Investeren als een pro – zo doe je dat

Beleggen of investeren is inschatten wat er in de toekomst gaat gebeuren en er geld op inzetten dat dat ook gebeurt. Dat klinkt als gokken en dat is het ook wel een beetje, maar ook weer niet. Bijvoorbeeld, je weet dat op lange termijn de aandelenmarkten vrijwel zeker gaan stijgen omdat de economie groeit en bedrijven daarvan profiteren. Dus als je geld stopt in indexfondsen loop je weinig risico dat je (op lange termijn) geld verliest.

Professionele investeerders, die worden geïnterviewd in het boek ‘How to Invest: Masters on the Craft’ van David Rubenstein, stellen dan ook voor dat dat is wat je als amateur moet doen: je vermogen in een indexfonds stoppen. Zij stellen dat je resultaten dan beter zullen zijn dan wanneer je het geld zelf gaat beleggen. In tegenstelling tot professionele beleggers hebben de niet-pro’s namelijk geen tijd om voldoende research te doen om te komen tot adequate toekomstvoorspellingen. Laat staan dat ze voldoende kunnen diversifiëren in hun portfolio. Dan zouden ze zich namelijk moeten verdiepen in meerdere markten en dat kost teveel tijd als je daarnaast nog gewoon moet werken. De enige uitzondering is dat wanneer je je leven lang in een sector hebt gewerkt, je misschien voldoende inzichten kunt opdoen om in een bedrijf in deze sector geld te stoppen.

Maar wat als je eigenwijs bent en het toch zelf wil doen? Wat kun je dan leren van de professionals? Ten eerste vereist beleggen ontzettend veel research. Wat gebeurt er allemaal in een bepaalde sector van de economie en welke kant gaat het op? Wat wordt er ‘hot’ en wanneer gaat dat gebeuren? En welke bedrijven, economieën, valuta of financiële producten worden momenteel ondergewaardeerd? En ook: welke externe factoren spelen er die invloed gaan hebben op een potentiële investering? Een voorbeeld: klimaatverandering jaagt de vraag aan naar zonnepanelen en oplaadbare batterijen. Dat gaat impact hebben op de prijzen van de grondstoffen die hiervoor nodig zijn.

Het volgende wat je moet doen is kritisch gaan kijken naar je eigen denken en dit gaan ‘stresstesten’. Klopt het wel wat je bedacht hebt? Zoals bekend staan mensen bloot aan een groot aantal cognitieve illusies die optimale besluitvorming belemmeren. Een voorbeeld is bevestigingsbias; dat betekent dat je vaak alleen zoekt naar informatie die je vooroordeel bevestigt en niet naar tegengeluiden. Jij kunt een bedrijf wel fantastisch vinden, maar misschien gebruik je wel de verkeerde aannames. Vraag dus ook aan anderen wat zij denken. Professionele investeerders zijn continu bezig hun ideeën te testen en verder te verfijnen. Als je investeerder wordt, word je student voor het leven.

Tot slot: Bij iedere investering komt risico kijken. Begrijp die risico’s en vraag je af of je bereid bent die risico’s te accepteren. Voldoet de risk-return aan je persoonlijke wensen en criteria?

Zo pakken de topbeleggers het aan
De professionele beleggers die in het boek geïnterviewd worden hebben allemaal een specialisme. De bekende investeerder Ray Dalio (Bridgewater Associates) doet bijvoorbeeld aan global macro investing. Hij kijkt naar de wereld als geheel en bestudeert hoe alles verbonden is aan elkaar en hoe de invloed van één deel invloed uitoefent op een ander deel. Zijn firma kijkt naar grote bewegingen in rentestanden, valutawaardes, geopolitieke ontwikkelingen en vele andere factoren. Hun portfolio met o.a. obligaties, aandelen en grondstoffen is afgestemd op de ontwikkelingen die zij verwachten.

In een hele andere categorie zit Ron Barron van Barron Capital. Hij zoekt naar solide bedrijven met een uitstekend managementteam. Als hij die gevonden heeft, koopt hij aandelen en die houdt hij heel lang vast. Barron was een van de vroege beleggers in Tesla. In tegenstelling tot anderen geloofde hij wel dat het bedrijf de transitie naar elektrisch kon maken. Met deze investering heeft hij heel veel geld verdiend voor zijn klanten. Zijn geheime saus is research. Hij doet naar eigen zeggen meer research naar bedrijven dan welke investeringsfirma dan ook. Een andere beleggingscategorie is vastgoed. Een vastgoed investeringstip van John Grey, president & COO Blackstone Real Estate, is: “Koop vastgoed in de steden waar de technologiebedrijven zitten. Tech is een van de belangrijkste drijfveren van economische groei.”

De auteur van ‘How to Invest’ zit zelf in private equity met zijn firma The Carlyle Group. Private equity-firma’s kopen bedrijven met als doel ze in korte tijd (een aantal jaren) te laten groeien en ze dan weer met veel winst te verkopen. Private equity-partijen brengen veel kennis mee (en geld) om deze ambitieuze groeidoelstellingen te kunnen realiseren. Venture capital-firma’s investeren in nog niet gevestigde bedrijven met vaak nog niet heel veel omzet. Dit zijn daarom investeringen met een hoger risico omdat je je beslissing niet kunt baseren op veel financiële informatie, maar vooral moet kijken naar de kwaliteit van de ondernemer, de uniekheid van een idee en het marktpotentieel. Als het goed gaat kun je er wel veel geld mee verdienen. Zowel private equity als venture capital zijn normaliter niet beschikbaar voor de amateurbelegger, maar als je veel beschikbaar kapitaal hebt (minstens een paar ton) willen een aantal firma’s vast wel met je praten.

Investeren in crypto: wel of niet doen?
Hoe kijken de topinvesteerders uit het boek aan tegen de crypto-hype van de laatste jaren? De meeste vinden het helemaal niks. Er is geen onderliggende waarde, het is te volatiel als manier om waarde vast te houden en het verspilt ook nog eens enorm veel stroom. Weinig pro’s zien het als serieuze beleggingscategorie. Als je er al geld in stopt, zeggen ze, zorg dan dat het geld is dat je kunt missen want het kan naar nul gaan.

De Bitcoin en soortgelijke digitale valuta zijn gepositioneerd als; ‘de wereld van het echte geld staat op instorten en dan is de transitie naar crypto de enige optie’. Dit scenario is echter geen waarheid geworden en zal het naar verwachting ook niet worden. Ook heeft bitcoin nog niet de banken overbodig gemaakt, zoals is voorspeld. Daar komt bij, zo stellen de investeerders, dat overheden nooit een valuta zullen tolereren naast hun eigen valuta. Kortom, als ze het te gevaarlijk vinden worden zullen het verbieden of het in elk geval sterk aan banden leggen.

Er zijn wel investeerders die geloven in de onderliggende technologie van crypto – de blockchain – en de golf van innovaties die dit nog gaat opleveren. Geld is slechts één van de toepassingen die deze decentrale technologie mogelijk maakt. Je hebt bijvoorbeeld ook slimme contracten, beveiligingsdiensten en non-fungible tokens (NFTs). Kijk als investeerder dus verder dan de speculatieve cryptomunten en probeer in te schatten welke spelers en toepassingen het in de toekomst helemaal gaan maken.

De kenmerken en vaardigheden die je nodig hebt
Wat onderscheidt de beste investeerders van de middelmatige? Rubenstein haalt uit de vele gesprekken die hij voerde de volgende gedeelde kenmerken en skills:

Hoge intelligentie: Topbeleggers deden het vaak uitstekend op school en in hun studie.

Gemak met cijfers en finance: Nodig om solide analyses te maken van mogelijke investeringen.

Willen eindverantwoordelijkheid: Ze willen graag de uiteindelijke beslissing nemen over de significante beleggingen.

Focus: Het vermogen zich te focussen op de belangrijkste aspecten van een beleggingskeuze. Ze laten zich niet makkelijk afleiden door minder belangrijke aspecten.

Intellectueel nieuwsgierig: De beste investeerders lezen heel veel en vinden dat ze nooit genoeg kennis kunnen hebben.

Competitief: Genieten van het spelletje en vinden het leuk slimmer te zijn en dingen te ontdekken die anderen missen.

Accepteren geen conventionele wijsheden. Proberen juist nieuwe dingen.

Harde werkers: Enorme passie voor hun vak.

Doorzettingsvermogen: Laten zich niet uit het veld slaan door tegenslagen en leren van mislukkingen.

Tot slot wijst Rubenstein op het belang van instinct. De beste investeerders luisteren naar hun intuïtie. Een belegger die dat heel sterk doet is Warren Buffett en dat is de meest succesvolle investeerder aller tijden. Zijn firma Berkshire Hathaway heeft een marktwaarde van 690 miljard dollar. Rubenstein noemt hem de ‘beste lange termijn voorspeller van de toekomst. Dat is in essentie wat hij al die tijd aan het doen is geweest.’

De opkomst en ondergang van wereldmachten

Voor MenA.nl schreef ik onlangs een stuk over het nieuwste boek van topinvesteerder Ray Dalio: Principles For Dealing With a Changing World Order: Why Nations Succeed and Fail. Hierin deelt de oprichter van Bridgewater Associates, één van de grootste hedgefondsen wereldwijd, de patronen die hij ziet in de opkomst en ondergang van wereldmachten.

Volgens Dalio herhalen zich steeds dezelfde patronen, waarbij een machtig land of keizerrijk eerst tot bloei komt, waarna problemen ontstaan in de vorm van politiek en sociaal conflict en verslechterende financiën. Die problemen leiden uiteindelijk tot een revolutie en/of oorlog waarna meestal een andere wereldmacht de dominante positie op het wereldtoneel overneemt.

Cycli zijn de norm, schrijft Dalio. Dus als professionals en investeerders kunnen we ze zien aankomen en erop anticiperen. Vaak denken mensen dat de toekomst een licht gemodificeerde versie van het verleden is, en dus profiteren ze niet van de ups en downs. De generatie die de Tweede Wereldoorlog meemaakte was somber gestemd en profiteerde nauwelijks van de post-oorlog boom periode op de beurs. Omgekeerd, mensen van de boom periode leenden erg veel terwijl dat historisch gezien leidt tot een periode van neergang. De omslag in een Grote Cyclus komt, in tegenstellingen tot de kleinere cycli, vaak maar één keer in je leven voorbij, dus je eigen verleden heeft je hier niet op voorbereid. Door de geschiedenis te bestuderen, kun je hier wel op voorbereid zijn.

De typische Grote Cyclus van wereldmachten
De opkomst van wereldmachten wordt gekenmerkt door een aantal factoren, zoals het niveau van educatie, innovatie, technologische vooruitgang, samenwerking tussen kapitaal en politieke macht, effectieve financiële markten, sterk leiderschap en militaire macht. Al deze zaken leiden tot een snellere en grotere toename van de productiviteit en als investeerder wil je weten waar dit de aankomende periode gaat plaatsvinden.

Succesvolle landen of keizerrijken kunnen de cyclus wel 200 of 300 jaar laten duren. De voorspoedige perioden duren daarmee veel langer dan de slechte, volgens Dalio. Deze slechte perioden ontstaan doordat de rijken meer rijkdom naar zich toe trekken, inclusief de productiemiddelen. Als de welvaart toeneemt, nemen ook de consumptie en decadentie toe en de productiviteit juist af. Er wordt meer geleend en er ontstaan bubbels. Wanneer het vervolgens economisch minder gaat vangen de minder welvarende mensen de klappen op en ontstaan er conflicten. Deze conflicten leiden vervolgens vaak tot revolutie en of oorlog, waarna er een nieuwe wereldorde wordt gecreëerd. Deze cycli blijven volgens Dalio bestaan omdat de menselijke natuur niet fundamenteel wijzigt. De mens heeft de neiging dingen tot extremen door te voeren waardoor het equilibrium verstoord wordt wat leidt tot een slinger de andere kant op.

De slechte tijden kunnen we zien als perioden van transitie. Het zijn reinigende stormen die ons verlossen van de excessen, zoals een te hoge schuldenlast, waarna we kunnen terugkeren naar onze fundamenten. Deze periode eindigt in een nieuwe politieke orde met een duidelijke machtsdistributie. Voor mensen zijn de voorspoedige tijden uiteraard prettiger, maar beide perioden hebben een functie, namelijk ons verder brengen in de evolutie en in die zin zijn ze niet ‘goed’ of ‘fout’, aldus Dalio. De tekenen van een verschuivende wereldorde zijn nu overal om ons heen zichtbaar; enorme welvaartskloven, de historische lage rentes, een groeiende schuldenlast, het massale drukken van geld (vooral sinds de covid-pandemie), toenemend populisme en politiek conflict en een enorm uit de hand lopende klimaat en biodiversiteitscrisis.

Relatieve neergang van de Verenigde Staten en de opkomst van China
De huidige nieuwe wereldorde ontstond in 1945 en de volgende verschuiving is nabij. Het verzwakken van het ene keizerrijk kan samenvallen met de opkomst van een andere. Dat is precies wat we nu zien: een rijzende wereldmacht (China) die concurreert met de huidige wereldmacht (de VS) in handel, technologie, kapitaalmarkten en geopolitiek. De VS verkeert nu in fase 5 van 6, stelt Dalio. Het land heeft zeker nog een aantal krachten, waaronder innovatie in technologie en militaire macht, maar dit is relatief minder aan het worden. China zit in fase drie, de bloeiperiode, en doet er goed aan deze fase zo lang mogelijk te laten duren.

Dalio maakt zich vooral zorgen over de groeiende tegenstellingen in de VS en de verslechterende financiële situatie. Bij zowel de democraten als republikeinen krijgen meer extreme visies de overhand en verdwijnen de gematigde meningen. In een onderzoek uit 2019 gaf 42 procent van de aanhangers van beide partijen aan de oppositie als ‘ronduit slecht’ te beschouwen. Onderzoek wijst uit dat de kans dat de twee partijen daardoor ver gaan komen in het gezamenlijk vinden van oplossingen voor de grote problemen in het land zeer klein is. De volgende fase voor de VS is een staat van burgeroorlog. Het hoeft geen ‘echte’ oorlog te betekenen; een vreedzame revolutie waarin de schulden worden geherstructureerd (een soort ‘Great Reset’) is ook mogelijk. Maar als gewelddadige conflicten toenemen (denk aan de bestorming van het Capitool) weet je dat een land in de problemen zit. Dalio schat de kans op een binnenlandse oorlog in de VS op 30 procent de komende 10 jaar. Kunnen de Amerikanen dit omkeren? Alleen als ze zich verenigen en de ongelijke verdeling van welvaart daadwerkelijk aanpakken.

Conflicten van de interne orde gaan vaak samen met conflicten van de externe orde. De handelsoorlog tussen de VS en China is een goed voorbeeld. Het meest explosieve conflict in potentieel is de confiscatie van Taiwan door China en de reactie van de VS daarop. Kan dit leiden tot een derde wereldoorlog? Dit is erg lastig te voorspellen, maar zeker niet uit te sluiten. Het is lastig voor te stellen hoe een dergelijke oorlog zich zou voltrekken met moderne oorlogsmiddelen, maar het lijdt geen twijfel dat het buitengewoon vernietigend zou zijn voor alle betrokken landen. Vele winnaars uit het verleden, zoals Duitsland en Japan, hebben dergelijke perioden van enorme welvaartsvernietiging meegemaakt.

Het is van het grootste belang dat deze daadwerkelijke, militaire oorlog koste wat het kost vermeden wordt. In dat geval hoeft het begin van een nieuwe Grote Cyclus niet zo erg te zijn. Er zal een grote herstructurering van schulden en herverdeling van macht en welvaart plaatsvinden, maar daarna kan een land of keizerrijk weer met een schone lei beginnen en heeft de centrale bank weer de middelen om de economie te stimuleren. En we kunnen waardevolle lessen leren. Dat is evolutie – volgens Dalio dé stabiele kracht in het universum. We moeten vooral leren om niet bij ons eigen perspectief te blijven, maar ook de oogpunten van anderen te leren begrijpen. Iedere fase van de cyclus heeft een andere visie die het beste werkt. Deze verschillende perspectieven leren begrijpen kan een hoop waardevernietiging voorkomen.

De invloed van revolutionaire technologie op economie en werkgelegenheid

Door Jeppe Kleijngeld

Er komt een revolutie op ons af, die dezelfde impact zal hebben als de industriële revolutie in de 19de eeuw. Dat stellen de auteurs van ‘The Second Machine Age’. Het proces van exponentiële technologische vernieuwing zal ingrijpende gevolgen hebben voor de samenleving, de economie en de arbeidsmarkt. Wat zijn de beste strategieën om te overleven?

The Second Machine Age

Technologie – Wat komt er op ons af momenteel?
Van alle ontwikkelingen die de mensheid heeft doorgemaakt – de opkomst en ondergang van grote beschavingen, de uitvinding van landbouw en het africhten van dieren, tot het bouwen van grote steden, het ondernemen van ontdekkingsreizen en het verspreiden van religies, heeft er één ontwikkeling verreweg de grootste impact gehad: de industriële revolutie. Wanneer men de ontwikkeling van de mens als lijn uittekent, is hij eeuwenlang heel geleidelijk omhoog gegaan, en toen in één klap omhoog geschoten.

We staan nu aan het begin van nog zo’n tijdperk. Net zoals de stoommachine masaal energie kon aanwenden voor productieprocessen die de moderne wereld hebben vormgegeven, is het nu de computer die voor een revolutie gaat zorgen. Sinds in de jaren 80’ de personal computer werd geïntroduceerd, zijn de bouwstenen gelegd voor intelligente technologieën die de komende jaren de wereld op zijn kop gaan zetten.

In The Second Machine Age: Work, Progress, and Prosperity in a Time of Brilliant Technologies bespreken auteurs Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee hoe de ontwikkeling van computers heeft geleid tot een geleidelijke versnelling en nu klaar is volwassen te worden. Uitvindingen die voorheen alleen in science fiction films thuishoorden komen eraan. Zoals we met de stoommachine in staat werden gesteld massaal te consumeren, stellen computers ons in staat veel slimmer te consumeren. Het eerste machine tijdperk was een fysieke transformatie, nu staan we aan het begin van een omslag in denkkracht.

Waar komt de plotselinge versnelling vandaan? De wet van Moore is van kracht, die stelde in 1975 dat computerkracht ieder jaar verdubbelde. Bijna 40 jaar later en er is nog geen einde in zicht. Bij dergelijke exponentiële groei krijg je eerst grote getallen die nog te bevatten zijn: duizenden, miljoenen en miljarden. Daarna worden de getallen waarlijk bizar en kom je in science fiction gebied. In een dergelijk tijdperk zijn we volgens Brynjolfsson en McAfee nu aanbelandt.

Wat zijn de signalen die duiden op een nieuw tijdperk van technologische vooruitgang? De auteurs noemen onder meer de zelfsturende auto van Google die feilloos zelfstandig door het verkeer kan navigeren, IBM’s supercomputer Watson die zo intelligent is geworden dat hij de wereldkampioenen van de quizshow Jeopardy! heeft verslagen, en Apple’s intelligente personal assistent voor de iPhone kan al verassend goed complexe vragen beantwoorden. Allemaal voorbeelden van prestaties die een paar jaar geleden nog heel ver weg leken. Kortom, een teken dat we nu in exponentieel gebied zitten.

Deze voorbeelden zijn volgens Brynjolfsson en McAfee slechts een warming up. De combinatie van internet en artificial intelligence gaat de komende decennia zorgen voor levenveranderende uitvindingen, stellen zij. Brillen die blinden in staat stellen weer te zien, machines die met gedachten aangestuurd worden, en een gepromoveerde Dr. Watson die de meeste accurate diagnosticus ter wereld is geworden. De Babelfish uit de science fiction film Hitchhikers’ Guide to the Galaxy, een apparaat dat je in je oor stopt dat je in staat stelt iedere taal te verstaan, wordt realiteit. En zo zijn er nog talloze andere voorbeelden te verzinnen.

Revolutionaire technologie en het nieuwe economische denken
De laatste jaren vrezen vele economen en overheidsleiders voor een einde aan economische groei. Volgens de auteurs is dit verre van de waarheid, omdat technologische vooruitgang een nieuw tijdperk van innovatie gaat inluiden. Innovatie zit veelal in het combineren van bestaande technologieën. De Google auto is tot stand gekomen door camera’s, sensoren en GPS-systemen in de mix te gooien. Dergelijke innovaties gaan er nu masaal komen, omdat door Moore’s wet voorheen dure technologieën nu voor weinig geld te krijgen zijn.

De auteurs van The Second Machine Age voorspellen dan ook een langdurige periode van innovatie en economische groei. Bij de introductie van nieuwe technologieën duurt het altijd een tijdje voordat de voordelen hiervan terugkomen in de productiecijfers. Bovendien vereisen digitale innovaties – die analoge euro’s in digitale centen hebben getransformeerd – een andere kijk op economische groei. Nieuwe technologieën brengen namelijk waarde, maar niet noodzakelijk geld. Producten waar bedrijven eerst geld voor vroegen, maar die nu gratis op internet te krijgen zijn – zoals digitale content – leveren misschien geen bijdrage meer aan het Bruto Nationaal Product (BNP), maar dragen desalniettemin positief bij aan een stijgende welvaart in ruime zin.

Zo heeft het digitale tijdperk vele ongrijpbare ‘assets’ met zich meegebracht die er eerst niet waren: gebruikersgemak, tijdsbesparing, user generated content, welzijn en human capital. Wanneer we deze voordelen uitdrukken in een stijging van het BNP, zal de economische groei – zelfs in deze tijden van stagnatie – vele malen hoger liggen. De miljoenen uren die gebruikers bijvoorbeeld gratis doorbrengen op Facebook vinden zij kennelijk meer waard dan (betaalde) activiteiten die ze ook kunnen doen. Het BNP en onze welvaart bewegen misschien wel in tegengestelde richting momenteel. Kortom, het BNP is in deze tijd niet langer een adequate graadmeter voor economische groei.

Voor bedrijven zijn er nog andere factoren om in overweging te nemen, zoals het superstar effect dat betekent dat er voor de middelmaat steeds minder ruimte komt. Digitale technologie stelt theoretisch één iemand in staat met één YouTube video een hele wereldwijde markt te bedienen. In een fysieke winkel zal geen zichtbare ranking bestaan voor videocamera’s, terwijl een online camerawinkel gemakkelijk top 10-lijstjes kan tonen. Voor de verkoop van het best gerankte product zal dit fantastisch uitpakken, terwijl het voor de rest zal leiden tot een stagnatie in sales, terwijl het verschil in eigenlijke kwaliteit maar heel klein hoeft te zijn. De klant kiest altijd voor de beste. Bedrijven zullen steeds meer in nichemarkten moeten denken om nog voorop te kunnen lopen.

Kan technologie leiden tot meer werkloosheid?
Dat nieuwe technologie vele voordelen met zich meebrengt voor de samenleving is duidelijk, maar hoe zit het met banen? Immers, we hebben nog altijd een inkomen nodig om te betalen voor al onze assets die nog van moleculen gemaakt zijn, zoals huizen, auto’s en voedsel. De auteurs van The Second Machine Age constateren dat er de laatste decennia economische groei heeft plaats gevonden, kijkend naar BNP, die voor een groot deel te danken is aan technologische vooruitgang. In lagere en middeninkomens is sinds 1999 echter een teruggang meetbaar, terwijl topinkomens omhoog zijn geschoten. Kortom: de inkomensongelijkheid neemt toe.

Dat lijkt logisch kijkend naar de transformatie in sommige sectoren. Kodak, een bedrijf dat ooit 150.000 werknemers van een inkomen voorzag, nog los van alle toeleveranciers en retailers die met het bedrijf verbonden waren, vroeg faillissement aan in 2013. In hetzelfde jaar nam Facebook fotoservice Instragram over voor 1 miljard dollar. Het bedrijf had op dat moment slechts 15 werknemers in dienst. Dit voorbeeld is illustratief voor wat technologie kan betekenen voor werkgelegenheid en inkomens. Er is een paradox ontstaan. Het BPD is gegroeid en innovatie gaat sneller dan ooit te tevoren. Toch zijn mensen ongekend negatief over de toekomst van hun kinderen.

Er zijn veel economen die geloven dat er vanzelf een correctie komt, waarbij ondernemers nieuwe banen vinden voor mensen die in hun oude banen overbodig zijn geworden. Bovendien leidt nieuwe technologie tot nieuwe marktvragen, waarvoor weer meer werknemers nodig zijn om hieraan te voldoen. Een andere positieve denkstroming is dat de voordelen die technologie brengen, groter zijn dan de nadelen in de verdeling van de verkregen welvaart. Brynjolfsson en McAfee maken zich toch zorgen over de ontwikkeling van lage en middeninkomen. Ja, mensen hebben het beter dan generaties voor hen. Ze kunnen zich iPads, smart phones en laptops veroorloven. Maar ze zijn ook financieel kwetsbaar. De auteurs zijn bang dat de rijke elite, wiens inkomen is verviervoudigd het laatste decennium, politieke macht naar zich toe gaan trekken, waardoor lage- en middeninkomens minder kansen krijgen en de snelheid van innovatie achter zal blijven.

Hoe blijven mensen concurrerend in een wereld van automatisering?
Het is duidelijk dat machines steeds beter worden in complexe communicatie en patroonherkenning. Maar waar mensen nog altijd in vooroplopen is het genereren van nieuwe ideeën en oplossingen voor de problemen van deze tijd. De beste schaker ter wereld is reeds lang geleden verslagen door IBM’s Deep Blue, maar in schaaktoernooien waarbij teams bestaande uit mensen en computers het opnemen tegen teams bestaande uit alleen computers, blijkt de eerste groep duidelijk sterker te zijn. Kortom, mensen en bedrijven die de kracht van technologie succesvol weten aan te wenden zullen nog altijd in staat zijn de voorsprong te pakken. Mensen die succesvol samen kunnen werken met machines, zijn ook in de nieuwe economie nog altijd waardevol.

Om het probleem van stijgende inkomensongelijkheid aan te pakken moeten overheden, ondernemers en werknemers nadenken over hoe we het beste kunnen profiteren van arbeidskracht die is vrijgekomen door automatisering. Anders profiteren alleen de kapitaaleigenaren van de technologische vooruitgang. Er moet gewerkt worden aan het creëren van nieuwe banen, die voorheen niet bestonden. Ook moet er geïnvesteerd worden in vernieuwde educatie die mensen voorbereid op de nieuwe economie in plaats van de oude.

Natuurlijk zou de overheid de door technologie verkregen welvaart ook kunnen verdelen door iedereen van een basisinkomen te voorzien, maar werk is te belangrijk voor mensen. In Amerikaanse wijken met hoge werkloosheid zijn veel meer sociale problemen (o.a. criminaliteit) dan in wijken waar wel werk is, maar even weinig welvaart. Daniel Pink stelt in zijn boek ‘Drive’ dat mensen gedreven worden door drie dingen: autonomy, mastery en purpose. En daar verandert technologie helemaal niets aan.

The Second Machine Age 2

Nederland & Innovatie

Nederland verloor onlangs zijn top 5 positie in de lijst voor meest concurrerende economieën. We schoven op naar plaats 8. Erg gênant voor premier Rutte en zijn kabinet, die toch al onder vuur liggen vanwege het uitblijven van enige positieve economische ontwikkelingen.

Belangrijkste redenen voor de daling zijn het financieringstekort, de slecht functionerende financiële markten en de oplopende zorgen over stabiliteit van Nederlandse banken. Ook de slecht functionerende arbeidsmarkt en het uitstellen van investeringen in innovatie worden genoemd.

Is het terecht dat het kabinet de schuld krijgt van deze daling? Dat is vaak wel erg gemakkelijk gezegd. Maar als we kijken naar Duitsland, die zich dit jaar heeft aangesloten bij de koplopers (4e positie) door aanzienlijke investeringen in R&D en nieuwe technologieën en uitstekende training en opleiding van nieuwe technici en ingenieurs, dan hebben we toch een goed argument te pakken om Rutte’s kabinet eens flink de oren te wassen.

Nederland kent momenteel een nijpend gebrek aan technici en ingenieurs. Het aansluiten van onderwijs op de behoeften op de arbeidsmarkt is ook innovatie en vraagt actief overheidsbeleid. Dat geldt ook voor Research & Development (R&D). Het Nederlandse bedrijfsleven heeft weliswaar minder aan R&D besteedt, maar het topsectorenbeleid van het kabinet dat dit moet stimuleren, wordt in het rapport ‘stroperig’ genoemd.

Innovatie

Er kunnen grote vraagtekens gezet worden bij in hoeverre het kabinet echt luistert naar ondernemend Nederland. Hans Biesheuvel vond in ieder geval dat er weinig gebeurde met de input van MKB Nederland, dus pakte de voorzitter onlangs zijn biezen. De daadkrachtige ex-ondernemer begon vervolgens direct een nieuwe lobbyorganisatie met als belangrijkste doel ondernemers een echte stem te geven in Den Haag. Een goede stap die hopelijk zijn vruchten gaat afwerpen.

Het verhaal op Prinsjesdag, dat burgers en bedrijven nieuwe inspiratie had kunnen geven, was somber stemmend. Het kabinet gaat weliswaar extra investeren in economie en natuur, maar het was vooral de centrale boodschap die het probleem was. De focus blijft maar liggen op bezuinigingen (het kabinet hoopt nog eens 6 miljard euro aan bezuinigingen door de Eerste Kamer te krijgen). Dat inspireert natuurlijk niemand.

Op momenten als dit, zou er een echte Steve Jobs-type leider voor de troepen moeten gaan staan met een bijzonder inspirerend verhaal. De hersenen werken namelijk hiërarchisch. Mensen kunnen zich echt maar op één ding tegelijk richten. Het kabinet heeft consequent gestuurd op ‘bezuinigingen’. Niet bepaald een stimulatie voor burgers om meer uit te gaan geven, universiteiten om de juiste mensen te gaan opleiden en ondernemers om te gaan investeren.

Als Nederland zijn top 5 positie terug wil claimen, zal er toch echt een ander woord top-of-mind moeten komen. ‘Innovatie’ lijkt mij daarvoor een prima keuze.