Gefilterde realiteit als het ultieme businessmodel

De invloed van Instagram op de wereld is gigantisch, of je de dienst nou gebruikt of niet. Het bedrijf werd opgericht in 2010 door Kevin Systrom en Michel Krieger en nu, tien jaar later, heeft de dienst een miljard actieve gebruikers wereldwijd. Meer dan 200 miljoen Instagram gebruikers hebben 50.000 volgers. Daarmee zouden ze een ‘living wage’ kunnen verdienen door voor merken te posten volgens het influencer analyse-bedrijf Dovetail. Miljoenen mensen, bedrijven en merken hebben meer volgers dan The New York Times abonnees heeft en runnen dus in feite een persoonlijk mediabedrijf. De meest populaire accounts kunnen 100.000 dollar verdienen met het posten van één enkele foto. Shockerend, maar waar.

De korte, maar enerverende geschiedenis van Instagram wordt verteld in No Filter: The Inside Story of Instagram door Sarah Frier, één van de beste business boeken van 2020 volgens Inc.com.

De strategie van Instagram is het laten meebeleven van de levens van anderen via de camera op hun telefoon. Het visuele aspect is wat het social media bedrijf onderscheidt van andere social media, inclusief moederbedrijf Facebook dat Instagram in 2012 kocht voor 1 miljard dollar. Destijds een ongekend bedrag voor een startup met 9 medewerkers en geen verdienmodel. Vandaag wordt het beschouwd als een van de meest rendabele overnames allertijden. Instagram haalde in 2019 een omzet van 20 miljard dollar. De geeks hebben definitief de wereld veroverd.

De culturele impact van Instagram kan goed worden uitgedrukt in het Japans. Instabaye is een Japans woord voor hoe goed een product visueel via Instagram kan worden verspreid. Dat vergroot de kans dat het een sociaal en commercieel succes wordt. Een voorbeeld: Een post van de hond Tuna, een hond met een scheve bek, werd op de Insta-blog geplaatst en het keffertje werd in één nacht een beroemdheid. De eigenaresse – Courtney Dasher – koos ervoor haar baan op te zeggen en fulltime de account van haar hond te gaan managen.

Stanford-studenten Systrom en Krieger begonnen het bedrijf om te profiteren van de nieuwe fase van het internet: de mobiele fase. In die tijd waren mobiele foto’s nog van zeer lage kwaliteit. De oprichters ontwikkelde filters waarmee gebruikers van de dienst simpele foto’s konden omzetten in bijzondere kunst. Met dit simpele idee trokken ze artiesten aan die snel vele volgers wisten te krijgen. De eerste influencers.

Net als bij Facebook is Instagram een afspiegeling van de oprichter. Systrom is een man die constant bezig is zichzelf te verbeteren. Hij wilde op Instagram alleen esthetische posts zien en leidde zijn gebruikers op om betere, creatievere, posts te maken. De oprichter van Facebook daarentegen, Mark Zuckerberg, is hoofdzakelijk gefocust op winnen. De strategie van Facebook is dan ook sterk gericht op groei, zelfs wanneer dat ten koste gaat van de privacy en het comfort van gebruikers. Dit heeft onder andere geleid tot algoritmes die fake news promoten. Vier jaar Donald Trump hebben we in feite (pun intended) te danken aan Facebook dat nep-nieuwsberichten onder de aandacht bracht van miljoenen stemmers. Berichten die later geproduceerd bleken te zijn door Russische troll farms.

Waar de schandalen op Facebook vooral met privacy te maken hebben, is de veel belichte keerzijde van Instagram vooral de negatieve impact die de app heeft op het geestelijk welzijn van jongeren en mensen in het algemeen. Door continu blootgesteld te worden aan een gefilterd beeld van de levens van mensen die ze volgen, verbleken hun eigen levens hierbij en dat leidt tot compare and despair gevoelens. De hashtag #nofilter betekent dan ook dat een foto niet bewerkt is. En dat is op Instagram eerder uitzondering dan regel. Kortom, de app laat jongeren vooral zien wat ze allemaal missen: een leven vol feesten, een perfect uiterlijk en tienduizenden volgers. Ook de instagrammers die geld verdienen met de foto-app ervaren een enorm hoge druk. Zo zijn er veel travel influencers die voortdurend gratis op reis zijn dankzij hun vele volgers. Hotels en reisorganisaties bieden ze graag allerlei tripjes gratis aan en betalen hen zelfs voor exposure. Maar deze posters zijn continu op zoek naar perfecte foto’s die hun volgers kunnen waarderen. En dat is een stressvol bestaan…

Facebook heeft destijds een revolutie ontketend in marketing. Adverteerders werd door alle data die werd opgeslagen de mogelijkheid geboden hele specifieke doelgroepen te bereiken. Mensen die houden van biologisch eten of actiefilms bijvoorbeeld. Instagram is met name voor de mode-industrie een game changer geweest. Deze bedrijven waren gewend om maanden te werken aan campagnes en media-inkoop voordat ze eindelijk hun nieuwe collecties konden tonen. Op Instagram konden ze direct hun foto’s kwijt en ook nog in gesprek met mensen die er interesse in hadden.

Instagram heeft ook de cosmetische industrie flink doen groeien. Ook bij jongeren. Er heeft de afgelopen jaren een explosieve toename plaatsgevonden van huid-, botox- en fillerbehandelingen. En ook de butt-lift, waarbij vet uit de buik wordt gezogen en wordt geïnjecteerd in de billen, is in trek. Jawel, geïnspireerd door top influencer Kim Kardashian. Deze behandeling wordt als zeer gevaarlijk beschouwd door medici en kan zelfs een dodelijke afloop hebben.

In 2018 vertrokken de oorspronkelijke oprichters bij Instagram. Ze hadden genoeg van de ‘groeien ten koste van alles’ cultuur bij Facebook. Hun legacy, in termen van culturele en economische impact, is enorm. Al kun je bij bovenstaande natuurlijk afvragen hoe wenselijk de gebrachte veranderingen zijn. Je kunt het daarentegen ook zien als de evolutie waar het internet en de sociale media doorheen moeten. Nu worden de zwakheden van de algoritmes geëxploiteerd door kwaadwillenden en zijn we in een tijdperk van grote polarisatie belandt. Ook zijn er tech-monopolies ontstaan: de overname van Instagram door Facebook hadden de autoriteiten nooit moeten goedkeuren. Maar zoals bij alles wat nieuw is worden er lessen geleerd. Al dan niet door de huidige CEO’s van de sociale media giganten. Gaan we nog veel rotzooi krijgen? Absoluut. Maar uiteindelijk moet het mogelijk zijn netwerktechnologie zo in te zetten dat het de mensheid dient in plaats van schaadt. Dat we hier nog lang niet zijn moge duidelijk zijn na het lezen van No Filter.

Verfilming De Prooi: Einde van een tijdperk. Of niet?

De afgelopen drie zaterdagen zond de VARA De Prooi uit, een televisie verfilming van het gelijknamige boek van Jeroen Smit over de val van ABN AMRO. De serie geeft een mooi beeld van de bankencultuur voor de crisis van 2008. Het is gemakkelijk om te zien hoe het in een dergelijke cultuur zo fout heeft kunnen gaan met de bank.

Het hoofdpersonage van deze financiële thriller is natuurlijk Rijkman Groenink, de notoire CEO onder wiens leiding de bank ten prooi viel aan een vijandige overname door bankentrio Fortis, Banco Santander en Royal Bank of Scotland. Hoe komt Groenink er van af in deze verfilming?

‘Hij heeft geen empathie’. Dat is feitelijk het enige bezwaar dat de meeste medebestuurders en commissarissen kunnen vinden tegen de benoeming van Groenink als opvolger van bestuursvoorzitter Jan Kalff. ‘Maar’, vraagt Frits Fentener van Vlissingen, toenmalig lid van de Raad van Commissarissen, zich hardop af, ‘als dat het enige probleem is, kunnen we daar dan niks op verzinnen?’

De degelijke bankier van oude stempel Kalff ziet niets in de benoeming van Groenink, ook al ‘heeft hij dat met die bijzondere kredieten heel goed gedaan.’ Maar de druk op Kalff om hem toch voor te dragen is groot. De commissarissen geloven dat Groenink de man is om de financiële performance van de bank omhoog te krijgen. Onder Kalff’s leiding is het aandeel al tijden niet van zijn plek gekomen.

Dus Groenink wordt benoemd tot bestuursvoorzitter, ook al vergeet hij soms namen van naaste medewerkers. Om zijn empathieprobleem aan te pakken krijgt hij persoonlijke coaching en wordt een echte people manager naast hem gezet in de vorm van Julia Bouwens, zijn persoonlijke assistent. Het haalt allemaal niks uit. Al op zijn inauguratiespeech vertoont Groenink een staaltje bijzonder onempatisch gedrag. Na het uitgebreid complimenteren van voorganger Kalff, kondigt Groenink meteen een drastische koerswijziging aan, waarmee ABN AMRO van lachertje van de beurs naar internationale topbank moet transformeren. Dit is het begin van het einde…

De Prooi

Toch komt Groenink er niet zo slecht af in de verfilming. Ja, hij zegt vaak helemaal de verkeerde dingen. Die opmerking tegen een vrouwelijke topmanager dat ze na afloop van een meeting de boardroom kan gaan schoonmaken is natuurlijk verschrikkelijk, maar Groenink lijkt zich nauwelijks bewust van deze blunders. Hij heeft een missie en dat is de bank behoeden de prooi te worden van buitenlandse banken. Daarbij staan zijn passie en liefde voor ABN AMRO buiten kijf. De formidabele acteur Pierre Bokma geeft Groenink een menselijk gezicht. Eerder een tragisch figuur, dan een incompetente bullebak is het beeld dat hij naar voren brengt.

Dat Groenink de verkeerde leider was voor ABN AMRO moge duidelijke zijn, maar deze verfilming toont hem – net als de bank zelf – vooral als speelbal van de omstandigheden. Anderen wilden hem net zo goed op die plek omdat de hele bankencultuur gericht was op aandeelhouderswaarde. Groenink heeft gewoon een slim spelletje beïnvloeden gespeeld, waardoor hij de Raad van Commissarissen aan zijn kant wist te krijgen. In dit wereldje kan niemand hem dat kwalijk nemen.

Wat ABN AMRO vooral lijkt te ontberen is een heldere strategie. Waarin gingen ze zich onderscheiden en – nog belangrijker – wat gingen ze niet doen? Nu probeerden ze mee te komen met de grote zakenbanken van Wall Street met wanstaltige bonussen die uiteindelijk geen waarde opleverden. Dit kun je niet alleen Groenink aanrekenen. Waar was de Raad van Commissarissen om alle stakeholders te dienen met fatsoenlijk bestuur? Waarom heeft Kalff zijn eigen opvolging niet tijdig zeker gesteld? En waarom is er in de Raad van Bestuur niemand die Groenink op de juiste wijze wat tegengas geeft in plaats van puur met hun eigen ego’s en posities bezig te zijn?

Ook bij het gedrag van Nout Wellink, president van de Nederlandsche Bank, worden vraagtekens gezet. Hij koestert een zodanige liefde voor ABN AMRO dat hij koste wat het kost wil voorkomen dat de bank in buitenlandse handen valt. Dus probeert hij een fusie te forceren met ING. En als dat mislukt, proberen hij en Groenink dan maar een merger of equels met Barclays te realiseren. Het mag niet baten, want de aandeelhouder heeft de macht en dus moet ABN AMRO bezwijken voor de hoogste bieder.

Ook al heeft de climax van dit drama slechts vijf jaar geleden plaatsgevonden, het komt toch over als een ander tijdperk. Een tijdperk waarin overnames puur gedreven werden door de ego’s van bestuurders, en er nog astronomische bedragen werden neergeteld voor ‘prooien’ als ABN AMRO – het consortium Fortis, Banco Santander en Royal Bank of Scotland betaalden 72 miljard euro voor de bank.

Heeft de crisis lang genoeg geduurd om iets fundamenteels te veranderen in de financiële sector? De geschiedenis heeft aangetoond dat mensen erg traag leren van dergelijke catastrofes. De vraag die zich opdringt is dan ook in hoeverre dit weer kan gebeuren wanneer de economie weer op volle toeren zou draaien. Wint hebzucht het dan opnieuw van gezond verstand? Of is er echt een ander tijdperk aangebroken en is De Prooi slechts een pijnlijke geschiedenisles? De tijd zal het leren.