Misleid door toeval

“We favor the visible, the embedded, the personal, the narrated and the tangible. We scorn the abstract”
— Nassim Nicholas Taleb, Fooled by Randomness (2001)

De rol van toeval is veel groter dan we denken. Toen Nassim Nicholas Taleb zijn boek ‘Fooled by Randomness’ had afgeleverd kreeg hij commentaar van succesvolle mensen die zeiden; ‘dus mijn harde werk doet er niet toe?’ Natuurlijk ‘chance favors the prepared‘, maar business boeken die zeggen dat je rijk en succesvol zult worden door de dingen te doen die bestudeerde miljonairs hebben gedaan zijn grote onzin. Hard werken en het nemen van risico’s staan niet gelijk aan succes. Heeft de schrijver ook gekeken op het kerkhof van mislukte ondernemers? Werkten die niet ook hard en namen zij geen risico’s? Wanneer je genoeg handelaren neemt zal er door puur toeval altijd iemand bijzitten met het track record van Warren Buffett. Wij zien alleen de winnaars en krijgen dus een vervormd beeld van de werkelijkheid.

Geluk is vaak vermomd als niet-geluk. Een president wijst successen als banencreatie en economische groei graag aan zichzelf toe. Slechte zaken als inflatie en hoge schulden komen door zijn voorganger. De media dragen hier in belangrijke mate aan bij, want zij zijn gebaat bij kijkcijfers en die krijg je door sensationele soundbites en niet door waarheidsbevinding. Zolang journalisten, met name van radio en televisie, zichzelf vooral zien als entertainers is er weinig aan de hand. Als ze zichzelf te serieus nemen, kan dat zeer gevaarlijk zijn. Als de wereld complexer wordt (wat gebeurt) zoeken mensen naar versimpeling.

Taleb is van mening dat veel professionals betaald krijgen om overal wat in te lezen. In de sector waar hij uit afkomstig is – de wonderlijke wereld van finance – gebeurt dat volop. Beursgoeroes en economen zijn fantasten. Hun succes hangt puur af van hun retoriek, niet van hun testbare bijdragen aan werkelijk succes. Ze lopen geen risico’s met hun voorspellingen over het lot van markten. Prima als vermaak, maar net als bij de journalisten geldt dat je dit ‘lawaai’ niet moet verwarren met kennis, want dat leidt tot idiote beslissingen. Taleb heeft zelf geen mening over hoe markten zich gaan ontwikkelen. Dat is lariekoek als je verstand hebt van de rol van toeval.

In ‘Fooled by Randomness’ ontmoeten we twee handelaren: John en Nero. John verdient meer geld en woont in een groter huis. Hij is ook snobistisch. Nero is een zeer conventionele belegger die veilige opties kiest, zoals overheidsobligaties. Overheden gaan zelden failliet. Wie van de twee handelaren is gevoeliger om op te blazen? John heeft nooit les gehad in kansberekeningen en dat komt hem duur te staan. Hij stond blootgesteld aan een Zwarte Zwaan, een gebeurtenis met een zeer kleine waarschijnlijkheid van uitkomen, maar met een enorme impact. In de high yield bond markt waarin hij actief was had hij in zeven jaar tijd 250 miljoen dollar verdiend, en nu verloor hij 600 miljoen dollar in een paar dagen tijd. Omdat hij een hogere leverage was aangegaan om te profiteren van de bubbel, was nu het verlies ook veel groter. Nero heeft zich ingedekt tegen randomness wat betekent dat hij minder dan John geprofiteerd heeft van de ‘boom’, maar hij komt gemiddeld beter uit.

Dat principe begrijpen maar heel weinig mensen. Onze geesten zijn (intuïtief) niet afgesteld op toeval. We hebben alleen oog voor alles wat gelukt is. Waar vinden we de top 500 lijst met de meest mislukte bedrijven en ondernemers? We krijgen alleen de succesverhalen te zien en wijzen die toe aan vaardigheden en slimme beslissingen. Over succesvolle CEO’s worden biografieën geschreven die hen neerzetten als visionaire leiders, maar Taleb noemt ze ‘empty suits’. Ze hebben charisma en kunnen goed verhalen vertellen, maar het is erg moeilijk om het succes van een bedrijf te relateren aan het kleine aantal beslissingen dat de CEO gemaakt heeft. Gaat het goed met het bedrijf, krijgt de CEO roem en een vette bonus. Gaat het slecht krijgt hij een vertrekpremie van 50 miljoen dollar. Persoonlijk risico loopt de ‘empty suit’ niet.

Ook leren we niet van de geschiedenis. Met de statement ‘dit is nooit eerder gebeurd’ worden risico’s te makkelijk afgedaan als niet relevant. We moeten daarom voorzichtig zijn met empirisch bewijs: het ergste dat in ons leven ooit is gebeurt, is niet het ergste dat kan gebeuren. Dat je duizenden witte zwanen hebt gezien, betekent niet dat alle zwanen wit zijn. Alle zwanen waren wit voor de ontdekking van Australië.

Omdat we sukkels voor toeval zijn en dit ingeboren is, zijn de enige verdedigingsmechanismen dat we hebben tegen de verborgen rol van geluk scepticisme en kritisch denken. Het bedrijven van scepticisme doen we door op kantoor te zitten en ons te realiseren dat we niks weten. In de toekomst lachen we om alles wat we vandaag als waarheid aannemen. We zijn dan wel idioten, maar we hebben tenminste kennis over dat we idioten zijn. Neem wetenschappelijke instituties en alle andere ‘weters’ niet al te serieus.

De kritische denker is daarnaast altijd bereid van mening te veranderen met minimale schaamte. Getrouwd zijn met het verleden kan een groot risico en obstakel vormen. Misschien is een psychopaat daarom potentieel een succesvolle zakelijke beslisser. Omdat de amygdala van de psychopaat beschadigd is, heeft hij/zij geen emotionele attachment aan zijn positie en kan het dus onmiddellijk loslaten als dat rationeel het beste is.

Mensen zijn geneigd om allerlei verklaringen te verzinnen voor waarom dingen gebeuren. Dat is biologisch bepaald. In een gedragsonderzoek kregen hongerige duiven op volkomen random momenten voer toebedeeld. De duiven gingen na verloop van tijd regendansen en andere rituelen uitvoeren omdat ze dachten hiermee de toevoer van voedsel te beïnvloeden. Wij zijn ook biologische wezens en dus net zo gevoelig voor misconcepties, misplaatst geloof en vooroordelen.

Het laatste wapen, stoïcisme, is het dragen van ons lot, hoe ongelukkig ook, met waardigheid. Het enige waar Vrouwe Fortuna niks over te zeggen heeft is ons gedrag. Taleb wenst je hier veel geluk mee.

Lees ook essays over andere boeken van Nassim Nicholas Taleb:
De Zwarte Zwaan (2008)
Antifragiel (2012)

Stanley Kubrick’s Favorite Movie

By David Lynch
Catching the Big Fish
(Jeremy P. Tarcher/Penguin, 2006)

KUBRICK

Stanley Kubrick is one of my all-time favorite filmmakers, and he did me a great honor early in my career that really encouraged me. I was working on The Elephant Man, and I was at Lee International Studio’s in England, standing in a hallway. One of the producers of The Elephant Man, Jonathan Sanger, brought over some guys who were working with George Lucas and said, “They’ve got a story for you.” And I said, “Okay.”

They said, “Yesterday, David, we were out at Elstree Studio’s, and we met Kubrick. And as we were talking to him, he said to us, ‘How would you fellas like to come up to my house tonight and see my favorite film?’” They said, “That would be fantastic.” They went up, and Stanley Kubrick showed them Eraserhead. So, right then, I could have passed away peaceful and happy.

I like all of Kubrick’s films, but my favorite may be Lolita. I just like the world. I like the characters. I love the performances. James Mason is phenomenal beyond the beyond in this film.

ERASERHEAD

Eraserhead is my most spiritual movie. No one understands when I say that, but it is. Eraserhead was growing in a certain way, and I didn’t know what it meant. I was looking for a key to unlock what these sequences were saying. Of course, I understood some of it; but I didn’t know the thing that just pulled it all together. And it was a struggle. So I got out my Bible and I started reading. And one day, I read a sentence. And I closed the Bible, because that was it; that was it. And then I saw the thing as a whole. And it fulfilled this vision for me, 100 percent. I don’t think I’ll ever say what that sentence was.

Read the review of ‘Eraserhead’ by Peter Sobczynski

Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Door Jeppe Kleijngeld

Vanuit onze typische Westerse opvattingen kijken we doorgaans naar het ontstaan van het leven en het universum alsof het puur materiële en toevallige aangelegenheden betreft.

De oerknal: 13,7 miljard jaar geleden werd vanuit één beginpunt (de singulariteit) triljoenen triljoenen triljoenen tonnen materie gelanceerd. Maar hoe en waarom? Dat weten we niet.

Evolutie: Door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstond op een klein rotsblok (de aarde) nabij een derde generatie ster (onze zon) bij puur toeval leven. Na miljarden jaren evolutie heeft dat uiteindelijk geresulteerd in… ons. Maar hoe precies? Geen idee.

De hersenen: Wat zijn wij? In essentie een stel hersenen met een (soms) fraaie verpakking eromheen, maar hoe komt het bewustzijn tot stand? Gemakshalve denkt de wetenschap dat ook dit toevallig uit moleculen is ontstaan, maar er is geen enkel bewijs voor dat dit mogelijk is, eerder het tegenovergestelde.

Eeuwenoude religies en filosofen hebben altijd intuïtief geweten dat levende wezens meer zijn dan puur een fysiek, bij toeval ontstaan systeem. Hen zal het dan ook niet verbazen dat de (Westerse) wetenschap er niet in slaagt het hele universum en leven te verklaren vanuit de puur fysieke, wiskundige benadering. Er komen steeds meer scheuren in deze aannames, de theory of everything zit op een dood spoor, maar wat voor alternatieven zijn er?

Behalve het religieuze alternatief: ‘God heeft de wereld geschapen’, is er nog een alternatief vanuit de biologie. De naam van deze theorie is ‘biocentrisme’ en de bedenker is wetenschapper Robert Lanza. Het mooie van biocentrisme is dat het helemaal in lijn is met de vreemde waarnemingen uit de kwantumtheorie die traditionele wetenschap niet kan verklaren. Lanza haalt er een element bij dat in de ‘alles is toeval’ aannames ontbreekt: het bewustzijn. En daarmee komt hij een heel eind in het verklaren van het ontstaan van alles.

Biocentrisme in het kort

Bewustzijn creëert het universum, niet andersom.

In de Westerse opvattingen bestaat het universum als grote, hoofdzakelijk lege ruimte waarin toevallig leven is ontstaan. Maar volgens deze benadering is het leven niet meer dan een bijproduct – een schimmeltje op een rotsblok – en lange tijd was er helemaal geen leven en na de ondergang van de mensheid zal er weer een lange tijd geen leven zijn. Tenminste niet in dit hoekje van het universum.

Volgens biocentrisme bestaat er helemaal geen leeg en ‘dom’ universum onafhankelijk van leven. Het enige universum dat er bestaat is het universum dat we zelf waarnemen. Levende wezens met bewustzijn creëren het universum zelf. Dat betekent dat als je ’s avonds naar bed gaat, je keuken niet meer echt bestaat. Hij bestaat alleen als je hem waarneemt. De maan zou er niet zijn als we hem niet met zijn allen zouden waarnemen. En als wij er niet meer zouden zijn, zou het universum dat wij kennen oplossen in een wolk van potentie, maar niet langer bestaan als materiële werkelijkheid.

Een oude filosofische vraag is; als in een leeg bos een boom omvalt, maakt dit dan geluid? Immers, niemand is in de buurt om het te horen. Volgens biocentrisme is deze vraag irrelevant. Als er niemand in het bos is om het waar te nemen, bestaat het bos niet, alleen als mogelijkheid. Tenzij planten en bomen ook bewustzijn hebben en het lijkt erop dat dit best eens zou kunnen, dus maak van het bos een stadscentrum en van de boom een omvallende toren.

Ruimte en tijd bestaan niet echt
Kortom, er bestaat geen objectieve wereld, maar slechts de miljarden subjectieve werelden die levende wezens waarnemen. Buiten het bewustzijn bestaat niks. De interne en externe wereld die wij ervaren zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille en de verbinding tussen die twee kan niet verbroken worden. En onze waargenomen werelden gaan allemaal in elkaar over. In de natuur is alles één. Ruimte en tijd zijn volgens biocentrisme niets meer dan constructies van de geest. Net als zintuigen helpen zij ons de wereld te begrijpen, maar ze bestaan niet echt. Ze zijn onderdeel van de mentale software van dierlijke organismen die sensaties omvormt tot multidimensionale objecten. We dragen ruimte en tijd met ons mee, zoals een schildpad het schild op zijn rug met zich meedraagt.

Volgens biocentrisme is tijd slechts een mechanisme dat we gebruiken om veranderingen waar te nemen. De klok tikt verder, we worden langzaam ouder, de zon komt op en gaat weer onder, maar geen van deze dingen bewijst dat tijd echt onafhankelijk bestaat van onze waarnemingen.

Als tijd en ruimte niet bestaan heeft dat nogal wat implicaties. Het betekent in de eerste plaats dat het bestaan geen echt begin en einde meer heeft. Beide woorden ‘begin’ en ‘einde’ zijn begrippen die met tijd te maken hebben. Bestaat tijd niet meer, dan verliezen die begrippen hun betekenis. Ook doodgaan is zonder tijd slechts een illusie. De sequentie waarin dingen lijken te verlopen doet er niet toe wanneer tijd slechts een instrument van de geest is. Andere mensen zien je dode lichaam, maar dat ben jij niet. Jouw bewustzijn bestaat ergens anders voort binnen het alles is één universum, al heeft ‘ergens’ ook weer geen betekenis omdat ruimte niet echt bestaat. Bewustzijn bestaat uit een 23 watt bolletje energie en zoals je misschien nog weet van de natuurkunde les: energie kan nooit verloren gaan. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met het universum en hier nooit meer los van te koppelen.

Biocentrisme en vooral de illusionaire natuur van ruimte en tijd zijn lastige concepten om te bevatten zolang we in ons afgebakende menszijn vastzitten. Bij doodgaan kunnen we eindelijk losbreken uit de begrenzingen van ons lichaam en buiten de tijd bestaan, dus dat is een bevrijding en niet iets om bang voor te zijn.

Bewijzen voor biocentrisme: kwantumtheorie en ‘goldilocks’ universum
Het proces van creatie en de rol die de observant hierin speelt is goed zichtbaar in de bekende experimenten uit de kwantummechanica. Vooral het double slit experiment laat goed zien welke rol de observant speelt. Kwantumtheorie heeft ons geleerd dat subatomaire deeltjes NIET bestaan op een definitieve plek. Ze bestaan slechts als reeks van waarschijnlijkheden die niet manifest zijn. Zodra er een observant een meting doet stort ieder van deze golffuncties in elkaar en nemen een vaste positie in. Zo ontstaat een fysieke realiteit. Het bewustzijn is krachtig genoeg om een materiële wereld te creëren. Denk aan schizofrene patiënten die hele werelden scheppen in hun hoofd (‘A Beautiful Mind’). Voor hen is die wereld net zo echt als de echte wereld. Na 100 jaar experimenteren kunnen wetenschappers niet anders dan erkennen: de waarnemer is NIET te verwijderen uit de kwantumrealiteit.

Atomen bestaan sowieso uit veel meer leegte dan vaste materie, dus zo gek is het idee niet dat de maan pas gevormd wordt als we ernaar kijken. Als bij de studie van de kleinste bouwstenen van de natuur de waarneming het gedrag van die bouwstenen verandert is die waarneming kennelijk essentieel, betoogt Lanza. Dit geldt overigens niet alleen voor de kleinste deeltjes; de experimenten zijn inmiddels ook uitgevoerd met grotere moleculen die uit honderden atomen bestaan en daaruit kwamen dezelfde resultaten: ze bestaan alleen als wolk van mogelijkheden voordat ze geobserveerd worden. Lanza’s stelling is dat wat geldt voor grote atomen en kristallen ook geldt voor flatgebouwen en planeten.

In andere kwantum experimenten is aangetoond dat deeltjes die met elkaar verbonden zijn (‘entangled particles’) met elkaar kunnen blijven communiceren ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn. Dat kan twee dingen betekenen: ze kunnen sneller communiceren dan lichtsnelheid wat niet kan volgens Einstein’s algemene relativiteitstheorie of de ruimte tussen de deeltjes bestaat niet echt… Volgens biocentrisme bestaat ruimte inderdaad niet echt en zitten we allemaal in feite op elkaar en in elkaar verweven. Dat is in lijn met Einstein: de sterren lijken ver, maar als we met lichtsnelheid konden reizen reduceert de reisafstand tot nul (bij reizen met lichtsnelheid staat de tijd stil). Zo bezien bestaan ruimte en tijd alleen in onze subjectieve ervaringen en niet als losstaande, objectieve entiteiten.

Een ander belangrijk argument voor biocentrisme is het ‘goldilocks’ universum. Ons universum is te geschikt voor leven om per toeval ontstaan te zijn. Was de Big Bang een miljoenste krachtiger geweest, dan waren we er niet geweest. Als de zwaartekracht één tandje lager was geweest, dan zouden er geen sterren zijn en dus ook geen zon. En zo zijn er meer dan 200 fysieke parameters, waarvan de kleinste wijziging zou betekenen dat wij nooit zouden bestaan.

Natuurlijk kun je aanvoeren dat het logisch is dat we bij toeval zijn ontstaan omdat we ons anders deze vraag niet konden stellen, maar dat is een beetje vreemd. Een gevangene die het vuurpeloton met 100 schutters heeft overleefd denkt ook niet; ‘natuurlijk heb ik het overleefd, anders zou ik hier niet staan’. Die zou afvragen waarom 100 kogels hem niet gedood zouden hebben. Biocentrisme doet hetzelfde voor ons bestaan op aarde. In de woorden van Lanza: ‘The very structure of the universe is only explainable through biocentrism. The universe is fine-tuned for life, which makes perfect sense as life creates the universe, not the other way around. The universe is simply the complete spatio-temporal logic of self.’

Kort samengevat, creatie is het manifest worden van het non manifeste. En daar heb je een waarnemer voor nodig. En die waarnemer ben JIJ. Gefeliciteerd met het mooie universum dat je ontworpen hebt.

Meer over biocentrisme: A Shift In Scientific Worldview – Part 1: Robert Lanza’s Biocentrism

Het defecte management control system van de maffia

Lees ook:
De maffiaboeken van Nicholas Pileggi – Deel 1: Wiseguy: Life in a Mafia Family
De maffiaboeken van Nicholas Pileggi – Deel 2: Casino: Love and Honor in Las Vegas

Waarom gaat het altijd mis met gezworen maffialeden? Waarom kunnen ze niet gewoon hun mond houden en hun tijd uitzitten als ze gepakt worden? Sommige kunnen het wel: John Gotti bijvoorbeeld. Maar er zijn ook talloze ratten die hun familie verraden om hun eigen hachje te redden. De bekendste zijn Henry Hill, Joseph Valachi en Sammy ‘the Bull’ Gravano (die John Gotti levenslang bezorgde). De reden is dat het strakke managementsysteem van de maffia zich regelmatig tegen de organisatie keert.

In 1991 werd Alphonse ‘Little Al’ D’Arco – ‘made member’ en zelfs enige tijd ‘acting boss’ van de Luchese familie – bijna geliquideerd in een hotelkamer. Hij wist te ontkomen en besloot kort daarna getuige te worden voor de FBI. Hij was het lid met de hoogste rank binnen de maffia ooit die getuige voor de overheid werd. In 2013 verscheen het boek ‘The Life of Little Al D’Arco, the Man Who Brought Down the Mafia’ van Jerry Capeci en Tom Robbins over het leven van D’Arco.

D’Arco geloofde in de maffia; het bezorgde hem een inkomen en bovenal respect. In ‘Mob Boss’ beschrijft hij hoe hij na een lange loopbaan eindelijk officieel lid werd gemaakt van de Luchese familie. De ceremonie is al vaak beschreven: het mes en pistool op tafel, een prik in de vinger en het bloed van de ingewijde op de kaart van een heilige. Deze kaart wordt vervolgens verbrand en de leider van de familie zegt; ‘als je ons verraad zal je ziel eeuwig in de hel branden, zoals deze kaart’. Ook wordt duidelijk gemaakt dat de maffiafamilie voor alles komt, inclusief je eigen gezin. Dit lijkt een slechte deal, maar er komen ook voordelen met het lidmaatschap: andere criminelen kunnen niet meer aan je bezittingen komen; wat van jou is, is nu echt van jou.

Natuurlijk kunnen gemaakte leden van de maffia ook vermoord worden als ze de regels overtreden. D’Arco had hier begrip voor, al was hij het niet altijd eens met de manier waarop het ging. Zo was hij er getuige van dat gangster Tommy de Simone (in GoodFellas legendarisch neergezet door Joe Pesci) een bar binnenkwam helemaal in mooie kleding gestoken. Hij dacht dat hij gemaakt ging worden. Kort daarna zag hij hem in een pizzeria met twee ‘vrienden’. Het zou zijn laatste avondmaal worden. Ook al had DeSimone de regels gebroken (een made guy vermoord) vond D’Arco dit disrespectvol. “Ze zeggen dat ze hem gaan maken en ze whacken hem.”

Maar moord is soms nodig om het strakke regime van de maffia in stand te houden. Problemen ontstaan als het middel onnodig wordt ingezet. En dat is waar het misging in de Luchese familie en bij andere maffiafamilies. De baas en onderbaas van de familie – Vittorio ‘Little Vic’ Amuso en Anthony ‘Gaspipe’ Casso (ja, alle maffialeden hebben bijnamen) – werden gezocht voor een grootschalige bouwfraude en moesten onderduiken. Ze stelden D’Arco aan als tijdelijk leider. Het duurde niet lang voor het eerste moordcontract binnenkwam. Er zouden er vele volgen in korte tijd. De slachtoffers waren meestal andere leden die ervan beschuldigd werden verrader te zijn. D’Arco liet de contracten uitvoeren, maar begon steeds meer twijfel te krijgen bij de legitimiteit van de opdrachten. Toen werd hij er zelf van beschuldigd rat te zijn en had hij geen keuze om onder te duiken.

Wanneer je er als organisatie zulke extreme regels op na houdt is de ‘tone at the top’ nog belangrijker dan normaal. Bazen, zoals Paul Castellano, die hun mannen drugshandel verbieden, maar er zelf rijk van worden vragen erom dat hun manschappen gaan muiten.

Door deze hiërarchische machtsstructuur voort te blijven zetten heeft de maffia in de Verenigde Staten flink veel macht moeten inleveren. In de tijd voor Lucky Luciano (jaren 50’) – onder de oude ‘Mustache Pete’s’ (Siciliaanse bazen die de connectie met de oorspronkelijke maffia op Sicilië bleven onderhouden – werkte het nog. Toen kwam Luciano met de oprichting van de commissie en brak de glorietijd voor de Amerikaanse maffia pas echt aan. Maar door hebzucht begonnen de oude maffiawaarden in rap tempo af te brokkelen. In de jaren 70’s werden de boeken gesloten en namen de bazen lange tijd geen nieuwe leden aan omdat ze dan hun inkomsten dan met meer leden zouden moeten delen. Deze manier van denken heeft de maffia pas echt de das omgedaan.

Is het tijd voor een nieuw ‘losser’ maffia organisatiemodel voor de 21ste eeuw? Daar is het al veel te laat voor. De maffia had al veel eerder moeten veranderen hadden ze onderdeel van deze eeuw willen uitmaken. De macht die ze ooit hadden krijgen ze nooit meer terug. Dit is een les voor ondernemingen: organisaties bestaan uit niets anders dan het geloof van de mensen die er werken. Verliezen ze hun geloof, dan verliest de organisatie zijn macht.