LENNONYC

Wat is er na The Beatles? Deze documentaire beantwoordt deze vraag voor ex-Beatle John Lennon. Het antwoord: New York City waar John na het uit elkaar gaan van The Beatles in 1969 ging wonen met zijn vrouw Yoko Ono.

John dook hier al weer snel de studio’s waar hij een aantal bijzondere muzikale prestaties afleverde. Iedereen kent het fabuleuze ‘Imagine’, maar hij schreef ook liedjes als ‘Woman is the Nigger of the World’ over de positie van vrouwen in die tijd (en die wat mij betreft nog steeds belabberd is).

Ook sloten hij en Ono zich aan bij de activistenbeweging die was opgestaan tegen de oorlogszuchtige regeringen van die tijd.

Toen Lennon en Ono ‘John Sinclair’ speelde voor een jongen die tot tien jaar cel was veroordeeld voor het bezit van twee joints werd Sinclair vrijgelaten. Toen wisten de activisten het zeker: John Lennon moeten we in ons kamp hebben. Hij kan miljoenen mensen bereiken. Ze wilden wereldvrede en dachten dit te kunnen bereiken. Alles leek toen mogelijk.

Maar Richard Nixon wilde de ex-Beatle het land uithebben en daarvoor gebruikte hij een oude veroordeling voor hasj-bezit. De strategie die John hanteerde om in de VS te blijven was het geven van benefietconcerten.

Toen Nixon werd herkozen in 1972 ging Lennon in de depressieve bui die daarop volgde vreemd. Ono kickte hem er toen uit en John ging naar L.A. waar hij met een groep vrienden, zoals Keith Moon en Harry Nilsson, van het leven genoot. Ook Ringo Starr en Paul McCartney kwamen langs en ze waren weer vrienden als vanouds.

Maar John leverde nog steeds gevechten tegen zijn eigen demonen. Hij dronk veel en gebruikte veel drugs en de reden daarvoor was, volgens zijn vrienden, dat hij diep van binnen niet gelukkig was.

Hij schreef ook in zijn tijd in L.A. mooie muziek met het album ‘Mind Games’ als hoogtepunt. In 1973, na ‘Mind Games’ begon hij met beroemd producer Phil Spector aan een rock & roll album. De opnamen werden een gekkenhuis met 28 doorgedraaide muzikanten. John dronk steeds meer en kreeg ruzie met Spector. Een vriend van hem belde Yoko Ono en zei; ‘je moet komen. Hij drinkt zich dood.’

Maar Yoko kwam niet en John bleef drinken. Steeds als hij heel dronken werd riep hij Yoko’s naam. “Ik had iemand nodig die van me hield”, aldus Lennon die op jonge leeftijd zijn moeder Julia verloor. In deze dronken periode werd hij één keer bijna door een menigte opgezwollen. Twee vrienden konden hem nog net op tijd in een auto gooien.

Uiteindelijk keerde hij toch terug in New York, waar hij een song deed met Elton John samen. Het werd een nummer 1 hit. (‘Whatever Gets You Thru the Night’). Vervolgens trad Lennon op als gastartiest bij een concert van Elton John (zijn laatste live optreden) en kreeg hij de grootste ovatie die misschien wel ooit iemand gehad heeft. “Het leek op een aardbeving”, aldus Elton John. En toen kwam hij weer bij Yoko Ono terug…

Kort daarop gebeurde twee fijne dingen in zijn leven; hij kreeg een verblijfsvergunning en een zoontje Sean. Hij besloot het rustiger aan te gaan doen. In de woorden van Ono: “Hij had de hele wereld afgereisd en vond dat hij nu met pensioen kon gaan en een lieve papa kon worden.”

In 1980 – hét jaar – werkte hij met Ono samen aan de ‘Double Fantasy’ sessies. Hij zong hierin hoe hij zich echt voelde en het was dit keer geen drugs en rock & roll meer. John Lennon was een oprecht artiest. Hij was altijd eerlijk, soms op het botte af. Ook nu zijn leven minder rock & roll was durfde hij dat te uiten. Hij was terug bij zijn vrouw, had een kind en alles was goed…

Fear and Loathing in Las Vegas: De ultieme trip van de jaren 70′

Door Jeppe Kleijngeld

‘Uppers are no longer stylish. Methedrine is almost as rare, on the 1971 market, as pure acid or DMT. ‘Consciousness Expansion’ went out with LBJ (Lyndon B. Johnson, red.). . . and it is worth noting, historically, that downers came in with Nixon.’
– Fear and Loathing in Las Vegas: A Savage Journey to the Heart of the American Dream (1971)

Deze must-read klassieker wordt wel samen met ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail ‘72‘ beschouwd als Gonzo journalist Hunter S. Thompson’s meesterwerk (het is mijn favoriete boek aller tijden). Beide boeken schreef hij in zijn hoogtijdagen begin jaren 70′, een bijzondere, vreemde en bewogen periode waarin Thompson’s creativiteit en talent tot geniale wasdom kwam.

‘We were somewhere around Barstow on the edge of the desert when the drugs began to take hold.’ Dit zijn de beruchte eerste woorden van deze literaire sensatie die veel weg heeft van een op hol geslagen hersenspinsel van Thompson. Zo omschrijft hij het een jaar later dan ook (min of meer) zelf op in ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail 72’. ‘I have a bad tendency to rush off on mad tangents and pursue them for fifty of sixty pages that get so out of control that I end up burning them, for my own good. One of the few exceptions to this rule occurred very recently, when I slipped up and let about two hundred pages go into print… ‘ Hiermee doelt Thompson op de oorspronkelijke tweedelige publicatie van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ in Rolling Stone Magazine op 11 en 25 november 1971.

Ter inspiratie van het Fear and Loathing manuscript gebruikte Thompson twee tripjes naar Las Vegas met goede vriend Oscar Zeta Acosta. Deze latino-activist vormde de basis voor het centrale personage Dr. Gonzo. Het werd een krankzinnig, met drugs en ether doordrenkt verhaal, dat als metafoor diende voor Amerika’s ‘Season in Hell’. De vredige jaren 60′ waren voor veel Amerikanen, waaronder Thompson, geëindigd in een complete depressie. Nixon was gekozen tot president en de volledig uit de klauwen gelopen Vietnam oorlog eiste steeds meer slachtoffers.

‘Fear and Loathing in Las Vegas’ vertelt het verhaal van de heilige missie van twee vrienden, de freak journalist Raoul Duke en zijn psychopathische advocaat Dr. Gonzo, om de Amerikaanse droom te vinden. Als die überhaupt nog bestond. Ze trekken naar Las Vegas (het zenuwcentrum van de Amerikaanse droom) om een woestijnrace te verslaan, maar al snel verlaten ze het werk en maken ze een serie bizarre en beangstigende trips mee. Daarbij trashen ze hotelkamers, komen ze in extreem angstaanjagende en paranoïde situaties terecht, hebben ze bizarre aanvaringen met representanten van de lokale gemeenschap en moeten ze elkaar behoeden voor totale zelfvernietiging.

De Britse cartoonist Ralph Steadman maakte de geniale tekeningen bij het boek

De Britse cartoonist Ralph Steadman maakte de geniale tekeningen bij het boek.

Het is een van de grappigste boeken ooit geschreven. Thompson’s gestoorde en paranoïde gedachtegangen zijn zo hilarisch dat ik het boek vaak moest wegleggen omdat ik te hard moest lachen. Vooral (voormalig) drugsgebruikers zullen zich goed kunnen verplaatsen in Thompson’s waanzinnige observaties en belevenissen. ‘By the time I got to the terminal I was pouring sweat. But nothing abnormal. I tend to sweat heavily in warm climates. My clothes are soaking wet from dawn to dusk. This worried me at first, but when I went to a doctor and described my normal daily intake of booze, drugs and poison he told me to come back when the sweating stopped.’

Bij het herlezen van het boek, vroeg ik me wederom af hoeveel van het verhaal echt is en hoeveel verzonnen. Het antwoord staat (min of meer) in ‘The Great Shark Hunt’, een verzameling eerder gepubliceerd werk van Thompson uitgegeven in 1979. Zoals bij vele klassieke verhalen is de ontstaansgeschiedenis van Fear and Loathing een interessant verhaal op zichzelf. Thompson werkte in deze turbulente dagen van de Amerikaanse geschiedenis aan een artikelenreeks over Ruben Salazar, een Mexicaans-Amerikaanse journalist die naar verluidt was vermoord door een Los Angeles hulpsheriff tijdens een anti-Vietnam demonstratie.

Een van de belangrijkste bronnen van het verhaal was Acosta, maar Thompson kon nauwelijks met hem praten omdat diens militante volgelingen geen blanken dulden in hun omgeving, of die van hun leider. Thompson en Acosta besloten naar Las Vegas te gaan waar Thompson de opdracht had om een verhaal te schrijven over de Mint 400 woestijnrace. Hier konden ze ontspannen praten over de kwestie Salazar. Wat volgde staat allemaal in het boek… Met de nodige toegevoegde waanzin uiteraard.

In het artikel over Fear and Loathing in ‘The Great Shark Hunt’ beschrijft Thompson dit boek als een mislukt experiment in Gonzo Journalistiek. Zijn idee was een notitieblok te kopen en daarin alles op te nemen zoals het gebeurde. Vervolgende wilde hij het notitieblok insturen voor publicatie, zonder enige aanpassing of opmaking. Het oog en de geest van de journalist zouden zo functioneren als de camera. Maar dit is verdomd moeilijk, stelt Thompson. Dus werd het een ander soort verhaal als hij oorspronkelijk in gedachten had.

Het magazine Sport Illustrated, waarvoor hij het Mint 400 verhaal zou schrijven, wezen het manuscript af en weigerden Thompson zijn onkosten te vergoeden. Na het vertrek van Acosta uit Vegas zat Thompson daar met een hotelschuld die hij niet kon betalen. Hij vluchtte uit Nevada en dook onder in Arcadia, nabij Los Angeles. In een week van slapen en schrijven tekende hij het Salazar verhaal op. Maar elke avond rond middernacht werkte hij ter ontspanning een paar uurtjes aan het ‘gestoorde’ Las Vegas verhaal.

Toen hij weer in San Francisco kwam bij het hoofdkwartier van Rolling Stone Magazine om het Salazar verhaal door te lopen, nam uitgever Jann Wenner het Vegas manuscript, dat inmiddels 5.000 woorden omvatte, serieus als losstaande publicatie. Thompson kreeg een publicatiedatum en geld om er verder aan te werken. Het eindresultaat kan ik onmogelijk beter omschrijven dan Thompson zelf; ‘Fear and Loathing in Las Vegas will have to be chalked off as a frenzied experiment, a fine idea that went crazy about halfway through… a victim of its own conceptual schizophrenia, caught & finally crippled in that vain, academic limbo between ‘journalism’ & ‘fiction’. And then hoist on its own petard of multiple felonies and enough flat-out crime to put anybody who’d admit to this kind of stinking behavior in the Nevada State Prison until 1984.’

In de oorspronkelijke publicatie in Rolling Stone Magazine stond ‘geschreven door Raoul Duke’. Thompson was bang in de problemen te raken als hij onder zijn eigen naam zou publiceren, omdat hij zichzelf in het verhaal toch afschildert als dronken, hallucinerende crimineel. Toen het boek uitkwam in 1971 waren de kritieken wisselend, maar er waren veel critici die het werk herkende als belangrijke Amerikaanse literatuur. Daarnaast werd het boek een groot cult succes. ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ grijpt perfect de zeitgeist van de periode na de jaren 60’ en veel fans voelden zich hierdoor aangetrokken.

In 1996 kwam er een audioboek versie uit van Margaritaville Records and Island Records om het 25 jarige bestaan van het boek te vieren. De stemmen werden verzorgd door Harry Dean Stanton (verteller/Hunter S. Thompson), Jim Jarmusch (Raoul Duke) en Maury Chaykin (Dr. Gonzo). Misschien komt omdat ik de film vaak gezien hebt met de briljante optredens van Johnny Depp en Benicio Del Toro, maar ik vond het een erg slechte audio adaptatie. De stemmen kloppen niet bij de karakters die verbeeld worden en de acteurs lijken zich niet echt in te leven in de teksten.

Het boek was ook voorbestemd om ooit verfilmd te worden. Dit duurde echter een lange tijd. Beroemd animator Ralph Bakshi wilde er een tekenfilm van maken in de stijl van cartoonist Ralph Steadman die de briljante illustraties bij het boek verzorgde, maar dit ging niet door. Tijdens het langdurige ontwikkeltraject van de film zijn verschillende acteurs overwogen. In eerste instantie waren dat Jack Nicholson en Marlon Brando als Raoul Duke en Dr. Gonzo, maar zij werden te oud. Daarna werden Blues Brothers Dan Aykroyd en John Belushi overwogen, maar dat idee ging overboord toen Belushi overleed. Later werd John Malkovich overwogen voor de rol van Duke, maar ook hij werd te oud. Daarna werd John Cusack overwogen die een toneelversie van Fear and Loathing had geregisseerd. Maar toen ontmoette Thompson Johnny Depp en hij raakte ervan overtuigd dat Depp de aangewezen persoon was om Duke te spelen.

De film, geregisseerd door Terry Gilliam, en met Johnny Depp en Benicio Del Toro (als Dr. Gonzo) kwam uit in 1998 en werd – net als het boek – een groot cult succes.

Icon 15 - Bats

Pure nostalgie: Harley Davidson and the Marlboro Man

Onlangs had ik weer eens zin in een nostalgische filmervaring. ‘Harley Davidson and the Marlboro Man’ (een 5.6 op IMDb) heb ik wel 10 keer gezien in de jaren 90’, de enige film waarin twee merken in de titel gepromote worden. Ik weet nog dat ik hem voor het eerst gehuurd had met mijn broer Alexander (ook de naam van de bad guy gespeeld door Daniel Baldwin). Ik was meteen verliefd op de film.

Hij begint met de coole hoofdpersoon Harley Davidson die op zijn motor naar Los Angeles rijdt onder het nummer ‘Wanted Dead or Alive’ van Jon Bon Bovi. Dit toepasselijke nummer werd later succesvol gebruikt als hommage in bikerspel GTA IV: The Lost and Damned’. Aangekomen in L.A. herenigt Harley met zijn beste vriend, de stoere rodeocowboy The Marlboro Man, en samen beleven ze een krankzinnig avontuur.

Het is gemakkelijk een film als dit met de grond gelijk te maken, maar hoe fout ie ook is, hij heeft een uniek pluspunt, namelijk de geweldige chemie tussen de hoofdpersonen, gespeeld door Mickey Rourke en Don Johnson. De dialogen zijn ook zeer vermakelijk. ‘It’s better to be dead and cool than alive and uncool.’ Neemt niet weg dat hij zwaar geflopt is destijds las ik op Wikipedia.

Natuurlijk vallen je andere dingen op bij het kijken van zo’n film, dan wanneer je 12 bent. Het is typisch jaren 90’. Iedereen rookt, er zit veel macho gedrag in en er wordt anders met vrouwen omgesprongen. Marlboro vertelt zijn tegenstander die hij met een potje pool heeft verslagen dat hij hem kan betalen met zijn vrouw voor een nacht. Alsof die vrouw er niks over te zeggen heeft. 🙂 Even later laat Harley zijn ontbijt betalen door de vriendin van Marlboro omdat hij blut is. Het maakt hem alleen maar charmanter in plaats van een lamlul. Dit zijn dingen die je in films van nu niet meer aan zal treffen. Er is veel veranderd in twintig jaar.

De 5 hoogtepunten van de film:


Bij het beroven van een bank komen er wat schietgrage gasten in zwarte lange jassen opdraven. Ze blijken kogelvrij te zijn (de jassen zijn van Kevlar). Goede introductie van de bad guys.


De slechteriken slaan terug na de geslaagde overval. Alle vrienden van Harley and Marlboro leggen het loodje in deze scene. Een tragisch moment. 😦


Wanneer ze klem komen te zetten op het dak van een hotel in Las Vegas, ontsnappen onze twee helden door vanaf het dak in het zwembad te springen. Onmogelijk (vanaf die hoogte zou het water cement zijn), maar met veel humor en spanning neergezet. ‘I hate you Harleyyyyyyyyyyy!!!!!!!’


De confrontatie op het vliegtuigenkerkhof. Harley (verschrikkelijke slechte schutter) schiet per ongeluk zijn eigen vriend Marlboro neer… Desondanks verslaan ze de kogelvrije gasten door ze in hun hoofden te blazen. ‘I can’t believe you shot me, you shit bird.’


Nog een confrontatie, ditmaal met Tom Sizemore’s opperboef. De laarzen die Marlboro van zijn wijlen vader heeft gekregen gaan eraan, samen met Sizemore’s foute drugsdealende, Japans sprekende bankdirecteur.

Fuck maar wat de critici zeggen; dit is een klassieker!

Z Channel: A Magnificent Obsession

Z-Channel 3

(2004, USA)

Director: Xan Cassavetes
Features: Robert Altman, Penelope Sheeris, Jim Jarmusch, Quentin Tarantino, ao.

Running Time: 120 mins.

Documentary about the legendary Z Channel in Los Angeles, a pay TV channel where great cinema was shown between 1974 and 1988. Aspiring filmmaker Jerry Harvey became chief programmer of the channel and created a Walhalla for cinema lovers in that time in L.A.

Unfortunately, Harvey was mentally very unstable and in 1988 he committed suicide after killing his wife. After his death, Z Channel was finished as well when it turned into a sports channel. In this ‘legacy’ of Harvey, former friends, teachers and colleagues as well as filmmakers explain why Z Channel was such a successful and important platform for cinema at that time.

It was before VHS made its way into the living room, and people were dependent on television, besides cinema, to view movies. Harvey combined art films and commercial films in his programming which turned out to be a fantastic formula. Quentin Tarantino and Jim Jarmusch explain how much they loved Z Channel when they were growing up, and how it formed an important part of their education. Director Xan Cassavetes, the daughter of actor-director John Cassavetes and actress Gena Rowlands, got hooked to Z Channel after being grounded as a child. It was the beginning of her obsession with cinema.

The channel was so popular that even market leaders HBO and Showtime couldn’t muscle it out of L.A. Z Channel had a zero turnrate which means that no subscriber ever cancelled the channel.

Z-Channel 1
Programmer Harvey wrote the screenplay for the western China 9, Liberty 37

Another one of Harvey’s triumphs was to show uncut versions of films such as The Wild Bunch, Heaven’s Gate, Once Upon a Time in America and 1900. Films that were initially trashed by critics now became very successful features. Z Channel also became a platform for European directors, like Paul Verhoeven, that found work in America thanks to the screening of their European work on the channel. Harvey and his team also organised regular film festivals with retrospectives of Kurosawa and the likes. It must have been truly magnificent.

Cassavetes shows a great collection of film fragments that give a good sense of how brilliant and revolutionary the Z Channel programming must have been. Cinema lovers will be thrilled at the idea of seeing something like Fassbinder’s Berlin Alexanderplatz uncut on television. It was not made to last. Like one of the interviewees says; ‘you just never know when you are living in a glorious time’. The downfall of Z Channel came together with the downfall of Harvey. An obvious loss that Cassavetes makes manifestly clear.

Z-Channel 4
Boxoffice hit The Empire Strikes Back had its television premiere on Z Channel

Review originally written for International Film Festival Rotterdam, where this documentary was screened in 2005.

See also: List of Film Fragments in Z Channel: A Magnificent Obsession