De nieuwe economische wereldorde: Deel 1

De wereld bevindt zich momenteel op een keerpunt. De Verenigde Staten staan aan het einde van een tijdperk van tachtig jaar waarin het land de economische supermacht was. Het is nog steeds de grootste economie ter wereld – maar hoe lang nog?

De handelsoorlog die door Trump werd ontketend, is volgens econoom Richard Wolff geen teken van kracht, maar van wanhoop. “Economische oorlog verklaren aan de hele wereld – wie doet dat? China in elk geval niet. Natuurlijk blijft de VS een grote speler, maar haar relatieve positie is al geruime tijd aan het verzwakken.”

Na de Tweede Wereldoorlog lagen veel Europese landen in puin, verwoest door de strijd. De Verenigde Staten namen toen het economische leiderschap over. Maar dat was geen stabiele situatie – landen krabbelen namelijk altijd weer op. Eerst deden de Duitsers dat, daarna de Japanners. En toen – verrassend voor sommigen – was het China. Inmiddels is China de grote rivaal van de VS in de strijd om economische dominantie.

De VS beseffen dat, maar verkeren in ontkenning. In het hoofd van veel Amerikanen zijn zij nog altijd het machtigste land ter wereld. Het idee dat die macht relatief afneemt – en dat ze over tien of twintig jaar misschien niet langer de grootste economie zijn – is moeilijk te bevatten, laat staan te accepteren.

Trump is een symptoom van een dieperliggend probleem: de greep van het bedrijfsleven op de politiek, de gigantische staatsschuld van 35 biljoen dollar, de toenemende ongelijkheid, en nu – onder Trump – de versnelde afglijdende beweging richting een schurkenstaat: een instabiel, corrupt land met een uitgeholde democratie, verbroken internationale relaties en een diepe sociale crisis.

Richard Wolff uit stevige kritiek op zowel Trump als de Democraten, omdat zij het probleem onvoldoende adresseren. “Je kunt het niet terugdraaien. Maar als president kun je het wel bespreekbaar maken en mensen uitleggen wat er aan de hand is. Maar ja, mensen willen niets horen over instortende imperia, dus zwijgen politici er liever over.”

Trump blijft doen alsof hij de spelregels bepaalt, maar andere landen spelen niet meer mee. De VS hebben simpelweg niet langer de macht om hun wil op te leggen – en daarom slaagt Trump er niet in om nieuwe handelsdeals te sluiten. China buigt niet, maar laat zien wat het geworden is: een volwaardig alternatief voor de VS.

Het economische succes van Amerika leunt nu vooral op de technologiesector, met de meest dominante techbedrijven ter wereld. Maar die voorsprong is niet vanzelfsprekend of blijvend. Andere landen – vooral China – zitten niet stil.

De VS beschikt ook nog over de dollar als wereldwijde reservemunt, maar ook die positie is niet onaantastbaar. Zoals eerder genoemd, neemt het mondiale gewicht van de VS af. Daarnaast voert het land een volkomen onverantwoord fiscaal beleid, en is de Amerikaanse financiële sector opmerkelijk primitief ingericht. Deze factoren samen zullen uiteindelijk het einde inluiden van de dominantie van de dollar – en daarmee het proces versnellen waarin de VS haar rol als leidende wereldeconomie verliest.

De nieuwe economische wereldorde dient zich al aan. De overgang zal onrustig en grillig zijn, maar is onvermijdelijk. In het volgende deel zal ik inzoomen op de ontwikkeling van China.

Gaat klimaat-tech ons redden van catastrofische klimaatverandering?

Mijn verwachtingen ten aanzien van het oplossen van de klimaatcrisis gaan nog wel eens op een neer: van hoopvol naar (bijna-)fatalistisch. Recentelijk heeft mijn vertrouwen weer een boost gekregen. Voor M&A Magazine interviewde ik de oprichters van Carbon Equity, een platform dat privaat kapitaal ophaalt voor de investering in technologische oplossingen tegen klimaatverandering. Deze dames zijn pas drie jaar bezig en hebben nu al 250 miljoen euro opgehaald.

De klimaatfondsen waarin zij investeren financieren oplossingen in energie en productie, industrie, mobiliteit, de gebouwde omgeving en het voedselsysteem. Deze sectoren zijn verantwoordelijk voor alle emissies. Daarnaast investeren ze in carbon management voor het opvangen en verwijderen van CO2. Ze ondersteunen zowel vroege innovatieve ideeën, zoals het winnen van magnesium uit zeewater voor lichtere en sterkere materialen, als groeikapitaal en buy-outs, zoals synthetische brandstoffen en efficiënte batterijopslag.

“Er zijn zoveel interessante innovaties, zoals precisie-fermentatie, waarmee we dierlijke moleculen maken zonder dieren. Dit zorgt ervoor dat plantaardige kaas en vlees net zo lekker smaken als de dierlijke varianten”, geeft co-founder Liza Rubinstein Malamud aan. “Ook op het gebied van elektriciteit en cement zijn er veel innovaties. We hebben bedrijven die CO2-vrij cement maken via verschillende methoden, zoals micro-organismen of elektriciteit. Er zijn enorm veel goede ideeën die financiering waard zijn. Deze innovaties zullen waarschijnlijk op verschillende plekken en op verschillende schaalniveaus impact hebben.”

De transitie naar net zero binnen enkele decennia is een ongekende opgave. Toch is de stemming bij de investeerders in klimaat-tech overwegend optimistisch. “Dat komt door de vele interessante innovaties en het grote aantal getalenteerde mensen dat hieraan werkt”, zegt Jacqueline van den Ende, CEO van Carbon Equity. “Als je ziet wat er allemaal gebeurt, is het moeilijk niet enthousiast te worden. Er is een enorme pool van talent in de klimaatsector. Bij Carbon Equity krijgen we honderden aanmeldingen per vacature, en ongelofelijk veel succesvolle ondernemers richten zich momenteel op dit gebied.”

Maar uitdagingen blijven bestaan, zoals het ophalen van waanzinnige hoeveelheden kapitaal om de transitie mogelijk te maken. Maar er zijn hoopvolle signalen dat het de goede kant op gaat, blijkt uit de publicatie ‘The Seven Trillion in 10 Years Opportunity’.

1). De jaarlijkse inkomsten uit klimaattechnologieën zullen naar verwachting groeien van vijf biljoen euro (5.000 miljard euro) in 2020 naar twaalf biljoen euro in 2030, een jaarlijks samengesteld groeipercentage van tien procent.

2). Klimaattechnologie, zoals hernieuwbare energie en elektrische voertuigen, bevindt zich al op of staat op het punt prijspariteit te bereiken met de bestaande technologie. Ongeveer tachtig procent van de klimaat-technologieën die nodig zijn voor een netto nul uitstoot heeft een duidelijke route naar kosten-pariteit.

3). Climate Tech Venture Capital (durfkapitaal investeringen in klimaattechnologie) trekt momenteel vijftig miljard dollar aan investeringen per jaar aan, waardoor in 2023 zestien procent van al het durfkapitaal en groeikapitaal in klimaattechnologie werd geïnvesteerd, wat meer dan verdrievoudigd is in tien jaar tijd.

4). Climate Tech Venture Capital (VC) is veel veerkrachtiger geweest dan algemene VC: een daling van twaalf procent versus meer dan vijftig procent in de afgelopen twee jaar.

5). Steeds meer reguliere private equity-fondsbeheerders stappen in klimaattechnologie omdat ze de boot niet willen missen.

Kortom, een hoopvol verhaal. De oplossingen zijn er en het kapitaal dat nodig is om deze oplossingen door te ontwikkelen en op te schalen begint de juiste kant op te vloeien. En het is geld dat, meer dan wat dan ook, bepaalt wat er in de wereld gebeurt.

Lees hier het hele interview met Carbon Equity: ‘Veel klimaattechnologieën staan aan de vooravond van de grote omslagcurve’

Cloud Money

Dit fragment is opgedragen aan Arnold

Contant geld wordt door overheden gepresenteerd als een gedateerde barrière naar vooruitgang. Volgens journalist en monetair expert Brett Scott is dit onderdeel van de agenda om contant geld te vervangen door digitaal geld aka ‘cloud money’ (de titel van Scott’s recente boek).

Creditcard-organisaties als Visa zitten ook in het complot. In een persbericht dat ik laatst ontving van Visa stond het volgende:

Zo heeft 32 procent van de Nederlanders ook zelden of nooit meer contant geld bij zich. Bij degenen die wel contant geld op zak hebben, gaat het meestal om een klein bedrag… Bij betalen blijft de pinpas nog altijd het favoriete betaalmiddel in Nederland. Voor 63 procent van de Nederlanders geniet deze manier van betalen de voorkeur. Contant geld volgt (17%), maar kort daarna komt betaling via smartphone, waaraan inmiddels bijna evenveel Nederlanders (15%) de voorkeur aan geven. Bij het weggaan van huis neemt de meerderheid zelfs liever de smartphone mee (53%) dan de portemonnee (43%). Jos van de Kerkhof, Country Manager bij Visa: “Consumenten moeten de keuze hebben om te betalen op de manier die zij willen. We zien een verschuiving naar steeds meer mobiele betalingen, waarbij jongeren het voortouw nemen. Een samenleving met meer digitale betalingen is veiliger, omdat nieuwe technologieën een betere beveiliging met zich meebrengen.”

In dit persbericht wordt contant geld inderdaad gepresenteerd als iets van de oudere generaties, dat in dit tijdperk van digitalisering overbodig is geworden. Hierboven staat dat digitaal veiliger is, maar is dat eigenlijk wel zo? Het boek ‘Cloud Money’ is bedoeld om wat tegengewicht te geven tegen dit overmatige optimisme over betaaltechnologie. Er zijn genoeg redenen om wantrouwig te zijn jegens de Big Tech-bedrijven die een ‘cashless society’ willen creëren. Contant geld is namelijk veerkrachtiger en het beschermt – in tegenstelling tot digitaal geld – de privacy van de betaler.

Digitalisering verandert de samenleving is een waanzinnig tempo. Onze levens zijn steeds meer gekoppeld aan digitale diensten geleverd vanuit grote datacenters. De digitalisering van geld is de volgende, bepalende stap. Het is zo belangrijk omdat de werelden van technologie en finance steeds meer verbonden worden, en onze afhankelijkheid hiervan steeds groter wordt.

War on cash
In veel winkels wordt cash tegenwoordig niet meer geaccepteerd. Pinautomaten worden in toenemende mate verwijderd. De banken klagen regelmatig dat ze die dingen überhaupt nog in stand moeten houden. Maar waarom, vraagt Scott zich af, heeft iedere transactie nu een ‘money mover’, zoals Mastercard of Apple, nodig? Deze money movers kunnen drie dingen doen die cash onmogelijk maakt:
1) Transactie toezicht: “aha, je hebt een dildo besteld.”
2) Transactie censuur: ze kunnen transacties blokkeren die ze niet aanstaan.
3) Massale automatisering vergroot de macht van de grote bedrijven.

Er wordt nu een oorlog tegen contant geld gevoerd door een aantal ‘samenzweerders’: de banken die mensen graag in hun wereld van banktransacties willen insluiten; de betaalmaatschappijen die rijk worden van een groter volume aan digitale betalingen; de fintech-bedrijven die cash zien als obstakel voor vooruitgang; de overheden die meer controle willen; en de techbedrijven die hun dominantie in de economie nog verder willen vergroten middels afhankelijkheid en ongebreidelde dataverzameling. De samenzweerders voeren actief campagne tegen cash, zoals de campagne ‘the new money is here’ in India. Daarin wordt digitaal geld zo gepresenteerd dat het lijkt alsof iedereen al akkoord is met de verandering. Contant geld heeft geen mainstream vertegenwoordiger die het verdedigt.

Crypto als uitdager?
Tegenstanders van het globale digitale geldsysteem stellen vaak dat de oplossing al gevonden is in de vorm van cryptovaluta en de onderliggende technologie waar die op draait: de blockchain.

De decentraal opererende cryptovaluta worden vaak gepresenteerd als de ‘democratisering van geld’ en goeroes voorspellen dat deze wonderlijke valuta ons van de inhalige banken gaan afhelpen. Maar dat is niet hoe geld werkt. Commerciële banken hebben de mogelijkheid om geld te creëren elke keer als ze een lening uitschrijven. Wat wij verstaan onder ‘geld’ is eigenlijk een verandering in de grootboeken van de banken. In dat proces vergroten zij steeds de geldvoorraad. Geld wordt uitgegeven door centrale banken en erkent in rechtbanken.

Cryptovaluta zijn op dit moment waard ‘wat de gek ervoor geeft’. Het is een ‘token’-systeem en geen monetair systeem. Bovendien is het gekoppeld aan bankgeld. In El Salvador kun je betalen in bitcoin, maar je betaalt eigenlijk in dollar wisselkoersen. De prijs van je hamburger kan wel veertig keer veranderen terwijl je in een restaurant zit. Cryptovaluta in deze vorm is geen uitdager van ons monetaire systeem.

Conclusie
De auteur Brett Scott vindt het afsterven van contant geld zorgelijk omdat een veerkrachtig systeem meerdere opties moet bieden. Een gebouw met alleen een lift en geen wenteltrap is niet veilig. Hetzelfde geldt voor een samenleving met alleen digitaal geld. Cash is inclusief, en bankieren is dat niet. Het blokkeert dataverzameling en de dreiging om uitgebannen te worden uit de economie, een reëel gevaar van de algoritmes en AI-tools die de banken en techbedrijven inzetten.

Maar zijn belangrijkste bezwaar is de genadeloze opkomst van corporate capitalism, waarin alle kleine ondernemingen op den duur vervangen worden door mega-ketens. Dit systeem – dat floreert op efficiency, snelheid en schaal – moet blijven groeien en alles wat langzamer is, zoals cash, is een blokkade en daar moeten we vanaf. De term digitale betalingen wordt vaak samen gebruikt met ‘frictieloos’, alsof het vooral belangrijk is dat we haastig door het leven gaan en zo snel mogelijk dingen consumeren, een noodzaak in het voortdurend uitbreidende kapitalistische systeem.

Digitaal geld speelt een cruciale rol in de fusie tussen Big Finance en Big Tech, een zeer krachtige beweging die onze toekomst zal bepalen, maar nauwelijks besproken wordt in dagelijkse gesprekken en in de media. Contant geld is het laatste obstakel voor deze fusie en moet daarom beschermd worden. Het is de laatste barrière die voorkomt dat we volledig overgeleverd zijn aan de grote techbedrijven, besluit Scott. Ons recht om cash te gebruiken moet behouden blijven.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Waarom 1971 ongemerkt een historisch jaar blijkt te zijn

In 1971 verscheen mijn favoriete boek aller tijden; ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ door Hunter S. Thompson (oorspronkelijk in twee delen gepubliceerd in Rolling Stone Magazine). Maar het jaar was ook economisch zeer significant te noemen; het was het jaar waarin president Nixon (Thompson’s zelfbenoemde aartsvijand) de dollar loskoppelde van de goudstandaard. En dit heeft veel grotere gevolgen gehad dan de meeste mensen zich realiseren.

In zijn boek ‘Keerpunt 1971’, beschrijft econoom Edin Mujagiƈ deze gevolgen. Volgens de econoom heeft het besluit van de Nixon administratie geleid tot eeuwige inflatie, zombiebedrijven, populisme en een middenklasse die er niet langer op vooruit gaat. De enorme geldschepping van de centrale en commerciële banken heeft geleid tot een gigantische schuldenberg en een steeds lagere waarde van onze valuta.

De architect van de Amerikaanse ontkoppeling, Paul Volcker, zei geen spijt te hebben gehad van zijn voorstel destijds. De situatie zoals die was, was volgens hem niet houdbaar. Maar hij was wel ontevreden met het onverantwoordelijke gedrag van de centrale bankiers sindsdien. De geschiedenis leert ons dat wanneer machthebbers geld kunnen scheppen, ze dit vroeg of laat zullen doen als er economische problemen zijn. In de crisissen van 2008 en 2020 zijn er inderdaad astronomische bedragen gecreëerd.

Volgens Mujagiƈ zitten we nu in de laatste fase van een tijdperk, een tijdperk dat begon in 1971. Vroeg of laat zullen de wereldleiders een nieuw systeem moeten ontwerpen dat – in tegenstelling tot het huidige systeem – regels heeft. Toch is de econoom optimistisch. De economie beweegt in grote cyclische golven. En na de grote neergaande golf waar we nu middenin zitten, komt er weer een opgaande golf van nieuwe economische groei. En dankzij de ontwikkeling van een grote verzameling nieuwe technologieën belooft de volgende golf spectaculair te worden met veel vooruitgang voor de mensheid. Maar voor we dit beloofde land kunnen bereiken moet er dus nog wat gebeuren om het kapitalisme te herstellen.

Daarbij is het vooral cruciaal dat het mechanisme van creatieve vernietiging vrij zijn werk kan doen. Crony capitalism, met zijn kenmerken als lobby en invloed van grote bedrijven op de politiek staat daar haaks op. Er moeten volgens Mujagiƈ tenminste drie dingen gebeuren als we het kapitalisme weer willen laten functioneren zoals het hoort:

1) Monopolies en oligopolies moeten worden aangepakt aangezien de aanwezigheid daarvan de economische groei afremt. Hier is een machtige mededingingsautoriteit voor nodig.

2) Het economisch model ‘groei door schuld’ moet verleden tijd zijn en de macht van de centrale banken moet drastisch worden ingeperkt. Misschien moeten ze zelfs wel opgeheven worden, aangezien blijkt dat er meer nadelen dan voordelen aan kleven.

3) Het streven naar aanhoudende inflatie moet van tafel, de markt moet meer ruimte krijgen om prijzen te bepalen, ook, of beter juist, als dat voor deflatie zou zorgen, omdat dalende prijzen dé aanjagers waren van stijgende welvaart na de eerste industriële revoluties.

Overheden hebben sinds 1971 veel te veel ingegrepen in de economie. Dat moet stoppen, behalve op het gebied van klimaatverandering. Dat is een externaliteit die de vrije markt niet gaat oplossen. De vierde industriële revolutie die aanstaande is biedt de kans op een nieuwe welvaarts- en welzijnstijging voor de mensheid, maar alleen als de in 1971 gemaakte weeffout in het geldsysteem hersteld wordt. Volgens Mujagiƈ is dit proces reeds ingezet en – zich baserend op soortgelijke perioden uit het verleden – is hij optimistisch over een positieve uitkomst.