De oorsprong van ons bewustzijn

“Bewustzijn is het grootste mysterie.”
― David Chalmers, Filosoof

Hoe begin je een essay dat over alles gaat? Niet letterlijk over alles natuurlijk, maar het onderwerp van dit essay – bewustzijn – zou er niet dichter op kunnen zitten. Zelfs wanneer je denkt dat bewustzijn slechts een biologisch proces is dat in het brein plaatsvindt, dan nog is het onze lens naar zowel onze binnen- als buitenwereld. Zonder bewustzijn zou er net zo goed niks kunnen zijn.

Bewustzijn is een vanzelfsprekendheid voor ons. Slechts weinig mensen vragen zich regelmatig af; waarom ben ik eigenlijk geen zombie? Goede kans dat jij jezelf deze vraag nog nooit gesteld hebt. Dus bij deze: waarom ben jij eigenlijk geen zombie? Tenminste, ik ga er vanuit dat je geen zombie bent en dat je continu persoonlijke, subjectieve ervaringen beleeft. Stel bijvoorbeeld dat je je blik richt op een een bord spaghetti met tomatensaus. Dan verwacht ik dat dit object bij je binnenkomt. Daarmee bedoel ik niet alleen dat er een visueel plaatje in je hoofd verschijnt. Bewustzijn gaat over de volledige subjectieve beleving. Je ervaart hoe het is om naar het bord spaghetti te kijken.

Dit persoonlijk beleven van de wereld gaat zo automatisch en vloeiend dat we niet stilstaan bij de uniekheid van dit vermogen. Met onze zintuigen nemen we de wereld waar en dat gaat gepaard met een subjectief gevoel. So what? Nog een vanzelfsprekendheid, zeker in onze Westerse maatschappij, is dat bewustzijn uit de hersenen komt. Als je iemand met een hamer een flinke klap op zijn hoofd uitdeelt, houdt het bewustzijn van die persoon op. Daaruit kun je opmaken dat de hersenen verantwoordelijk zijn voor het produceren van bewustzijn. Er zijn weinig neurowetenschappers en medici te vinden die geloven dat dit niet het geval is.

Dit kenmerkt ons huidige wereldbeeld. Subjectief bewustzijn wordt nauwelijks meer als mystiek fenomeen beschouwd, maar als ‘gewoon’ onderdeel van de hersenwetenschap. Deze paradigmaverschuiving heeft zijn oorsprong in de wetenschappelijke revolutie van de 17e eeuw. Het was de eeuw waarin de briljante Isaac Newton de zwaartekracht en andere natuurwetten beschreef waarmee hij de grondlegger van de klassieke mechanica werd. In Newton’s theorie opereert het universum als een soort machine waarin objecten zich voortbewegen als biljartballen, volledig voorspelbaar door natuurlijke krachten en wetten van beweging. Bewustzijn of geest hebben geen rol in deze wereld van oorzaak en gevolg.

De wetten van Newton, en vooral de mechanistische mindset die ermee gepaard ging, stelde de mensheid in staat grote technologische vooruitgang te realiseren de eeuwen daaropvolgend. De industriële revolutie heeft de wereld ingrijpender veranderd dan welke gebeurtenis in de geschiedenis dan ook. En deze omwenteling hadden we allemaal te danken aan objectieve, wetenschappelijke kennis. De mogelijkheid om met wiskundige precisie voorspellingen te doen over welke reactie volgt op iedere actie. Zaken van de geest – religie, filosofie en mystiek – hebben hier geen enkele rol in gespeeld.

In de negentiende eeuw volgde een nieuwe mokerslag voor het mystieke bewustzijn. Darwin’s evolutietheorie maakte duidelijk dat diersoorten nooit kant- en klaar zijn afgeleverd op aarde, maar zich voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden. Als dat geldt voor fysieke kenmerken, waarom dan niet ook voor bewustzijn? Deze aardverschuiving in denken, gepaard met de steeds striktere scheiding van kerk en wetenschap, heeft ertoe geleid dat wetenschappers de verklaring voor bewustzijn puur zijn gaan zoeken in de voorspelbare, materiële wereld. Hun uitdaging in de laatste decennia is geworden om aan te tonen hoe fysieke hersenprocessen subjectieve ervaringen veroorzaken. Dit lijkt misschien niet zo lastig, maar het is één van de meest onmogelijke problemen van de wetenschap en filosofie gebleken.

Om je een idee te geven waarom het zo moeilijk is, doen we een gedachte-experiment. Stel je voor dat je een formidabele computerprogrammeur bent. Je besluit op een dag een virtuele wereld te ontwerpen, Gewoon puur om te kijken hoe echt je zo’n wereld kunt laten functioneren. Je bouwt een virtuele omgeving met alle dingen die je ook in de echte wereld aantreft: bomen, huizen, straten, wolken, een blauwe lucht, een zon die opkomt en ondergaat, en levende wezens die deze wereld bevolken. In het begin lopen deze wezens – mensen, katten, honden en paarden – een beetje doelloos rond. Maar ze functioneren wel uitstekend. Zo kunnen ze inkomende objecten, zoals auto’s, prima vermijden. Middels een taalsysteem kunnen ze met elkaar communiceren. En ze zijn zelflerend. Dat wil zeggen, ze verzamelen feedback om beter te worden waarin ze beter willen worden; in overleven, hun virtuele werk en in interacteren met hun omgeving.

Toch ben je nog lang niet tevreden. Je besluit de personages een unieke persoonlijkheid mee te geven. Dat doe je door aan hun gedrag te sleutelen. Zo maak je van sommige mensen opgewonden standjes. Zodra een ander personage iets asociaals doet, laat je ze in woede ontsteken. Ook maak je de menselijke personages introvert of extrovert. Ze vermijden drukte of zoeken deze juist op. Je blijft flink doorprogrammeren en de wereld wordt steeds complexer en interactiever. Het lijkt zelfs sterk op de echte wereld.

Toch ontbreekt er iets. Niemand zou deze complexe personages ooit menselijk of dierlijk noemen. Hun acties zijn het gevolg van code, ook al heeft het personage die deels zelf geschreven. Emoties of innerlijke ervaringen zijn helemaal afwezig. De personages doen van alles, maar hebben geen geest. Het zijn alleen maar algoritmes die volgens bepaalde regels opereren. Als het gras (ook gemaakt van computercode) tot een bepaalde hoogte is gegroeid, pakt een bewoner van de stad een grasmaaier en gaat zijn tuin maaien. Maar er is geen enkele beleving. De man heeft geen idee wat hij aan het doen is. Laat staan dat hij filosofische vragen stelt als; waarom ben ik eigenlijk hier in deze wereld? Je wilt graag dat je personages gevoelens ontwikkelen en nadenken over hun keuzes. Maar hoe kun je hen gedachten geven? Wat zijn dat eigenlijk, gedachten? En hoe zit het met emoties? Stel, we willen onze hoofdpersoon verliefd laten worden op een ander personage. We kunnen verliefd gedrag programmeren, kusjes geven, bloemen sturen, liefdesliedjes afspelen… Maar hiermee zijn we geen stap dichterbij dat gevoel. Hetzelfde probleem ontstaat bij mensen van vlees en bloed. We weten dat bij verliefdheid een hormoon wordt afgegeven, maar hoe leidt dat fysieke spul tot dat specifieke gevoel van verliefdheid? En waarom dat gevoel en niet een ander gevoel? Als we dat zouden begrijpen zouden we het ook in robots kunnen inprogrammeren. Maar dat kunnen we niet.

Als ontwerper raak je gefrustreerd. Je wilde een model maken van een echte wereld. Maar in plaats daarvan heb je een zombieparadijs gecreëerd. Het is een prachtige wereld, maar de enige die het kan waarderen ben jij zelf; de enige met bewustzijn. En we keren weer terug bij de eeuwenoude vraag; hoe komen we aan dit bewustzijn? Hersenwetenschappers veronderstellen vaak dat zodra er voldoende complexiteit in de hersenen plaatsvindt, bewustzijn vanzelf volgt. Maar dit lijkt tegenstrijdig met je experiment. Je hebt je personages behoorlijk complex gedrag gegeven, maar van bewustzijn is geen sprake. Waarom zouden subjectieve ervaring moeten arriveren? Een hardcore evolutionist zal redeneren dat het verschenen is omdat het een overlevingsdoel dient, maar dit is niet direct duidelijk. De mensen kunnen prima leren overleven zonder bewustzijn. Als er een auto op ze afkomt, duiken ze weg. Als een algoritme aangeeft dat ze honger hebben, gaan ze op zoek naar eten. Voortplanten kan ook als je het in het algoritme stopt. De conclusie is dat bewustzijn nooit vanzelf ontstaat. Het is inherent aanwezig in leven. Daarbuiten tref je het nooit aan.

Dit onmogelijke probleem – hoe creëert hersenactiviteit subjectieve ervaringen – staat bekend als ‘het moeilijke probleem van bewustzijn’. Het vinden van een objectieve verklaring voor een subjectief verschijnsel. Deze vraag is onderdeel van het grootste filosofische probleem allertijden: het lichaam-geestprobleem. De studie van de immateriële geest en de relatie met de fysieke wereld. Er zijn in de basis drie posities die je in dit verhitte debat kunt innemen:

De fysieke benadering van het lichaam-geestprobleem – fysicalisme genaamd (ook wel materialisme) – is in het rationele Westen de populairste benadering geworden. Zoals de term suggereert gaat het fysicalisme uit van een fundamenteel fysische (materiële) wereld waaruit de geest is voortgekomen. De geest is in deze denkwijze dus eigenlijk niet meer dan een bijverschijnsel. Mensen, en andere levende wezens, kunnen prima beschouwd worden als biologische robots en de mentale ervaringen zijn gedurende de evolutie verschenen als vooral praktische vermogens om te kunnen overleven. Kortom, volgens de fysicalisten werd de aarde vroeger bevolkt door zombiewezens, voordat de hersenen na verloop van tijd bewust van zichzelf werden.

Het dualisme stelt dat er twee substanties zijn, lichaam en geest, die met elkaar interacteren. Hoe ze dat precies doen is niet helemaal duidelijk. Deze stroming is vooral in mainstream religies, zoals het christendom en de Islam, nog erg in trek. Je hebt je stoffelijke, vergankelijke lichaam en daarnaast je eeuwige ziel die bij goed gedrag de hemel mag betreden na je dood. Een bekende dualist was de filosoof René Descartes die eigenlijk fysicalist was, maar geen mechanisme kon vinden in het lichaam waardoor de geest zou ontstaan. Zijn beroemdste uitspraak is: ‘Ik denk, dus ik ben’. Een uitspraak over het unieke fenomeen van subjectieve ervaring.

Er is nog een derde positie in het lichaam-geestdebat die nagenoeg van de filosofische kaart is verdwenen: idealisme. Deze naam verwijst naar ideeën en niet idealen (ideeisme bekte niet zo lekker). Zoals je in afbeelding 1 kunt zien is volgens idealisme ieder fysiek object – in dit geval een brein – slechts een visueel verschijnsel dat zweeft binnen de geest. Volgens het idealisme delen we allemaal één bewustzijn en trekken allemaal een vleespak aan (ons lichaam is ook slechts een avatar) zodat we in deze 4D-realiteit kunnen deelnemen. Maar de volledige fysieke wereld met alles erin speelt zich af binnen geest. Kortom, alleen ons bewustzijn is fundamenteel.

Er zijn vandaag de dag nagenoeg geen idealisten meer te vinden. Niet omdat de filosofie geen sterke argumenten in huis heeft, maar omdat het simpelweg niet meer in de mode is. Het is volledig verdrongen door fysicalisme. Hoe belabberd het idealisme ervoor staat illustreert het boek De vijfde revolutie, dat gaat over vorderingen in hersenwetenschap. Deze revolutie zal de mensheid leren dat ons bewustzijn niets meer is dan de uitwisseling van chemische stoffen en elektrische signalen, aldus de tekst op de achterzijde.

Volgens de auteur, de Deense wetenschapsjournalist en neurobioloog Lone Frank, zal deze revolutie de mensheid in twee groepen splitsen. De groep ‘neurocentristen’ die de mens als ‘slechts een pakket zenuwcellen’ accepteert en zelfs omarmt. En de groep die zich tegen deze onontkomelijke waarheid blijft verzetten. Die tweede groep heeft volgens Frank geen keuze dan zich bij een fundamentalistische religieuze groep aan te sluiten. Groepen die per definitie dogmatisch zijn en wetenschappelijke feiten negeren, ontkennen of verwerpen.

Het is toch triest gesteld met de mensheid wanneer dat de enige opties zouden zijn. Want als Frank gelijk heeft, dan heeft het universum geen enkele inherente betekenis. Dan zijn mensen slechts mechanische robots zonder enige vrije wil. En als ze dood gaan is het helemaal afgelopen. Atheïsten als Frank vinden dat dit het enige rationele wereldbeeld is en dat we het dus moeten najagen. Het gebrek aan betekenis kunnen we opvullen door zelf betekenis te geven aan onze levens. Het alternatief, een dogmatische religie, is ook geen aantrekkelijk idee. Want waarom zou iemand die goed bij zijn hoofd is wetenschap willen ontkennen?

Wat Frank echter helemaal niet noemt in haar boek is idealisme. Niet bewust waarschijnlijk. Zoals gezegd liggen de hoogtijdagen van deze filosofie al lang achter ons. Echter, het vergeten idealisme biedt uitkomst. Uitkomst voor mensen, zoals ik, die geloven in zowel wetenschap als het unieke fenomeen van de dierlijke, en oneindige, geest. En die niet geloven, maar uit ervaring weten, dat het universum vol betekenis is. Idealisme biedt uitkomst omdat het ‘het moeilijke probleem van bewustzijn’ – hoe het brein bewustzijn creëert – volledig laat verdwijnen. Het brein creëert het bewustzijn namelijk helemaal niet. Vanuit idealisme is het brein een heel mooi plaatje van bewustzijn in ruimtetijd. Wij zijn de betekenisgevers van dingen. Dat wij een brein waarnemen, en er een naam aan geven, wil helemaal niet zeggen dat het ding echt bestaat. Er bestaat ‘iets’, dat is duidelijk. Maar niemand zegt dat het in de verste verte hoeft te lijken op datgene dat wij als brein observeren. Sowieso is het hele idee dat het ergens op zou moeten lijken bedacht vanuit een subjectieve geest die niet anders kan dan denken in objectieve plaatjes en symbolen.

Het probleem van idealisme is dat het zo radicaal klinkt, dat de meeste mensen het direct verwerpen als serieuze mogelijkheid en er niet meer op terugkomen om het opnieuw te overwegen. En dus is het debat de laatste eeuw bijna uitsluitend gevoerd door materialisten en dualisten. De materialisten die zeggen dat we puur ons brein zijn en de dualisten die hier niet aan willen omdat we ‘meer zijn dan dat’. Maar beide kampen hebben een probleem om de volledige realiteit uit te leggen aan de hand van hun positie. Fysicalisten kunnen niet verklaren hoe bewustzijn ontstaat uit materie. En dualisten slagen er niet in logisch uit te leggen waar die andere substantie van geest dan vandaan zou moeten komen en hoe het met onze lichamen interacteert. Kortom, er is nogal een ‘uitleg-probleem’ als het gaat om het vinden van een logische verklaring voor bewustzijn.

De oplossing is misschien wel heel simpel. Misschien lukt het wel niet om subjectieve ervaringen vanuit iets anders te willen verklaren (‘het is een hersenproces’), omdat er niets bestaat buiten onze waarnemingen. Want hoe weten we eigenlijk dat er nog iets is als we niet kijken? De eerste keer dat ik dit hoorde – in een hoorcollege over de grondlegger van het idealisme, bisschop Berkeley – vond ik het belachelijk. Dus als ik m’n koelkast dicht doe ligt er niks meer in? Natuurlijk ligt alles er nog. Dat weet ik, omdat als ik hem open maak om te kijken, alles er nog ligt. Het kan dus niet verdwenen zijn.

Er is een andere manier om hier naar te kijken. Namelijk door te kijken naar wat er gebeurt als je waarneemt. Is het kijken naar wat er in je ijskast ligt een passieve registratie of een actief proces? Wetenschap heeft er heel wat voor te zeggen dat het een volledig actief proces is en dat je de dingen die je ziet allemaal triggert met je gedachten. Mijn stelling is dat we de afgelopen eeuwen op een verkeerde manier tegen bewustzijn zijn gaan aankijken. Het is geen hersenproces dat gedurende de evolutie is verschenen. De waarheid is veel vreemder, maar uiteindelijk veel logischer en intuïtiever. Vele grote filosofen hebben het al lang en vaak gezegd. Ons bewustzijn zit ingebakken in de structuur van de kosmos. Het universum bestaat alleen door een mentaal filter en kan niet los gezien worden van onze perceptie ervan. Het universum kan niet zozeer als een plek worden beschouwd, maar als een actief proces waar ons bewustzijn onderdeel van is.

Iedere waarnemer is verbonden aan ieder object via een mentaal proces dat wij ‘bewustzijn’ noemen. Ons mentale filter is via onze hersenen zo ingesteld dat de realiteit heel normaal is. Het lijkt op The Matrix in de zin dat het heel goed in elkaar zit. Als er steeds programmeerfouten zouden optreden, zoals objecten die opeens vanzelf teleporteren naar een andere plek, dan zou je gaan twijfelen aan de realiteit. Nu lijkt het alsof alles een apart onderdeeltje is. Als je niet het gevoel had dat je buurman een ander mens dan jou was, hoe zou je dan met hem kunnen omgaan? Hoe zou je een kopje koffie kunnen drinken dat je niet apart van jezelf ervaart? Iedere afscheiding in de realiteit heeft een functie, namelijk ervaringen mogelijk te maken.

Als je steeds voor een kwart zou samenvoegen met iedereen waar je te dichtbij kwam, zoals een plumpudding, dan zou je niet een heel prettige ervaring hebben. Iedere overtuigende afscheiding is 100% noodzakelijk. Je wilt jezelf zijn, afgebakend van al het andere. En bewustzijn haalt een illusie uit door je te laten geloven dat je dat ook echt bent. Toch roept dit een aantal prangende vragen op. Zo zullen de fysicalisten zeggen. Hoe kan het dan dat de aarde en het universum al veel langer bestaan dan dat er bewuste dieren op aarde waren? De denkfout is te denken dat, omdat ons bewustzijn ons de illusie van tijd geeft, we denken dat die tijd echt bestaat. Dit is echt een mindfuck. Je geest is als een motor die nooit stopt en die je de illusie van flow geeft. Alles beweegt en gaat vooruit. Maar ook dit is, net als het waarnemen, een proces dat volledig mentaal is. Er bestaat niets buiten je waarneming ervan.

Dit is lastig te accepteren. Maar de alternatieven zijn dat ook. Zeggen dat ‘god het gedaan heeft’ is geen uitleg. Bovendien is het niet te bewijzen. En het fysicalisme is, als je er goed over nadenkt, absurd. Is er een scenario denkbaar waarin een levenloos universum, dat volledig bestaat uit rondzwevende, dode en domme deeltjes materie en waar geen ordenende krachten werkzaam zijn, ons bewustzijn voortbrengt? Puur door de eindeloze toevallige botsingen van onintelligente atomen en moleculen (die bovendien niet blijken te bestaan volgens moderne natuurkunde, maar voortkomen uit iets fundamentelers)? Ik denk dat we heel veilig kunnen stellen dat dit niet is wat er is gebeurd. En zelfs als we een vrijwel oneindig aantal containers zouden hebben (parallelle universa, een bekende truc van atheïsten om God buiten de deur te houden) zou dit in geen van deze universa gebeurd zijn.

De conclusie die we daaruit kunnen trekken is dat bewustzijn niet uit de hersenen komt. Bewustzijn komt voor het bestaan van hersenen. Het is primair. En dat is voor ons lineair denkende wezens een hele grote mentale hobbel om te nemen. Maar wie erin slaagt het normale lineaire denken om te draaien en dus te beginnen bij bewustzijn, zal al snel merken dat dit wereldbeeld verenigbaar is met alle bevindingen uit moderne wetenschap en dus de beste basis vormt voor een theorie van alles.

De oorsprong van ons ego-bewustzijn is primair bewustzijn waarin alles één is. Dit is het beste verwoord door Max Planck, nota bene degene die ooit de deuren opende voor de kwantummechanica, de meest succesvolle fysieke theorie van de mensheid. Hij zei: “Ik beschouw bewustzijn als fundamenteel. Ik beschouw materie als een afgeleide van bewustzijn. We kunnen niet achter bewustzijn komen. Alles waarover we praten, alles wat we als bestaand beschouwen, postuleert bewustzijn.”

Postuleren = vooronderstellen. Bewustzijn is primair, de rest bestaat letterlijk alleen in onze waarnemingen.

⟿ Jeppe Kleijngeld, mei 2022

Waarom zijn we hier?

Vervolg op: Wat is het mentale universum?

Welkom terug. Fijn dat je nog aan boord ben. In dit essay gaan we in op de vraag: wat is de doel van ons bestaan in deze mentale realiteit? Even een opfrisser: Na bijna 100 jaar kwantummechanica wordt het steeds duidelijker dat we voor een enorme transitie in wereldbeeld staan. Het idee van een objectief bestaande wereld om ons heen is definitief verleden tijd, daar zijn natuurkundigen het over eens. Ruimtetijd en materie komen voort uit iets anders, iets diepers. Volgens een aantal prominente wetenschappers, zoals Richard Conn Henry, Robert Lanza en Donald Hoffman kan deze diepere dimensie niets anders zijn dan een mentaal veld. Dat blijkt uit kwantummechanische experimenten waarbij het puur de geest van de onderzoekende wetenschapper is die de uitkomst van het experiment bepaalt.

Deze experimenten hebben ons geleerd dat we niet passief de fysieke wereld om ons heen registreren, maar deze wereld zelf creëren met onze verstrengelde geesten. Hiermee bereiken deze wetenschappers dezelfde conclusies als verschillende Oosterse filosofische stromingen en enkele van de belangrijkste Westerse filosofen aller tijden, waaronder Plato, Kant en Schopenhauer.

Als deze uitdagers van het huidige fysicalistische paradigma gelijk hebben, zegt dat iets over onze identiteit. We kunnen dan stellen dat we geen fysieke wezens zijn mét bewustzijn, maar bewustzijn zelf. Onze lichamen zijn dan slechts avatars. Handig om te navigeren in deze fysieke virtual reality, maar niet fundamenteel. Wat moet je weten om van deze subjectieve ervaring écht een succes te maken?

Evolutie, continue groei en verbetering
Ik ga in dit essay uit van de theorie van alles ‘My Big TOE’ (Theory Of Everything) uitgewerkt door fysicus en bewustzijnsonderzoeker Thomas Campbell. Hij heeft zijn theorie ontwikkeld aan de hand van slechts twee veronderstellingen:
1. De basis van ons universum is een primair bewustzijn waar alles uit voortkomt.
2. De ontwikkeling van dit bewustzijn wordt gedreven door het Fundamentele Proces van Evolutie.

Deze twee assumpties vormen de substantie en dynamiek die de realiteit mogelijk maken. Bewustzijn is het medium waarop de realiteit geprojecteerd wordt en evolutie is het proces van wording dat continu plaatsvindt. Dit proces van optimalisatie eindigt nooit.

In de vorige blog over het mentale universum hebben we het gehad over de eerste veronderstelling. In dit vervolg staan we stil bij de tweede. Ons bestaan blijkt volgens de theorie van Campbell betekenis te hebben. We zitten namelijk opgesloten in een virtuele leeromgeving. Volgens Campbell zijn we als mensen uitgerust met vrije wil. Dat blijkt uit kwantummechanica dat heeft aangetoond dat de wereld, totdat die wordt waargenomen, uit een waarschijnlijkheidsdistributie bestaat. De toekomst is niet zeker, en wordt pas definitief op het moment van waarneming. Met onze intentie/vrije wil kunnen we een zekere invloed uitoefenen op hoe de wereld zich zal manifesteren, aldus de excentrieke fysicus.

Ook het bestaan van evolutie suggereert het bestaan van vrije wil, want om tot winstgevende verbeteringen te komen is het noodzakelijk dat we een leerproces doorlopen en keuzes kunnen maken. De vraag is hoe groot onze invloed op de wereld is. Op de fysieke wereld lijken de effecten beperkt te zijn. Yoda die met zijn geest een ruimteschip kan optillen gaat niet gebeuren. Want hoewel het universum zo mentaal mag zijn als het gesticht uit One Flew Over the Cuckoo’s Nest, betekent nog niet dat er geen natuurwetten van kracht zijn. Maar toch kunnen we invloed hebben op welke realiteit zich zal manifesteren. Dat komt omdat niet vastligt welke van de potentiële toekomstige staten van het universum we gaan manifesteren. Alleen een mate van waarschijnlijkheid dat het de ene of de andere staat is. Je kunt je dit voorstellen als een film die zich aan het afspelen is, maar waarbij het niet vaststaat hoe het volgende frame er precies uit gaat zien. Er zijn een heleboel mogelijkheden en de kijkers beslissen mede welk frame het wordt.

Hoe we invloed kunnen uitoefenen zit hem vooral in onze intenties ten opzichte van andere wezens. Hoe meer we ons richten op anderen en minder op onze eigen ego-verschijning, hoe hoger de kwaliteit van ons bewustzijn, wat weer gemanifesteerd wordt in de buitenwereld. Liefde, compassie, empathie; dat zijn de sleutelwoorden in het manifesteren van een optimale realiteit. Een tip van Campbell is om je minder te richten op wat je zelf wilt, nodig hebt en verlangt en meer op wat je voor anderen kunt betekenen. Hoe investeer je optimaal je energie volgend op je intentie ten opzichte van anderen? Dat is steeds de centrale vraag.

Kwaliteit van bewustzijn
In het grotere plaatje blijven we bacteriën. Het grote bewustzijn is veel groter dan we kunnen bedenken. Alleen al in ons zonnestelsel zijn er 500 miljard sterren te vinden. En dat is slechts één van de 100 miljard bekende sterrenstelsels. En dan hebben we het alleen nog maar over het waarneembare universum. Wie weet wat het superbewustzijn daarbuiten nog allemaal heeft voortgebracht? Maar geen reden om ons onbelangrijk of onbetekenend te voelen. Immers, we kunnen een verschil maken. Door bij te dragen aan de evolutie van bewustzijn op deze planeet. Laat je niet wijsmaken dat evolutie alleen maar een Darwinistisch proces op aarde is dat soorten drijft tot overleving, Dat is slechts een voorbeeld van evolutie. Het Fundamentele Proces is de motor achter iedere verandering in het gehele universum.

Hoe kun je de kwaliteit van je bewustzijn vergroten? Transcendente meditatie is een manier, maar zeker niet de enige. Hallucinerende drugs raadt Campbell af, het enige punt waarop ik het niet helemaal met de bebaarde wetenschapper eens ben. Maar ik snap hem ook wel weer: in veel gevallen maakt dat spul een rotzooi van je hoofd en verschaft het geen helderheid, maar vertroebelt het juist de geest.

Mijn eigen recept bestaat uit onder meer lucide dromen en mindfulness in het dagelijkse leven. Dit helpt mij, maar dat is persoonlijk. Hoe je kunt werken aan de kwaliteit van je bewustzijn is niet iets dat ik, of Campbell, of wie dan ook je kan voorschrijven. Omdat dit leven een schoolervaring is, is het aan iedereen zelf om zijn of haar huiswerk te doen. Goeroes heb je weinig aan, die gaan niet de kwaliteit van je bewustzijn vergroten. Dat kun je alleen zelf.

Boeken (of blogs!) kunnen je ideeën opleveren, maar wijsheid bevindt zich meer in het hart en in de ziel, dan in het intellect. Ervaringen opdoen, de pudding proeven, je bewust worden van je intenties… Dit is de manier. Campbell zegt dat de beloning groot kan zijn: “Degenen die serieus de uitdaging aangaan om de realiteit te verkennen en hun bewustzijn te vergroten, komen zelden met lege handen thuis. Ze vinden onvermijdelijk een grotere realiteit die verder gaat dan de objectieve fysieke materie-realiteit, en dat is voor hen bijna altijd veel meer waard dan de aanzienlijke inspanning die het kost om er toegang toe te krijgen.”

Waarom zijn we hier? Om te leren. In het mentale universum staat individuele groei centraal. En er is niemand die dat voor je kan bereiken, jij zit aan het stuur. Morpheus: “Ik probeer je geest te bevrijden, Neo. Maar ik kan je alleen de deur laten zien. Jij bent degene die er doorheen moet lopen.”

⟿ Jeppe Kleijngeld, oktober 2020

Bezwaren tegen nondualiteit

In mijn zoektocht naar de ware aard van de realiteit, die goed en wel begon met het lezen van Biocentrism in 2017, ben ik vele filosofische stromingen tegengekomen. Daarvan ben ik vooral gegrepen door het idealisme dat stelt dat de wereld in bewustzijn is in plaats van bewustzijn in de wereld.

Idealisme is een variant van het Oosterse Advaita Vedanta, dat ook wel nondualiteit wordt genoemd. Alles is één bewustzijn volgens deze filosofische stroming. Alsof de wereld een droom van God is. Het centrale idee is dat ‘het ene’ (dat we kosmisch bewustzijn noemen om er maar een woord aan te geven) dualiteit creëert om ervaringen te kunnen beleven. Die dualiteit maakt ervaringen mogelijk, zoals licht versus donker, blij versus verdrietig en rationeel versus emotioneel.

Het ‘ik’ is een illusie volgens Advaita. Evenals individuele vrije wil. We worden allemaal bestuurd door het ene bewustzijn. In de podcast Praten over bewustzijn, leggen nondualisten Paul Smit (cabaretier) en Patrick Kicken (radio-DJ) uit wat hun filosofie betekent voor het alledaagse leven. Het is ‘lichter’ geworden, vertellen ze. Ze hoeven ook geen keuzes meer te maken, want die worden voor ze gemaakt. Ook veroordelen ze niemand, want ‘alles is precies zoals het moet zijn’. Zelfs genocide, IS en Adolf Hitler.

Lijden ontstaat wanneer het stemmetje in je hoofd (je ego) zegt dat dingen eigenlijk anders moeten zijn dan ze zijn. Je zou rijker moeten zijn, of succesvoller, of gezonder. Hoe serieuzer je het stemmetje neemt (de Mart Smeets in je hoofd), hoe meer pijn je zult ervaren wanneer de dingen anders lopen.

De bezwaren

Eerst wil ik zeggen dat de inzichten die ik uit nondualiteit heb gekregen super waardevol voor me zijn. Ik beschouw het leven als een soort droom, waarin wij – voor in ieder geval een groot deel – geleefd worden. Als de golven in een oceaan. Op een aantal punten wijkt mijn visie echter af.

Ten eerste de veronderstelling dat het bewustzijn ‘alles wil ervaren’. Dat is antropomorfisch denken. Wij, simpele menswezens, kunnen niet weten wat het alomvattende ‘wil’. Wel kunnen we er vrij zeker van zijn dat de wil van ‘het’ in niks lijkt op wat wij mensen willen. Het is immers geen mens.

Kicken zegt in de podcast een aantal keren het volgende: “Je wordt geboren, daar heb je niks over te zeggen. En je gaat dood. Ook daar heb je niks over te vertellen. Waarom zou je dan over alles daartussen wel wat te zeggen hebben?” De radio-DJ ziet geen verschil tussen een mens en, zeg, een bloem die opkomt en bloeit en verdort en over dit hele proces niks in de pap te brokkelen heeft.

Het probleem hier, filosofisch gezien, is dat je alle vormen van egobewustzijn over dezelfde kam scheert. We weten uit ervaring dat de mate van scherpte van bewustzijn enorm kan verschillen. Van hyperfocus tot bijna-zombiestaat. Een baby kun je inderdaad vergelijken met een bloem. Alles gebeurt vanzelf. De baby neemt geen enkele bewuste beslissing. Maar is dat echt hetzelfde voor een volwassen mens?

Vrije wil is nogal een verkeerde benaming voor het fenomeen dat het beschrijft. Je ‘wil’ kies je niet. Je kunt niet besluiten te willen drinken, plassen of seksen. Waar je wel wat over te zeggen hebt is hoe je besluit te reageren. Bijvoorbeeld, je arriveert ‘s ochtends op je werk en een collega loopt straal langs je heen zonder goedemorgen te zeggen. Je voelt woede opkomen. Wat denkt hij wel niet? Je wil naar hem toegaan om verhaal te halen. Dan bedenk je dat hij misschien wel persoonlijke problemen heeft. Hij ziet er slecht uit de laatste tijd. Misschien is zijn vrouw wel ziek of zijn kind. Je woede zakt weg en je loopt naar hem toe om te vragen hoe het met hem gaat. Je hebt zojuist gebruik gemaakt van positieve intentie. En dat is waar vrije wil echt over gaat. Het kosmische bewustzijn beslist dit niet voor je. Als individuele eenheid bewustzijn heb je de vrijheid je eigen intentie te kiezen.

Wat vaak als wetenschappelijk bewijs wordt aangevoerd tegen het bestaan van vrije wil zijn de experimenten van Benjamin Libet. Hij plaatste elektroden op de schedels van proefpersonen en vroeg ze besluiten te nemen, bijvoorbeeld het indrukken van een knopje. Libet constateerde dat er een piek in hersenactiviteit zichtbaar is voordat de proefpersoon zich bewust werd van een beslissing. Dit noemde hij readiness potential. Conclusie van materialisten en ook nondualisten: vrije wil is een illusie.

Libet was het hier niet mee eens. Hij vroeg de proefpersonen namelijk ook om eerst te besluiten een knop in te drukken en vervolgens te besluiten dit niet te doen. Deze tweede beslissing was niet zichtbaar in de hersenen. Conclusie van de onderzoeker: we worden de hele dag gebombardeerd met impulsen en hebben de vrijheid hier niet in mee te gaan. Hij bewees dus niet het bestaan van free will, maar van free won’t.

Nondualisten hebben er wat mij betreft gelijk in dat er slechts één bewustzijn is en wij daar allemaal onderdeel van zijn. Een dreamed-up reality dus. Maar over onze rol binnen dat ding verschillen de meningen. Ik denk dat we wel degelijk vrijheid hebben binnen de droom en met zijn allen bezig zijn een kosmisch plan uit te voeren. Namelijk het vergroten van de kwaliteit van bewustzijn. Deze kwaliteit is direct meetbaar door naar buiten te kijken, want de buitenwereld IS bewustzijn en geeft ons feedback. En wie dat anno 2019 doet moet constateren dat het er niet al te best voorstaat met die kwaliteit. Werk aan de winkel dus; onze intentie maakt verschil. En dan maar hopen dat het kosmisch bewustzijn niet per ongeluk Trump ziet en besluit vroegtijdig de stekker uit dit experiment te trekken.

© Jeppe Kleyngeld, december 2019

Bronnen:
Michael Egnor: The Evidence Against Materialism
Podcast: Praten over bewustzijn
Thomas Campbell, My Big TOE

Tegenslag en non-dualiteit

Gisteren op de terugweg van mijn werk reed een auto achterop me. Niet heel hard gelukkig, maar toch maar even de verzekeraar bellen.

Ik was toevallig net een podcast over non-dualiteit aan het luisteren, de filosofie waarin alles één bewustzijn is en vrije wil en controle volledige illusies zijn. En toen knalde die auto op me… Misschien een subtiele boodschap om het er even in te rammen. Alles wat moet gebeuren, gebeurt.

Luister hier naar de podcasts van Paul Smit en Patrick Kicken.