Margin Call – Fascinerende kijk op ijskoude cultuur van bankenwereld Wall Street

Oliver Stone’s ‘Wall Street‘ uit 1987 krijgt concurrentie als beste business film aller tijden met ‘Margin Call‘. Dat is nogal een bold statement, maar daarom niet minder waar. Een toelichting: ‘Wall Street’ is vooral fantastisch vanwege de rol van Michael Douglas als corporate raider (opkoper) Gordon Gekko. Gekko is zonder twijfel een legendarisch personage, maar zijn handelswijze is een beetje achterhaald. Handelen op de beurs met voorkennis is zo jaren 80′. De corporate schurken van tegenwoordig handelen in bizar complexe gedereguleerde financiële producten die de CEO’s van zakenbanken zelf niet eens volledig begrijpen. Dat is de strekking van ‘Margin Call’.

De film begint aan de vooravond van de grootste crisis ooit. Bij een grote zakenbank vindt een reorganisatie plaats en het grootste deel van de handelaren wordt naar huis gestuurd. Ook hoofd risicomanagement Eric Dale (Stanley Tucci) mag zijn biezen pakken, maar voor zijn vertrek overhandigd hij nog snel een USB-stick aan zijn werknemer Peter Sullivan (Zachary Quinto). Dan openbaart ‘Margin Call’ zich tot onvervalste rampenfilm. Sullivan ontdekt een risicomodel op de USB-stick dat aantoont dat de financiële rommel (gebundelde waardepapieren) die ze op de balans hebben staan heel snel zijn astronomische waarde zal verliezen. Deze waardedaling zal het einde betekenen voor de investeringsbank.

De Raad van Bestuur komt bij elkaar met aan het hoofd de meedogenloze CEO John Tuld (Jeremy Irons). Hij geeft aan dat dit de grote klap wordt voor Wall Street die hij al tijden ziet aankomen (‘de cijfers kloppen al jaren niet meer.’). Omdat hij toch wil blijven voortbestaan met zijn bank, geeft hij hoofd Sales Sam Rogers (Kevin Spacey) de opdracht een bliksemverkoop te organiseren. Hiermee hoopt hij alle rommel van zijn balans te krijgen voordat de concurrentie door heeft wat er aan de hand is…

Het gesprek gaat een beetje langs haar heen...

Het gesprek gaat een beetje langs haar heen…

Alles klopt aan ‘Margin Call’; de ijskoude sfeer van jongens in veel te dure maatpakken die met bijzonder weinig gevoel het Wall Street leven leven. Ze strijken belachelijke bonussen op voor de handel in lucht, smijten het geld ook weer over de balk met veel te dure patserige aankopen en hebben geen enkele binding met de gewone man op de straat (of met elkaar). De film is geschreven en geregisseerd door debutant J.C. Chandor. Zijn script (voor een Oscar genomineerd in 2012) was zo goed dat hij een topcast bij elkaar wist te krijgen die het wilde doen voor veel minder dan hun gebruikelijke gage. De prestaties van de hele cast zijn niet minder dan briljant. Ook de regisseur Chandor maakt indruk. De sfeer is ijzig en het camerawerk registreert subtiel de bankenwereld met al zijn onplezierige onderlagen.

‘Margin Call’ fascineert met een beeld van de financiële sector dat volledig accuraat voelt. De cultuur van deze bank, die prima model kan staan voor één van de bekende vijf (Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers) is giftig, maar voldoet wel steeds aan de spelregels van het kapitalisme. Dat maakt ook dat de grote slechterik van het verhaal eigenlijk niks verweten kan worden. Hij doet waar hij voor is ingehuurd door de aandeelhouders, breekt geen regels en verkoopt de toxic bezittingen aan handelaren als hemzelf. In een kapitalistische visie kun je het hem niet kwalijk nemen dat hij zijn informatievoordeel uitnut. Of dat hij een bonus opstrijkt van 86 miljoen dollar. Nee, het is niet ethisch, maar je kunt er niks aan doen als je het kapitalisme steunt. Verontrustend.

Kortom, ‘Margin Call’ is een waanzinnige en intelligente tijdbom thriller met een zeer intrigerende plot, geweldige dialogen en een cast om van te watertanden. Kijken!

Ommekeer van de tijd

‘Het is heel fundamenteel wat er nu gebeurt.’ Dat zei één van mijn FM.nl columnisten laatst tijdens een trendmeeting 2013. Hij doelde op de economische neergang van het Westen die we momenteel ervaren. De muziek gaat langzamer draaien de komende jaren en daar hebben we afgelopen week een paar duidelijke voortekenen van gezien.

Zo maakte Computable maandag bekend dat ICT-dienstverlener Capgemini 400 duurdere medewerkers heeft gevraagd om een stuk salaris in te leveren. Meer dan 10 procent in sommige gevallen. Een salarisverlaging!!!! Dit was voordat de crisis in 2008 begon werkelijk ondenkbaar. Nu is dit kleine nieuwsbericht mogelijk nog maar het begin van een nieuwe ontwikkeling die we op grote schaal gaan zien. Jarenlang hebben bedrijven te veel salaris betaald, en nu valt de bijl naar beneden.

Het tweede bericht kwam van het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) en stelde dat 45 procent van de Nederlanders moeite heeft rond te komen. Twee à drie jaar geleden was het nog 37 procent. Dus je ziet een toename van het probleem en dat is ook niet gek als je ziet dat de koopkracht maar blijft dalen. Op de koop toe werd vrijdag gemeld dat het einde van de Europese schuldencrisis nog lang niet in zicht is. Er moet afgeboekt worden op Griekse leningen en flink ook.

Is de tijd van de grote ommekeer gekomen?

Is de tijd van de grote ommekeer gekomen?

Als dit het begin van 2013 is, hoe zal de rest van het jaar er dan uit zien? Ik denk dat het niet alleen –weer- een zeer lastig jaar wordt, maar – en dat kwam ook naar voren op de FM.nl trendmeeting – dat we in het Westen serieus rekening moeten houden met een substantieel lager welvaartsniveau. Alle groei zit in Azië. In het Westen is ieder bedrijf aan het terugmanagen. Hetzelfde geld voor de overheid. Consumentenbestedingen liggen op hun gat.

Nu is het allemaal heel relatief. Als je ziet wat Nederlanders met Kerst voor inkopen doen lijkt het mee te vallen met het verlies van inkoopkracht. Echter, een heel klein verlies aan welvaart, voelt als een heel groot verlies. We hebben een zodanig lange tijd economische groei gekend dat het idee van ‘altijd maar meer’ volledig zit ingebakken. Daarom zal er nog een lange periode van slecht nieuws overheen moeten gaan voordat we gewend zijn aan de nieuwe realiteit; dat het ook een beetje minder kan zijn.

We moeten er rekening mee houden dat dit niet zomaar een crisis is die wat langer duurt dan gebruikelijk. Dit is fundamenteel. De grote ommekeer. De wereld zal er nooit meer zo uit zien als hij deed. In de geschiedenisboeken zal naar deze periode gekeken worden als de tijd waarin de economische heerschappij van het Westen ten einde is gekomen. Het is een boeiende tijd om in te leven.