Van 51 miljard ton uitstoot naar 0

Hoe komen we van onze verslaving aan fossiele brandstoffen af? Laat die enorm complexe vraag maar over aan de rijkste nerd ter wereld: Bill Gates. De oud-Microsoft oprichter dook in het klimaatprobleem en schreef er het urgente boek over: ‘How to Avoid a Climate Disaster’.

Bill Gates (65), oprichter van Microsoft, multimiljardair en filantroop, is tien jaar bezig geweest de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering te onderzoeken. Met behulp van experts in natuurkunde, scheikunde, biologie, technologie, politieke wetenschap en finance heeft hij in kaart gebracht wat er moet gebeuren om een klimaatcatastrofe te voorkomen. ‘Naar nul gaan zal heel erg moeilijk zijn, maar het is mogelijk’, aldus Gates.

51 miljard ton. Dat is de hoeveelheid broeikasgassen die we met de mensheid uitstoten in een jaar tijd. Dat moet terug naar nul omdat CO2 heel lang in de atmosfeer blijft en warmte vasthoudt. Dat levert allemaal vervelende (en extreem prijzige) problemen op, zoals droogte, bosbranden, stormen en overstromingen. En slechts een halve graad verschil – van 1,5 naar twee – kan tot een 100 procent slechter resultaat leiden.

Tegelijkertijd groeit de wereldbevolking naar tien miljard mensen in 2050 en zal de behoefte aan energie, voeding, spullen en transport op aarde flink toenemen. Dat zijn twee gigantische uitdagingen naast elkaar die we moeten oplossen. En de enige manier om dat te doen is schone energie zo goedkoop maken dat zelfs de armste landen erop over kunnen schakelen. Door de coronacrisis zal de uitstoot met slechts twee of drie miljard ton dalen. Dat is het bewijs dat we er niet gaan komen met minder vliegen en autorijden.

Een lege badkuip
Het doel is volgens Gates om naar nul uitstoot te gaan. De reden is dat het klimaat te vergelijken is met een badkuip die volstroomt. Als we minder uitstoten stroomt de badkuip nog steeds vol alleen langzamer. Natuurlijk zullen we altijd nog wel wat fossiele brandstoffen gebruiken. Daarvoor kan Direct Air Capture (DAC) -technologie worden ingezet dat atmosferische lucht aantrekt en vervolgens via een reeks chemische reacties de kooldioxide (CO2) extraheert. Kunnen we deze technologie niet gewoon massaal inzetten om het gehalte CO2 op het optimale niveau te houden? Helaas is dat technologisch niet mogelijk op deze schaal (Gates heeft wel het prijskaartje toegevoegd voor als dat wel zou kunnen: 5,1 biljoen dollar, 6 procent van de wereldeconomie). Al is het niet de ultieme oplossing, zal DAC wel een belangrijk onderdeel zijn van de weg naar nul.

Wat moet er allemaal gebeuren?
Fossiele brandstoffen zijn overal: plastic, cement, hamburgers, elektriciteit, wegen, tunnels, wc-papier en kleding… Of ze bevatten fossiele brandstoffen en/of ze worden vervoerd met voertuigen die fossiele brandstoffen verbranden. Per dag gebruiken we vier miljard vaten olie en deze olie is goedkoper dan frisdrank. Dus voorlopig zit stoppen er niet in. Maar het pad inzetten richting nul kan wel en dat vraagt om een complexe combinatie van openbaar beleid en technologische innovatie. Wat de transitie lastig zal maken is weerstand vanuit de energie-industrie die gebaat is bij de status quo. ‘Wat we moeten doen is de juiste incentives invoeren om het gedrag van mensen en bedrijven te veranderen. Dit zal niet makkelijk worden’, schrijft Gates.

>>> Lees verder op CFO.nl <<<

[Klaar voor de => “AI-revolutie”]

Machines die slimmer zijn dan mensen. Het kan realiteit worden in de toekomst en daar zitten veel haken en ogen aan. Verschillende topexperts brengen de implicaties in kaart in de documentaire We Need To Talk About A.I.

In deze fase zijn we omringt door Narrow AI, kunstmatige intelligentie die een specifieke taak veel beter dan mensen kan uitvoeren. Bijvoorbeeld schaken, autorijden, beleggen, een vliegtuig besturen en gezichten herkennen. Deze AI is vergelijkbaar met een autistische savant. Dit is indrukwekkend, maar staat nog ver af van A.G.I.: Artificial General Intelligence. Mocht dit ooit arriveren, wat gaat er dan gebeuren? De scenario’s in films zijn meestal niet erg rooskleurig. Denk maar aan The Terminator, The Matrix, 2001: A Space Odyssey en Ex Machina. Ook verschillende publieke figuren hebben gewaarschuwd voor de gevaren van AI, zoals Elon Musk, Stephen Hawking en Bill Gates.

Een van de gevaren is dat AGI-machines niet noodzakelijk dezelfde doelen als de mensheid nastreven: het goal alignment probleem. Bijvoorbeeld, wanneer de missie wereldvrede is, dan vindt de AI het misschien wel een goed idee om het hele menselijke ras uit te roeien. Zie bovenstaande films voor dergelijke scenario’s. De film die waarschijnlijk het meest realistische beeld geeft is 2001: A Space Odyssey. De boordcomputer HAL van het ruimteschip Discovery One besluit dat hij de missie naar Jupiter beter zonder bemanning kan uitvoeren, en probeert astronauten om zeep te helpen. Een duidelijk goal alignment probleem. Maar veel AI-experts worden boos van dit soort bangmakerij. Het is onmogelijk om ver vooruit te kijken bij technologische ontwikkelingen. We moeten gewoon bouwen, experimenteren en leren van wat er goed en fout gaat.

Dat kan zo zijn, maar er is wel een grote zorg die tijdig geadresseerd moet worden. Als AGI wordt ontwikkeld kan dat de machtsverhoudingen op de wereld enorm verstoren. Stel dat een dictator als Poetin, Trump of Xi als eerste AGI in handen krijgt… Ik durf er niet aan de denken. Of mogelijk even verschrikkelijk; een tech-gigant als Google of Facebook die ermee aan de haal gaat. Dit is een winner takes all contest. Degene die het als eerste krijgt zal binnen de kortste keren iedere industrie domineren. Hier moeten we afspraken over maken of het kan rampzalig uitpakken.

Maar er is ook heel veel dat AGI kan brengen. Een paar voorbeelden: tijdig de signalen herkennen van hartproblemen, kanker en suïcide. Het sterk verbeteren van verkeersveiligheid. Het laten slagen van veel meer operaties met robotchirurgie. Maar ook het mogelijk maken van een meer gelijkwaardige verdeling van welvaart binnen een vrije markt economie. En zorgen voor meer duurzaamheid en minder oorlog.

Dit klinkt idyllisch, maar een keerzijde hiervan kan weer zijn het inleveren van vrijheid. Een AI dictatorschap dus. Een tussenvorm kan zijn dat de AI als scenarioplanner fungeert die de mens alle ideale beleidsvoorstellen voorlegt. Maar de mensen blijven beslissen. We moeten hoe dan ook nadenken over hoeveel autonomie we machines geven. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor zelfrijdende auto’s die ethische keuzes moeten maken, zoals het laten sterven van hun passagier of het inrijden op een groep kinderen. Wie beslist?

Er komt nogal wat bij kijken. En gezien de enorme revolutie die AI gaat inluiden is het niet verkeerd als hier zoveel mogelijk risicomanagement op los te laten. Alles wat er mogelijk verkeerd kan gaan moet in kaart worden gebracht en alle mogelijke maatregelen moeten worden genomen om deze risico’s in te dammen. De vuistregel van riskmanagement-expert Nassim Nicholas Taleb is hier van toepassing: ‘wat moeder natuur doet, is rigoureus totdat het tegendeel is bewezen; wat mens en wetenschap doen, is gebrekkig totdat het tegendeel is bewezen.’ We zijn gewaarschuwd.

Het persoonlijkheidskenmerk dat leidt tot de grootste prestaties

Wat bepaalt of iemand succesvol zal worden? Traditioneel keek men vooral naar natuurlijk talent. Onderzoekster Angela Duckworth ontdekte een veel belangrijker persoonlijkheidskenmerk voor succes.

Het gaat om ‘grit’. In haar boek ‘Grit: The Power of Passion and Perseverance’ beschrijft ze grit als een combinatie van passie en doorzettingsvermogen.

Uitstekende resultaten zijn zelden het directe resultaat van natuurlijk talent, maar volgen uit een complex geheel van ingeslepen gewoonten. Bijvoorbeeld; een Olympisch zwemmer die een gouden medaille wint, heeft een hele geschiedenis van talloze uren oefening, coaching en wedstrijden achter zich. Maar wij zien alleen dat ene moment. Natuurlijk kan niet iedereen een Michael Phelps worden, maar het instapmoment ligt waarschijnlijk veel lager dan we denken.

Oefening baart kunst. Wanneer je een nieuwe vaardigheid gaat oefenen ontstaan er nieuwe verbindingen in de hersenen. Hoe meer je oefent, hoe dieper deze etsen in het centrale zenuwstelsel worden. Er ontstaan langzaam maar zeker gespecialiseerde zenuwbanen voor alle vaardigheden waar je veel aandacht aan besteedt. Stel je zo’n zenuwbaan voor als een paadje in je hersenen. Eerst is het piepklein zandweggetje en na verloop van tijd een zesbaanssnelweg. De vaardigheid is je tweede natuur geworden. En voor welke vaardigheden ben je bereid zoveel tijd op te offeren? De vaardigheden waar je een passie voor hebt. Denk aan je grootste passie en je voelt de energie door je lichaam stromen. Je vindt het niet erg vroeg op te staan voor die passie. Wanneer je hier dagelijks mee aan de slag kunt heb je je roeping gevonden.

Is natuurlijk talent helemaal niet belangrijk? Tuurlijk wel. Neem bijvoorbeeld The Beatles, die zijn van nature al erg muzikaal. Maar ze hebben ook erg veel geoefend. Toen ze nog The Quarrymen heten werden The Beatles geselecteerd voor een clubtour in Hamburg. Daar speelden ze avond aan avond wel acht uur achter elkaar. Dit dwong ze een enorm repertoire op te bouwen en zich te bekwamen in live optreden. Er was na deze periode geen band te vinden die beter op elkaar ingespeeld was én die een groter uithoudingsvermogen had.

De kans om zoveel te oefenen is onbetaalbaar, ervoer ook Bill Gates die op de enige universiteit ter wereld terecht kwam waar hij bijna onbeperkt kon oefenen in programmeren (computers – die toen nog een hele kamer in beslag namen – waren zeer schaars).

Volgens Duckworth zijn veel mensen geobsedeerd door natuurlijk talent. En dus filteren we de inspanning eruit die iemand voor een topprestatie heeft geleverd. Terwijl het juist die inspanning is die dubbel telt. Na ruim tien jaar onderzoek is dit de formule die Duckworth ontwikkelde om van talent naar prestatie te komen:

Talent X Inspanning = Vaardigheid

Vaardigheid X Inspanning = Prestatie

In deze formule staat talent voor hoe snel je vaardigheden kunt verbeteren als je ergens moeite voor doet. Presteren gebeurt wanneer je dat talent omzet in de ontwikkeling van vaardigheden en die gebruikt om consequent naar een hoger doel toe te werken. En dat vergt doorzettingsvermogen. De 10.000 uur regel – de tijd die je nodig hebt om meesterschap te bereiken in een vak – is een bekend gegeven. Jobhoppers die steeds nieuwe opdrachten aangaan die weer andere vaardigheden vergen, bereiken nooit die 10.000 uur en zijn dan ook niet gritty.

In de geschiedenis zijn talloze voorbeelden te vinden van veronderstelde genieën die eigenlijk door grit hun prestaties hebben geleverd. In zijn boek ‘Mastery’ (meesterschap) rekent Robert Greene af met het idee van ‘genieën’. Volgens zijn uitgewerkte theorie – gebaseerd om neuro- en cognitieve wetenschap en talloze biografieën van uitblinkers – zijn bijzonder bekwame mensen, zoals Mozart, Da Vinci en Darwin, zo goed geworden omdat ze hun roeping hadden gevonden en in de gelegenheid kwamen om heel veel te oefenen. In het bereiken van meesterschap volgden zij allemaal hetzelfde pad, betoogt Greene.

Het goede nieuws is dat grit ontwikkeld kan worden. Vind je passie, ga belachelijk veel oefenen en geeft niet op. Dan komen die topprestaties (bijna) vanzelf.

5 geheimen van uitschieters (waar je geen invloed op hebt)

5 geheimen van uitschieters 1
Als het aankomt op geniën en uitblinkers in welk veld dan ook, zijn we geneigd te kijken naar hun unieke talenten en geniale prestaties. In ‘Outliers: The Story of Succes’ kijkt Malcolm Gladwell juist naar de dingen die hen zijn overkomen die hun succes verklaren. Hiermee zegt hij niet dat de bestudeerde uitschieters geen bijzondere talenten hebben, alleen dat de omstandigheden ervoor gezorgd hebben dat ze hun talenten optimaal hebben kunnen benutten. Hun succes komt niet alleen uit hun eigen acties voort. Welke toevalligheden kunnen bijdragen aan succes?

1. Geboortedatum
Hoe komt het dat Canadese tophockeyers en Kroatische topvoetballers bijna allemaal geboren zijn in januari, februari of maart? Omdat jonge spelers die in deze maanden geboren zijn, veel meer hebben kunnen oefenen dan anderen op het moment dat de selectie voor het volgende niveau plaatsvindt. Vervolgens stromen ze door en kunnen ze weer meer oefenen en zo gaat het door en door. De voorsprong die ze daarmee krijgen is al snel niet meer in te halen. De manier waarop het selectieproces is ingericht vormt in dit geval de omstandigheid waardoor spelers die in januari, februari of maart geboren zijn in staat worden gesteld door te breken.

2. Geboortejaar
Waarom zijn veel leidende figuren uit de computerindustrie uit Silicon Valley allemaal geboren in 1955 (zoals Bill Gates en Steve Jobs)? Omdat op het moment dat de eerste doe-het-zelf thuiscomputer uitkwam (een zeer belangrijk moment in de opkomst van de PC), deze pioniers precies op de leeftijd waren dat ze op deze ontwikkeling konden inspelen. Al waren ze jonger geweest hadden ze de kans gemist, en als ze ouder waren geweest waren ze ongetwijfeld al aan het werk geweest voor een multinational, zoals IBM. Nu waren ze begin 20 toen dit gebeurde: precies de juiste leeftijd om dit unieke moment in de geschiedenis aan te grijpen.

5 geheimen van uitschieters 2
Zelfs uitblinkers die bovenstaande opgave kunnen oplossen (ik niet dus), hoeven het nog niet te maken zonder de juiste omstandigheden. Het antwoord* vind je onderaan deze blog.

3. Oefentijd
Gladwell is niet de eerste die de 10.000 uur regel beschrijft; de tijd die je minimaal moet oefenen om ergens meester in te worden. The Beatles (toen nog The Quarrymen) werden geselecteerd voor een clubtour in Hamburg. Daar speelden ze avond aan avond wel 8 uur achter elkaar. Dit dwong ze een enorm repertoire op te bouwen en zich te bekwamen in optreden. Er was na deze periode geen band te vinden die beter op elkaar ingespeeld was en die een groter uithoudingsvermogen had. De kans om zoveel te oefenen is onbetaalbaar, ervoer ook Bill Gates die op de enige universiteit ter wereld terecht kwam waar hij bijna onbeperkt kon oefenen in programmeren (computers – die toen nog een hele kamer in beslag namen – waren zeer schaars).

4. Sociale achtergrond
Gladwell brengt een bezoekje aan Christopher Langan – ook wel de slimste man ter wereld genoemd met een IQ van rond de 200. Waarom heeft dit genie het ondanks zijn verbluffende cognitieve capaciteiten niet gemaakt als Einstein-opvolger? Gladwell wijt het aan zijn sociale achtergrond. Langan groeide op in een arm gezin en zijn ouders brachten hem geen praktische intelligentie bij, iets wat volgens de auteur onmisbaar is voor succes. Een kenmerkend voorbeeld uit Langlan’s leven is dat hij door omstandigheden niet op de normale schooltijden aanwezig kon zijn, en hij er niet in slaagde de docenten te overtuigen voor hem een aanpassing te maken. Hadden ze geweten van zijn enorme intellect hadden ze hem zeker geholpen, maar helaas. Langan is er nooit in geslaagd door te breken en anderen heel erg geïnteresseerd te krijgen in zijn theorieën.

5. Culturele achtergrond
In China hebben ze de uitdrukking: ‘niemand die 360 dagen per jaar voor 6 uur opstaat, zal er niet in slagen zijn familie rijk te maken’. 360 dagen per jaar! Dat zijn nog eens werktijden. De meeste Chinezen waren in het verleden rijstboeren en het onderhouden van een rijstveld (gemiddeld zo groot als een hotelkamer) is ongelofelijk zwaar en precies werk. Deze werkijver is steeds genetisch doorgegeven aan de volgende generatie. Zou het kunnen dat Chinese studenten hierdoor gemiddeld veel beter zijn in wiskunde dan hun Amerikaanse medestudenten?

De niet-succesvolle onder ons kunnen zich met deze wetenschap iets beter over zichzelf gaan voelen (en de uitschieters iets minder goed).

* Het correcte antwoord van de puzzel is A. Geen idee waarom. Probeer er maar eens een patroon in te ontdekken; ik ben er niet in geslaagd.