Het persoonlijkheidskenmerk dat leidt tot de grootste prestaties

Wat bepaalt of iemand succesvol zal worden? Traditioneel keek men vooral naar natuurlijk talent. Onderzoekster Angela Duckworth ontdekte een veel belangrijker persoonlijkheidskenmerk voor succes.

Het gaat om ‘grit’. In haar boek ‘Grit: The Power of Passion and Perseverance’ beschrijft ze grit als een combinatie van passie en doorzettingsvermogen.

Uitstekende resultaten zijn zelden het directe resultaat van natuurlijk talent, maar volgen uit een complex geheel van ingeslepen gewoonten. Bijvoorbeeld; een Olympisch zwemmer die een gouden medaille wint, heeft een hele geschiedenis van talloze uren oefening, coaching en wedstrijden achter zich. Maar wij zien alleen dat ene moment. Natuurlijk kan niet iedereen een Michael Phelps worden, maar het instapmoment ligt waarschijnlijk veel lager dan we denken.

Oefening baart kunst. Wanneer je een nieuwe vaardigheid gaat oefenen ontstaan er nieuwe verbindingen in de hersenen. Hoe meer je oefent, hoe dieper deze etsen in het centrale zenuwstelsel worden. Er ontstaan langzaam maar zeker gespecialiseerde zenuwbanen voor alle vaardigheden waar je veel aandacht aan besteedt. Stel je zo’n zenuwbaan voor als een paadje in je hersenen. Eerst is het piepklein zandweggetje en na verloop van tijd een zesbaanssnelweg. De vaardigheid is je tweede natuur geworden. En voor welke vaardigheden ben je bereid zoveel tijd op te offeren? De vaardigheden waar je een passie voor hebt. Denk aan je grootste passie en je voelt de energie door je lichaam stromen. Je vindt het niet erg vroeg op te staan voor die passie. Wanneer je hier dagelijks mee aan de slag kunt heb je je roeping gevonden.

Is natuurlijk talent helemaal niet belangrijk? Tuurlijk wel. Neem bijvoorbeeld The Beatles, die zijn van nature al erg muzikaal. Maar ze hebben ook erg veel geoefend. Toen ze nog The Quarrymen heten werden The Beatles geselecteerd voor een clubtour in Hamburg. Daar speelden ze avond aan avond wel acht uur achter elkaar. Dit dwong ze een enorm repertoire op te bouwen en zich te bekwamen in live optreden. Er was na deze periode geen band te vinden die beter op elkaar ingespeeld was én die een groter uithoudingsvermogen had.

De kans om zoveel te oefenen is onbetaalbaar, ervoer ook Bill Gates die op de enige universiteit ter wereld terecht kwam waar hij bijna onbeperkt kon oefenen in programmeren (computers – die toen nog een hele kamer in beslag namen – waren zeer schaars).

Volgens Duckworth zijn veel mensen geobsedeerd door natuurlijk talent. En dus filteren we de inspanning eruit die iemand voor een topprestatie heeft geleverd. Terwijl het juist die inspanning is die dubbel telt. Na ruim tien jaar onderzoek is dit de formule die Duckworth ontwikkelde om van talent naar prestatie te komen:

Talent X Inspanning = Vaardigheid

Vaardigheid X Inspanning = Prestatie

In deze formule staat talent voor hoe snel je vaardigheden kunt verbeteren als je ergens moeite voor doet. Presteren gebeurt wanneer je dat talent omzet in de ontwikkeling van vaardigheden en die gebruikt om consequent naar een hoger doel toe te werken. En dat vergt doorzettingsvermogen. De 10.000 uur regel – de tijd die je nodig hebt om meesterschap te bereiken in een vak – is een bekend gegeven. Jobhoppers die steeds nieuwe opdrachten aangaan die weer andere vaardigheden vergen, bereiken nooit die 10.000 uur en zijn dan ook niet gritty.

In de geschiedenis zijn talloze voorbeelden te vinden van veronderstelde genieën die eigenlijk door grit hun prestaties hebben geleverd. In zijn boek ‘Mastery’ (meesterschap) rekent Robert Greene af met het idee van ‘genieën’. Volgens zijn uitgewerkte theorie – gebaseerd om neuro- en cognitieve wetenschap en talloze biografieën van uitblinkers – zijn bijzonder bekwame mensen, zoals Mozart, Da Vinci en Darwin, zo goed geworden omdat ze hun roeping hadden gevonden en in de gelegenheid kwamen om heel veel te oefenen. In het bereiken van meesterschap volgden zij allemaal hetzelfde pad, betoogt Greene.

Het goede nieuws is dat grit ontwikkeld kan worden. Vind je passie, ga belachelijk veel oefenen en geeft niet op. Dan komen die topprestaties (bijna) vanzelf.

Advertenties

Lessen in scenarioschrijven #4 – De mindset

Lees ook:
Lessen in scenarioschrijven #1 – De basis
Lessen in scenarioschrijven #2 – Inspiratie
Lessen in scenarioschrijven #3 – Gebruik van symboliek

We sluiten de serie over scenarioschrijven af met het mentale proces van schrijven. Zoals ik al schreef in de eerste les; een goed script schrijven is moeilijk, heel moeilijk. Tenzij je een natuurtalent bent, zoals Quentin Tarantino die naar verluidt het script van ‘Reservoir Dogs’ in drie weken afrondde, kost het jou waarschijnlijk jaren van je leven. Waarmee ik niet wil zeggen dat QT geen harde werker is. Hij steekt waarschijnlijk meer tijd in zijn obsessie film dan wie dan ook.

Als je klaar bent om deze missie aan te gaan, met alle pijn en frustratie die het je waarschijnlijk gaat kosten, neem dan deze zeven laatste tips ter harte…

1. Stop je ziel erin
“Creation by its very definition is a reflection of some aspect of the creator’s soul.”
—Kurt Vonnegut (denk ik)

Je kunt nog zo goed de structuur op orde hebben, de karakters hebben uitgewerkt en boeiende plotwendingen bedacht hebben, zonder intensiteit zul je niet in staat zijn een deel van jezelf in het script te leggen. Emotie is belangrijker dan wat dan ook. Denk aan de beste speech die je ooit gehoord heb of het beste muzikale optreden. Wat maakte die zo goed? Dat de uitvoerder je diep wist te raken; het kwam uit zijn/haar hart. Zoek die intensiteit op om de spark te vinden die je script écht doet werken. Zie het schrijven van een scenario als een performance. Dat is het namelijk.

George Lucas: “I think that anyone who goes to the movies loves to have an emotional experience. It’s basic – whether you’re seven, seventeen or seventy. The more intense the experience, the more successful the film.”

2. Train je hersenen
“Do not think that what is hard for you to master is humanly impossible; and if it is humanly possible, consider it to be within your reach.”
—Marcus Aurelius

Hoe meer tijd je in een schrijfproject steekt, hoe meer zenuwbanen in je brein je aanmaakt en traint die gespecialiseerd zijn in het schrijven van jouw script. In het boek ‘Mastery’ rekent auteur Robert Greene af met het idee van ‘genieën’. Volgens zijn uitgewerkte theorie over meesterschap – gebaseerd op neuro- en cognitieve wetenschap en talloze biografieën van uitblinkers – zijn bijzonder bekwame mensen, zoals Mozart, Da Vinci en Darwin, zo goed geworden omdat ze hun roeping hadden gevonden en in de gelegenheid kwamen om heel veel te oefenen. In het bereiken van meesterschap volgden zij allemaal hetzelfde pad, betoogt Greene.

Wat mensen onderscheidt van dieren is het vermogen om tijd in ons voordeel om te buigen. Om vaardigheden te bekwamen, zodat het uiteindelijke resultaat veel beter is dan wanneer we direct actie zouden ondernemen. Meesterschap begin altijd bij passie. Stel vervolgens leren centraal. Kies altijd de plek waar je het meeste kunt leren en ga nooit voor het geld. Greene adviseert verder om multidisciplinair te leren, zoals bijvoorbeeld Leonardo Da Vinci deed. Hij verdiepte zich niet alleen in schilderkunst en beeldhouwen, maar ook in architectuur, scheikunde en natuurkunde. De kennis die hij opdeed in het ene gebied versterkte hem weer in de andere gebieden. Vervolgens: Oefenen, oefenen, oefenen. 10.000 uur is het magische getal. Wanneer je zolang oefent bereik je meesterschap in een vaardigheid.

Onze hersenen vermijden het liefste onprettige prikkels, maar doorzetten leidt tot beheersing van de skill. Leg niet de gangbare leerweg af, maar creëer de eigen leerroute. De beloning die je krijgt als je door de onprettige fase heen komt is vaardigheid. Om meesterschap te bereiken, beargumenteert Greene, moet je een beetje een masochist worden.

3. Ken de wereld die je creëert door en door
“It’s not that I’m smarter. I just spend more time on a problem than anyone else.”
—Albert Einstein

Als scenarioschrijver ben je een architect. Je bent een kathedraal aan het bouwen: de karakters, de hoofdstukken, de thema’s, het zijn allemaal onderdelen van de fundering en die moet ijzersterk zijn. Tijdens de constructies kom je duizenden kleine problemen tegen; welk materiaal ga ik hier gebruiken? Hoe zorg ik dat deze pilaar niet instort? Moet hier wel of geen raam komen? Je passie voor het verhaal moet wel reusachtig zijn om hier niet gek van te worden.

Je kunt alleen slagen als je aan elk stukje aandacht besteedt. Kennis van de wereld die je aan het ‘bouwen’ bent is cruciaal. Of je verhaal nou fictie of non-fictie is maakt niet uit, het moet écht worden; alsof het allemaal echt heeft plaatsgevonden. De beste schrijvers zijn geobsedeerd de wereld die ze aan het construeren zijn en kennen alle details. J.R.R. Tolkien kon je waarschijnlijk vertellen in welk jaar Gandalf voor het eerst haar op zijn ballen kreeg. Je vertelt een geschiedenis; behandel het ook zo.

4. Denk na over het verkoopproces
Het doel van een script schrijven is uiteindelijk om het te verkopen of zelf te ontwikkelen tot film als regisseur. In beide gevallen heb je een producent nodig. In het eerste geval verkoop je alleen je script, en in het tweede geval verkoop je ook jezelf erbij. Dit is iets om heel goed te overwegen: ben jij de juiste persoon om de klus als regisseur te klaren? Waaruit blijkt dat? Een producent wil dat weten. De eerste gouden regel voor succesvolle investeerders is: wat heeft deze persoon in het verleden gedaan waaruit ik kan opmaken dat hij nu weer een fantastische job gaat doen? Ook Tarantino had al van alles gedaan voor hij financiering kreeg voor ‘Reservoir Dogs’.


My Best Friend’s Birthday’: Stiekem de eerste film die Tarantino maakte.

Ikzelf heb besloten mijn script (als het ooit af komt) te willen verkopen aan Hollywood. Ik vind mezelf niet geschikt als regisseur, al zou ik wel betrokken willen zijn als bijvoorbeeld adviseur of uitvoerend producent en een piepklein rolletje willen spelen. Maar dit is geen absolute voorwaarde; ik zou het ook verkopen zonder mezelf erbij. Met de opbrengst zou ik me terugtrekken in een klein huisje in het bos en meer scripts gaan schrijven….

5. Denk na over de rol van toeval
Dat terugtrekken is direct een probleem als ik wil slagen in mijn missie. Schrijver-filosoof Nassim Nicholas Taleb (van o.a. ‘Misleid door toeval’) heeft een diep begrip over de rol die toeval speelt in onze levens. En die rol is veel groter dan veel mensen denken. De meeste acteurs en scenarioschrijvers in Hollywood werken als ober of serveerster. We hebben de neiging het succes van geslaagde mensen te verklaren door de keuzes die ze gemaakt hebben, maar we negeren alle mislukte ondernemers die precies dezelfde keuzes maakten en even hard werkten. Oftewel, we negeren de rol die geluk heeft gespeeld. Is er niks wat je kunt doen om je kansen op geluk te vergroten? Zeker wel, ontmoet mensen. Ga op de plaatsen wonen waar het gebeurt (ik zou naar L.A. moeten verkassen). Waar woont Tarantino? In Los Angeles. Waar had hij anders per toeval de producent van zijn echte regiedebuut ontmoet kunnen hebben?


Lees hier meer over kansen op Zwarte Zwanen.

6. Verplaats je in de lezers van je script
Stel je voor wat een producent zou denken en ervaren als hij jouw script zou lezen. Zou hij verder komen dan de eerste pagina of al snel denken; amateur night? Ik weet nog dat ik van mijn vader het gepubliceerde script van ‘Pulp Fiction’ kreeg voor de film uitkwam en het in één avond uitlas. Bij veel amateurscripts die ik heb gelezen, was mijn aandacht al na drie zinnen ergens anders. Als je indruk wilt maken met je script neem dan ‘Reservoir Dogs’ als benchmark. Het scenario van de misdaad klassieker belandde via via bij Harvey Keitel die zichzelf als acteur en producent aan het project verbond, zodat Tarantino en kompaan Lawrence Bender 1,5 miljoen dollar konden ophalen voor de productie. Zou Harvey Keitel dat ook hebben gedaan na het lezen van jouw scenario?

Beeld je in dat anderen je script lezen: producenten, acteurs, regisseurs. Probeer je dit echt zintuiglijk voor te stellen. Wat denken ze, voelen ze, ervaren ze? Doet het ze überhaupt iets met ze? Wat je wilt dat ze ervaren:
– Producent: Dit wordt de grootste hit van mijn carrière!
– Acteur: Wat een geweldige personages zitten hierin; ik zou ze allemaal wel willen spelen.
– Regisseur: Ik zie deze scène helemaal voor me…

In onderstaand citaat kruipen we in het hoofd van Ewan McGregor:
“There’s many different factors in films. The script, I always believe, is the foundation of everything. And if you don’t connect to that foundation, if you don’t believe in that and feel that you wanna spend three, four months of your life exploring it, then all of the other elements are secondary. But if you’ve got a great foundation in the script, and you like the story… Sometimes it’s the story, sometimes it’s the atmosphere in the script, the world that you’re gonna create. There’s many different things that hook you in, and then, on top of that, you have who’s directing, who are the other actors, who’s lighting-those creative elements that come in. Everyone’s tied to the script. I think the script is the key. Regardless of how great everybody else is working on a film, if you’re working on a script that you don’t think is great, you’re not gonna be able to make a great film. Whereas if the script is great, then you can.”

7. Committeer je aan het pad, niet de uitkomst
“I was a kid working at a local newspaper. I loved the novel ‘the Lord of the Rings’ and hoped that somebody would make a film out of it someday.”
—Peter Jackson

De laatste tip: Als je echt gepassioneerd bent hiervoor, jaag het doel dan na, maar laat de uitkomst los. Het leven pakt toch anders uit dan je verwacht. Committeer je aan het pad. Fantaseren over de toekomst kan af en toe geen kwaad, maar de dagelijkse realiteit is anders. Je hebt niet elke dag zin om te schrijven, maar het proces vereist dat je elke dag iets van vooruitgang boekt. Als je gecommitteerd bent aan het pad, dan vind je het niet erg om honderden of zelfs duizenden uren ergens in te steken zonder de zekerheid dat je ervoor beloond gaat worden.

Denk aan Mike (Matt Damon) in ‘Rounders’. Hij studeert rechten, maar in zijn hart wil hij professioneel pokerspeler worden. Op het einde van de film heeft hij definitief zijn keuze gemaakt om zijn passie te gaan najagen. Hij stapt in de taxi en rijdt weg richting vliegveld, op naar het wereldkampioenschap poker in Las Vegas. Staat zijn naam op de prijzenpot van 1 miljoen dollar? Hij weet het niet, maar hij gaat erachter komen. Hij is gecommitteerd aan het pad, niet de uitkomst.

Bedankt voor het lezen van mijn artikelenreeks over scenarioschrijven. Hopelijk heb je de nodige inspiratie opgedaan. Ik wens je veel succes en geluk bij het najagen van je dromen.

Geld verdienen in de journalistiek

‘In de journalistiek valt geen reet meer te verdienen’, is een stelling die ik regelmatig hoor. Men stelt vaak dit dat komt door de komst van internet, maar ik vraag me af of het ooit anders in geweest. De meeste schrijvers/journalisten zijn nu eenmaal arme sloebers, of ze nu werken voor kranten, bladen, of proberen eigen werk (boeken) te slijten. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met een biografisch stuk over Hunter S. Thompson, een briljant schrijver, maar ook hij had grote moeite om zijn eerste boeken gepubliceerd te krijgen. Ook later in zijn carrière, toen hij een gevestigd auteur was, had hij nog te maken met gebrek aan funding. De meeste uitgevers zijn ook vaak ondernemingen die grote moeite hebben overeind te blijven. Ze hopen een bestseller uit te brengen waarmee ze hun verliesgevende projecten kunnen financieren.

Traditioneel, zijn er twee manieren om geld te verdienen aan content; adverteerders die zich willen associëren met de titel en/of de inhoud en gebruikers die willen betalen voor het consumeren van de content. In deze nieuwe tijd is er wel wat veranderd aan het uitgavenpatroon van beide groepen. Mijn stelling is dat er met het juiste model nog altijd wat te verdienen valt. Laten we hier naar kijken…

Het bedrijf waar ik momenteel voor werk – Alex van Groningen – is geen traditioneel mediabedrijf, maar de mediatak is er later bijgekomen. Het bedrijf richt zich op financiële professionals (CFO’s, controllers, finance managers, fusie & overname specialisten) met trainingen en communities (o.a. congressen, award shows & netwerkborrels). In het aanbieden van communities is Alex van Groningen een absolute voorloper.

De jaarlijkse CFO Day

De jaarlijkse CFO Day

Het doel van het opzetten van de mediatak (CxO Media) was tweeledig. Ten eerste is het bedrijf een echte ‘bereikboer’, die miljoenen folders het land in stuurt om voldoende klanten te werven voor de trainingen en opleidingen. Voor een dergelijk bedrijf is een eigen distributiekanaal natuurlijk fantastisch voor de promotie van activiteiten die het bedrijf organiseert.

Het tweede doel was het genereren van directe inkomsten, enerzijds via adverteerders en voor sommige bladen via betalende abonnees. Een goed model, maar in de huidige tijd zijn er twee problemen mee. 1.) Lezers willen het type vakcontent dat in de bladen te vinden is gratis kunnen lezen via internet of print (cc distributie). 2.) Advertentie-inkomsten lopen terug. Deels door de crisis, maar het is duidelijk dat ook de voorkeuren van adverteerders veranderen.

De onderneming heeft een mooie oplossing gevonden voor deze uitdagingen. Via het aanbieden van een lidmaatschap van verschillende communities (CFO Association, FM Club & M&A Community), betaal je als ‘gebruiker’ niet langer voor puur het ontvangen van de bladen, maar om aanwezig te mogen zijn op clubevents en netwerkborrels. Hetzelfde geldt voor adverteerders die nu als gastheer op de borrels kunnen zijn en direct leden van hun doelgroep kunnen ontmoeten. Niet langer plat adverteren dus, maar netwerken.

Adverteerders zijn bereid hier voor te betalen en gebruikers ook. Alex van Groningen kon dit model relatief makkelijk implementeren omdat het bedrijf reeds actief was in de community business. Wat nieuw is, is het betaalde lidmaatschap. Eerst konden leden van de doelgroep al gratis komen op grote gesponsorde evenementen zoals CFO Day. Dat kan nog steeds, maar nu zijn er vele netwerkborrels bij gekomen en het kost contributie om hier aanwezig te mogen zijn. Dit model – het koppelen van een titel aan een club of community – kan kleine vakuitgevers in leven houden, maar ook kranten zouden er hun voordeel mee kunnen doen.

Dan is er nog de vraag of mensen bereid zijn te betalen puur voor content. Ik denk voor sommige vormen wel. Ik ben momenteel bezig met een uitgebreide feature over James Bond, bestaande uit lijstjes met de beste Bond-slechteriken, Bond Girls, gadgets, voortuigen, et cetera. Precies het type content dat in bakken gratis op het internet te vinden is. Net als mijn Hunter S. Thompson serie typische Wiki-content is, waar je geen rooie cent mee kan verdienen. Maar dat maakt niet uit, want ik doe het uit passie. Aanbieders van deze typen content, zoals veel bladen, moeten serieus gaan nadenken over hoe ze kunnen concurreren met alle gratis aanbieders die op het internet te vinden zijn.

Afgelopen week las ik op de website van Het Financieele Dagblad over een nieuwe uitgeverij genaamd Forfor. Deze uitgeverij geeft tientallen bestaande journalistieke werken opnieuw uit, maar dan digitaal, als e-boek, voor een prijs van 4,99 euro. Fosfor heeft op dit moment zestig eerder verschenen, maar niet meer leverbare journalistieke werken in zijn fonds. De uitgeverij denkt daarmee ook een lezersgroep te kunnen interesseren die nu niet wordt bereikt: jongere consumenten die de klassieke werken niet kennen en weinig boeken op papier lezen. ‘Deze zogenoemde digital natives zijn opgegroeid met digitale technologie’, aldus medeoprichter Evert Nieuwenhuis. ‘Er wordt wel beweerd dat zij niet voor digitale content willen betalen, maar het blijkt dat ze daartoe wel degelijk bereid zijn als je ze bedient, zoals ze gewend zijn om te worden bediend.’

Ik denk dat hij helemaal gelijk heeft. Neem Hunter S. Thompson, ik zou er veel geld voor willen betalen om de e-versie te downloaden van de twee edities van Rolling Stone Magazine uit 1971, waarin zijn meesterwerk Fear and Loathing in Las Vegas te lezen is. Maar toegang tot het archief hebben alleen abonnees van het blad. Daarnaast moet je voor de iPad zelfs een apart lidmaatschap nemen, zelf als je abonnee bent van het geprinte magazine. Gemiste kans voor Rolling Stone.

Rolling Stone Magazine

Conclusie: er valt nog wel degelijk geld te verdienen met journalistiek alleen de vorm vereist de nodige aanpassing. Zowel adverteerders als gebruikers hebben andere voorkeuren. Bedien ze zoals ze dat fijn vinden en je kunt ook in deze tijd succesvol zijn als uitgever en journalist.