Aan alles komt een einde

I’m fixing a hole where the rain gets in.
And stops my mind from wandering.
Where it will go.

Ouder worden brengt nieuwe angsten met zich mee. Met het verstrijken van de jaren verschuiven langzaam de prioriteiten in iemands leven. Levensgeluk wordt belangrijker dan harde ambities, familie wordt belangrijker dan vrienden, en gezondheid wordt belangrijker dan uiterlijk.

Voor de meeste mensen verloopt de levenscyclus redelijk hetzelfde. Jeugd – school – studie – werk – kinderen – werk werk werk werk – pensioen – kleinkinderen – dood. Voor sommige mensen stopt het ergens middenin, zoals mijn oude collega Fraukje. Dat is het wrede van het leven. Maar aan het afmaken van de cyclus zitten ook mindere kanten. Je verliest dan veel mensen om wie je geeft, lichaam en hersenen takelen af, en passies vervagen samen met de herinneringen. Toch zou iedereen kiezen voor die laatste optie, want een onafgemaakt leven is kut.

Loesje en ik zitten nu middenin de cyclus. We hebben al ervaren hoe belangrijk gezondheid is. In je jeugd ben je daar nauwelijks van bewust. Loesje’s revalidatie is begonnen en het slaat goed aan. Na afloop van het traject kunnen we eindelijk gaan genieten van ons ‘nieuwe leven’. Genieten zoals we dat in het verleden samen deden, maar nu met een kind erbij, ons fantastische meisje.

Een kind erbij heeft wel enorme impact. Dat heb ik zelfs een beetje onderschat. Een kind erbij betekent namelijk een definitief einde aan een zekere periode. De studietijd bijvoorbeeld, een tijd waarin alleen het behalen van voldoende punten nog een soort van verplichting is. Daarnaast kun je het helemaal insteken zoals je zelf wilt. Als je bijvoorbeeld 100 uur wilt besteden aan het spel ‘Grant Theft Auto: San Andreas’, onder het genot van de beste nederwiet uit Haarlem, dan kan dat.

Nu is de studietijd – waarin ik met mijn Indonesische studiematen Yoga & Rio in het smerigste huis van Haarlem woonde – nog slechts een nostalgische herinnering. Voor mij was studie niet zozeer veel feesten, maar meer een tijd van ultieme vrijheid. Ik kon me verdiepen in de dingen die me echt interesseerde, zoals films. Het halen van de studie was echt een part-time baan, dus bleef er veel tijd over om te blowen, rond te hangen met geweldige vrienden zoals Rico en Matthias, en veel tijd achter het beeldscherm doorbrengen. In 2003 ontdekte ik ‘The Sopranos’ en die serie kijken, stoned als een garnaal, op mijn kamertje in Haarlem was een oneindig fascinerende ervaring.

Begin 2003 had ik daarnaast een passievolle relatie gekregen met de liefde van mijn leven. Loesje en ik waren gemaakt voor elkaar, en we peddelden vrolijk op neer tussen Loesje’s huis in Amsterdam en mijn huis in Haarlem (alhoewel meestal Amsterdam, het huis in Haarlem was te smerig om met goed fatsoen vrouwen te ontvangen).

Wat ik momenteel moeilijk te verkroppen vind, is dat die momenten nu voor altijd voorbij zijn. Je weet dat aan iedere periode een einde komt. Hoe bijzonderder de periode, hoe moeilijker dat is. En de kans op nieuwe dergelijke periodes wordt steeds kleiner. Mijn ouders naderen de 70. Ze gaan aan het einde van het jaar naar Australië en beschouwen dat als hun laatste grote reis. Het onverteerbare aan hun leeftijd vind ik dat ze hun kleindochter slechts deels zien opgroeien. Op een gegeven moment stopt het. Hoe moet je daarmee omgaan?

Zoals gezegd, het leven is nu anders dan het ooit geweest is. Niet dat ik helemaal geen vrijheid meer heb… Neem vandaag, ik ben vrij, de zon schijnt, Rosa is op de opvang… Ik eet eerst mijn huevos rancheros en drink mijn zwarte koffie, en daarna ga ik lekker wat rommelen op het Konijneneiland 2.0, keer op keer luisteren naar ‘Days’ van ‘The Kinks’, momenteel het enige liedje op mijn iPhone. Die angsten moet ik maar even loslaten, zodat ik optimaal kan genieten van het moment. Een vaardigheid waar je gelukkig met leeftijd ook steeds bekwamer in wordt.

Een paar flinke stappen terug

17 november 2013

Het is een donkere, mistige winteravond, hier in Hotel Blooming, Bergen. Loesje en ik hebben kleine Rosa net in bed gelegd en we zijn nu aan het bijkomen van een paar drukke dagen. Dit is onze eerste vakantie dit jaar sinds Loesje zo ziek is geworden in april. Daarvoor, nadat ze haar eerste pijnblokkade had gehad, zaten we in een hotel in Nunspeet, en begon de pijn heftig toe te nemen. Na de tweede blokkade ging het helemaal mis. Het gaat nog steeds niet goed, en het wachten is op het begin van het revalidatieprogramma in 2014.

Buiten is het muisstil en in de kamer hoor je alleen het zachte gezoem van de airco. Op tafel liggen de restanten van onze roomservice bestelling; brood, omelet en vistapas. Ik heb net een fles rode wijn open gemaakt en ben van plan die vanavond helemaal weg te werken. Bergen. Roomservice. Rode wijn. Vriend Guus zou zeggen dat ik een kakker ben. Maar voor Guus is iemand al snel een kakker.

Ik heb onze spullen vanmiddag al naar het hotel gebracht. Loesje’s pijnklachten vragen om een zorgvuldige planning van activiteiten. Dat heeft ze door harde lessen geleerd. Een half uur rondzeulen met tassen en een loodzwaar kind kan dagenlang zenuwpijn opleveren. Daarom ben ik vast op en neer gegaan met alle bagage voordat ik Loesje en Rosa heb opgepikt. Ik voelde me net een hobo toen ik de lobby binnenkwam. Ik had mijn eilandkleren nog aan vol met vlekken, scheuren en gaten. Samen met Guus was ik ’s middags naar het Konijneneiland 1.0. geweest om de allerlaatste spullen weg te halen. Daarmee hebben we de verhuizing officieel afgerond en het eiland opgeleverd voor de nieuwe huurders.

Het was een vreemd gevoel om over het gigantische, lege eiland te wandelen. Nog geen jaar eerder had het nog volgestaan met kippen- en konijnenhokken, hekken, stenen vloertjes, tonnen en buizen waar de konijnen doorheen konden kruipen. Meerdere zomers had ik er vele middagen doorgebracht met Loesje en schoonvader Leo. En heel vaak was ik me bewust geweest van mijn geluk op dat moment. Nu is het tijd voor een nieuwe start…

Hotel Blooming

Hotel Blooming

Nu ik hier op bed lig, soepel op de i-Pad tikkend, vind ik het een goed moment om eens terug te blikken op 2013. Het jaar zit er toch bijna op. Wat ik er ten eerste over kan zeggen is dat duidelijk de ‘13’ in het jaar zat. Loesje is door een hel gegaan. Om het beter te begrijpen, vergelijk ik zenuwpijn met de pijn die ik ervaarde toen ik een niersteen had een paar jaar terug. Die eerste ochtend toen het kristalletje in mijn plasbuis ronddwaalde verging ik werkelijk van de pijn. Zulke pijn heeft Loesje het afgelopen jaar voortdurend gehad. Ze heeft het als een echte bikkel doorstaan, maar als je geconsumeerd wordt door pijn is er weinig ruimte over voor andere ervaringen. En dat terwijl dit dé tijd is om te genieten van alles wat we hebben opgebouwd; ons prachtige dochtertje, onze relatie, ons mooie huis in de polder, enzovoorts. Maar dat denken mensen altijd, vermoed ik, als er iets op hun pad komt dat ze niet hebben voorzien.

Chronische pijn is wel te vergelijken met huisarrest. Loesje kan niet in de auto stappen om een boodschapje te doen. Ze is gebonden aan het dorp, en hoe mooi Schermerhorn ook is – het gaat vervelen. Dus, dat was wel dé duidelijke downer dit jaar. En eentje die nog niet voorbij is. Wel geloof ik dat haar zenuwstelsel langzaam tot rust gaat komen, zeker na het revalidatieprogramma dat in februari eindelijk – na 10 maanden wachten – gaat beginnen.

Een minder persoonlijke downer vind ik de harde sfeer die in Nederland is ontstaan. Momenteel is de Zwarte Pieten discussie in volle gang en veel Nederlanders – van het type dat graag in de slachtofferrol duikt – hebben het gevoel dat ‘hun laatste Nederlandse traditie’ van ze wordt afgepakt. Mijn standpunt: Uit historisch onderzoek is onomstotelijk aangetoond dat Piet inderdaad afstamt van kindslaven. Daar kunnen we anno 2013 gewoon niet meer mee aankomen. Afschaffen die handel dus. Maar ik vrees dat er nog nare dingen staan te gebeuren voordat dit een feit is. Nederland zit in een crisis, en het is geen economische dit keer.

Om toch met een positieve noot te eindigen, ik heb ook successen gekend in 2013. Loesje, ik en Rosa zijn als gezin sterk genoeg gebleken om tegen die verrotte pijn op te boksen. We hebben ons stresslevel ondanks de situatie behoorlijk terug weten te brengen. Dat is geruststellend, want vroeg of laat komt zoiets op ieders pad. Het is nog niet overwonnen, maar we hebben de test wel doorstaan. Op professioneel vlak heb ik ook grote stappen gezet, zowel in kennis als vaardigheden. Mijn goede voornemen voor 2014 is zoveel mogelijk mooie momenten te beleven met mijn gezin, en het pijnlevel van Loesje flink terug te brengen. En uiteraard weer te werken aan veel inspirerende content.

De beste wensen &
Tot volgend jaar.

J

Zo doe je dat!

Lange file A9 door ongeval bij Amstelveen

27 november 2013, 07:54

Een ongeluk op de A9 vanuit Alkmaar naar Amstelveen zorgt woensdagochtend voor veel vertraging. Tussen Aalsmeer en Amstelveen is alleen de vluchtstrook open. Rond 07:30 uur botsten er meerdere voertuigen op elkaar. De dagelijkse ochtendspitsfile vanaf Beverwijk is inmiddels versmolten met die achter het ongeval. In totaal staat er 10 kilometer verkeer stil. Het is nog niet duidelijk wanneer de rijbaan weer helemaal in gebruik is. Het ongeluk op de A9 is een van de weinig dissonanten tijdens de woensdagochtendspits. Verder is het in het hele land bijzonder rustig. Even voor 08:00 uur stond er slechts 50 kilometer file. Normaal gesproken staat er 100 kilometer file rond dat tijdstip.

OngelukOngeluk 2

Ik heb niet eerder in zo’n grote crash gezeten. Het is adrenaline verhogend, kan ik je vertellen. Ik zag voor me dat verschillende auto’s keihard in de ankers gingen. Ik volgde uiteraard. Toen ging het heel snel. In een luttele seconde wist ik dat als ik niet zo uitwijken, ik bovenop de auto voor me zou knallen. Ik wist er rechts langs te schieten, maar de combinatie met het remmen maakte dat ik slipte en tegen de vangrail opknalde.

De schade aan mijn auto viel mee vergeleken met de circa 10 andere betrokken auto’s. Die waren total loss. Samen met de andere ‘slachtoffers’ ben ik door een bergingsbedrijf afgevoerd, samen met de auto’s. Bij het bergingsbedrijf hebben we koffie gedronken en gezellig gepraat, allemaal nog behoorlijk high van de adrenaline.

De totale file die we veroorzaakt hebben leverde weggebruikers op de A9 zo’n 50 minuten vertraging op. Kicken om eens aan de andere kant te staan. 🙂

Dood aan de vleesverraders

Sinds ik geen vlees meer eet, merk ik dat we leven in een echte vleescultuur. Het gaat niet alleen om lekker eten – er zijn zat alternatieven en dat worden er steeds meer – maar het gaat om het willen vasthouden aan de status quo. Stoppen of minderen met vlees eten zal uiteindelijk economisch noodzakelijk worden. Mensen vinden dat confronterend. Immers, vasthouden aan al het oude is comfortabel. Het veranderen van bekend gedrag vinden mensen doorgaans erg moeilijk.

Als iemand die ‘geen vlees meer eet’ (ik kan mezelf geen vegetariër noemen, want ik eet nog wel vis) loop ik geregeld tegen confrontaties aan met de gevestigde, vleesetende orde. Iedere keer dat ik in een sociale situatie aangeef geen vlees meer te eten worden mijn gesprekspartners recalcitrant, militant of zelfs een beetje agressief. ‘Nooit, nooit, nooit zal ik stoppen met vlees eten’, heb ik al meerdere keren gehoord. Oké dan.

Misschien dat het woord ‘meer’ in ‘geen vlees meer eten’ deze reacties oproept. Alsof ik wil zeggen, ‘ik doe iets niet meer en jij zou hetzelfde moeten doen.’ Mijn eigen familie heeft het er erg moeilijk mee dat ik vegetarisch ben geworden (zij mogen die term wel gebruiken). Op Sinterklaas vorig jaar kreeg ik een Big Mac uit de vriezer. In het bijbehorende gedicht stond dat het onmogelijk is dat een fervent hamburger fetisjist als ik geen vlees meer zou eten. Sommige dingen horen nu eenmaal bij elkaar, zoals The Dude en zijn White Russian, was de redenering.

Ook de mensen van mijn werk vinden het een beetje bizar. Laatst zat ik met een groep werkrelaties in Japans restaurant Kokusai in Amstelveen, waar je gezamenlijk gerechten bestelt en opeet in vijf rondes. Ik heb aangegeven geen vlees te eten, maar wel vis. Ik denk dat dit gedurende de avond nog zo’n 30 keer herhaald is. ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, als een kapotte grammofoonplaat. Toen ik laatst op een receptie een bitterbal afsloeg, vroeg mijn relatie te heroverwegen. Immers, er zat toch nauwelijks vlees in zo’n ding? Alsof stoppen met vlees eten gaat om de hoeveelheid vlees, en het geen principe kwestie kan zijn.

Nu speelt hoeveelheid ook wel weer een rol. Als iemand vraagt waarom ik geen vlees meer eet antwoord ik 1.) dat ik een einde wil maken aan de bio-industrie en 2.) dat het eten van vlees niet duurzaam is. Met die laatste reden kun je misschien nog wel eens iemand overtuigen. Mijn collega Willem koopt en bereidt om die reden zelf geen vlees (hij eet wel wat hij krijgt aangeboden). Dierenleed speelt geen rol hierin. Het gaat hem puur om het feit dat de waardeketens van vlees uitermate inefficiënt zijn. Miljoenen tonnen eten worden jaarlijks omgezet in diervoeding, voedsel dat prima kan dienen voor directe menselijke consumptie. Dan heb ik het nog niet eens over de vervuiling van de megastallen en de megaruimte die vee inneemt. Kortom, er kunnen vele schakels uit de keten weggenomen worden, zodat de negen miljard mensen die binnenkort deze planeet bewonen allemaal nog wat te bikken hebben.

Dus, toch even een moralistische statement om af te sluiten: Over 20 jaar vinden mensen het eten van dieren hopelijk uiterst bizar en ouderwets. Hopelijk kijken mensen naar foto’s van vleesafdeling van supermarkten en kunnen ze er met hun hoofd niet bij. ‘Vroeger kwamen vleesproducten niet uit het laboratorium, maar van dieren. De plakjes dierenkadaver lagen toen nog in plastic zakjes op tafel, jongen. Echt waar, je opa heeft het nog meegemaakt.’ Een mooi toekomstbeeld wat mij betreft. Maar dat is alles wat het is; een toekomstbeeld. Realiteit is het helaas nog allerminst.

Icon 6 - Fish