Review ‘The Grand Biocentric Design’

In 2017 I read the most important book of my lifetime: Biocentrism (2009) by renowned scientists Robert Lanza and Bob Berman. It deserves to have an impact at least as great as Immanuel Kant’s Critique of Pure Reason in the 17th century. And the main message is very similar: space and time are tools of the animal mind. Only how the authors reach their conclusions is different. Kant by brilliant philosophical reasoning. Lanza by backing up these insights by evidence from modern physics and astronomy.

In this third entry in the Biocentrism series (after Biocentrism and Beyond Biocentrism), Lanza wisely added a physicist to his writing team: Matej Pavšič. Also, there is no longer a reference from Deepak Chopra on the cover like there was on the previous books. This ‘name-dropping’ was understandable from the publisher’s position: Chopra can definitely add to the commercial success of any book that challenges the materialistic paradigm. But the science minded crowd is already extremely skeptical of any reference made to consciousness in relation to physics. So, the authors will have to be as credible as they can be to persuade the ones that may be persuaded.

I was already convinced by the first book. Not because of the credentials of the authors – that are extremely impressive – but because of the arguments presented. In the years after reading the mind blowing revelations of the first Biocentrism book, I tried to find counter arguments, but never found them. At least not arguments that cannot be easily refuted (which in this book, the authors do in one of the appendixes). Lanza and his co-authors successfully make their scientific perspective totally compatible with the findings of quantum mechanics and other unsolved mysteries of science.

The core of biocentrism is that consciousness is equivalent to reality itself. It is absolutely fundamental and cannot be reduced. If we accept this fact, everything falls into place. Quantum mechanics reveals that the physical world arises not from interactions, but the awareness of interactions. The mind computes the where and the when objects appear in relation to the observer. An observer with a functioning brain and memory is therefore crucial for the universe to be there. These authors make the case completely obvious.

The first two books were an exploration of how science in the past hundred years has been steadily moving towards this paradigm shattering realization. That conscious life and the cosmos are one and the same and cannot be separated. In the third book Lanza and his co-authors go further to explain how the mind manages the impressive feat of creating reality. The subject matter is complex, but through lucid writing the authors manage to make these ideas understandable for a wide audience.

Also some previously unexplored scientific topics are looked at through biocentric glasses, like Libet’s famous free will experiments that get a completely different interpretation than the usual ‘we are our brains’. They also offer fascinating insights on topics like animal consciousness and dreams. It is really great stuff.

Towards the end, Lanza and co give the readers a good sense of how this new perspective may impact science and what spectacular possibilities it offers for future science. Time travel is just one of them. Lanza and his co-authors did it again. They further improved my understanding of this ’mental thing’ that we’re all a part of. But no matter how much one reads about it or meditates on it, it remains mind-bending stuff. If you want to learn why the exploration of the universe must start within ourselves, this is your definitive guide.

⟿ Jeppe Kleyngeld, January 2021

Waarom zijn we hier?

Vervolg op: Wat is het mentale universum?

Welkom terug. Fijn dat je nog aan boord ben. In dit essay gaan we in op de vraag: wat is de doel van ons bestaan in deze mentale realiteit? Even een opfrisser: Na bijna 100 jaar kwantummechanica wordt het steeds duidelijker dat we voor een enorme transitie in wereldbeeld staan. Het idee van een objectief bestaande wereld om ons heen is definitief verleden tijd, daar zijn natuurkundigen het over eens. Ruimtetijd en materie komen voort uit iets anders, iets diepers. Volgens een aantal prominente wetenschappers, zoals Richard Conn Henry, Robert Lanza en Donald Hoffman kan deze diepere dimensie niets anders zijn dan een mentaal veld. Dat blijkt uit kwantummechanische experimenten waarbij het puur de geest van de onderzoekende wetenschapper is die de uitkomst van het experiment bepaalt.

Deze experimenten hebben ons geleerd dat we niet passief de fysieke wereld om ons heen registreren, maar deze wereld zelf creëren met onze verstrengelde geesten. Hiermee bereiken deze wetenschappers dezelfde conclusies als verschillende Oosterse filosofische stromingen en enkele van de belangrijkste Westerse filosofen aller tijden, waaronder Plato, Kant en Schopenhauer.

Als deze uitdagers van het huidige fysicalistische paradigma gelijk hebben, zegt dat iets over onze identiteit. We kunnen dan stellen dat we geen fysieke wezens zijn mét bewustzijn, maar bewustzijn zelf. Onze lichamen zijn dan slechts avatars. Handig om te navigeren in deze fysieke virtual reality, maar niet fundamenteel. Wat moet je weten om van deze subjectieve ervaring écht een succes te maken?

Evolutie, continue groei en verbetering
Ik ga in dit essay uit van de theorie van alles ‘My Big TOE’ (Theory Of Everything) uitgewerkt door fysicus en bewustzijnsonderzoeker Thomas Campbell. Hij heeft zijn theorie ontwikkeld aan de hand van slechts twee veronderstellingen:
1. De basis van ons universum is een primair bewustzijn waar alles uit voortkomt.
2. De ontwikkeling van dit bewustzijn wordt gedreven door het Fundamentele Proces van Evolutie.

Deze twee assumpties vormen de substantie en dynamiek die de realiteit mogelijk maken. Bewustzijn is het medium waarop de realiteit geprojecteerd wordt en evolutie is het proces van wording dat continu plaatsvindt. Dit proces van optimalisatie eindigt nooit.

In de vorige blog over het mentale universum hebben we het gehad over de eerste veronderstelling. In dit vervolg staan we stil bij de tweede. Ons bestaan blijkt volgens de theorie van Campbell betekenis te hebben. We zitten namelijk opgesloten in een virtuele leeromgeving. Volgens Campbell zijn we als mensen uitgerust met vrije wil. Dat blijkt uit kwantummechanica dat heeft aangetoond dat de wereld, totdat die wordt waargenomen, uit een waarschijnlijkheidsdistributie bestaat. De toekomst is niet zeker, en wordt pas definitief op het moment van waarneming. Met onze intentie/vrije wil kunnen we een zekere invloed uitoefenen op hoe de wereld zich zal manifesteren, aldus de excentrieke fysicus.

Ook het bestaan van evolutie suggereert het bestaan van vrije wil, want om tot winstgevende verbeteringen te komen is het noodzakelijk dat we een leerproces doorlopen en keuzes kunnen maken. De vraag is hoe groot onze invloed op de wereld is. Op de fysieke wereld lijken de effecten beperkt te zijn. Yoda die met zijn geest een ruimteschip kan optillen gaat niet gebeuren. Want hoewel het universum zo mentaal mag zijn als het gesticht uit One Flew Over the Cuckoo’s Nest, betekent nog niet dat er geen natuurwetten van kracht zijn. Maar toch kunnen we invloed hebben op welke realiteit zich zal manifesteren. Dat komt omdat niet vastligt welke van de potentiële toekomstige staten van het universum we gaan manifesteren. Alleen een mate van waarschijnlijkheid dat het de ene of de andere staat is. Je kunt je dit voorstellen als een film die zich aan het afspelen is, maar waarbij het niet vaststaat hoe het volgende frame er precies uit gaat zien. Er zijn een heleboel mogelijkheden en de kijkers beslissen mede welk frame het wordt.

Hoe we invloed kunnen uitoefenen zit hem vooral in onze intenties ten opzichte van andere wezens. Hoe meer we ons richten op anderen en minder op onze eigen ego-verschijning, hoe hoger de kwaliteit van ons bewustzijn, wat weer gemanifesteerd wordt in de buitenwereld. Liefde, compassie, empathie; dat zijn de sleutelwoorden in het manifesteren van een optimale realiteit. Een tip van Campbell is om je minder te richten op wat je zelf wilt, nodig hebt en verlangt en meer op wat je voor anderen kunt betekenen. Hoe investeer je optimaal je energie volgend op je intentie ten opzichte van anderen? Dat is steeds de centrale vraag.

Kwaliteit van bewustzijn
In het grotere plaatje blijven we bacteriën. Het grote bewustzijn is veel groter dan we kunnen bedenken. Alleen al in ons zonnestelsel zijn er 500 miljard sterren te vinden. En dat is slechts één van de 100 miljard bekende sterrenstelsels. En dan hebben we het alleen nog maar over het waarneembare universum. Wie weet wat het superbewustzijn daarbuiten nog allemaal heeft voortgebracht? Maar geen reden om ons onbelangrijk of onbetekenend te voelen. Immers, we kunnen een verschil maken. Door bij te dragen aan de evolutie van bewustzijn op deze planeet. Laat je niet wijsmaken dat evolutie alleen maar een Darwinistisch proces op aarde is dat soorten drijft tot overleving, Dat is slechts een voorbeeld van evolutie. Het Fundamentele Proces is de motor achter iedere verandering in het gehele universum.

Hoe kun je de kwaliteit van je bewustzijn vergroten? Transcendente meditatie is een manier, maar zeker niet de enige. Hallucinerende drugs raadt Campbell af, het enige punt waarop ik het niet helemaal met de bebaarde wetenschapper eens ben. Maar ik snap hem ook wel weer: in veel gevallen maakt dat spul te rotzooi van je hoofd en verschaft het geen helderheid, maar vertroebelt het juist de geest.

Mijn eigen recept bestaat uit onder meer lucide dromen en mindfulness in het dagelijkse leven. Dit helpt mij, maar dat is persoonlijk. Hoe je kunt werken aan de kwaliteit van je bewustzijn is niet iets dat ik, of Campbell, of wie dan ook je kan voorschrijven. Omdat dit leven een schoolervaring is, is het aan iedereen zelf om zijn of haar huiswerk te doen. Goeroes heb je weinig aan, die gaan niet de kwaliteit van je bewustzijn vergroten. Dat kun je alleen zelf.

Boeken (of blogs!) kunnen je ideeën opleveren, maar wijsheid bevindt zich meer in het hart en in de ziel, dan in het intellect. Ervaringen opdoen, de pudding proeven, je bewust worden van je intenties… Dit is de manier. Campbell zegt dat de beloning groot kan zijn: “Degenen die serieus de uitdaging aangaan om de realiteit te verkennen en hun bewustzijn te vergroten, komen zelden met lege handen thuis. Ze vinden onvermijdelijk een grotere realiteit die verder gaat dan de objectieve fysieke materie-realiteit, en dat is voor hen bijna altijd veel meer waard dan de aanzienlijke inspanning die het kost om er toegang toe te krijgen.”

Waarom zijn we hier? Om te leren. In het mentale universum staat individuele groei centraal. En er is niemand die dat voor je kan bereiken, jij zit aan het stuur. Morpheus: “Ik probeer je geest te bevrijden, Neo. Maar ik kan je alleen de deur laten zien. Jij bent degene die er doorheen moet lopen.”

⟿ Jeppe Kleyngeld, oktober 2020

Mentaal-Universum.nl (werk in uitvoering)

Door Jeppe Kleyngeld

Mentaal-Universum.nl is een webplatform dat de mentale aard van de realiteit uitlegt.

In een droom is alles wat je waarneemt een constructie van je eigen geest. Wat nou als dit in je wakkere leven ook zo blijkt te zijn? Een verschil is wel dat je geest in de ‘echte’ wereld niet alleen van jou is, maar onderdeel van een alomvattend superbewustzijn. Het mentale universum vervangt één objectieve buitenwereld door een lappendeken van miljarden, subjectieve werelden van levende wezens. Werelden die door een gedeeld, non-lokaal bewustzijn met elkaar zijn verbonden.

Het idee van een wereld binnen bewustzijn, met geest als ultieme werkelijkheid, is niet nieuw. In de filosofie heet dit idealisme. In het hedendaagse Westen is echter de tegenhanger – het materialisme, de filosofie die alles terugvoert op materiële, kwantificeerbare grootheden – de dominante opvatting geworden. Die positie heeft het materialisme vooral te danken aan het grote succes van moderne wetenschap en Darwins evolutietheorie in het verklaren van een indrukwekkend aantal natuurlijke fenomenen.

Toch is deze zienswijze niet zonder problemen. Het vinden van een plausibele verklaring voor bewustzijn vanuit materialisme is tot de frustratie van de neurowetenschap niet gelukt. Met de opkomst van kwantummechanica in de jaren’ 20 van de vorige eeuw, waarbij het lijkt alsof subatomaire deeltjes ‘reageren’ op waarneming, is bovendien de subjectieve geest reeds de natuurkunde binnengedrongen. Dit tot de ontzetting van de natuurkundigen van die tijd die tot dan hadden verondersteld de natuur te kunnen bestuderen als externe, objectieve realiteit. Nu bleek de waarnemer ineens een fundamentele rol te hebben in het tot stand brengen van die realiteit.

Omdat de natuurkunde geen rationele oplossing kan vinden voor het zogeheten meetprobleem in de kwantummechanica, hanteren de meeste fysici een beleid van shut up and calculate en laten ze de metafysische implicaties over aan filosofen. Die zijn echter zelf vaak van de materialistische school en proberen bewustzijn weg te zetten als illusie (Daniel Dennett) of emergent fenomeen uit het brein (John Searle). De veronderstelde connectie tussen kwantummechanica en bewustzijn doen de materialisten meestal af als te belachelijk om zelfs maar te overwegen. De enkeling in de wetenschap die dit standpunt nog durft te verkondigen wordt al snel weggezet als charlatan en beoefenaar van pseudowetenschap.

Toch laat het beroemde tweespletenexperiment heel duidelijk zien wat er gebeurt wanneer je de waarnemer scheidt van de externe wereld op subatomair niveau: de manifeste buitenwereld verdwijnt dan in een vage waas van wiskundige waarschijnlijkheden. Dit duidt op een non-dualistische realiteit waarin de waarnemer en het waargenomene twee kanten van dezelfde medaille zijn. Wanneer we kwantummechanica letterlijk nemen als beschrijving van de realiteit, lossen we alle grote contradicties in de wetenschap op en zijn we hard op weg naar een holistisch begrip van de kosmos.

Ik ben Mentaal-Universum.nl begonnen voor diegenen die geïnteresseerd zijn in een dergelijk nieuw (of liever hernieuwd) paradigma in de filosofie en wetenschap. Zoals de titel al aangeeft is het uitgangspunt dat we werkelijk in een mentale wereld leven waarin wij levende wezens een directe rol hebben in het manifesteren van de fysieke werkelijkheid. In deze visie bestaan objecten die we observeren in de buitenwereld niet in definitieve staat, maar krijgen ze pas in onze waarneming een positie in ruimtetijd en kwaliteiten als kleur, geur, vorm en structuur. Ook voor ons levende wezens zelf geldt dat wij niet intrinsiek ‘echt’ zijn, maar manifestaties vanuit een diepere, verborgen dimensie die bestaat uit oneindige informatievelden en subtiele energie. Dat is de natuur zoals hij echt is, alleen kunnen we hem zo niet waarnemen. Wat we te zien krijgen is een gebruikersinterface van de natuur, maar niet de ware onderliggende realiteit.

De filosofische grondslag van dit nieuwe wereldbeeld is natuurlijk het idealisme, ontwikkeld door o.a. Berkeley, Kant en Schopenhauer en het neutraal monisme van Spinoza. Ook de bekende natuurkundige Erwin Schrödinger (van de beroemde kat die zowel dood als levend tegelijkertijd is) onderschreef Advaita Vedanta, een spirituele traditie die sterk lijkt op idealisme. Hij zei dat “verscheidenheid alleen maar schijn is en dat er in werkelijkheid slechts één geest is.”

Wetenschapper Robert Lanza heeft in zijn boek Biocentrism (2009) het idealistische gedachtegoed onderbouwd met de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Met zijn theorie van een fundamenteel levend universum legt hij uit hoe realiteit een proces is dat tot stand komt door de interactie van geest en materie/energie in superpositie (wolk van waarschijnlijkheden). Met zijn theorie lost Lanza de tegenstrijdigheden op tussen speciale relativiteit en kwantummechanica, geeft hij een verklaring voor de perfecte afstemming van de constanten van de natuur op het leven, en legt hij uit hoe ruimte en tijd niks anders zijn dan instrumenten van de geest om alles aan elkaar te knopen. Een idee van Immanuel Kant dat nu wetenschappelijk goed te onderbouwen is.

De kwantitatieve psycholoog Donald Hoffman heeft een vergelijkbare visie ontwikkeld (bewust realisme) en heeft zichzelf tot doel gesteld dit kwantificeerbaar te maken middels een wetenschappelijk valideerbaar, wiskundig model. Hiermee hoopt hij uit te leggen hoe alles – inclusief ruimte, tijd en materie/energie – tot stand komt door de interactie van bewuste agenten. Wanneer hij hier in slaagt zou hij de geschiedenis in kunnen gaan als de wetenschapper die het lichaam-geestprobleem heeft opgelost, het moeilijkste probleem in de filosofie dat al speelt sinds Plato. Al zal het verkrijgen van brede acceptatie voor het bestaan van immaterieel en non-lokaal bewustzijn misschien nog moeilijker blijken dan het kwantificeren ervan. Een paradigmaverschuiving van dit formaat gaat wel minimaal een generatie of twee overheen.

Er zijn naast Lanza en Hoffman nog een aantal andere wetenschappers die de status quo uitdagen, zoals de groep van het manifest voor post-materialistische wetenschap. Op Mentaal-Universum.nl komen deze bewustzijn-activisten uitgebreid aan bod en zal ik in losstaande essays het mentale universum verkennen en de implicaties duiden voor ons denken over realiteit, betekenis, cultuur, leven en dood.

Andere essays over dit onderwerp
Wat is het mentale universum?
Waarom zijn we hier?
Bewustzijn in de 21e eeuw
Mind Matters
De Vietnam-oorlog vanuit eenheidsbewustzijn
Bezwaren tegen nondualiteit
De Pulp Fiction vraag: Gebeuren dingen gewoon?
Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Wat als iedereen dat zou doen?

Hoe bepaal je uit moreel oogpunt wat het juiste is om te doen in een bepaalde situatie? Ga je dan op je gevoel af? ‘Het voelde juist’, geven mensen vaak als reden voor het nemen van een beslissing. Stel dat er een gewonde man bij je aanbelt, laat je hem dan binnen en bel je een ambulance omdat je empathie voor hem voelt?

Immanuel Kant

Volgens de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724 – 1804) moeten mensen zulke beslissingen helemaal niet baseren op hun gevoel, maar op wat rationeel het juiste is om te doen. De gevoelens van mensen zijn nu eenmaal anders, vond Kant. Sommige mensen voelen veel empathie en anderen helemaal niet. Voor sommige mensen voelt het goed om geld uit te delen, en voor sommigen helemaal niet.

Wanneer je twijfelt over een morele beslissing, moet je volgens Kant de vraag stellen: ‘Wat als iedereen dat zou doen?’ Als dat niet erg zou zijn, maar positief, kun je dat inderdaad doen. Maar anders niet, want als iedereen uitzonderingen gaat maken wordt de wereld een immoreel zooitje.

Een andere vraag die je moet stellen is: ‘Respecteer ik met mijn actie het doel van alle mensen, of dient het alleen mijn eigen doel?’ Ook hier geldt: Als het alleen eigen doelen dient, niet doen. Kant geloofde dat deze vragen equivalenten waren. Tot slot, kun je je afvragen of je actie vanuit alle perspectieven als rechtvaardig gezien zou worden.

Moraliteitscheck bij beslissingen
1. Zou mijn actie een universele wet kunnen worden?
(Oftewel: Wat als iedereen dat zou doen?)
2. Dient mijn actie het belang van de mensheid als geheel?
(Gebruik ik mensen niet strikt als middel om mijn eigen doelen te bereiken?)
3. Is mijn actie te verantwoorden als regelgever en regelvolger?

Bij drie keer ‘ja’ zit je volgens Kant goed en kun je doorzetten.