7 professionele principes voor 2015

Laatst schreef ik al een blog over hoe je als mediabedrijf en/of media professional nog kunt concurreren met miljoenen anderen op social media en het wereldwijde web. Onderstaand lijstje omvat 7 principes die je als professional kunt gebruiken om in 2015 het beste uit jezelf te halen.

1. Permanente innovatie
Niet alleen bedrijven moeten continu bezig zijn met innovatie: waar is behoefte aan in hun markten en hoe kunnen ze dit optimaal waarmaken middels organisatieaanpassingen en/of aanvullingen op hun competenties? Dit geldt net zo goed voor professionals zelf, de arbeidsmarkt is immers concurrerender dan ooit. Vraag je minimaal wekelijks af waar je meer waarde kunt toevoegen, leer nieuwe benodigde skills en waak ervoor dat je niet stil blijft staan.

2. Weekroutine
Routine is misschien wel een risico als je daardoor stopt met innoveren, het is ook een must om te kunnen slagen. Routine gaat dan ook niet alleen over werk, maar over je hele leven dat je moet runnen als een heel strak bedrijf als je optimaal succesvol en gelukkig wilt zijn. Hoe voorspelbaarder je week is, hoe meer ruimte je hersenen krijgen om te excelleren in uitdagende taken.

3. Balans zoeken
Management goeroe Fons Trompenaars vindt ‘de balans zoeken’ onwenselijk omdat het meestal een zoutloos compromis is. Beter is het om altijd te zoeken naar de win-win. Hij heeft helemaal gelijk, maar als mens heb je nu eenmaal verschillende assen waar je aandacht aan moet besteden: fysiek, sociaal, intellectueel en spiritueel. Aan sommigen van deze assen zal je hoe dan ook meer aandacht besteden dan aan anderen, maar het compleet verwaarlozen van één of meerdere van deze assen is onverstandig omdat dit ook zijn weerslag heeft op de anderen.

7 professionele principes voor 2015 - 2

4. De beste manier
Dit was een van de lessen van Jordan ‘The Wolf of Wall Street’ Belfort zijn seminar afgelopen jaar in Amsterdam. Voor alles is een beste manier, maar de meeste professionals nemen niet de tijd hier echt over na te denken. Of je nou een klant moet bellen, een belangrijke e-mail moet schrijven of een pitch moet houden, sta even stil bij ‘the best way’ voordat je meteen in actiemodus schiet.

5. Lean / Six Sigma
Deze technieken om efficiënter te werken zijn nog altijd populair en terecht. Lean gaat over alles in zo weinig mogelijk stappen doen om te komen tot hetgene wat de klant nou eigenlijk écht belangrijk vindt. Of in het geval van de professional: wat je opdrachtgever écht van jou verlangt. Haal de waste uit je werkprocessen (lean) evenals de onnodige fouten (six sigma). In deze tijden van ‘back to the core economics’ is het tegengaan van verspilling geen aardigheidje, maar een must.

6. Personal Governance
Bazen en managers die tot in detail bepalen wat professionals moeten doen zijn voltooid verleden tijd. We worden beoordeeld op afgesproken resultaten, en bepalen zelf wel wat we gaan doen om dat te bereiken, en wanneer en hoe we dat gaan doen. Een goede ontwikkeling, maar wel eentje die bewustzijn en aandacht vraagt. Wat gaan we zelf doen, wat gaan we uitbesteden en wat hebben we nodig om onze doelen te bereiken? Schep hierin duidelijkheid voor jezelf en communiceer hierover met je werkomgeving.

7. Ondernemerschap
De tijden van tussen 9 tot 5 je dingen puur je eigen dingen doen zijn verleden tijd. Ongeacht wie de eigenaar is van een bedrijf, het voltallige team dat er werkt is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de organisatie. Iedereen is daarmee ook aan het ondernemen. Doen we al goed wat we doen en hoe kunnen we het nog beter doen? En wat doen we nog niet wat we eigenlijk wel zouden moeten doen? Dat zijn vragen die iedere professional continu bezig zou moeten houden, ongeacht de rol en kerntaken.

Ik wens je een professioneel topjaar toe met excellente resultaten.

Advertenties

7 vragen die NU spelen voor J.H. Kash

1. Waarom hebben mensen het altijd over het aantal Nederlandse slachoffers bij een ramp, zoals de vliegramp in Oekraïne?
Ook de media doen hier volop aan mee. ‘150 Nederlanders omgekomen bij vliegramp’ is dan de kop van de krant. Online staat er even later ‘update – toch 189 Nederlandse slachtoffers’. Wat maakt het in godsnaam uit of het Nederlanders, Turken of Azerbeidzjanen zijn? Het gaat erom dat ze slachtoffers van een vliegramp / aanslag zijn geworden. Volgens een ethicus op Radio 1 is het geoorloofd om te hopen dat er weinig Nederlandse slachtoffers zijn, zelfs als dat automatisch betekent dat een ander land de slachtoffers moet betreuren. Waarom? Volgens de ethicus omdat je blij mag zijn dat je niet hoeft te rouwen om familie of bekenden, of als volk om landgenoten. Gelul, wat mij betreft. Het is gewoon volledig ongepast om je daarmee bezig te houden. En de media zetten de verkeerde toon, zoals wel vaker het geval.

2. Maakt het wat uit dat Nederland nooit wereldkampioen voetbal is geworden?
Emotioneel gezien heel veel (voor de meeste mensen dan), maar rationeel gezien? Het is al bijna ongelofelijk dat Nederland op het hoogste niveau meespeelt. Hoeveel landen met de grootte van Nederland kunnen dat zeggen. Niet één. ‘Maar als je drie keer in een finale staat, moet je dan niet één keer winnen?’, zou je je redelijkerwijs kunnen afvragen. Maar wederom is het antwoord alleen ‘ja’ wanneer je er door een emotionele bril naar kijkt (kortom, wat mensen altijd doen). Rationeel gezien is de kans om een finale te winnen van Duitsland, Argentinië of Spanje namelijk helemaal niet 50-50. Eerder 40-60 in het nadeel van Nederland, of zelfs 80-20.

3. Is er aan aantrekkelijke mogelijkheid om aan het kapitalisme te ontsnappen?
Mensen halen een diploma om aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. Met veel geluk vinden ze iets dat hun interne vlammetje levenslang brandende houdt (geld is van secundair belang). Missie geslaagd, maar je bent dan hoe dan ook onderdeel van de rat race. Zijn er aantrekkelijke alternatieven? Ik ken ze niet. Over kapitalisme gesproken:

4. Kan Piketty het niet wat ‘leuker en makkelijker’ maken?
Het gevoel leeft al langer bij de auteur van deze weblog: er vindt momenteel een verschuiving plaats in de samenleving die grote impact gaat hebben op alle mensen. De Franse econoom Thomas Piketty heeft interessante dingen te zeggen, maar allemachtig wat heeft die man een ruimte nodig om het allemaal uit te leggen. De structuur van kapitaal door de eeuwen heen is an sich best interessant, maar giet er wat jus overheen (gebruik bijvoorbeeld de 5 elementen van een krachtig verhaal). Nu is het geen wonder dat nog geen drie procent van de lezers zijn boek ‘Capital in the 21th Century’ uitleest.

5. Waarom had ik tot een maand geleden nooit gehoord van Sixto Rodriquez?
Dat zal iedere muziekliefhebber zich afvragen die de documentaire ‘Searching for Sugar Man’ heeft gezien, een fantastische feel good documentaire waarover @JKleyngeld nog een stukje moet schrijven. Het debuutalbum van de artiest Rodriquez ‘Cold Fact’ is inmiddels grijsgedraaid door Dr. Kash. Wat een meester; die teksten, die woorden, die stem….

6. Wat is een Rorschach Test?
[Van Wikipedia] De rorschachtest of Rorschach-inktvlekkenmethode (RIM) is een psychologische test die door Hermann Rorschach geïntroduceerd werd in 1921. De test is gebaseerd op de menselijke neiging interpretaties en gevoelens te projecteren op, in dit geval, inktvlekken. Daartoe proberen speciaal opgeleide psychologen aan de hand van de gegeven interpretaties het diepere persoonlijke karaktertrekken en de impulsen van de testpersonen te begrijpen. In populaire cultuur vooral bekend geworden door het personage Rorschach in Alan Moore’s grafische novel ‘Watchmen’.

7. Hoe kun je angst behandelen zonder medicijnen?
Hier zijn drie manieren voor, stelt expert David Burns Namelijk het cognitieve model; angst wordt veroorzaakt door (verdraaide) negatieve gedachten. Verander de gedachten en verander de angstgevoelens. Ten tweede het exposure model: Face your worst fears. Tot slot, het Hidden Emotion Model. Wat je wegstopt komt een keer in andere vorm naar buiten, bijvoorbeeld als angst of gevoelens van onrust.

Icon 16 - Symbol

 

Beste ondernemer, mooi product, maar hoe zit het met je business model?

In de jaren van de crisis zijn er veel nieuwe ondernemers ontstaan. Immers, de arbeidsmarkt biedt minder carrièrekansen dan voor 2008, en veel mensen dromen er al lange tijd van om iets voor zichzelf te doen. Als je niet meer aan de bak komt, waarom dan niet ondernemer worden? Dan heb ik het niet over ZZP’ers, maar echt over ondernemers die iets anders dan zichzelf aanbieden: een product of een dienst.

Op zich prima natuurlijk. Ondernemerschap is een vaardigheid die je zeker – tot op bepaalde hoogte – kunt leren mits je bestand bent tegen een stootje, want de weg naar succes is lang en bestaat uit veel vallen en opstaan. Als je succesvol bent is het die moeite dubbel en dwars waard, en zelfs als je faalt. Maar het ondernemerschap brengt – zeker in deze tijd – ook een hele grote uitdaging met zich mee….

Een ondernemer begint vaak bij een idee voor een product of dienst. Dit kan een innovatieve vervanging betreffen voor een reeds bestaand product, of iets volledig nieuws. In de Business 2 Business (B2B) markt omvat het product vaak kennis of software (of een combinatie). In de consumentenmarkt kan het van alles en nog wat omvatten: van apps, tot fast moving consumer goods, tot financiële dienstverlening.

De uitdaging zit hem vaak niet in het product, omdat het juist het enthousiasme van de ondernemer is dat het bedrijf en onderliggende producten/diensten in de eerste plaats tot leven heeft gewekt. Het probleem begint vaak daarna, want als het product klaar is, komt de grote vraag ‘wat nu?’

Ondernemers moeten alles zelf doen, want ze hebben nog geen omzet om specialisten in te huren. Marketing, sales, financiën, noem maar op. Allemaal verdomd lastig als je geen ervaring hebt in die gebieden. Calculeer dat in wanneer je een onderneming begint en maak er voldoende tijd voor vrij. Je kunt geen van deze gebieden negeren en je alleen maar bezig houden met het primaire proces (= maken / leveren van je product of dienst).

Waar ondernemers in mijn ervaring het vaakst onvoldoende aandacht aan besteden is hun business model. Je product kan nog zo grensverleggend cool zijn, mensen moeten het wel kopen. Waar en hoe gaat die ruil tussen geld en product/dienst plaatsvinden?

Business Model

In de markt waarin ik zelf actief ben – de B2B markt – worden diensten vaak aangeboden via een webportal. Dat kan, maar hoe gaan je prospectieve klanten daar komen? Via Google? Dan zul je flink moeten investeren in Search Engine Optimisation (SEO). Via partnerwebsites? Dan zul je tijdig contacten moeten leggen met de juiste partijen en met een verdomd goede waardepropositie op de proppen moeten komen om hen aan je te binden.

Niet dat veel aandacht besteden aan je product verkeerd is. Integendeel, het is hartstikke noodzakelijk, want je wilt vanuit strategisch oogpunt iets kunnen aanbieden dat moeilijk kopiërbaar is door anderen. Maar veronderstel niet dat het zich vanzelf zal verkopen, want zelf de beste producten doen dat niet. Apple is niet alleen een meester in het vervaardigen van producten, maar ook in supply chain management.

Een goede exercitie tijdens het bedenken van je waardepropositie is het invullen van het Business Model Canvas van Alexander Osterwalder en Yves Pigneur. Succes. En houd deze uitspraak van Nelson Mandela in je hoofd: ‘The future belongs to those who believe in the beauty of their dreams.’ Geef nooit op!!

Speciale dienstencentra als oplossing voor Wajong-problematiek

Vanaf 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor werk en inkomen. Één van de programma’s die op stapel staat is het herkeuren van ruim 2.400.000 jong gehandicapten (Wajongers). Dit zijn mensen waarvan bevonden is dat zij sinds jonge leeftijd een arbeidshandicap hebben, waardoor zij recht hebben op een (aanvullende) uitkering en arbeidsondersteuning. Naar verwachting van het kabinet zal na de herkeuring blijken dat slechts 40.000 van hen daadwerkelijk volledig en duurzaam gehandicapt zijn en dus de uitkering mogen houden. De rest moet aan het werk, of zal in de bijstand belanden.

De herkeuringsplannen zijn eigenlijk gewoon bezuinigingsplannen. Dat weet iedereen. Jongeren worden uit de Wajong naar de bijstand verhuisd, wat de overheid veel geld scheelt. Niemand verwacht dat het masaal vinden van reguliere banen voor deze groep ook maar enige kans van slagen heeft. FNV-voorzitter Ton Heerts zei van de week volkomen terecht dat het kabinet de geplande herkeuring moet uitstellen tot er voor de Wajongers uitzicht is op werk. In de huidige arbeidsmarkt – waarin ook volledig arbeidsgeschikten niet aan de bak kunnen komen – zijn de herkeuringsplannen volkomen onrealistisch.

Vanuit het standpunt van de overheid, is de wens om te besparen wel begrijpelijk. Zorg en sociale zekerheid zijn enorme kostenposten en in de toekomst onbetaalbaar als er niks gebeurt. Echter, grote groepen burgers in armoede storten is bepaald niet de structurele oplossing waar wij als maatschappij beter van worden.

Wajong - Bijstand

Vanuit het oogpunt van veel belastingbetalende burgers zijn er een hoop mensen die onterecht een uitkering ontvangen. Nou klopt het dat gemeenten veel jongeren die eigenlijk een bijstandsuitkering hadden moeten krijgen naar de Wajong hebben verhuisd, omdat deze uitkering ten laste van het UWV gaat in plaats van uit het gemeentebudget betaald moet worden. De Wajong is echter wel een duurdere uitkering en bovendien levenslang (tenzij de Wajonger doorstroomt naar een betaalde baan, maar dat gebeurt weinig). Het is dus maatschappelijk onwenselijk dat daar mensen onterecht in belanden en dat is dus wel gebeurd.

Er zijn bijvoorbeeld veel jongeren met ADHD in de Wajong terecht gekomen, terwijl het verminderd functioneren ten gevolgen van deze aandoening met medicatie behoorlijk goed tegen te gaan is. Aan de andere kant hebben Wajongers wel een behoorlijk traject doorlopen met keuringsartsen en stagebedrijven, en is hun kans op regulier werk uiterst gering bevonden. De vraag is we ze met het stempel ‘Wajong’ levenslang buiten de arbeidsmarkt willen plaatsen, of moeten zoeken naar andere oplossingen.

Veel Wajongers kunnen intussen beschouwd worden als verloren generatie. Hoe langer iemand niet werkt, hoe moeilijker hij/zij aan werk kan komen. Dat geldt ook voor mensen zonder arbeidshandicap, met een goed CV en met voldoende ervaring. Wajongers voelen intussen hun eigenwaarde in elkaar krimpen. Bijna niemand heeft respect voor je wanneer je een uitkering ontvangt – ook al is dat volkomen terecht – en thuiszitten wordt je ook niet vrolijker van.

Dan is er nog het probleem van de werkgevers; die willen best een maatschappelijk steentje bijdragen, maar hebben door de crisis niet bepaald veel vet op de botten. Dus wie gaat deze jongeren aan banen helpen? Er zijn weinig ondernemers te vinden die dit willen en kunnen ondersteunen. Bij de overheid is ook minder werk te vinden. Kortom, twee miljoen Wajongers aan betaalde banen helpen is absoluut niet haalbaar. 10 procent daarvan zou al een enorme prestatie zijn.

Hoe is deze uitzichtloze impasse te doorbreken? Dat kan alleen door een out-of-the-box oplossing. Mijn idee zou zijn om bij de 2.400.000 Wajongers hun uitkering om te zetten in een arbeidscontract bij nieuw op te richten regionale speciale dienstencentra. Deze speciale dienstencentra zouden volledig gefinancierd worden door de overheid, en dus niet te maken hebben met de keiharde marktwerking van het bedrijfsleven. De centra zouden verschillende diensten kunnen leveren variërend van productiewerk, uitzendwerk en gecoördineerd vrijwilligerswerk. Natuurlijk zou er ook wel wat hersenloos werk bij moeten zitten, maar er is ook voldoende leuk en nuttig vrijwilligerswerk dat de ex-Wajongers zouden kunnen oppakken.

Uiteraard zouden de speciale dienstencentra niet op oneerlijke wijze mogen concurreren met het bedrijfsleven, maar verder zouden ze prima aan vragen kunnen voldoen van ondernemend Nederland. Het verschil met sociale werkplaatsen is dat deze subsidie krijgen, maar verder gewoon als reguliere bedrijven functioneren. Deze combinatie werkt als verkeerde prikkel, want kwetsbare mensen worden dan snel uitgebuit, zodat de bestuurders van de sociale werkplaatsen de subsidies kunnen gebruiken om een concurrentievoordeel mee te behalen over de ruggen van hun werknemers heen.

Speciale dienstencentra zouden niet gemanaged worden als reguliere bedrijven of overheidsinstanties. Het zou een unieke organisatievorm zijn, waarbij zingeving voor de werknemers het absolute hoofddoel is. Natuurlijk is het mooi als de overheid zoveel mogelijk terugverdient op de investering, maar aan de andere kant is elke euro meegenomen. Nu krijgen ze helemaal niks terug van die 2.400.000 Wajong-uitkeringen. De managers zouden bij het UWV vandaan kunnen komen omdat die de juiste expertise bezitten en daar minder werk hebben als de Wajong verdwijnt.

Op de speciale dienstencentra zouden de managers fungeren als coach van de werknemers om erachter te komen wat ze graag kunnen doen en hoe dit in te passen is in het beschikbare werk. De voormalige Wajongers hebben een vast arbeidscontract, maar dat betekent absoluut niet dat ze 40 uur per week moeten werken. Dit wordt in nauw overleg met hun coaches vastgesteld. Als een werknemer wegens ziekte een jaar niet kan komen is dat geen probleem, want de harde discipline van de markt bestaat hier niet en ontslag evenmin.

Het gaat erom dat mensen graag ergens bij willen horen, dat geeft ze een goed gevoel. Het is helemaal niet noodzakelijk dat ze net zoveel werken als mensen bij reguliere bedrijven of overheidsorganisaties. Zolang ze maar gelukkig zijn. Veel van deze mensen hebben al levens achter de rug die moeilijk genoeg zijn. Tijd om ze wat plezier te geven, en ze uit hun uitzichtloze uitkeringssituatie te halen.

Hoe meer ik hierover nadenk, hoe meer ik het zie zitten. Er zullen vast (organisatorische) nadelen aan dit plan zitten, maar fuck it. Het is in ieder geval duizenden keren positiever dan de huidige kabinetsplannen en iedere betrokken partij wordt er beter van. De overheid kan in één keer 2.400.000 minder werklozen rapporteren, bedrijven hoeven geen mensen in te huren waar ze eigenlijk geen werk voor hebben en de jong gehandicapten kunnen op een rustige en veilige manier gaan werken aan hun maatschappelijke relevantie. Een win-win-win situatie. Nu het kabinet nog overtuigen…