Donuteconomie: 7 manieren om te denken als 21ste eeuwse econoom

Verwacht iemand werkelijk dat we met ons huidige economisch denken de planeet kunnen redden? No way. Een nieuwe mindset is hard nodig. Het boek donuteconomie van de Britse econome Kate Raworth toont ons de weg.

In de ideale economie leeft iedereen in welvaart zonder schade aan de planeet toe te brengen. In de donut wordt dit streven gemeten langs twee dimensies, namelijk: de maximaal toelaatbare effecten op de planeet (ecologische bovengrenzen) en de minimaal noodzakelijke voorziening in de basisbehoeften van de mens (sociale ondergrenzen). Het doel van iedere economie moet zijn om binnen de donut zien te komen en blijven. Alleen daar is het ecologisch veilig en sociaal rechtvaardig.

Dit simpele plaatje is de kern van een nieuwe manier van denken over economie. Een denkwijze die – in tegenstelling tot onze blinde focus op groei – past bij de uitdagingen van de 21ste eeuw. Om de ommekeer compleet te maken zullen we met de volgende zeven paradigma-veranderingen aan de slag moeten. Anders denken over economie doen we zo:

1. Verander het doel
Voor de meeste politici en bedrijfsleiders telt er momenteel slechts één doel: economische groei. Ook al helpt die groei ons de vernieling in. Dit is geen pleidooi tegen groei op zichzelf, maar tegen het gebruik van groei als enige maatstaf van succes. Want alleen groei van bbp (bruto binnenlands product) kan ons niet vertellen hoe het ervoor staat met de échte economische gezondheid van een land. Wat is de impact van mens op natuur? En in hoeverre hebben mensen in een land beschikking over gezond eten, gezondheidszorg, opleiding en democratische vrijheid? Dat vertelt bbp-groei ons allemaal niet. Kortom, vervang deze beperkte indicator door de donut, de sweet spot van de mensheid.

2. Zie het grotere geheel
Als de wereld een theater zou zijn, is het stuk dat momenteel wordt opgevoerd het neoliberale plot. Alleen de markt telt en weet alles het beste. Wat mensen buiten betaald werk om doen, zoals voor kinderen of ouderen zorgen, is totaal niet interessant. De aarde is er om geëxploiteerd te worden onder het mom van vrije marktwerking. Het einde van deze uitvoering laat zich raden: economische crises, ongelijkheid en klimaatverandering. Het toneelstuk dat we in de 21ste eeuw willen zien heeft een veel bredere cast dan alleen de markt. De aarde, samenleving, overheid, commons en huishoudens doen nu allemaal weer mee. Deze benadering zal leiden tot een gebalanceerde economie die veel beter in staat is iedereen te voorzien in hun behoeften dan alleen de markt. Inclusief de aarde zelf.

3. Koester de menselijke aard
De menselijke natuur is veel rijker dan het beeld van de berekende en egoïstische homo economicus. Mensen zijn sociaal, met elkaar verbonden, collaboratief, onze waarden zijn veranderlijk en we zijn afhankelijk van onze levende planeet. Hoe we denken over de menselijke aard, draagt bij aan het vormen hiervan. Dus doen we er goed aan het eenzijdige beeld van mensen als consumenten radicaal bij te stellen. We hebben een nieuw wereldbeeld nodig waarin we meer begrijpen hoe de systemen van onze levende planeet met ons een eenheid vormen, en hoe we die systemen maximaal kunnen ondersteunen. Het portret dat we van onszelf schilderen, bepaalt wie we zullen worden. Het activeren van de juiste waarden in mensen kan een wereld van verschil maken.

4. Begrijp de systemen
De illusie van het perfecte markt equilibrium is met de crash van 2007 als een zeepbel uiteen gespat. Economen en beleidsmakers moeten niet denken dat ze met kleine interventies de markten als vanzelf kunnen laten draaien. Een nieuwe metafoor voor het beroep van econoom is tuinier. Tuiniers laten planten niet groeien, maar creëren de condities waarin planten kunnen bloeien en ze maken keuzes over wat wel en wat niet in de tuin thuishoort. Wees echter bescheiden wanneer je een falende economie wilt herstellen. Probeer de hartslag van het systeem te voelen. Grijp niet te snel in, maar leer eerst de geschiedenis en kijk wat er nog wel werkt. Luister naar wat het systeem ons vertelt en ontdek hoe de kenmerken van het systeem en onze waarden kunnen samengaan om iets veel mooiers voort te brengen dan wat we nu hebben.

5. Ontwerp om te herverdelen
In het huidige economische denken is ongelijkheid geen probleem, want ‘no pain, no gain’. Eerst ontstaat er meer ongelijkheid, dan maakt groei het weer gelijker. Dit blijkt een vals geloof te zijn. Er is geen wet die zegt dat dit altijd zo gaat. En de kans dat ongelijkheid in Westerse landen verder gaat toenemen is groot. Landen met meer ongelijkheid scoren veel hoger op drugsmisbruik, geestelijke gezondheidsproblemen, dropouts op scholen, misdaad en afbraak van de samenleving. De levensverwachting is lager, vrouwen hebben een lagere status en er is weinig vertrouwen. Ongelijkheid raakt niet alleen de hele armen, maar ontwricht de hele samenleving. Kortom, we moeten niet wachten tot groei ongelijkheid reduceert, maar de economie herontwerpen, zodat iedereen boven de sociale ondergrens van de donut komt. De principes die daarbij helpen zijn diversiteit en distributie. Dus niet alleen machtige multinationals die alles beslissen, maar een groot aantal kleine en middelgrote spelers. En we moeten de omslag van shareholder naar stakeholder-denken maken.

6. Creëer om te regenereren
Ons huidige degeneratieve ontwerp gaat uit van nemen, maken, gebruiken, en uiteindelijk weggooien; aan de voorkant van dit proces putten we de natuurlijke bronnen uit en aan de achterkant vervuilen we de aarde met het afval. Ook hier is de gedachte; het moet eerst erger worden voordat we het kunnen oplossen. Maar langer wachten is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven. Dit is niet slechts een item op onze to-do-lijst, maar een hele andere mentaliteit. De natuur ruimt onze rotzooi niet op, daar moeten we zelf voor zorgen. Een goed begin is het zo snel mogelijk terugdringen van onze CO2-uitstoot. Een circulaire economie, waarin we materialen eindeloos leren hergebruiken, is een tweede stap richting de oplossing. Dit kan niet bereikt worden door individuele bedrijven alleen, maar moet gebeuren middels een Open Source Circular Economy (OSCE), maximaal ondersteunt door de overheid.

7. Wees agnostisch over economische groei
In het ontwerpen van een economie is het enige wat telt om binnen de sociale en ecologische grenzen van de donut te komen, ongeacht of de economie groeit, krimpt of stabiel blijft. Gezien onze huidige groeiverslaving kan dit nog een uitdaging worden, maar het is onvermijdelijk. Groei is eindig, dus we moeten een keer afkicken. Maar denk je eens in wat er potentieel mogelijk is in een post-groei samenleving. Persoonlijke ontwikkeling, kunst en cultuur, leren, spiritualiteit, genieten, vrije tijd en morele en sociale vooruitgang. De beroemde econoom John Maynard Keynes zag het al aankomen: “Er komt een dag waarop het economische probleem weer naar de achtergrond verdwijnt waar het hoort. En de arena van het hart en het hoofd kunnen zich weer bezighouden met de problemen die echt tellen, die van het leven, menselijke relaties, gedrag, creatie en religie.”

De vraag voor ontwikkelde economieën is waar ze nu staan in de donut. En of misschien de tijd is aangebroken de onvermijdelijke landing in te zetten…

De opkomst van geld (4)

Door Jeppe Kleijngeld

The Ascent of Money
The Ascent of Money - DVD

Documentaire, 2008
Regie: Adrian Pennick
Script/presentator: Niall Ferguson (gebaseerd op zijn boek)

In de documentaire The Ascent of Money laat professor Niall Ferguson ons zien waar geld vandaan komt. Zie ook Deel 1 – De opkomst van banken, Deel 2 – De opkomst van obligatiemarkten en Deel 3 – De opkomst van aandelenmarkten.

Deel 4 – De opkomst van verzekeren

Een belangrijk aspect van finance is risk. Hoe kunnen we ons verzekeren tegen rampspoed zoals de overstroming in New Orleans? Weinig tot niets, zo blijkt uit deel 4 van The Ascent of Money. De St. Bernard Parochie in New Orleans heeft nog maar de helft van het aantal oorspronkelijke inwoners over omdat huizen niet meer te verzekeren zijn.

Waar komt het idee van verzekeren vandaan? Misschien is het omdat het er altijd slecht weer is, maar het eerste verzekeringsfonds komt uit Schotland. Robert Wallace en Alexander Webster begonnen een verzekeringsplan voor de weduwen van de dominees van de Schotse kerk mocht ze iets overkomen. Ferguson toont oude rekenmodellen die ze gebruikten om uit te rekenen wat hun levensverwachting was, dus hoeveel geld ze nodig hadden. De beschikbare premies investeerden ze succesvol in het bedrijfsleven.

Er waren alleen mensen in de maatschappij voor wie private verzekeringen te duur waren. Ook die mensen hebben geld nodig voor hun pensioen, een minimum inkomen bij ziekte en een bedrag voor hun familie als ze overlijden. De oplossing bleek de welvaartstaat, ook bekend als de verzorgingstaat, die zijn oorspong heeft in Japan. De Japanners gebruikten het alleen om soldaten te werven voor hun oorlogen. Na de verwoesting van de Tweede Wereldoorlog bleek het systeem echter onbetaalbaar toen een derde van de bevolking dakloos was geworden na vernietigende bombardementen van de Amerikanen.

The AoM 4 - De opkomst van verzekeren

De welvaartstaat in Japan werd hervormd tot nationaal vangnet met zaken als gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en sociale zekerheid geregeld door de Staat. Dit ging lange tijd goed en Japan werd een schoolvoorbeeld voor de rijke, geïndustrialiseerde wereld. Echter, het systeem bleek gebaseerd op de hoge economische groeiverwachtingen van het land en die bleken niet uit te komen. Hier komt het fundamentele probleem van verzekeren duidelijk naar voren; de toekomst is zeer onvoorspelbaar. In Japan zorgde de lage economische groei en oplopende vergrijzing ervoor dat het systeem niet meer werkte. Een nog groter probleem was dat de beloningen voor hard werkende mensen werden weggenomen en uitgedeeld aan diegene die onvoldoende bijdroegen. Stagflatie was het resultaat: een zeer traag groeiende productie per hoofd van de bevolking gekoppeld aan oplopende inflatie. In veel Westerse landen gebeurde hetzelfde.

Nobelprijswinnaar Milton Friedman kwam met een oplossing voor de falende welvaartstaat. Hij gebruikte Chili als laboratorium om het pensioenstelsel te hervormen. Werknemers kregen de keuze tussen het staatspensioenfonds of over te schakelen naar een privé pensioenfonds. 80 procent koos voor het laatste en de met elkaar concurrerende fondsen wisten de premies zeer succesvol te investeren in de Chileense economie.

Het laatste onderwerp in dit deel van de documentaire is ‘hedgen’, iets dat weinigen echt begrijpen. Hedgen is een methode om risico’s af te dekken, maar wordt ook vaak gebruikt om winsten te maken. Iedereen kent de verhalen van stinkend rijke hedgefund managers. Hedgen heeft zijn oorspong gek genoeg in de agrarische sector. Boeren spraken van te voren een bodemprijs af voor hun landbouwproducten en afnemers een plafondprijs. Dit verschafte beide partijen zekerheid. Deze vorm van hedgen is vervolgens geëvolueerd tot de complexe beleggingsproducten ‘derivaten’. Een derivaat is een financieel product waarvan de prijs afhankelijk is van de waarde van een gerelateerd onderliggend (financieel) product. Dat kunnen aandelen zijn, of olie, valuta of rente- en kredietproducten. Met een derivaat in bezit heb je een plicht (future) of een recht (optie) om het onderliggende product op een bepaald moment in de toekomst te kopen of verkopen. Topbelegger Warren Buffett noemde derivaten ‘weapons of mass destruction’.

Hedgefund manager Kenneth Griffin (oprichter en CEO van Citadel LLC), wiens salaris in 2007 zo’n 700 miljoen dollar bedroeg, vertelt het geheim van zijn investeringsfirma in het gokken met derivaten. Niks blijft ooit zoals het is en zijn mensen moeten intuïtief weten wat er gaat gebeuren – of niet gebeuren. Wiskundige ondersteuning is belangrijk omdat die aantoont dat je een probleem begrijpt, maar het intuïtieve gevoel is het belangrijkste dat er is voor een hedgefund dat waarde zoekt in het economische systeem.

Dat het speculeren met derivaten en dergelijke producten ook zeer gevaarlijk kan zijn bewijst de ondergang van verzekeraar AIG, die tijdens het hoogtepunt van de kredietcrisis gered moest worden door de Centrale Bank en Amerikaanse overheid. Mensen zijn zich ondertussen weer ‘veilig’ gaan verzekeren tegen slecht weer in de toekomst. In hun huizen. Dit is het onderwerp van het volgende deel van The Ascent of Money.