Duurzaamheidsambitie ver te zoeken in politiek

Er was van de week heibel in politiek Den Haag. Kabinet Rutte II had het nogal ongelukkige plan naar buiten gebracht om inkomstenonafhankelijke zorgpremie te gaan heffen. Nivelleren noemen ze dat: het terugbrengen van inkomstenverschillen. Op zich niet verkeerd. Te grote inkomensverschillen zijn akelig. Kijk maar naar de VS. De ‘filthy rich’ hebben daar de financiële sector kunnen dereguleren, zodat zij zich verder hebben kunnen verrijken, totdat de zeepbel klapte, de economie in elkaar stortte en de werkloosheid en gepaarde armoede groter dan ooit zijn geworden. Zoiets mag in Europa nooit gebeuren.

Maar de vraag is of sleutelen aan de zorgpremie wel het juiste middel is om dit te realiseren. Los van de rekenblunders in het model van Rutte II is het misschien wel oneerlijk dat de ene burger meer moet betalen voor hetzelfde product – want dat is zorg op een bepaalde manier; een markt die drijft op vraag en aanbod. Zo ziet de VVD het in ieder geval wel. In plaats van op die manier te proberen te nivelleren, kun je wat mij betreft beter de zwakkere groepen in de samenleving te hulp schieten. Via het belastingsysteem leg je daarvoor de rekening evengoed bij de sterkste schouders, alleen voelt het eerlijker voor de veelverdieners. Wanneer de zorgkosten verder oplopen, verhoog je de premie voor iedereen en help je de zwakkere groepen in de samenleving financieel wanneer nodig.

De maatregel is dus ongelukkig gekozen, maar dat neemt niet weg dat er wat moet gebeuren. We hebben met een crisis te maken en het gaat pijn doen. Laten we die pijn dan ook lijden en het door ons zelf gekozen kabinet de ruimte geven om moeilijke keuzes te maken. Nederland is nog altijd de 16de economie ter wereld, de 7de investeerder en 5de exporteur. We hebben het nog altijd hartstikke goed! Maar er zijn stevige maatregelen nodig om het huishoudboekje van de overheid op orde te krijgen. Rutte II wil nu aan de inkomstenbelasting gaan sleutelen. Dit zal ongetwijfeld ook weer een hoop gedoe opleveren, maar vroeg of laat moet er een dergelijk moeilijk besluit geslikt worden door zowel politiek als samenleving.

Volgens Mark Rutte zelf voelen Nederlanders zich er oncomfortabel bij als het huishoudboekje van de staat niet op orde is, en daar heeft hij wel gelijk in. In Griekenland hebben ze zich er jarenlang niet druk om gemaakt en nu kunnen veel mensen daar de helft van hun salaris inleveren als ze hun baan überhaupt nog hebben. Dus, het streven van Rutte om de overheidsfinanciën op orde te krijgen en de rekening niet bij een volgende generatie te leggen is heel goed. Maar als het hebt over de volgende generaties, dan moet je het ook hebben over duurzaamheid. En daar is in het huidige regeerakkoord weinig over gerept. Of heb ik iets gemist?

VVD’ers worden door mij verondersteld van die slimme economen te zijn, dus kunnen ze ook begrijpen dat er grenzen aan groei zijn. Als het huishoudboekje op orde is, willen ze terug naar grote economische groei lijkt het nu, maar de enige manier om mijns inziens nog waarde te creëren in de nabije toekomst is om te gaan voor duurzaamheid all the way. Energieneutrale bedrijven creëren dus of zelfs energiepositieve ondernemingen. Grondstoffen 100 procent regenereren… Dat is hoe we waarde kunnen creëren voor toekomstige generaties. We moeten ook wel, want per dag komen er ruim 200.000 mensen bij op aarde. Een stad per dag. Hoe lang gaan we dat nog volhouden?

Er komt een enorme grondstoffen- en energieschaarste op ons af. We moeten dus manieren vinden om slimmer om te gaan met wat we hebben, en minder afhankelijk worden van niet hernieuwbare grondstoffen en energie. Dan worden we straks minder hard getroffen door de voedsel en energiecrisis die vroeg of laat gaat toeslaan. Dit vereist nu investeringen. Het mooie van deze investeringen is dat je ze zeker terugverdient. Nederland zou een leidende rol moeten spelen in duurzaamheid: een voorbeeld voor de wereld. Dit zal ons meer welzijn dan ooit kunnen brengen.

Het kabinet zou daarom nu een zeer ambitieuze target moeten stellen om het land te verduurzamen. Er zijn zoveel dingen te doen. Start een duurzaamheidstank met alle topexperts bij elkaar. Creëer nieuw beleid om goed gedrag te belonen en slecht gedrag te straffen. Ga met het bedrijfsleven aan tafel en help de sectoren die het moeten gaan doen. Stel tot doel de hele overheid in vijf jaar tijd CO2 neutraal te maken. Laat de financiële mensen scorecards ontwikkelen en ga er helemaal voor. De investeringen hierin leveren ook weer banen en economische groei op. Breng daarom enerzijds de financiële huishouding op orde, maar ga ook flink investeren in een duurzame toekomst.

Dus Rutte II, een stevige duurzaamheidstarget is een win-win voor iedereen. Ik weet dat jullie een crisis te managen hebben, maar er komt een nog veel grotere crisis op ons af. Ga deze noodzakelijke uitdaging aan en toekomstige generaties zullen jullie bedanken. En jullie electoraat misschien ook wel.

Documentaire: Inside Job – Ultieme beschouwing van de grootste crisis aller tijden

Door de wereldwijde financiële crisis die in 2008 in alle hevigheid losbarste zijn miljoenen mensen hun spaargeld kwijtgeraakt, hebben mensen wereldwijd hun baan verloren en zijn talloze mensen – vooral in de Verenigde Staten – hun huis uitgezet en gedwongen in tenten te leven. Hoe is het zover gekomen en hoe staan we er nu voor? Deze vragen beantwoordt de documentaire ‘Inside Job’.

De regisseur van ‘Inside Job’ is de Oscar-winnende documentairemaker Charles Ferguson, die in 2007 met ‘No End in Sight’ een kritische blik wierp op de rampzalige bezetting van Irak en de daarbij gemaakte fouten door de regering Bush. Momenteel werkt hij aan een documentaire over WikiLeaks die in 2012 zal uitkomen. Het doel van Ferguson met ‘Inside Job’ is simpel; de oorzaken en gevolgen van de crisis haarfijn uitleggen. Het gevoel dat hij daarmee vooral opwekt is woede. Ferguson slaagt zeer goed in zijn doel, want de excessen die hij toont zijn zo wanstaltig dat ze je als kijker onmogelijk onverschillig kunnen laten. Ook worden complexe financiële handelswijzen met simpele voorbeelden en vergelijkingen duidelijker gemaakt dan ooit tevoren.

De documentaire begint in IJsland, ooit een bijna volmaakte maatschappij, totdat de overheid overging op verregaande deregulering van de bankensector. De drie grootste banken leenden 120 miljard dollar voor investeringen wereldwijd, een lening die 10 keer groter is dan de IJslandse economie zelf. De bankiers werden rijk en de overheid profiteerde mee. Totdat de zeepbel werd doorgeprikt met rampzalige gevolgen. Het ongelofelijke in retrospectief is dat accountantsfirma’s en rating agencies toentertijd geen problemen vonden in de balansen van de banken en IJsland zelfs regelmatig complimenteerden met hun handelswijze.

Wat er gebeurd is in IJsland is een miniatuurversie van wat er misging op Wall Street. Hoe begon het allemaal? In 1981 benoemde president Ronald Reagan de directeur van private investeringsbank Merrill Lynch tot Minister van Financiën. Dit is het begin geweest van een periode van 30 jaar lang dereguleren. De volgende stap was de consolidatie van de financiële sector. Investeringsbanken werden zo groot, dat wanneer ze om zouden vallen, het hele systeem zou instorten. De regering Clinton hielp ze verder door een wet overboord te gooien die riskante fusies in de financiële sector moest voorkomen.

In 2001 werd al duidelijk dat het financiële systeem niet functioneerde toen de internetbubbel uit elkaar klapte met 5000 miljard dollar kapitaalvernietiging tot gevolg. Elliot Spitzer (Hoofd Openbaar Aanklager New York 1999 – 2007) bracht aan het licht dat investeringsbanken bewust internetbedrijven hadden gepromoot waarvan ze wisten dat ze zouden falen. Het was niet bepaald de eerste keer dat deze instellingen – de bekende vijf; Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers – op illegale activiteiten werden betrapt, maar ze kwamen er altijd met een boete vanaf. De regels werden niet aangeschroefd, maar juist verder versoepeld.

Ontstaan crisis
Verschillende financiële instrumenten hebben bijgedragen aan het ontstaan van de bankencrisis die in 2008 losbarste. Derivaten zijn misschien wel de belangrijkste van deze instrumenten. Hiermee konden bankiers overal op gokken; stijgende olieprijzen, het faillissement van een bedrijf of zelfs het weer. Tegen het einde van de jaren 90’ was de derivatenhandel een markt met een waarde van 50 triljoen (5.000 miljard) dollar. Bovendien was het een markt die niet gereguleerd was. Alan Greenspan, toenmalig voorzitter van de FED, hield de regulering van derivaten in 1998 tegen omdat het ‘onnodig’ zou zijn. In 2000 nam het Amerikaanse Congres zelfs een wet aan die de regulering van derivaten verbood. Toen was het hek echt van de dam.

Na de derivaten maakte het volgende uiterst riskante instrument zijn entree; securitisaties van huizen en andere schulden. Banken namen schulden over en bundelde deze in pakketjes: CDO’s (Collateralized Debt Obligations). Deze CDO’s verkochten ze vervolgens aan investeerders. Hypotheekbetalingen gingen nu de hele wereld over. Het gevolg was dat het geldschieters niks meer kon schelen of een klant zijn of haar hypotheek nog betaalde, dus keurde ze steeds riskantere leningen goed. Vanaf 2004 werden steeds meer sub-prime hypotheken – de meest riskante hypotheekvorm – gebundeld in CDO’s. De securitisatiemarkt is de grootste bubbel aller tijden geworden.

Rating agencies speelde in dit alles een zeer twijfelachtige rol omdat zij door investeringsbanken betaald werden (en worden) om ratings af te geven over hun producten. Dit werden daarom natuurlijk vaak Triple-A ratings, oftewel de best mogelijke ratings. Ondertussen stond de SEC (Het equivalent van de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten) toe dat investeringsbanken steeds hogere leverage konden nemen tot wel leverageniveaus van 33:1. Dus, een daling van 3 procent van hun activa zou deze banken insolvent maken. Het is idioot, maar dit was echt toegestaan.

Een andere tijdbom die aan bod komt in ‘Inside Job’ is het instrument Credit Default Swaps die werden verkocht door de grootste verzekeraar in de VS; AIG. Een Credit Default Swap is een verzekering op een CDO. Als een CDO faalt, betaalt verzekeraar AIG het verlies terug aan de investeerder. Maar speculanten konden – in tegenstelling tot bij normale verzekeringen – ook Credit Default Swaps kopen om tegen CDO’s te wedden die ze niet zelf bezaten. Als een CDO dan zou falen, zou dat dus potentieel een enorm verlies betekenen voor de verzekeraar. Banken als Goldman Sachs speculeerde zo bewust tegen financiële producten die ze zelf aan hun klanten hadden aangeraden. Omdat Credit Default Swaps niet gereguleerd waren, hoefde AIG geen geld opzij te zetten voor potentiële verliezen. In plaats daarvan betaalde ze gigantische bonussen aan medewerkers om zoveel mogelijk contracten binnen te slepen.

De crash
Terugkijkend op deze ontstaansgeschiedenis kan gesproken worden van een Ponzifraude, oftewel hoge winsten die steeds worden betaald met de inleg van nieuwe klanten. Inderdaad, totdat er geen nieuwe klanten meer bijkomen en het systeem instort. Dat gebeurde in 2008. Eerst begonnen de executieverkopen van huizen sterk te stijgen en de keten van securitisaties implodeerde. Leners konden hun leningen niet meer betalen aan de investeringsbanken en de markt voor CDO’s crashte. Investeringsbanken konden honderden miljarden aan leningen, CDO’s en onroerend goed niet meer verkopen.

Toenmalig Minister van Financiën Henry Paulson, die daarvoor overigens CEO van Goldman Sachs was, besloot de insolvente investeringsbank Lehman Brothers failliet te laten gaan, om zo de financiële markten te kalmeren, zo redeneerde hij. Dit bracht een schok teweeg in het hele wereldwijde financiële systeem. Alle fondsen met assets bij Lehman Brothers ontdekte tot hun schrik dat ze deze niet meer kwijt konden. Een belangrijk knoop in de hub faalde, wat enorme gevolgen had voor het hele systeem. Verzekeraar AIG stond ook op omvallen en het hart van de wereldeconomie kwam toen tot stilstand. De Amerikaanse overheid had geen keus. Ze spendeerden 700 miljard dollar belastinggeld om AIG en de overige banken te redden, maar een wereldwijde economische recessie kon niet meer worden afgewend.

De lijst van prominente experts uit de financiële wereld die geïnterviewd wordt in ‘Inside Job’ is indrukwekkend, o.a. Nouriel Roubini, Paul Volcker, Willem Buiter, George Soros, Christine Lagarde, Eliot Spitzer en Dominique Strauss-Kahn komen aan het woord. Veel indrukwekkender is de lijst van mensen die geweigerd hebben mee te werken aan de film. Bijvoorbeeld Alan Greenspan, die nooit problemen zag in wat er in de financiële sector gebeurde, weigerde mee te werken aan deze documentaire. Hij is één van velen.

Verandering
Hoe staan we er nu voor? Obama werd gekozen tot president vanwege zijn roep om verandering, maar is die verandering gekomen? In zijn regering zitten talloze figuren die afkomstig zijn van Wall Street of die een rol hebben gespeeld in het ontstaan van de crisis. De hervormingen op reguleringsvlak stellen tot nu toe weinig voor. Op kritieke punten, zoals de rating agencies, bonussen en lobbyisten is niks van betekenis aangepakt. De CEO’s van de banken die de crisis hebben veroorzaakt zitten nog op hun plaats en rating agencies hebben hun verdienmodel nog niet hoeven aanpassen. Obama heeft geen enkele financiële instelling crimineel vervolgd of bonussen teruggevorderd die tijdens de zeepbel zijn verdiend. De regering is nog altijd een ‘Wall Street regering’, zoals één van de geïnterviewden het mooi omschrijft.

Wat kunnen wij doen?
Dit alles maakt machteloos en boos. Wat kan het Nederlandse bedrijfsleven hiermee? Ten eerste is het belangrijk om vast te stellen dat in het hedendaagse financiële systeem alles aan elkaar vast is geknoopt, zoals gebleken is met de val van Lehman Brothers. Daarom kunnen de ontwikkelingen in Amerika niet los gezien worden van de rest van de wereld. Wij hebben net zoveel belang bij een gezonde financiële sector in de VS, als de Amerikanen zelf.

In de VS moet het risicomanagement en de governance van financiële instellingen op de schop, zo kunnen problemen in de toekomst voorkomen worden. Als de overheid en Wall Street het zelf niet op orde brengen, moet de rest van de wereld deze governance afdwingen. Bij een recente rondetafelsessie over ethiek in het bedrijfsleven waar ik als journalist bij aanwezig was, vertelde de CFO van een groot Nederlands bedrijf dat hij weigerde zaken te doen met Goldman Sachs omdat zij nog steeds onethisch handelen. Dit zal niet voor ieder bedrijf makkelijk zijn, maar ik vind het een inspirerend voorbeeld dat ik graag opvolg. Daarom verwijs ik persberichten van Goldman Sachs vanaf nu direct naar mijn elektronische prullenbak. Opgeruimd staat netjes.