Drunken Sailor

Op Sail 2010 met Heineken? Er zijn zeker slechtere manieren om de zaterdag te spenderen. De afdeling Media Relaties nodigde mijn collega Michiel en mij uit voor een informeel vaartochtje lang het Sail gekkenhuis van 2010 (half miljoen mensen op zaterdag!). De opzet was informeel ouwehoeren met vakgenoten en Heineken-bestuurders onder het genot van een biertje. Als journalisten van vakmedia (op de gebieden fusies & overnames en financieel management) doen wij eigenlijk niks op het gebied van investor relations. Desondanks dragen wij de firma Heineken een warm hart toe. Dat heeft zich dit jaar vertaald in minimaal twee publicaties. Michiel interviewde de CFO Hooft Graafland en ik interviewde de financiële man van dochterbedrijf Vrumona.

Ondanks deze geringe aandacht waren wij met twee man het best vertegenwoordigde medium op de boot. Nog wat andere journalisten/fotografen van onder meer Dow Jones, Beleggers Belangen en Telegraaf hadden ook hun weg naar zeilboot ‘Elizabeth’ weten te vinden, maar het was relatief rustig. Het werd een gezellig tochtje langs de grachten en aangezien Sail toch wel iets weg heeft van ‘zien en gezien worden’ hadden wij zeker een boot met aardige prestige: Heineken is toch wel één van de coolste merken die Nederland rijk is. De fat boy zakken vielen ook nogal in de smaak bij passerende boten.

Mijn zeebenen werden door de uitstekende catering nogal op de proef gesteld en ik kreeg het ook nog voor elkaar om bijna op een zitzak in slaap te sukkelen. Desondanks hebben Michiel en ik ons netjes gedragen, dus hopelijk kunnen wij bij een volgend press-event weer op een uitnodiging rekenen. Andere organisaties mogen trouwens best een voorbeeld nemen aan de bierbrouwer. Het aantal dergelijke uitnodigingen voor twee journalisten van CxO Media is zeer beperkt te noemen. Voor Sail is het overigens wel beter als Heineken het blijft doen. Ik denk dat een bedrijf als Boskalis toch een minder jaloersmakende gastheer is voor passanten op de kade.

Kapitein iglo was van de partij

Dit was de boot

Michiel kachellam

Old School

The Great Silence


Director: Sergio Corbucci
Written by: Mario Amendola, Bruno Corbucci, Sergio Corbucci, Vittoriano Petrilli
Cast: Jean-Louis Trintignant, Klaus Kinski, Frank Wolff, Luigi Pistilli

Year / Country: 1968, Italy / France
Running Time: 101 mins.

A spaghetti western in the snow? Now that is distinctive and that’s exactly what The Great Silence is. Besides its Fargo-like landscape, the ending is another element that sets it miles apart from its contemporaries. You definitely don’t see that one coming!

Director Sergio Corbucci clearly has a political streak, as he already demonstrated in earlier films and does again here. The misuse of the law by populists to eliminate the people they hate forms the core of the story. That said, Corbucci never neglects style. Right from the opening – a brutally bloody ambush shoot-out in the snow – it’s obvious this is going to be a kick-ass western. Corbucci’s films are certainly comparable to Sergio Leone’s, only with more blood, grit, and brains splattering across the screen.

Storywise, The Great Silence is essentially a revenge movie. The ‘Silence’ of the title is a mute ranger who hunts the vulturous bounty killers profiting from the ‘dead or alive’ law of the time. Silence always provokes his enemies into drawing first, ensuring the law can’t touch him. The truly ‘great’ character, however, is Tigrero, played by the terrific Klaus Kinski. This evil, weaselly bastard is impossible not to love to hate, and he alone already lifts the film above the average B-western. Beautiful cinematography and Ennio Morricone’s haunting score do the rest.

Rating:

Biography: Sergio Corbucci (1926, Rome – 1990, Rome) was, alongside Sergio Leone, one of the most prominent directors of spaghetti westerns. Born and raised in Rome, Corbucci played a crucial role in popularizing the genre, particularly through his iconic films Django (1966) and The Great Silence (Il Grande Silenzio, 1968). He frequently collaborated with actor Franco Nero, crafting memorable characters and stories that helped define the genre’s unique style. His B-movies are characterized by brutal violence, surrealist and apocalyptic production design, black humour and politically left symbolism. Corbucci was a fanatical Marxist and many of his films show the hopelessness of the revolution. He kept working in Italy throughout his career and most of his films were barely released abroad. He died in Rome in 1990.

Filmography (a selection): Foreign Earth (1954), Water’s Love (1954), Supreme Confession (1957), Angel’s Sky (1957), Duel of the Titans (1961), Toto, Peppino and La Dolce Vita (1961), The Son of Spartacus (1963), Grand Canyon Massacre (1963), Django (1966), Navajo Joe (1966), The Mercenary (1968), The Great Silence (1968), Compañeros (1970), Bandera Bandits (1972), The White, the Yellow, and the Black (1975), The Payoff (1978), Super Fuzz (1980), My Darling, My Dearest (1982), Days of Inspector Ambrosio (1988)

Predators is geen Aliens…

…maar wel een vermakelijke actiefilm. In dit vervolg op het origineel uit 87’ neemt een groep strijders het op tegen drie pussyfaces op een tropische planet ver ver weg. Op de meesterlijke actie-horror Predator is nooit een echt goed vervolg verschenen. Deel 2 uit 1990 begon aardig, maar verzande al snel in een wat saai sci-fi avontuur. De afschuwelijk beroerde Alien Versus Predator films moeten we het maar helemaal niet over hebben.

Producent Robert Rodriguez en regisseur Nimród Antal (Vacancy) wilde met Predators voor Predator maken wat Aliens destijds was voor de originele Alien. Hier slagen ze gedeeltelijk in. Ze hebben een aardige cast bij elkaar gehaald die zeer overtuigend zijn in hun stoere rollen. Zelfs gratenpakhuis Adrien Brody doet het heel aardig als aanvoerder van de bende. Tuurlijk is hij geen Schwarzenegger, maar wie is dat wel? Andere mooie rollen zijn weggelegd voor Topher Grace, Alice Braga, Oleg Taktarov, Danny Trejo, Louis Ozawa Changchien en Mahershalalhashbaz (spreek uit ma-hershalal-hash-baz) Ali. De showstelers zijn echter Laurence Fishburne, wiens karakter zich al 10 seizoenen op de alienplaneet schuilhoud, en Walton Goggins (Shane uit The Shield).

Qua actie heeft de film aardig wat te bieden. Een scene in het begin waarin bloeddorstige Predator-honden de groep aanvallen mag er zijn en ook een aantal 1 op 1 gevechten later in de film zijn zeer aardig neergezet. Toch valt het aantal echt memorabele scènes en dialogen wat tegen vergeleken met de klassieke Predator. Dit is natuurlijk geen verrassing. Zo’n unieke groep macho spierbundels krijg je nooit meer bij elkaar (The Expendables is een ander verhaal) en het momentum van een dergelijke film voor de eerste keer maken is onmogelijk te forceren. Maar de echte liefhebbers van sci-fi actie, waaronder ikzelf, komen met Predators goed aan hun trekken.

Meth dealende huisvader

Mijn uitdaging momenteel: continu zoeken naar nieuwe TV-series die de moeite waard zijn. Loesje en ik verslinden series en het wordt steeds lastiger iets van enige kwaliteit te vinden. Kort geleden ontdekte ik de Amerikaanse serie Breaking Bad en na het zien van seizoen 1 en 2 kan ik constateren dat dit de beste ontdekking sinds tijden is geweest. Het lijkt nog het meeste op Dexter qua concept, namelijk een ogenschijnlijke gewone man kampt met een geheim tweede leven wat hij verborgen moet zien te houden voor de buitenwereld anders draait hij levenslang de bak in of wordt hij vermoord.

De brave huisvader en scheikundeleraar Walter White krijgt te horen dat hij dodelijke longkanker heeft. Om zijn vrouw en gehandicapte zoon toch wat geld na te laten – wat natuurlijk niet gaat lukken met zijn schamele lerarensalaris – besluit hij Methamphetamine (ofwel Crystal Meth) te gaan produceren. Verrassing: Hij is er meesterlijk goed in. Natuurlijk heeft Walter niet de juiste kanalen om het spul gedistribueerd te krijgen. Dus schakelt hij oud-leerling Jesse in. Samen vormen ze een onwaarschijnlijk duo die de straten van Albuquerque, New Mexico voorzien van de beste meth ooit. Hun product wordt razend populair, ze krijgen te maken met levensgevaarlijke criminelen en Walt kampt tegelijkertijd met de uitdaging om alles geheim te houden van zijn familie. Niet in de laatste plaats omdat zijn zwager bij de Drugs Enforcement Agency (DEA) werkt.

Al vanaf de slimme en vermakelijke Pilot weet Breaking Bad te boeien. Nooit voorspelbaar en goed uitgewerkte karakters en verhaallijnen zorgen ervoor dat de serie erin gaat als zoete koek. Walter’s personage wordt wel steeds onsympathieker, maar dat is de bedoeling ook, ‘breaking bad’ betekent immers het slechte pad opgaan. Het zal boeiend worden om de verdere transformatie te aanschouwen.

Seizoen 1 is slechts zeven afleveringen lang vanwege de schrijversstaking in Hollywood, maar Seizoen 2 is een volwaardig seizoen met dertien knallers. Ik kijk uit naar het verschijnen van seizoen 3 op DVD. Tot die tijd ga ik Damages proberen waar ik wisselende verhalen over lees. Mocht iemand tips hebben voor meer onbekende, maar toffe series houd ik me aanbevolen (graag reactie hieronder plaatsen). Breaking Bad is in ieder geval een aanrader; een beetje weird allicht, maar bijna zo verslavend als meth.