De opkomst van geld (2)

Door Jeppe Kleijngeld

The Ascent of Money
The Ascent of Money - DVD

Documentaire, 2008
Regie: Adrian Pennick
Script/presentator: Niall Ferguson (gebaseerd op zijn boek)

In de documentaire The Ascent of Money laat professor Niall Ferguson ons zien waar geld vandaan komt. Zie ook Deel 1 – De opkomst van banken.

Deel 2 – De opkomst van obligatiemarkten

Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs voor een lening die door een overheid, een onderneming of een instelling is aangegaan. Als een bedrijf geld nodig heeft kan het door het uitgeven van een obligatielening aan de financiering komen. De koper van de obligatie ontvangt van de uitgever rentevergoeding (Bron: Wikipedia).

Net als de banken, vinden ook de overheidsobligaties hun oorsprong in de Renaissance. De uitgifte van obligaties heeft van origine van alles te maken met het financieren van oorlogen. Omdat overheden altijd meer uitgeven dan ze met belastingen binnen kunnen halen, hadden ze een nieuw instrument nodig om dure projecten – zoals hun kostbare oorlogen – te financieren. De stad Florence liet burgers via obligaties investeren in hun oorlogen.

Een van de eerste kapitalisten die het speculeren op staatsobligaties naar nieuwe hoogten bracht was de gewiekste Duits Joodse bankier Nathan Rothschild van de bekende Rothschild familie. Hij speelde begin 19de eeuw een grote rol in de financiering van de oorlog van de Duke of Wellington tegen Napoleon. Na de overwinning van de Engelsen op Napoleon bij Waterloo, investeerde hij enorme bedragen in Engelse staatsobligaties. Een goede gok, want het leverde hem een jaar later 600 miljoen US-dollars winst op. De strategie van de Rothschild’s was geënt op de verspreiding van de Rothschild broers over de belangrijkste financiële centra in Europa destijds: Parijs, Frankfurt, London en Amsterdam. Wanneer ergens prijzen stegen of daalden konden de broers ter plekke direct in actie komen.

The AoM 2 - De opkomst van obligaties

Ook in de Amerikaanse burgeroorlog werden obligaties gebruikt om de legers van de Zuiderlingen te financieren. Om de obligaties aantrekkelijk te maken voor beleggers werd katoen ingezet als onderpand. Mocht onverhoopt de rente niet betaald kunnen worden, konden de beleggers nog altijd katoen claimen als betaling. Het ging echter gruwelijk mis. De Zuiderlingen hadden het uitgangspunt dat Engeland en Frankrijk hun katoen nodig hadden en ze daarom zouden helpen de oorlog te financieren via de obligaties. Ze overschatte echter de afhankelijkheid van Engeland en Frankrijk. Nadat de Zuiderlingen de levering van katoen had stopgezet om schaarste te creëren, begon Engeland het te importeren uit Egypte en India. De prijs van katoen daalde dramatisch en de economie in de slavenstaten van Amerika crashte, zodat ze geen geld meer hadden voor oorlogstuig en soldaten.

Een ander belangrijk figuur in de obligatiewereld is Bill Gross, Mr. Bond genoemd door Ferguson. Gross runt PIMCO (Pacific Investment Management Company), een van de grootste obligatiefondsen ter wereld (2 triljoen in beheer in 2012). Hij verdient goed geld aan de juiste beleggingen in staatsobligaties en de rendementen die dat oplevert. Het enige waar hij bang voor is, is inflatie. Wanneer de rentevergoeding op een staatsobligatie 5 procent is, maar de inflatie met 10 procent toeneemt, loopt de belegger 5 procent achter op de inflatie.

Een beroemd voorbeeld hiervan is Argentinië in 1989. De overheid had zoveel obligaties uitgegeven om oorlogen te financieren dat hyperinflatie optrad. Prijzen stegen met tientallen procenten per week. Soms veranderde de prijzen in supermarkten meerdere malen per dag. De uiteindelijke jaarlijkse inflatie bereikte 12.000 procent. Dit leiden tot hevige protesten en opstanden.

Tot zover de obligatiemarkten. Het volgende hoofdstuk is: De opkomst van aandelenmarkten

De opkomst van geld (1)

Door Jeppe Kleijngeld

The Ascent of Money
The Ascent of Money - DVD
Documentaire, 2008
Regie: Adrian Pennick
Script/presentator: Niall Ferguson (gebaseerd op zijn boek)

Deel 1 – De opkomst van banken

In de documentaire The Ascent of Money, een financiële geschiedenis van de wereld, neemt Harvard professor Niall Ferguson ons mee op reis. Als historicus is Ferguson gespecialiseerd in financiële en economische geschiedenis. In The Ascent of Money laat hij ons zien waar geld en finance vandaan komen.

De documentaire begint in Peru, waar de Spaanse conquistador Francisco Pizarro in 1532 naar toe was getrokken om de legende van El Dorado te volgen. Hij roofde alle goud- en zilvermijnen van de Inca’s leeg. Het goud en zilver liet hij in munten omzetten en deze werden verscheept naar Spanje. Spanje werd echter niet rijker, want met de enorme toename in kwantiteit van de geldvoorraad, nam niet simultaan de waarde toe. Wat de Spaanse dieven niet begrepen was dat geld alleen waarde heeft wanneer iemand bereid is er iets voor op te geven. Een wijze les voor de hedendaagse schatkistbewaarders; print niet teveel briefjes bij…

Geld is gebaseerd op het vertrouwen dat iemand je ooit terugbetaald. Het woord ‘credit’ stamt dan ook af van het Latijnse woord ‘credo’ dat ‘I believe’ betekent. Leonardo of Pisa – ook bekend als Fibonacci – is de grondlegger van finance in de middeleeuwen. Hij introduceerde de superieure Hindi-Arabische wiskunde in het Westen. Zijn zeer invloedrijke publicatie Liber Abaci (Book of Calculation) uit 1202 is de basis voor het moderne boekhouden en introduceerde methoden voor de conversie van gewichten en maten, renteberekeningen, geld wisselen en andere applicaties.

The AoM 1 - De opkomst van banken

De reis gaat verder naar Italië waar bankieren zijn oorsprong heeft. Christenen mochten vanwege een verbod in de Bijbel geen rente rekenen voor het uitlenen van geld, maar de Joden hadden hier geen moeite mee. Joden begonnen dus geld uit te lenen, een cruciaal aspect voor economische groei. De vraag die zich opwerpt is echter waarom de Italianen hun schulden aan de Joodse uitleners (een minderheid) zouden terugbetalen in die tijd? Een onderpand kan helpen, maar nog beter is het grootschalig organiseren van uitleners in banken…

Dit was echter niet aan de Joden, maar aan de Italianen zelf. De Italiaanse familie Medici vond een manier om de Bijbelpassage te omzeilen. Uitlenen aan bekenden mocht inderdaad niet, maar aan vreemden? Via foreign exchange diensten wist de bank het vragen van rente te omzeilen en zo evolueerde het uitlenen van geld in bankieren. De Medici werden de Corleone’s van de Renaissance. Diversificatie en decentralisatie waren hun geheimen voor risicospreiding, kostenverlaging voor klanten en het maken van winsten. Grote winsten.

De documentaire gaat verder met de opkomst van obligatiemarkten.

Documentaire Page One – A Year Inside the New York Times: Unieke kijk op journalistiek in veranderend medialandschap

Het is geen nieuws dat kranten al een tijdje in zwaar weer zitten. Sinds internet is opgekomen als nummer 1 nieuwsbron dalen oplages massaal en gaan de nodige kranten kopje onder. De documentaire ‘Page One – A Year Inside the New York Times‘ neemt ons mee in een krant die nog wel meespeelt. Let op het woordje ‘nog’. Men verwacht dat ook deze krant zal verdwijnen en is gefascineerd door de ondergang van zo’n voornaam instituut als The New York Times.

Page One - New York Times 1

Feit is dat The New York Times in de gevarenzone zit. Volgens hoogleraar Turnaround Management Jan Adriaanse geldt dat voor alle instituten die al honderden jaren meegaan en vaak ‘Koninklijke’ voor hun naam hebben staan. Juist die ondernemingen moeten continu hun bestaansrecht opnieuw bewijzen. Slagen ze daar niet in, dan is een faillissement de enige juiste uitkomst. Het onwrikbare geloof in eigen dominantie en excellentie is voor deze bedrijven de grootste valkuil.

‘Page One’ behandelt vragen die iedere media professional bezig houdt. Hoe kunnen kranten zichzelf blijven bedruipen? Kun je geld vragen voor online content? Wat is de toekomst van de onderzoeksjournalistiek? Ook The New York Times zelf vindt dit interessante thematiek en heeft daarom sinds 2008 een nieuwsredactie in het leven geroepen die het nieuws rond de media zelf volgt. Deze redactie heeft het behoorlijk druk in de huidige tijd, want de ene na de andere krant gaat failliet in de VS.

De vraag is hoe erg het is dat traditionele media ten onder gaan. Nieuwe media goeroes vinden het geen punt. Zij zien in blogs en tweets nieuwe kritische journalistieke vormen. Het specifieke probleem van The Times is de enorme daling in advertentie-inkomsten (30 procent in 2009). ‘Vroeger gaven kranten zichzelf bijna weg, maar verdiende dit terug met advertentie-inkomsten’, stelt de voormalige hoofdredacteur Bill Keller. Niet meer. Monster.com kaapte de banenmarkt weg, Craigslist de kleine advertenties, Ford en GM gingen via eigen kanalen adverteren… ‘Het is een verontrustende tijd’, aldus Keller. ‘Voorspellingen durft niemand meer te volgen, want vorige voorspellingen zaten er steeds naast. Niemand is pessimistisch genoeg geweest.’

De daling in advertentie-inkomsten bij The Times – die naast lezersomzet cruciaal zijn voor het voortbestaan van de krant – ging gepaard met de opkomst van vele nieuwe concurrenten, waardoor The Times zijn autoritieve stem is kwijtgeraakt. Deze omstandigheden hebben van een overgangsfase een revolutie gemaakt. WikiLeaks is zo’n nieuwe concurrent. In plaats van een geheim oorlogsfilmpje bij de krant af te leveren zetten ze het op YouTube waar iedereen het kan vinden. Is dit een goede ontwikkeling? Enerzijds wel omdat in een open samenleving mensen informatie nodig hebben om de juiste beslissingen te kunnen nemen. Anderzijds is in dit betreffende voorbeeld niet het hele verhaal gepubliceerd, maar slechts een stukje. Er zat een agenda achter. Dat gebeurt in de traditionele journalistiek – als het goed is – niet.

Maar volgens enkele bekende bloggers is het misschien wel gevaarlijk dat The New York Times zichzelf als te geloofwaardig beschouwd. Verslaggever Judith Miller kreeg de vrije hand om te schrijven over Saddam Hussein en de productie van massavernietigingswapens in Irak. Het vermoeden dat Irak mogelijk kernwapens produceerde heeft de regering Bush gestimuleerd de tweede Irak oorlog te beginnen. Een zeer pijnlijke fout…

De toekomst van het krantenbedrijf
Eind 2009 moest de New York Times 100 medewerkers uitkopen en ontslaan. Er heerst nu een grafstemming, omdat niemand weet waar het ophoudt. Er zijn in ieder geval genoeg ‘doodwensers’ voor de traditionele kranten die in ‘Page One’ uitgebreid aan het woord komen. Hun argument? Kranten zijn technologiebedrijven, niet meer en niet minder. Media veranderen. Zo simpel is het. Toch heeft de traditionele media een functie, stellen de journalisten, want wie gaat anders professioneel de politiek verslaan? De vraag is waar het geld vandaan moet komen om dat te bekostigen. Een klant die een dollar betaalde voor de papieren krant betaalt nu een cent of minder voor zijn dagelijkse dosis online nieuws. Waar het heen gaat weet niemand, ook niet de kranten executives die ieder denkbaar model hebben overwogen.

Page One - New York Times 3

Het blijft een moeilijk verhaal. De documentaire streept het dilemma extra aan door verslaggevers te tonen die passievol werken aan hun journalistieke verhalen, zoals David Carr – voormalig crackverslaafde en nu columnist op het gebied van media en cultuur – over het faillissement van de Tribune Company. Hoofdredacteur Keller beargumenteerd dat een democratie informatie nodig heeft om te functioneren, en voor een betrouwbare journalistieke functie is geld nodig. De mensen die ‘dood aan traditionele kranten’ schreeuwen, kijken daar vaak overheen.

Momenteel is het hybride model in opkomst. Samenwerkingen tussen oude en nieuwe mediabedrijven. Dat dit prima kan werken toont de samenwerking tussen CNN en Vice Magazine aan. Laatstgenoemde kan (beeld)materiaal leveren waar een mainstream kanaal als CNN moeilijk aan kan komen. Dit soort samenwerkingen zijn essentieel voor kranten als The New York Times, zegt ook Arianna Huffington, oprichter van gratis online krant The Huffington Post. ‘De toekomst ligt elders. Het is een gekoppelde economie met zoekmachines en online adverteren. Het is burgerjournalistiek. Als je daar je weg niet in weet ben je verloren.’

Gaat icoon The New York Times het overleven? Waarschijnlijk wel. Ze hebben alleen nog een flinke transitieslag te maken.

Marley

Toen ik de documentaire ‘Marley‘ van regisseur Kevin MacDonald onlangs bekeek, besefte ik hoe vreemd het is dat er nooit eerder een echt goede film over Bob Marley is gemaakt die in 1981 overleed op 36 jarige leeftijd. Hij behoort immers zeker tot de groten der aarde en kan zich meten met sterren als Michael Jackson, Elvis Presley en Prince.

Robert Nesta Marley werd op 6 februari 1945 geboren op St. Ann, Jamaica. Zijn vader, die hij in zijn leven slechts enkele malen zou zien, was een Engelsman. Marley werd in zijn jeugd verstoten door zijn gemixte afkomst, maar zag een uitweg in de muziek waarvoor hij al op jonge leeftijd een passie ontwikkelde.

Op zijn twaalfde verhuisde hij met zijn moeder naar Trench Town in Kingston, een smeltkroes van werkers, muzikanten en criminelen. Hier werd het Reggae geluid van Bob Marley and the Wailers geboren. De naam ‘the Wailers’ is ontstaan toen Marley met zijn bandleden Bunny Livingston en Peter Tosh aan het oefenen was en iemand opmerkte: ‘jullie klinken triest. Jullie zouden The Wailers moeten heten.’ Zo geschiede. Hun eerste single ‘Simmer Down’ namen ze op in 1964.

The Wailers groeide uit tot hechte familie. Behalve muziek maken, hielden ze zich bezig met spirituele zaken. Marley was rond zijn 18 de bekeerd tot het Rastafari geloof, waar ook zijn dreadlocks en marihuanagebruik deel van uitmaakten. Daarnaast was voetbal een grote hobby van Marley.

In de jaren 80 kwam de band tot wasdom. Ze veroverde Europa en de Verenigde Staten. In 1974 voegde Marley het achtergrondkoortje de I-Three – waar ook zijn vrouw Rita deel van uitmaakte – toe aan de band wat artistiek gezien een geweldige beslissing was. Het succes groeide, ook in Jamaica waar Marley een verzoenende rol speelde in de politieke onrust. Later voegde hij ook Afrika toe aan zijn fanbase.

In zijn persoonlijke leven was Marley serieus in alles wat hij deed: muziek, geloof, zelfs voetbal. Net als zijn eigen vader hield hij er relaties met vele vrouwen op na. In totaal heeft hij 11 kinderen gekregen bij 7 verschillende vrouwen.

MacDonald’s documentaire laat zien wat voor enorme impact Marley heeft gehad. Zijn enige ambitie was naar eigen zeggen om mensen te verbinden en te verbroederen en met zijn extreem inspirerende concerten slaagde hij daar enorm goed in. De ontdekking dat hij uitgezaaide kanker in zijn hele lichaam had is bijzonder triest en het laatste deel van de documentaire over Marley’s laatste maanden is dan ook erg ontroerend.

Toen hij stierf op 11 mei 1981, stierf er een legende. De jongen die door zijn vader verstoten was, was door de wereld omhelsd. Zo werden de woorden uit een van zijn liedjes werkelijkheid. The stone that the builder refused will always be the headcorner stone.