De wereld stopt niet met draaien

Amstelveen, een saaie kantoordag. En moordend heet bovendien. Ik heb net een bak patat weggewerkt en moet weer aan de slag om de schade van afgelopen week in te perken. Week 31 staat nu te boek als minst productieve week van 2013, dus wie weet kan ik daar nog wat aan doen. Daarna racen naar de kinderopvang op Rosa op te halen.

Maar ik moet deze blogpost beginnen met een overlijdensbericht. Onze prachtige Lolita is niet meer. En collega-hen Heksje is ook dood. Nog geen twee maanden na het tragische overlijden van Brave Hendrik is onze kippenclan gereduceerd van 8 naar 5. En het besmettingsgevaar is nog niet geweken.

Op de avond van 29 juli waren Lolita en Heksje niet op komen dagen voor het eten. De volgende dag zat Lolita ’s ochtends wel in het hok, maar veel slomer dan normaal. De andere kippen waren verspreid over het eiland, dus ik dacht dat Heks daar ook wel bij zou zitten. Toen ik ’s avonds terugkwam lag Lolita dood in het hok en vond ik Heksje in de bosjes, aangevreten door de ratten. Volgens de dierenarts duidde mijn beschrijving op een besmettelijke bacterie die de luchtwegen aantast.

Gisteren heb ik een ‘Painted Veil’-stijl epidemiebestrijding uitgevoerd. 3 uur lang schrobben, boenen, de overige kippen inenten en de doden begraven. Nu hopen dat de overige vijf het gaan halen… Zondag weet ik meer…

Slachtoffers van de kippengriep

Slachtoffers

Kippen kunnen wel 13 jaar worden, dus Lolita en Heksje zijn met 3 en 2 niet oud geworden. Ze hebben wel een heerlijk vrij buitenleven gehad, duizend keer beter dan de gemiddelde plofkip. Verdriet voelen we vooral voor Lolita omdat we die als piepkuiken hebben grootgebracht. Het was de tamste kip ter wereld, die zelfs een keer bij Loesje op schoot kwam zitten. Heksje was erg schuw, maar ook een schatje. Ze krijgen een mooi plekje op het dierenkerkhof van het eiland (dat overigens binnenkort niet meer van ons is, maar daarover later meer). Vanuit ons huis kunnen we het plekje zien liggen. We zullen nog vaak terugdenken aan de mooie glanzend bruine Lolita en zwarte Heksje die relaxed over het eiland struinden, zoekende naar een worm of andere kippensnack.

Wat betreft deze week, Jezus christus. Ik was vooral afgeleid door de eeuwige discussie op IMDb over of Tony Soprano dood is. Het antwoord is ‘nee’ (ja, de acteur die hem speelt, James Gandolfini, wel, maar dat terzijde). Verder is het gewoon een typisch geval van een zomerdip. Een professioneel internetredacteur als ik kickt op wekelijks minstens één mooie headline uit eigen hand, maar het tempo ligt nu lager. Net als het aantal lezers trouwens. Maar net als een topsporter kom ik binnenkort wel weer in vorm. Het beste is om hier op een beetje goede oude ‘Dudeism’-manier naar te kijken: ‘I can’t be bothered by that shit… life goes on, man.’

IMG_0283

Memorabele ontmoetingen op het festivalcircuit

Voor Ludo

Kort geleden vierde ik mijn vijfjarig jubileum bij de moderne uitgeverij Alex van Groningen. Vijf jaar. Dat had ik niet verwacht toen ik begon. Maar dat kwam omdat ik eigenlijk geen idee had wat ik carrièretechnisch met mijn leven moest op dat punt. Inmiddels vind ik het vak redacteur het mooiste vak ter wereld. Het onderwerp financieel management is me ook bijzonder gaan fascineren. Schrijven is gewoon gaaf en eigenlijk maakt het me geen moer uit waarover. Als ik maar mensen kan inspireren…

Mijn carrière als redacteur begon in 2006 op het International Film Festival Rotterdam. In de aanloop naar het festival van 2007 moest de filmcatalogus samengesteld worden, en mocht ik internationale filmmakers achter hun reet aanzitten om tijdig hun spullen aan te leveren. Zelf schreef ik vooral biografietjes, maar soms ook filmbeschrijvingen, zoals van een documentaire over Hunter S. Thompson, één van mijn grote inspiratiebronnen. Ik deed toen nog zo’n 8 uur over zo’n tekst van 500 woorden. Inmiddels gaat dat een stukje sneller.

Het Film Festival was eigenlijk een te toffe baan om betaald voor te krijgen. Het was hard werken en je had nauwelijks nog tijd voor wat anders, maar de sfeer was te gek. Tijdens het festival was er na een dag hard werk, altijd ergens een feestje waar ik met collega’s en gasten (filmmakers en journalisten) tot in de vroege uurtjes kon zuipen en dansen. Dan naar de hotelkamer om een paar uur slaap te pakken en weer aan de slag. Het was een onvergetelijke tijd.

Op één van die avondjes in de club Off Corso stond ik aan de bar bier te bestellen en kwam er een bezopen filmmaker naast me staan. We maakten een dronken praatje en hij stelde zich voor: Blue. Wat een naam: Blue – ik vermoed dat zijn ouders veel naar Joni Mitchell luisterden. Het toeval wilde dat ik Blue van naam al kende; hij was de regisseur van de Hunter S. Thompson documentaire waarvan ik de omschrijving had geschreven. Toen ik hem identificeerde als regisseur van Blasted, was hij zeer vereerd en verbaasd. Hij herkende mijn naam niet, omdat die niet onder de beschrijving stond, maar de naam van de programmeur. Ik had als schaduwschrijver gefungeerd, zoals dat heet. Maar geen probleem. Ik had het met liefde gedaan en Blue merkte op – zonder dat hij wist dat ik de tekst had geschreven – dat hij hem erg goed vond. Dat is nog eens een aanmoediging.

Festival Circuit

De rest van de avond heb ik met Blue doorgebracht. En met zijn vrouw die ook een korte film had draaien op het festival. Blue en ik hadden het vooral over Hunter S. Thompson, die hij nooit ontmoet had, maar wel zijn vrouw Anita. Zijn kennis over Hunter was groot en hij kon er boeiend over vertellen. De vrouw van Blue vroeg of ik ook filmmaker wilde worden, maar daar was ik niet meer zo zeker van. Mijn affiniteit met film was duidelijk, maar in het kiezen van je carrière is het belangrijker om te bedenken met welke acties en handelingen je het liefste de hele dag bezig bent. En daar zat het probleem bij ‘films maken’. Het schrijven van een script heb ik verschillende malen geprobeerd en ervaren als deprimerende nachtmerrie. En van gesprekken met de filmmaker Patrick, die ik op het festival had ontmoet, begreep ik dat hij vooral bezig was het vinden van financiering. Hij was toen al 45 en had nog steeds zijn Grote Film niet gemaakt. Het is nu zeven jaar later en daar is nog niets in veranderd. Ik ben blij met de keuzes die ik gemaakt heb.

Aan het einde van de avond kwam ik Ludo tegen, Ludo van der Kraats. Hij was mijn tolk Frans die ik als Q&A coördinator (mijn rol tijdens het festival na het afronden van de catalogus) kon inzetten om de vraag en antwoord gesprekjes met Franse regisseurs te vertalen. Ludo was een vrolijke rebel, een gozer die je nooit vergeet. In een stukje in De Volkskrant stond hij later eens omschreven als ‘filmer, goochelaar, circusartiest, dj, paardentemmer, levend standbeeld, violist op de Dam, barkeeper, bediende in de Tweede Kamer, en vooral een blijmoedige fantast en verhalenverteller, voor wie iedere dag weer een feest is.’ Ik zou het niet beter kunnen zeggen.

Ludo was wel wat moeilijk te hanteren in het werk. Zo kreeg ik een keer een woedend telefoontje van een vertegenwoordiger van de Franse cinema die vertelde dat Ludo in een Q&A gesprek antwoorden verkeerd had vertaald, zodat de Franse regisseur als een paardenlul over kwam. Hij deed me wat dat betreft wel denken aan mijn festivalvriend Henk-Jan die het jaar daarvoor was ontslagen tijdens het Film Festival. Dat is best knap voor een vrijwilliger die in de festivalvideotheek stond. Henk-Jan had toen hij bij V&D werkte eens de vergelijking gemaakt tussen de V&D leiding en Nazi-Duitsland, vanwege hun deelname aan de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen. Het mooie is dat hij voor straf naar de gaarkeuken werd overgeplaatst, waarmee de leiding zijn vergelijking juist kloppend maakte. Prachtig.

Maar goed, door Ludo’s vrij opgevatte invulling van zijn taak als tolk werd het moeilijker hem in te zetten. Ook al had ik geen werk voor hem, hij kwam dagelijks even binnenlopen op het festivalkantoor voor koffie en een praatje. Ik mocht hem ontzettend graag. Hij was 43 toen hij twee maanden na het festival om het leven kwam in Peru. Een hartstilstand. Ik was geschokt. Na het publiceren van deze blog werd ik gebeld door zijn zoon dat een ayahuasca-trip hem fataal was geworden.

Zoals Ludo in het leven iets heel bijzonders had, was zijn dood ook bijzonder. Ludo was een en al positiviteit en ik denk met een dikke glimlach aan hem terug. Net als een hoop anderen uit die tijd overigens. Maar dat heb ik met deze blog weer een plekje gegeven. En dat is nog iets moois van schrijven, je ordent je gedachten en gevoelens. Ik wil nooit meer wat anders doen.

Jeppe Kleijngeld

Documentaire Page One – A Year Inside the New York Times: Unieke kijk op journalistiek in veranderend medialandschap

Het is geen nieuws dat kranten al een tijdje in zwaar weer zitten. Sinds internet is opgekomen als nummer 1 nieuwsbron dalen oplages massaal en gaan de nodige kranten kopje onder. De documentaire ‘Page One – A Year Inside the New York Times‘ neemt ons mee in een krant die nog wel meespeelt. Let op het woordje ‘nog’. Men verwacht dat ook deze krant zal verdwijnen en is gefascineerd door de ondergang van zo’n voornaam instituut als The New York Times.

Page One - New York Times 1

Feit is dat The New York Times in de gevarenzone zit. Volgens hoogleraar Turnaround Management Jan Adriaanse geldt dat voor alle instituten die al honderden jaren meegaan en vaak ‘Koninklijke’ voor hun naam hebben staan. Juist die ondernemingen moeten continu hun bestaansrecht opnieuw bewijzen. Slagen ze daar niet in, dan is een faillissement de enige juiste uitkomst. Het onwrikbare geloof in eigen dominantie en excellentie is voor deze bedrijven de grootste valkuil.

‘Page One’ behandelt vragen die iedere media professional bezig houdt. Hoe kunnen kranten zichzelf blijven bedruipen? Kun je geld vragen voor online content? Wat is de toekomst van de onderzoeksjournalistiek? Ook The New York Times zelf vindt dit interessante thematiek en heeft daarom sinds 2008 een nieuwsredactie in het leven geroepen die het nieuws rond de media zelf volgt. Deze redactie heeft het behoorlijk druk in de huidige tijd, want de ene na de andere krant gaat failliet in de VS.

De vraag is hoe erg het is dat traditionele media ten onder gaan. Nieuwe media goeroes vinden het geen punt. Zij zien in blogs en tweets nieuwe kritische journalistieke vormen. Het specifieke probleem van The Times is de enorme daling in advertentie-inkomsten (30 procent in 2009). ‘Vroeger gaven kranten zichzelf bijna weg, maar verdiende dit terug met advertentie-inkomsten’, stelt de voormalige hoofdredacteur Bill Keller. Niet meer. Monster.com kaapte de banenmarkt weg, Craigslist de kleine advertenties, Ford en GM gingen via eigen kanalen adverteren… ‘Het is een verontrustende tijd’, aldus Keller. ‘Voorspellingen durft niemand meer te volgen, want vorige voorspellingen zaten er steeds naast. Niemand is pessimistisch genoeg geweest.’

De daling in advertentie-inkomsten bij The Times – die naast lezersomzet cruciaal zijn voor het voortbestaan van de krant – ging gepaard met de opkomst van vele nieuwe concurrenten, waardoor The Times zijn autoritieve stem is kwijtgeraakt. Deze omstandigheden hebben van een overgangsfase een revolutie gemaakt. WikiLeaks is zo’n nieuwe concurrent. In plaats van een geheim oorlogsfilmpje bij de krant af te leveren zetten ze het op YouTube waar iedereen het kan vinden. Is dit een goede ontwikkeling? Enerzijds wel omdat in een open samenleving mensen informatie nodig hebben om de juiste beslissingen te kunnen nemen. Anderzijds is in dit betreffende voorbeeld niet het hele verhaal gepubliceerd, maar slechts een stukje. Er zat een agenda achter. Dat gebeurt in de traditionele journalistiek – als het goed is – niet.

Maar volgens enkele bekende bloggers is het misschien wel gevaarlijk dat The New York Times zichzelf als te geloofwaardig beschouwd. Verslaggever Judith Miller kreeg de vrije hand om te schrijven over Saddam Hussein en de productie van massavernietigingswapens in Irak. Het vermoeden dat Irak mogelijk kernwapens produceerde heeft de regering Bush gestimuleerd de tweede Irak oorlog te beginnen. Een zeer pijnlijke fout…

De toekomst van het krantenbedrijf
Eind 2009 moest de New York Times 100 medewerkers uitkopen en ontslaan. Er heerst nu een grafstemming, omdat niemand weet waar het ophoudt. Er zijn in ieder geval genoeg ‘doodwensers’ voor de traditionele kranten die in ‘Page One’ uitgebreid aan het woord komen. Hun argument? Kranten zijn technologiebedrijven, niet meer en niet minder. Media veranderen. Zo simpel is het. Toch heeft de traditionele media een functie, stellen de journalisten, want wie gaat anders professioneel de politiek verslaan? De vraag is waar het geld vandaan moet komen om dat te bekostigen. Een klant die een dollar betaalde voor de papieren krant betaalt nu een cent of minder voor zijn dagelijkse dosis online nieuws. Waar het heen gaat weet niemand, ook niet de kranten executives die ieder denkbaar model hebben overwogen.

Page One - New York Times 3

Het blijft een moeilijk verhaal. De documentaire streept het dilemma extra aan door verslaggevers te tonen die passievol werken aan hun journalistieke verhalen, zoals David Carr – voormalig crackverslaafde en nu columnist op het gebied van media en cultuur – over het faillissement van de Tribune Company. Hoofdredacteur Keller beargumenteerd dat een democratie informatie nodig heeft om te functioneren, en voor een betrouwbare journalistieke functie is geld nodig. De mensen die ‘dood aan traditionele kranten’ schreeuwen, kijken daar vaak overheen.

Momenteel is het hybride model in opkomst. Samenwerkingen tussen oude en nieuwe mediabedrijven. Dat dit prima kan werken toont de samenwerking tussen CNN en Vice Magazine aan. Laatstgenoemde kan (beeld)materiaal leveren waar een mainstream kanaal als CNN moeilijk aan kan komen. Dit soort samenwerkingen zijn essentieel voor kranten als The New York Times, zegt ook Arianna Huffington, oprichter van gratis online krant The Huffington Post. ‘De toekomst ligt elders. Het is een gekoppelde economie met zoekmachines en online adverteren. Het is burgerjournalistiek. Als je daar je weg niet in weet ben je verloren.’

Gaat icoon The New York Times het overleven? Waarschijnlijk wel. Ze hebben alleen nog een flinke transitieslag te maken.

Het maken van een feature

Mensen zijn gek op lijstjes heb ik gemerkt in mijn carrière als webredacteur. Daarom heb ik al een hoop van die dingen geproduceerd. Op FM.nl in de vorm van checklists en op Filmdungeon.com in de vorm van features.

Een ‘feature’ op een website is een speciale redactionele ‘attractie’ die een prominente plaats inneemt. Meestal is het een ranglijst. Voor Filmdungeon.com heb ik recentelijk mijn grootste feature ooit afgeleverd, namelijk:

The Sopranos – 100 Greatest Moments

Dit is een overzicht van de beste, meest memorabele momenten uit de televisieserie The Sopranos. Het was een megaklus in alle opzichten, dus hierbij een kleine waarschuwing; bezint eer ge begint. Een feature levert je doorgaans wel veel meer hits op dan andere redactionele vormen, maar het is ook veel meer werk om te maken als je niet uitkijkt. In onderstaande checklist geef ik de belangrijkste geleerde lessen van mijn recente project en andere checklists die ik gemaakt heb.

1. Denk goed na over de criteria van elke item in het geval van een ranglijst a la The Sopranos. Ik had op een gegeven moment ruim 272 scènes geselecteerd waarvoor een behoorlijk aantal achteraf niet volstonden voor opname in de uiteindelijke lijst. Zonde van het werk.

2. Maak er langlopende projecten van. Als je steeds stukjes toevoegt die je tegenkomt en bedenkt ontstaan er langzaamaan nieuwe features zonder dat je er speciaal tijd voor hoeft te reserveren. Als je voldoende ruw materiaal verzameld hebt, hoef je hem alleen maar te redigeren en klaar.

3. Werk met visueel materiaal; zonder plaatjes is het sneller saai en haken mensen sneller af.

4. Gebruik humor. De website Cracked.com doet dat heel erg goed en ik lees hun features vaak van kop tot staart.

5. Als het een praktische checklist is: gebruik praktijkvoorbeelden. Die blijven veel meer hangen dan meer losstaande tips & tricks.

6. Maak het niet langer dan nodig. Wees dus kritisch in wat je er wel en niet instopt. Nu ben ik zelf misschien niet het beste voorbeeld met oorspronkelijk 200 scènes in mijn Sopranos feature, maar ik heb het wel teruggebracht naar 100. Dat was geen gemakkelijke klus…

7. Zorg voor een heldere, overzichtelijke opmaak.

8. Houd er rekening mee dat het hele proces van het maken van een feature altijd VEEL meer tijd kost dan oorspronkelijk gedacht. Soms kan dit wel oplopen tot twee of drie keer zo veel tijd.

Ik wens je veel succes en plezier. Reken niet op meteen een goed gevoel na afloop; meestal ben je kapot. Mijn Sopranos feature was eerst 20.000 woorden. Dat is een klein boek qua lengte. Maar er komt een tijd dat je er zeker van zult genieten.