Gevangen in eeuwige zoektocht naar aandeelhouderswaarde

Wie economische dilemma’s op wil lossen, moet onbevooroordeeld kijken naar zijn of haar bedrijfscultuur. Geen expert die hier meer over weet dan organisatietheoreticus en cultuurgoeroe Fons Trompenaars. Samen met Charles Hampden-Turner schreef hij het boek Nine Visions of Capitalism waarin zij inzichten delen in de succesfactoren van verschillende vormen van kapitalisme.

Het grootste dilemma voor Westerse bedrijven is het managen van stakeholder-ROI, terwijl ze opereren in een extreem gereguleerde wereld en de verwachtingen ten aanzien van ethisch handelen groter dan ooit zijn. Opnieuw kijken naar waardecreatie is daarom een noodzaak. De negen visies uit het boek van Fons Trompenaars laten zien hoe verschillende culturen waarde creëren. Alleen een synthese van deze visies zal een uitweg bieden voor westerse bedrijven die gevangen zitten in hun eeuwige zoektocht naar meer aandeelhouderswaarde.

Geld verdienen vs waardecreatie
Geld verdienen en waardecreatie zijn verschillende dingen. Veel geld wordt namelijk verdiend ten koste van anderen. Waardecreatie gebeurt alleen wanneer er meer geld wordt gegenereerd dan waar men mee begon. En dan verdeeld over alle deelnemers. Concurrentie is belangrijk om innovatie te boosten, maar niet wanneer het een zero sum game is. Oftewel wanneer opbrengsten en verliezen opgeteld nul bedragen.

Productie creëert meer waarde dan iedere andere bedrijfsactiviteit. Men begint met zand en siliciumdioxide, dat een paar cent waard is, en eindigt met een intelligente chip die de inzittenden van een voertuig beschermt. Niet alleen is de chip veel meer waard in termen van geld, er zitten bovendien menselijke waarden in verwerkt; een hoger doel, veiligheid en intelligentie. Daarom is het zorgwekkend dat productie nog slechts tien procent van de Britse en elf procent van de Amerikaanse economie uitmaakt.

Peanuts vergeleken met de positie die het in het snelgroeiende China heeft. In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten is vooral de financiële sector gegroeid, een sector die nauwelijks waarde creëert. Niet dat Trompenaars en Hampden-Turner alleen maar afgeven op het westerse model. Want dat heeft ons ver gebracht. En in sommige omstandigheden is ‘t het meest effectieve model. Maar dit geldt ook voor andere modellen en daar kunnen we nog een hoop van leren. Om écht waarde te creëren, zullen we verschillende manieren van denken in onze bedrijven moeten integreren.

>>> Lees verder op CFO.nl <<<

Verfilming De Prooi: Einde van een tijdperk. Of niet?

De afgelopen drie zaterdagen zond de VARA De Prooi uit, een televisie verfilming van het gelijknamige boek van Jeroen Smit over de val van ABN AMRO. De serie geeft een mooi beeld van de bankencultuur voor de crisis van 2008. Het is gemakkelijk om te zien hoe het in een dergelijke cultuur zo fout heeft kunnen gaan met de bank.

Het hoofdpersonage van deze financiële thriller is natuurlijk Rijkman Groenink, de notoire CEO onder wiens leiding de bank ten prooi viel aan een vijandige overname door bankentrio Fortis, Banco Santander en Royal Bank of Scotland. Hoe komt Groenink er van af in deze verfilming?

‘Hij heeft geen empathie’. Dat is feitelijk het enige bezwaar dat de meeste medebestuurders en commissarissen kunnen vinden tegen de benoeming van Groenink als opvolger van bestuursvoorzitter Jan Kalff. ‘Maar’, vraagt Frits Fentener van Vlissingen, toenmalig lid van de Raad van Commissarissen, zich hardop af, ‘als dat het enige probleem is, kunnen we daar dan niks op verzinnen?’

De degelijke bankier van oude stempel Kalff ziet niets in de benoeming van Groenink, ook al ‘heeft hij dat met die bijzondere kredieten heel goed gedaan.’ Maar de druk op Kalff om hem toch voor te dragen is groot. De commissarissen geloven dat Groenink de man is om de financiële performance van de bank omhoog te krijgen. Onder Kalff’s leiding is het aandeel al tijden niet van zijn plek gekomen.

Dus Groenink wordt benoemd tot bestuursvoorzitter, ook al vergeet hij soms namen van naaste medewerkers. Om zijn empathieprobleem aan te pakken krijgt hij persoonlijke coaching en wordt een echte people manager naast hem gezet in de vorm van Julia Bouwens, zijn persoonlijke assistent. Het haalt allemaal niks uit. Al op zijn inauguratiespeech vertoont Groenink een staaltje bijzonder onempatisch gedrag. Na het uitgebreid complimenteren van voorganger Kalff, kondigt Groenink meteen een drastische koerswijziging aan, waarmee ABN AMRO van lachertje van de beurs naar internationale topbank moet transformeren. Dit is het begin van het einde…

De Prooi

Toch komt Groenink er niet zo slecht af in de verfilming. Ja, hij zegt vaak helemaal de verkeerde dingen. Die opmerking tegen een vrouwelijke topmanager dat ze na afloop van een meeting de boardroom kan gaan schoonmaken is natuurlijk verschrikkelijk, maar Groenink lijkt zich nauwelijks bewust van deze blunders. Hij heeft een missie en dat is de bank behoeden de prooi te worden van buitenlandse banken. Daarbij staan zijn passie en liefde voor ABN AMRO buiten kijf. De formidabele acteur Pierre Bokma geeft Groenink een menselijk gezicht. Eerder een tragisch figuur, dan een incompetente bullebak is het beeld dat hij naar voren brengt.

Dat Groenink de verkeerde leider was voor ABN AMRO moge duidelijke zijn, maar deze verfilming toont hem – net als de bank zelf – vooral als speelbal van de omstandigheden. Anderen wilden hem net zo goed op die plek omdat de hele bankencultuur gericht was op aandeelhouderswaarde. Groenink heeft gewoon een slim spelletje beïnvloeden gespeeld, waardoor hij de Raad van Commissarissen aan zijn kant wist te krijgen. In dit wereldje kan niemand hem dat kwalijk nemen.

Wat ABN AMRO vooral lijkt te ontberen is een heldere strategie. Waarin gingen ze zich onderscheiden en – nog belangrijker – wat gingen ze niet doen? Nu probeerden ze mee te komen met de grote zakenbanken van Wall Street met wanstaltige bonussen die uiteindelijk geen waarde opleverden. Dit kun je niet alleen Groenink aanrekenen. Waar was de Raad van Commissarissen om alle stakeholders te dienen met fatsoenlijk bestuur? Waarom heeft Kalff zijn eigen opvolging niet tijdig zeker gesteld? En waarom is er in de Raad van Bestuur niemand die Groenink op de juiste wijze wat tegengas geeft in plaats van puur met hun eigen ego’s en posities bezig te zijn?

Ook bij het gedrag van Nout Wellink, president van de Nederlandsche Bank, worden vraagtekens gezet. Hij koestert een zodanige liefde voor ABN AMRO dat hij koste wat het kost wil voorkomen dat de bank in buitenlandse handen valt. Dus probeert hij een fusie te forceren met ING. En als dat mislukt, proberen hij en Groenink dan maar een merger of equels met Barclays te realiseren. Het mag niet baten, want de aandeelhouder heeft de macht en dus moet ABN AMRO bezwijken voor de hoogste bieder.

Ook al heeft de climax van dit drama slechts vijf jaar geleden plaatsgevonden, het komt toch over als een ander tijdperk. Een tijdperk waarin overnames puur gedreven werden door de ego’s van bestuurders, en er nog astronomische bedragen werden neergeteld voor ‘prooien’ als ABN AMRO – het consortium Fortis, Banco Santander en Royal Bank of Scotland betaalden 72 miljard euro voor de bank.

Heeft de crisis lang genoeg geduurd om iets fundamenteels te veranderen in de financiële sector? De geschiedenis heeft aangetoond dat mensen erg traag leren van dergelijke catastrofes. De vraag die zich opdringt is dan ook in hoeverre dit weer kan gebeuren wanneer de economie weer op volle toeren zou draaien. Wint hebzucht het dan opnieuw van gezond verstand? Of is er echt een ander tijdperk aangebroken en is De Prooi slechts een pijnlijke geschiedenisles? De tijd zal het leren.