapjes en wat bleek? Die reageerden precies hetzelfde. Bekijk het hilarische experiment hieronder:

In eerste instantie vonden de apen het prima om komkommer als beloning te krijgen voor hun taak, maar toen de ene aap opeens de hoger gewaardeerde druiven kreeg, werd het ontvangen van komkommer een grove belediging. Deze aap is geen sukkel.

Het nut van dit algoritme is helder. Als je een te laag bod accepteert in de natuur, zul je waarschijnlijk van de honger omkomen. Te grote ongelijkheid is nooit acceptabel.

Bron: Homo Deus