Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Door Jeppe Kleyngeld

Vanuit onze typische Westerse opvattingen kijken we doorgaans naar het ontstaan van het leven en het universum alsof het puur materiële en toevallige aangelegenheden betreft.

De oerknal: 13,7 miljard jaar geleden werd vanuit één beginpunt (de singulariteit) triljoenen triljoenen triljoenen tonnen materie gelanceerd. Maar hoe en waarom? Dat weten we niet.

Evolutie: Door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstond op een klein rotsblok (de aarde) nabij een derde generatie ster (onze zon) bij puur toeval leven. Na miljarden jaren evolutie heeft dat uiteindelijk geresulteerd in… ons. Maar hoe precies? Geen idee.

De hersenen: Wat zijn wij? In essentie een stel hersenen met een (soms) fraaie verpakking eromheen, maar hoe komt het bewustzijn tot stand? Gemakshalve denkt de wetenschap dat ook dit toevallig uit moleculen is ontstaan, maar er is geen enkel bewijs voor dat dit mogelijk is, eerder het tegenovergestelde.

Eeuwenoude religies en filosofen hebben altijd intuïtief geweten dat levende wezens meer zijn dan puur een fysiek, bij toeval ontstaan systeem. Hen zal het dan ook niet verbazen dat de (Westerse) wetenschap er niet in slaagt het hele universum en leven te verklaren vanuit de puur fysieke, wiskundige benadering. Er komen steeds meer scheuren in deze aannames, de theory of everything zit op een dood spoor, maar wat voor alternatieven zijn er?

Behalve het religieuze alternatief: ‘God heeft de wereld geschapen’, is er nog een alternatief vanuit de biologie. De naam van deze theorie is ‘biocentrisme’ en de bedenker is wetenschapper Robert Lanza. Het mooie van biocentrisme is dat het helemaal in lijn is met de vreemde waarnemingen uit de kwantumtheorie die traditionele wetenschap niet kan verklaren. Lanza haalt er een element bij dat in de ‘alles is toeval’ aannames ontbreekt: het bewustzijn. En daarmee komt hij een heel eind in het verklaren van het ontstaan van alles.

Biocentrisme in het kort

Bewustzijn creëert het universum, niet andersom.

In de Westerse opvattingen bestaat het universum als grote, hoofdzakelijk lege ruimte waarin toevallig leven is ontstaan. Maar volgens deze benadering is het leven niet meer dan een bijproduct – een schimmeltje op een rotsblok – en lange tijd was er helemaal geen leven en na de ondergang van de mensheid zal er weer een lange tijd geen leven zijn. Tenminste niet in dit hoekje van het universum.

Volgens biocentrisme bestaat er helemaal geen leeg en ‘dom’ universum onafhankelijk van leven. Het enige universum dat er bestaat is het universum dat we zelf waarnemen. Levende wezens met bewustzijn creëren het universum zelf. Dat betekent dat als je ’s avonds naar bed gaat, je keuken niet meer echt bestaat. Hij bestaat alleen als je hem waarneemt. De maan zou er niet zijn als we hem niet met zijn allen zouden waarnemen. En als wij er niet meer zouden zijn, zou het universum dat wij kennen oplossen in een wolk van potentie, maar niet langer bestaan als materiële werkelijkheid.

Een oude filosofische vraag is; als in een leeg bos een boom omvalt, maakt dit dan geluid? Immers, niemand is in de buurt om het te horen. Volgens biocentrisme is deze vraag irrelevant. Als er niemand in het bos is om het waar te nemen, bestaat het bos niet, alleen als mogelijkheid. Tenzij planten en bomen ook bewustzijn hebben en het lijkt erop dat dit best eens zou kunnen, dus maak van het bos een stadscentrum en van de boom een omvallende toren.

Ruimte en tijd bestaan niet echt
Kortom, er bestaat geen objectieve wereld, maar slechts de miljarden subjectieve werelden die levende wezens waarnemen. Buiten het bewustzijn bestaat niks. De interne en externe wereld die wij ervaren zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille en de verbinding tussen die twee kan niet verbroken worden. En onze waargenomen werelden gaan allemaal in elkaar over. In de natuur is alles één. Ruimte en tijd zijn volgens biocentrisme niets meer dan constructies van de geest. Net als zintuigen helpen zij ons de wereld te begrijpen, maar ze bestaan niet echt. Ze zijn onderdeel van de mentale software van dierlijke organismen die sensaties omvormt tot multidimensionale objecten. We dragen ruimte en tijd met ons mee, zoals een schildpad het schild op zijn rug met zich meedraagt.

Volgens biocentrisme is tijd slechts een mechanisme dat we gebruiken om veranderingen waar te nemen. De klok tikt verder, we worden langzaam ouder, de zon komt op en gaat weer onder, maar geen van deze dingen bewijst dat tijd echt onafhankelijk bestaat van onze waarnemingen.

Als tijd en ruimte niet bestaan heeft dat nogal wat implicaties. Het betekent in de eerste plaats dat het bestaan geen echt begin en einde meer heeft. Beide woorden ‘begin’ en ‘einde’ zijn begrippen die met tijd te maken hebben. Bestaat tijd niet meer, dan verliezen die begrippen hun betekenis. Ook doodgaan is zonder tijd slechts een illusie. De sequentie waarin dingen lijken te verlopen doet er niet toe wanneer tijd slechts een instrument van de geest is. Andere mensen zien je dode lichaam, maar dat ben jij niet. Jouw bewustzijn bestaat ergens anders voort binnen het alles is één universum, al heeft ‘ergens’ ook weer geen betekenis omdat ruimte niet echt bestaat. Bewustzijn bestaat uit een 23 watt bolletje energie en zoals je misschien nog weet van de natuurkunde les: energie kan nooit verloren gaan. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met het universum en hier nooit meer los van te koppelen.

Biocentrisme en vooral de illusionaire natuur van ruimte en tijd zijn lastige concepten om te bevatten zolang we in ons afgebakende menszijn vastzitten. Bij doodgaan kunnen we eindelijk losbreken uit de begrenzingen van ons lichaam en buiten de tijd bestaan, dus dat is een bevrijding en niet iets om bang voor te zijn.

Bewijzen voor biocentrisme: kwantumtheorie en ‘goldilocks’ universum
Het proces van creatie en de rol die de observant hierin speelt is goed zichtbaar in de bekende experimenten uit de kwantummechanica. Vooral het double split experiment laat goed zien welke rol de observant speelt. Kwantumtheorie heeft ons geleerd dat subatomaire deeltjes NIET bestaan op een definitieve plek. Ze bestaan slechts als reeks van waarschijnlijkheden die niet manifest zijn. Zodra er een observant binnenkomt stort ieder van deze golffuncties in elkaar en nemen een vaste positie in. Zo ontstaat een fysieke realiteit. Het bewustzijn is krachtig genoeg om een materiële wereld te creëren. Denk aan schizofrene patiënten die hele werelden scheppen in hun hoofd (‘A Beautiful Mind’). Voor hen is die wereld net zo echt als de echte wereld. Na 100 jaar experimenteren kunnen wetenschappers niet anders dan erkennen: de waarnemer is NIET te verwijderen uit de kwantumrealiteit.

Atomen bestaan sowieso uit veel meer leegte dan vaste materie, dus zo gek is het idee niet dat de maan pas gevormd wordt als we ernaar kijken. Als bij de studie van de kleinste bouwstenen van de natuur de waarneming het gedrag van die bouwstenen verandert is die waarneming kennelijk essentieel, betoogt Lanza. Dit geldt overigens niet alleen voor de kleinste deeltjes; de experimenten zijn inmiddels ook uitgevoerd met grotere moleculen die uit honderden atomen bestaan en daaruit kwamen dezelfde resultaten: ze bestaan alleen als wolk van mogelijkheden voordat ze geobserveerd worden. Lanza’s stelling is dat wat geldt voor grote atomen en kristalen ook geldt voor flatgebouwen en planeten.

In andere kwantum experimenten is aangetoond dat deeltjes die met elkaar verbonden zijn (‘entangled particles’) met elkaar kunnen blijven communiceren ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn. Dat kan twee dingen betekenen: ze kunnen sneller communiceren dan lichtsnelheid wat niet kan volgens Einstein’s algemene relativiteitstheorie of de ruimte tussen de deeltjes bestaat niet echt… Volgens biocentrisme bestaat ruimte inderdaad niet echt en zitten we allemaal in feite op elkaar en in elkaar verweven. Dat is in lijn met Einstein: de sterren lijken ver, maar als we met lichtsnelheid konden reizen reduceert de reisafstand tot nul (bij reizen met lichtsnelheid staat de tijd stil). Zo bezien bestaan ruimte en tijd alleen in onze subjectieve ervaringen en niet als losstaande, objectieve entiteiten.

Een ander belangrijk argument voor biocentrisme is het ‘goldilocks’ universum. Ons universum is te geschikt voor leven om per toeval ontstaan te zijn. Was de Big Bang een miljoenste krachtiger geweest, dan waren we er niet geweest. Als de zwaartekracht één tandje lager was geweest, dan zouden er geen sterren zijn en dus ook geen zon. En zo zijn er meer dan 200 fysieke parameters, waarvan de kleinste wijziging zou betekenen dat wij nooit zouden bestaan.

Natuurlijk kun je aanvoeren dat het logisch is dat we bij toeval zijn ontstaan omdat we ons anders deze vraag niet konden stellen, maar dat is een beetje vreemd. Een gevangene die het vuurpeloton met 100 schutters heeft overleefd denkt ook niet; ‘natuurlijk heb ik het overleefd, anders zou ik hier niet staan’. Die zou afvragen waarom 100 kogels hem niet gedood zouden hebben. Biocentrisme doet hetzelfde voor ons bestaan op aarde. In de woorden van Lanza: ‘The very structure of the universe is only explainable through biocentrism. The universe is fine-tuned for life, which makes perfect sense as life created the universe, not the other way around. The universe is simply the complete spatio-temporal logic of self.’

Kort samengevat, creatie is het manifest worden van het non manifeste. En daar heb je een waarnemer voor nodig. En die waarnemer ben JIJ. Gefeliciteerd met het mooie universum dat je ontworpen hebt.

Advertenties

Antifragiel (over dingen die sterker worden van volatiliteit)

antifragiel-3

Een van de belangrijkste denkers van onze tijd (lees ook De Zwarte Zwaan) komt met een boek over een onderwerp dat de mensheid zo vreemd is dat er niet eens een woord voor bestaat of liever gezegd bestond. Antifragiel, oftewel het tegenovergestelde van fragiel, gaat over dingen die sterker worden van schokken, volatiliteit en chaos. Zoals de evolutie van de mensheid, computersystemen die worden aangevallen door hackers, bacteriën, immuunsystemen, terrorisme, informatie en sommige politieke systemen. Een belichaming van antifragiel is het monster Hydra uit Griekse mythologie dat er voor elke kop die er wordt afhakt twee hoofden bijkrijgt; hij houdt van pijn.

Een porseleinen vaas die op een plank in je huis staat is fragiel. Het houdt absoluut niet van schokken en volatiliteit. Dat komt omdat het gevoelig is voor non-lineaire effecten. Bijvoorbeeld, één keer vallen van drie meter heeft een groter effect op de vaas dan 300 keer vallen van één centimeter. Net zoals dat een groot rotsblok dat op je hoofd valt meer schade aanricht dan wanneer 1000 kiezelsteentjes met bij elkaar hetzelfde gewicht dat zouden doen. Stel dat de vaas van rubber is, dan is hij robuust geworden. Of hij nou van één of 100 meter valt, de impact is hetzelfde. En wat is dan een vaas die antifragiel is? Deze vaas zou van elke grote schok mooier en steviger worden.

Deze effecten kun je gebruiken om vast te stellen wat in onze omgeving fragiel is. En dat moeten we weten om geen sucker te zijn. Dat hebben we al geleerd van het personage Fat Tony in De Zwarte Zwaan, en in Antifragiel maakt hij zijn comeback. Hij was zelf geen sucker doordat hij voor de bankencrisis van 2008 zag dat iedereen om hem heen in New York dat wel was; ze deden allemaal hetzelfde en waren fragiel geworden voor een extreme gebeurtenis (geen Zwarte Zwaan, want als je een brokkenpiloot in een cockpit zet weet je dat vroeg of laat het vliegtuig zal crashen). Fat Tony wist genoeg om zwaar in te zetten tegen het financiële systeem en rijk te worden. Een simpele formule om vast te stellen wat fragiel is, is kijken naar convexiteitseffecten. Bijvoorbeeld, wil je weten of een gebied gevoelig is voor files? Stel dat er bij 100.000 auto’s 10 minuten vertraging is en bij 110.000 auto’s 40 minuten vertraging. Dan weet je genoeg.

De evolutie houdt van verstoringen. En ontdekkingen, in bijvoorbeeld wetenschap of ondernemerschap, houden er ook van. Een continu proces van knutselen zonder grote, fatale fouten (of Zwarte Zwaan-gebeurtenissen). Zo hebben luchtvaartmaatschappijen zoveel geleerd over crashes dat ze nu bijna uitgebannen zijn. Voor het individu (of in dit geval het individuele vliegtuig) pakt dit minder goed uit. Een opoffering om het systeem sterker te maken. Net als een proefpatiënt die sterft aan een behandeling, maar zijn doctoren daar heel veel mee leert.

antifragiel-1

Mensen houden niet van willekeur (‘randomness’). Bijvoorbeeld, veel mensen zijn bang voor (fatale) ziektes en zouden vaker gecheckt willen worden. Dit brengt het risico van overmatig ingrijpen met zich mee. Wil je iemand vermoorden? Geeft hem een privé arts, suggereert Taleb. Kijk naar Michael Jackson met al zijn pillen. Met teveel interventie halen we de willekeur weg uit het leven en worden we fragiel. Daar gebruikt de risico-expert en filosoof de metafoor van het Procrustesbed voor. Procrustes was een sadistische herbergier die eiste dat zijn gasten precies in het bed pasten: van degenen die te lang waren, hakte hij ledematen af en degenen die te klein waren, rekte hij uit.

Vanwege onze angst voor willekeur hebben we in de samenleving ook de neiging om Procrustesbedden te creëren. Als je de randomness weghaalt ontstaan er extreme risico’s (Zwarte Zwanen) onder het oppervlakte. In het geval van teveel medische check-ups is dat wellicht een dodelijk virus dat de mensheid om zeep helpt. Zonder blootstelling aan willekeur worden dingen fragieler. Het is een bouwsteen van het succes van de evolutie. Evolutie kan niet zonder. Daarom is Taleb tegen medisch ingrijpen wanneer een patiënt dicht tegen gezondheid aanzit. Moeder natuur is dan de beste dokter. Daarentegen; als de patiënt dicht tegen de dood aanzit is Taleb voor heftig ingrijpen; negatieve effecten wegen dan op tegen de mogelijke genezing. De farmaceutische industrie zou zich volgens hem puur moeten richten op extreme gevallen en niet met het pushen van dokters om generieke medicijnen voor te schrijven. Dat doet meer kwaad dan goed. Hetzelfde geldt voor overmatige hygiëne: hygiëne over een bepaald punt heen is het ontkennen van het antifragiele.

Informatie is ook antifragiel. Noem een boek schadelijk of schandalig en je maakt het sterker; meer mensen zullen er benieuwd naar worden. Of sla als schrijver eens een criticus in elkaar tijdens een boekbespreking. De headlines zullen de verkoop van je boek geen kwaad doen. Genen zijn ook informatie, dus door die door te geven maak je het systeem antifragieler (dit kan ook door te schrijven). Taleb walgt dan ook van de ideeën van Mr. Ray Kurzweil over onsterfelijkheid. Ik ben er niet om eeuwig te leven als een ziek oud dier, schrijft hij. Zoals de ancients zich opofferden voor volgende generaties moeten wij dat ook doen. Maak ruimte voor anderen door dood te gaan. De antifragiliteit van het systeem is afhankelijk van de sterfelijkheid van de componenten. Helaas ziet hij in onze wereld een tegenovergestelde beweging; we zadelen volgende generaties met schulden op om onze decadente levensstijl voort te zetten.

Tijd is ook een stressfactor net als chaos en volatiliteit dat zijn. Hoe langer de porseleinen vaas bestaat, hoe langer hij blootgesteld wordt aan de kans op impactvolle schokken. Tijd kan daarom een test zijn hoe fragiel/antifragiel iets is. Hoe langer iets bestaat (levende wezens en porseleinen vazen niet meegerekend), hoe langer ze nog zullen bestaan. Een boek van dit jaar zal volgend jaar niet meer gelezen worden. Een boek van 50 jaar oud zal nog 50 jaar meegaan. Dat is de reden dat we nog steeds op stoelen zitten en eten met bestek; deze dingen bestaan al duizenden jaren en zullen nog duizenden jaren bestaan. Wil je weten hoe de toekomst eruit ziet? Kijk naar het verleden. En drink alleen dranken die de tand des tijds doorstaan hebben; wijn, water en koffie.

Antifragiel bevat uiteraard ook Taleb’s gebruikelijke beledigingen aan het adres van beleidsmakers, economen en bankiers. Zijn vermeende arrogantie heeft hem vele tegenstanders opgeleverd, maar – volgens zijn eigen ideeën over antifragiliteit – heeft dat de verkoop van zijn boeken geen kwaad gedaan. Antifragiel is zonder twijfel een intellectueel hoogtepunt in de hedendaagse literatuur. Taleb pleit voor het herontwerpen van onze samenlevingen in antifragiele systemen, die – in tegenstelling tot onze huidige maatschappij – bestand zijn tegen Zwarte Zwaan-gebeurtenissen, onvoorspelbare gebeurtenissen met een enorme impact, die in de huidige complexe wereld steeds vaker zullen voorkomen. Met Antifragiel heeft Taleb zijn vierdelige Incerto(onzekerheid)-serie (verder bestaande uit Misleid door Toeval, De Zwarte Zwaan en Het Bed van Procrustes) afgesloten.

Jeppe Kleyngeld, 2016

antifragiel-2

5 elementen van een krachtig verhaal

Als je succesvol iets wilt verkopen – een product, een idee of een businessplan, zul je mensen moeten overtuigen van het belang hiervan. De ideale manier hiervoor is een verhaal te gebruiken. Mensen zijn gek op verhalen; dit is gedurende de lange evolutie van de mens ingebakken. Maar hoe maak je jouw verhaal zo overtuigend mogelijk? Door de vijf elementen te gebruiken die aan de basis staan van alle geweldige verhalen.

Alle geslaagde verhalen hebben vijf basiscomponenten, betogen Maxwell en Dickman in hun succesvolle beïnvloedingsboek ‘De kracht van het verhaal’.

De elementen zijn de passie waarmee het wordt verteld; een held die ons door het verhaal leidt en het door zijn ogen laat zien; een tegenstander – of obstakel – die door de held moet worden overwonnen; een moment van inzicht waardoor de held kan overwinnen, en de transformatie – van de held en in de wereld – die daaruit voortkomt.

1. Passie

Elk krachtig verhaal heeft passie, de energie waardoor je het wilt – moet – vertellen. Het is een wezenlijke vonk, een niet verder te reduceren samenhangende kern, waaruit de rest van het verhaal groeit. Passie is cruciaal en doet het verhaal ontvlammen in de harten van het publiek.

Steve Jobs, CEO van Apple, was een van de meest gepassioneerde topfunctionarissen in het Amerikaanse bedrijfsleven. Een perfect voorbeeld van een gepassioneerd verhaal is dan ook de beroemde 1984-spot waarmee de Macintosh werd geïntroduceerd. Deze spot duurde slechts één minuut en werd slechts één keer uitgezonden, tijdens de Super Bowl. De spot was hard nodig want de markt werd gedomineerd door IBM en Apple Computer zat in de problemen.

De spot begint met een rij grijze mannen die met uitdrukkingsloze gezichten door een nauwe passage lopen. Een Orwelliaanse dialoog over informatiezuivering gonst op de achtergrond. Plotseling komt een atletische jonge blondine met een grote Olympische werphamer het beeld in gerend, achtervolgd door de oproerpolitie. De marcherende mannen komen een grote ruimte binnen waar honderden anderen emotieloos naar een kamerbreed videoscherm zitten te staren met het beeld van Big Brother. De blondine draait in slow motion twee keer rond en laat haar hamer los die het scherm verbrijzeld. Het scherm explodeert in een lichtflits die over de gevangenen schijnt en hun metaforisch bevrijdt. De slagzin verschijnt: ‘Op 24 januari introduceert Apple Computer de Macintosh. Je zult zien waarom het in 1984 anders wordt dan in 1984.’

De spot bracht een explosie teweeg: zeven dagen later stond er geen Macintosh computer meer in de schappen in Amerika en het zou maanden duren voordat alle bestellingen werden uitgevoerd. Er zijn allerlei redenen waardoor de spot zo succesvol was, maar de werkelijke reden was de hartstochtelijke overtuiging van Steve Jobs dat een computer dient om mensen te bevrijden.

2. Held

Alle passie van de wereld haalt niets uit als je deze nergens kunt onderbrengen. Hier komt de held van pas. Dit hoeft niet Superman te zijn, maar de figuur in het verhaal die het publiek een perspectief geeft. De held is onze plaatsvervanger en onze gids die ons door het verhaal leidt. Wil het publiek zich vereenzelvigen met het perspectief van de held, dan moet het iets van zichzelf kunnen voelen in de situatie van de held.

In de commercie is de held vaak degene die de boodschap brengt. Als hij het goed doet, kan hij hiermee een merk op de kaart zetten. ‘Air Jordan’ van Michael Jordan is een goed voorbeeld. Voordat hij in 1985 tekende voor een reclamecontract bij Nike, was Nike derde in sportschoenenmarkt. Toen Jordan stopte was Nike veruit de eerste. Doorslaggevend voor zijn succes als boodschapper voor Nike was dat hij de slogan ‘Just Do It’ ook werkelijk belichaamde. Zoals Jordan met een dribbel op de ring af ging, de lucht in sprong en om de tegenstander heen zweefde, ging je geloven in levitatie. Je geloofde je ogen niet. Hij leek de natuurwetten te tarten. Als hij het kan, kan ik misschien ook wel doen wat ik me had voorgenomen. Jordan is de ideale held.

3. Tegenstander of obstakel

Tegenstanders, en het conflict waarmee ze de held confronteren, vormen het kloppend hart van het verhaal. De tegenstander hoeft geen persoon te zijn. Als de held probeert de Everest te beklimmen is het obstakel misschien wel de berg zelf. Als de held geen obstakels te overwinnen heeft is er geen verhaal. Als er geen verdedigers waren, is dat gespring van Jordan om de bal in de ring te krijgen een verhaal van niks. Instinctief zijn mensen geïnteresseerd in de manier waarop anderen hun problemen aanpakken.

Roberto Goizueta, voormalig CEO van Coca-Cola, gebruikte dit principe doelbewust om Coke nieuw leven in te blazen toen in de jaren 90′ de fut eruit was. Door zijn belangrijkste rivaal Pepsi frontaal aan te vallen, mobiliseerde hij zijn eigen manschappen en ontketende hij de cola-oorlog. In een interview met Jack Welch voor het tijdschrift Fortune opperde Goizueta dat een bedrijf een vijand moet zoeken als het geen natuurlijke vijanden heeft. Op de vraag waarom, antwoordde hij: ‘Omdat het de enige manier is een oorlog te kunnen voeren.’

4. Inzicht

Waardoor kan de held overwinnen? Hoe wordt de tegenstander verslagen? In een slecht verhaal is het puur geluk. In een goed verhaal – zoals jij vertelt – komt het aan op een moment van inzicht. In detectives wordt dit element benadrukt. Wanneer de held de stukjes van de puzzel zorgvuldig op hun plaats heeft gelegd, gaat hem plotseling een licht op.

Een mooi voorbeeld uit het bedrijfsleven is IBM. De legende wil dat oprichter Thomas J. Watson een dergelijk moment van inzicht had dat alles veranderde. Het bedrijf was in een strijd verwikkeld met Olivetti om de schrijfmachinemarkt, toen hij zich plotseling iets realiseerde over IBM dat hij niet eerder had gezien. In een flits van inspiratie zag hij dat niet schrijf- en rekenmachines de activiteit van IBM vormden, maar informatieverwerking. Deze ontdekking bracht heel wat teweeg – IBM richtte zich op computers, en de rest is geschiedenis.

5. Transformatie

Transformatie is het element dat nauwelijks uitleg behoeft, want het is een natuurlijk resultaat van een goed verteld verhaal. Als je aandacht hebt besteed aan de andere elementen, volgt de transformatie vanzelf. De held onderneemt iets om zijn problemen te overwinnen en de held zelf en de wereld om hem heen veranderen. In verkoopverhalen denken we niet vaak aan verandering, omdat de verandering die je dan wilt bewerkstelligen een gegeven is. Je wilt je cliënt transformeren van appartementsbewoner tot de eigenaar van een landhuisje.

Er is echter één soort zakelijk verhaal waar transformatie het verhaal is: de verhalen over leiderschap. In zijn klassieker ‘On Leadership’ merkt John W. Gardner op dat de moderne organisatie – in zowel de politiek als het bedrijfsleven – staat of valt met leiderschap, van de werkvloer tot de hoogste managementechelons. Wie wordt er uiteindelijk leider in zulke veranderlijke, informatie-intensieve omgevingen? Doorgaans de mensen die effectief het juiste verhaal kunnen vertellen, een verhaal dat de energie van de groep kanaliseert om een gemeenschappelijk probleem aan te pakken.

Leiden is leuker dan volgen, zeg nou zelf. Zelfs als je geen CEO wilt worden of de wereld wilt veranderen, wil je wel greep hebben op je eigen werk, je eigen ideeën. En dat kun je bereiken met de kracht van het verhaal. Wat heb jij te vertellen? Om je vertelvaardigheden te verfijnen kun je de volgende oefening doen. Vertel morgen drie verhalen. Om het even welke. Elke dag vertel je sowieso veel meer verhalen, maar ditmaal let je bewust op de vijf elementen van elk verhaal. Luister ook naar drie verhalen van anderen. Je zult verrast zijn hoe snel je het onder de knie krijgt en de verhalen van anderen beslist beter gaat onthouden. Misschien ga je deze zelfs verzamelen. Zoals elke goede verkoper weet, kan het een waardevolle gewoonte zijn om verhalen van anderen te verzamelen.