Een authentieke dichtbij-opname van de Hell’s Angels (door Hunter S. Thompson)

‘Filthy huns! Breeding like rats in California and spreading east. Listen for the roar of the Harleys. You will hear it in the distance like thunder. And then, wafting in on the breeze, will come the scent of dried blood, semen and human grease . . . the noise will grow louder and then they will appear, on the west horizon, eyes bugged and bloodshot, foam from their lips, chewing some rooty essence smuggled in from a foreign jungle . . . they will ravish your woman, loot your liquor stores and humiliate your mayor on a bench on the village square .’
– Hell’s Angels: The Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs (1967)

Hell's Angels 1

Door Jeppe Kleijngeld

In de lente van 1965 begon Hunter S. Thompson rond te hangen met de Hell’s Angels motorclub. Halverwege de zomer was hij zo betrokken bij de outlaws dat hij niet langer zeker wist of hij alleen maar onderzoek deed naar de angels of door ze geabsorbeerd was. Zijn ervaringen met de motorbende staan beschreven in ‘Hell’s Angels’, het boek dat Thompson’s naam als schrijver/journalist in 1967 op de kaart zette. Het is een krachtig staaltje onderzoeksjournalistiek dat hij laat zien in ‘Hell’s Angels’ en het vormt tevens een nieuwe ontwikkelingsfase in zijn befaamde Gonzo stijl, waarbij hij zelf als personage opgaat in het verhaal, al kan dit boek nog bestempeld worden als vrij traditionele journalistiek.

Waar komen de Hell’s Angels vandaan? Ze zijn min of meer een smerig overblijfsel uit het Wilde Westen. De officiële bende is in de jaren 50’ ontstaan in Californië. De meeste soldaten die thuiskwamen na de tweede wereldoorlog stichtte gezinnen, maar de outlaws wilden wat anders. Vrijheid, kicks, vriendschappen… dus sloten ze zich aan bij de motorbendes en keerden zich af van burgerlijke normen en waarden. Losers, maar wel losers die heel veel lawaai maakten en angst konden inboezemen bij het gewone volk.

De Hell’s Angels waren berucht in deze tijd, maar hoeveel van hun reputatie was mythe en hoeveel was waarheid? Thompson ontdekt dat angst en walging machtige politieke wapens zijn. Want wanneer verhalen over verkrachting en de plundering van kleine Amerikaanse slaapstadjes de ronde doen, kan een senator ineens heel daadkrachtig lijken. De media dragen ook hun steentje bij, want met een kop als ‘Hell’s Angels rape teenagers’ verkoop je kranten, ook al ligt de waarheid iets genuanceerder.

Dat wil niet zeggen dat de Hell’s Angels heilige boontjes zijn. Het is een bondgenootschap en dat betekent dat ze samenspannen. Altijd. Als een burger ruzie krijgt met één van hen heeft hij ruzie met hen allemaal en ze schuwen geweld niet. Of verkrachting. Het boek van Thompson begint met de ontleding van de levensstijl van de motorbende. Hoe ze zich kleden en waarom (ze zeggen dat ze swastika’s slechts dragen om te shockeren, maar volgens Thompson zijn het wel degelijk fascisten). Hoe belangrijk hun motor voor ze is. Hoe veel ongelukken ze hebben (gemiddeld 4 doden per jaar op een bende van een paar honderd is veel te noemen). De vrouwen die met de angels rondhangen. Enzovoorts.

Daarna beschrijft hij een bijeenkomst van de volledige bende – en geassocieerde bendes zoals Satan’s Slaves, Gypsy Jokers, Presidents, Misfits en Nightriders – in Bass Lake in de zomer van 1965, waar hij zelf ook bij aanwezig is als geaccepteerd deelnemer. In dit deel van het verhaal wordt ook de toenmalige leider van de angels – Ralph ‘Sonny’ Barger – nader onder de loep genomen. Het weekend ontspoord zowaar niet in rellen zoals de kranten voorspeld hadden, maar het wordt gewoon een weekend gevuld met zuipen en de beest uithangen. Zeker gezien de angst die van te voren door het gebied verspreidde, toen bekend werd dat de volledige Hell’s Angels motorclub eraan kwam, was dat een grote meevaller.

Het beeld dat Hunter schetst is behoorlijk grim af en toe. Vooral het stuk over gangbangs is moeilijk te lezen. Sommige vrouwen laten dit vrijwillig doen, al is het natuurlijk onmogelijk dat welk mens dan ook zoiets vernederends ooit echt vrijwillig zou doen. Hunter was er getuige van dat een vrouw op een feest zo’n 50 keer gepenetreerd werd op verschillende manieren, waarna ze weer terug naar binnen ging. Het komt ook voor dat een vrouw bij wijze van straf door een groepje wrede angels onder handen wordt genomen. De vrouw in kwestie wordt dan naar een plaats gebracht waar de angel die ze naar verluidt onrecht heeft aangedaan haar verkracht, terwijl andere angels toekijken. Soms zijn er zelfs vrouwen van de angels bij, zoals enkele mama’s (vrouwen die tijdelijk rondhangen met de angels en fungeren als menselijke spermacontainers).


Hunter S. Thompson verdedigd zijn boek tegenover een Hell’s Angel in een televisiedebat.

In het vermakelijke laatste segment worden de angels frequente bezoekers van de LSD-feesten van Ken Kesey (auteur van o.a. ‘One Flew Over the Cuckoo’s Nest’) in La Honda. Het lijkt een vreemde combinatie – angels en LSD – maar volgens de beschrijving van Thompson ‘they handled it with the mindless zeal they bring to their other pleasures.’ In het begin waren de angels terughoudend met de LSD, maar na een tijdje… ‘As it were, their consumption pushed the limits of human toleration. They talked of little else, and many stopped talking altogether. LSD is a guaranteed care for boredom, a malady no less prevalent among Hell’s Angels than any other segment of the Great Society . . and on afternoons at the El Adobe, when nothing else was happening and there was not much money for beer, somebody like Jimmy or Terry or Skip would show up with caps and they would all take a peaceful trip to Somewhere Else.’

Thompson zelf gebruikte ook een keer of zes LSD in die periode en ervoer dat trippen met de angels zo slecht nog niet was. Hun gebruikelijke vijandigheid zakte af en hun wilde en naïeve persoonlijkheden maakten het tot een avontuur. Na een paar intensieve maanden, stopten de meeste angels weer met LSD. Sommige hadden verschrikkelijke hallucinaties gehad of waren bang hun motors te crashen. Voor een paar onder hen was LSD het beste dat ze ooit was overkomen en ze gingen er naar hartenlust mee door.

Maar in 1966 waren de mooie tijden definitief voorbij, althans voor Thompson bij de angels. Een groepje van vijf van hen (niet zijn kameraden) vonden dat hij misbruik van ze maakte door over ze te schrijven. Ze sloegen hem volledig in elkaar. Thompson wilde een origineel slotakkoord voor zijn boek, maar kwam niet verder dan Colonel Kurtz in Joseph Conrad’s ‘Heart of Darkness’: ‘the horror. The horror’. De motor posse komt in Thompson’s latere werk trouwens nog wel regelmatig voorbij, maar dan in een kleine bijrol.

Net voor het einde van het boek noemt Thompson terloops het karakter Raoul Duke. Hij beschrijft hem als outlaw, die de wet niet breekt op een manier die beledigend is voor de samenleving, maar juist op een manier die hem meer geaccepteerd maakt. Thompson’s alter ego Raoul Duke zou binnenkort een geheel eigen avontuur gaan beleven. Misschien wel het grootste avontuur aller tijden…

Dromen en dronken deliriums in San Juan (Over ‘The Rum Diary’ van Hunter S. Thompson)

‘Sounds of a San Juan night, drifting across the city through layers of humid air; sounds of life and movement, people getting ready and people giving up, the sound of hope and the sound of hanging on, and behind them all, the quiet, deadly ticking of a thousand hungry clocks, the lonely sound of time passing in the long Caribbean night.’
– The Rum Diary (1998)

The Rum Diary 1

Door Jeppe Kleijngeld

In 1960 bracht beroemd Gonzo journalist Hunter S. Thompson wat tijd door in San Juan, Puerto Rico waar hij werkte voor een sportblad, het begin van zijn carrière als sportverslaggever naast politieke junkie en toonaangevend auteur van de countercultuur beweging. Het blad ging kopje onder en Thompson solliciteerde bij de Engelstalige krant ‘The San Juan Star’, maar hij werd afgewezen. Terug in de Verenigde Staten kreeg hij in 1961 een baantje als beveiligingsbeambte bij de waterbronnen van Big Sur, Californië. In deze periode van acht maanden schreef hij twee boeken: ‘Prince Jellyfish’ en ‘The Rum Diary’. Thompson probeerde een uitgever te vinden voor deze boeken en faalde. ‘Prince Jellyfish’ is nooit uitgegeven, maar ‘The Rum Diary’ uiteindelijk wel in 1998.

‘The Rum Diary’ fictionaliseert Thompson’s ervaringen in Puerto Rico en zijn kwaliteiten als schrijver spatten van de pagina’s van deze prachtige roman. Het verhaal gaat over de jonge journalist Paul Kemp die bij een verlopen krant terecht komt in Puerto Rico, waar een zooitje dronken en parasitaire journalisten het proberen zo lang mogelijk uit te zingen voordat de krant definitief bankroet gaat.

Kemp heeft het gevoel dat hij al veel jaren verspild heeft, maar hij loopt tegen nieuwe mogelijkheden aan. Chenault – de sensuele vriendin van een collega – doet zijn lustgevoelens dermate opkomen dat het bijna te veel wordt. Dan is er de gladde PR-man Sanderson, die betrokken is bij louche dealtjes in de bloeiende economie van het Caribische land, waardoor Kemp geconfronteerd wordt met zijn eigen ambitieniveau. Wil hij voor weinig geld blijven schrijven over wat hij observeert? Of wil hij die kennis inzetten om rijk te worden, zoals Sanderson dat doet?

Hunter S. Thompson aan het werk in Aruba. De foto is gemaakt bij de Aruba Palm Beach Club met op de achtergrond het Aruba Caribbean Hotel. Thompson bezocht Aruba terwijl hij woonde op Puerto Rico.

Hunter S. Thompson aan het werk in Aruba. De foto is gemaakt bij de Aruba Palm Beach Club met op de achtergrond het Aruba Caribbean Hotel. Thompson bezocht Aruba terwijl hij woonde op Puerto Rico.

‘The Rum Diary’ is een roman over de jaren 60’ toen de wereld nog open lag voor Westerlingen om overal in te duiken en het welvaartsniveau lager lag, maar de hebzucht des te groter was. Ook is het een verhaal over liefde, drank, journalistiek en jezelf ontdekken. Kemp is nog niet het extreme Gonzo alter ego van Thompson dat Raoul Duke zou worden in ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, maar een iets gematigdere persoonlijkheid. Johnny Depp die Kemp portretteerde in de verfilming zei dat hij Kemp speelde als een jonge Raoul Duke die nog op zoek was naar zijn stem.

Thompson’s kracht als schrijver ligt vooral in het typeren van groepen mensen, tijdsbeelden en plaatsen. Dat doet hij uitstekend in het uiterst sfeervolle ‘The Rum Diary’. Ik kreeg heel sterk de neiging om Al’s Backyard op te zoeken en me te buiten te gaan aan rum, bier, sigaretten en hamburgers.

Thompson’s legendarische humor is ook al regelmatig aanwezig en doet soms denken aan de paranoia hilariteit van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, zoals in de volgende passage; ‘We spend the next six hours in a tiny concrete cell with about twenty Puerto Ricans. We couldn’t sit down because they had pissed all over the floor, so we stood in the middle of the room, giving out cigarettes like representatives of the Red Cross. They were a dangerous-looking lot. Some were drunk and others seemed crazy. I felt safe as long as we could supply them with cigarettes, but I wondered what would happen when we ran out. The guard solved this problem for us, at a nickel a cigarette. Each time we wanted one for ourselves we had to buy twenty – one for every man in the cell.’

De verfilming van ‘The Rum Diary’ heeft net als de boekuitgave lang op zich laten wachten. In 2000 werd een poging gedaan om het project van de grond te krijgen met Johnny Depp en Nick Nolte. De poging mislukte en de toen nog levende Thompson schreef een woedende brief naar de productiefirma en noemde het project een ‘waterhead fuckaround’. Een tweede poging tot verfilming in 2002 mislukte eveneens en uiteindelijk ging de productie pas in 2009 – na de dood van Thompson in 2005 – van start met Bruce Robinson (‘Withnail and I’) als regisseur. De film kwam in 2011 uit en kreeg gemengde kritieken. Een opvallend verschil met het boek is de integratie van de karakters Sanderson en Yeamon. Ook legt de desperate krantenuitgever Lotterman in de film niet het loodje aan het einde van het verhaal in tegenstelling tot het boek.

Wordt binnenkort vervolgd met een beschrijving van Hunter S. Thompson’s tweede boek ‘Hell’s Angels’.

Icon 11 - Bird

Hoe krijg ik media-aandacht als beginnend ondernemer?

Onlangs werd ik benaderd door een jonge ondernemer met de vraag: ‘wat moet ik doen om wat media-aandacht te krijgen?’ Hij had me gevonden via collega Jan Bletz die op zijn site nuttige tips geeft voor het schrijven van persberichten e.d.

Het bedrijfsmodel van de jongen sprak me wel aan. BIZZcounter biedt MKB-ondernemers de kans voor een klein bedragje (10 euro) per maand de administratie te doen. Het unieke van het concept is echter dat de online suite ook tal van andere opties biedt, zoals het schrijven van offertes en het plannen en uitvoeren van marketing activiteiten. Uiteraard zijn alle onderdelen van het pakket volledig met elkaar geïntegreerd en via de cloud op elk moment – en via ieder device – beschikbaar.

Ik besloot met de ondernemer af te spreken en hem van wat praktische tips uit mijn dagelijkse praktijk te voorzien. Er zijn drie basis methoden om aandacht van de pers te trekken, vertelde ik hem. De succesvolle ondernemers die ik ken passen alle drie structureel toe.

Traditionele marketing
Dit is de simpelste van het stel. Heel plat gezegd is dit aandacht kopen voor euro’s, al zullen professionele marketeers het vast oneens zijn met deze simpele weergave van zaken. Het grootste nadeel van deze methode is dat het geld kost. Maar daar tegenover staat dat het verreweg het snelste resultaat oplevert. De ondernemer in kwestie had uiteraard geen budget. Toch kan hij alvast research doen naar voor hem relevante media. Zodra hij wat verdiensten heeft, kan hij die het beste direct investeren in traditionele marketing. Belangrijk is verder de resultaten te meten, zodat je een duidelijk beeld krijgt van welke media je het beste resultaat opleveren.

Media-aandacht

PR
Onder PR versta ik hier: het genereren van media-aandacht zonder dat dit geld kost. Dit voor elkaar krijgen werkt hetzelfde als een product verkopen; de journalist is de klant en de ondernemer is de verkoper. Hij of zij zal je de aandacht moeten gunnen. Dat betekent dat je een relatie moet opbouwen met voor jouw relevante mediakanalen. Een aantal tips hiervoor:

• Doe vooronderzoek
Een beetje redactie heeft een blad/siteformule online staan waarin geformuleerd staat wat ze hun lezers willen brengen. Willen ze onafhankelijke journalistiek brengen, humor, opinie, praktijkinformatie? Met een klein beetje onderzoek kun je voorkomen dat je de plank compleet mis slaat wanneer je belt met een voorstel. Hoe beter voorbereid, hoe beter je binnen zult komen en des te groter de kans dat je (uiteindelijk) je doel bereikt.

• Ga gericht te werk
De meeste PR-professionals zullen meteen zodra ze van de journalist ‘los mogen’ een pitch afsteken over wat ze kwijt willen bij zijn of haar media-uitgave. Dit is verkeerd en wekt irritatie op bij de journalist omdat de pitch niet noodzakelijk is afgestemd op zijn/haar behoeften. Begin het gesprek altijd met een paar vragen. Zorg dat je een beeld krijgt van wat de redacteur wilt, voordat je een voorstel doet. Anders ben je met hagel aan het schieten, en een goede verkoper schiet op het juiste moment raak. Hetzelfde geldt voor persberichten; zoek uit welke berichten geplaatst worden en modeleer je eigen persberichten daar naar.

• Verkoop met klasse
Als je een PR-pitch houd ben je aan het verkopen, niks meer en niks minder. Wees je bewust van je rol en zorg dat je een verdomd goede verkoper wordt. Om dat voor elkaar te krijgen zul je oprechte interesse moeten tonen in je klant. Ga niet pushen, want dat drijft je ‘klant’ alleen maar van je af. Wees vriendelijk, hartelijk, beleefd, charmant en er zullen deuren voor je open gaan. Maar geduld is een schone zaak. Het opbouwen van relaties kost tijd. Neem die tijd.

Content marketing
Van de drie methoden is content marketing de lastigste voor ondernemers. De resultaten zijn namelijk minder grijpbaar dan de andere twee methoden. Toch is ook dit een erg noodzakelijke activiteit is mijn overtuiging. Content marketing draait om het creëren en publiceren van content om bij de doelgroep zichtbaar te worden, bekendheid te krijgen, een relatie op te bouwen of een transactie tot stand te brengen.

Content marketing onderscheidt zich van andere vormen van marketing, doordat het een continu proces is en nadrukkelijk inspeelt op de behoeften van doelgroepen. Voorbeelden van content marketing zijn blogs of online profilering op social media. Vaak draait het ook op thought leadership. Uiteindelijk moet dit zorgen voor leads of zelfs directe opdrachten.

Ik heb de ondernemer aangeraden een thema te kiezen waarover hij consequent wil schrijven. Ook heb ik hem geadviseerd een blog te beginnen als centrale hup voor zijn content marketing. Deze blog kan het beste losstaan van zijn bedrijfssite, omdat mensen bedrijfssites meestal niet in verband brengen met goede content. Via zijn andere kanalen, zoals Twitter, LinkedIn en Facebook, kan hij potentiële klanten binnenhalen op zijn blog. Erg belangrijk is verder een periodieke nieuwsbrief te beginnen. Als je hierin uitstekende content zet, heb je de kans dat het zich als een lopend vuurtje verspreidt.

Het opbouwen van een netwerk volgers kost tijd en je moet er consequent aan werken. Ik heb de ondernemer geadviseerd minstens twee uur per dag te reserveren voor marketing. Hij zal zich moeten verdiepen in de inhoudelijke vragen die zijn klanten hebben, en daar geweldige content over moeten produceren. Ook zal hij de verleiding moeten weerstaan daar een commerciële boodschap aan te koppelen. Zijn potentiële klanten moeten hem gaan zien als een expert die hen verder helpt, zonder een eigen agenda na te streven (dat moet in ieder geval niet de hoofdzaak zijn).

Ik heb een beginnend ondernemer meegemaakt, van wie de artikelen in het begin niet te lezen waren. Inmiddels, drie jaar later, wordt hij gezien als autoriteit op zijn kennisgebied, blogt hij voor respectabele websites en wordt hij uitgenodigd op grote events waar zijn doelgroep rondloopt. De boodschap: ga gewoon aan de slag en houd vol. Het zal zich uiteindelijk uitbetalen in succes.

Nog een laatste tip: ga zelf een paar ondernemers volgen die dit al succesvol doen. Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden. Die tijd kun je beter besteden.

De wereld stopt niet met draaien

Amstelveen, een saaie kantoordag. En moordend heet bovendien. Ik heb net een bak patat weggewerkt en moet weer aan de slag om de schade van afgelopen week in te perken. Week 31 staat nu te boek als minst productieve week van 2013, dus wie weet kan ik daar nog wat aan doen. Daarna racen naar de kinderopvang op Rosa op te halen.

Maar ik moet deze blogpost beginnen met een overlijdensbericht. Onze prachtige Lolita is niet meer. En collega-hen Heksje is ook dood. Nog geen twee maanden na het tragische overlijden van Brave Hendrik is onze kippenclan gereduceerd van 8 naar 5. En het besmettingsgevaar is nog niet geweken.

Op de avond van 29 juli waren Lolita en Heksje niet op komen dagen voor het eten. De volgende dag zat Lolita ’s ochtends wel in het hok, maar veel slomer dan normaal. De andere kippen waren verspreid over het eiland, dus ik dacht dat Heks daar ook wel bij zou zitten. Toen ik ’s avonds terugkwam lag Lolita dood in het hok en vond ik Heksje in de bosjes, aangevreten door de ratten. Volgens de dierenarts duidde mijn beschrijving op een besmettelijke bacterie die de luchtwegen aantast.

Gisteren heb ik een ‘Painted Veil’-stijl epidemiebestrijding uitgevoerd. 3 uur lang schrobben, boenen, de overige kippen inenten en de doden begraven. Nu hopen dat de overige vijf het gaan halen… Zondag weet ik meer…

Slachtoffers van de kippengriep

Slachtoffers

Kippen kunnen wel 13 jaar worden, dus Lolita en Heksje zijn met 3 en 2 niet oud geworden. Ze hebben wel een heerlijk vrij buitenleven gehad, duizend keer beter dan de gemiddelde plofkip. Verdriet voelen we vooral voor Lolita omdat we die als piepkuiken hebben grootgebracht. Het was de tamste kip ter wereld, die zelfs een keer bij Loesje op schoot kwam zitten. Heksje was erg schuw, maar ook een schatje. Ze krijgen een mooi plekje op het dierenkerkhof van het eiland (dat overigens binnenkort niet meer van ons is, maar daarover later meer). Vanuit ons huis kunnen we het plekje zien liggen. We zullen nog vaak terugdenken aan de mooie glanzend bruine Lolita en zwarte Heksje die relaxed over het eiland struinden, zoekende naar een worm of andere kippensnack.

Wat betreft deze week, Jezus christus. Ik was vooral afgeleid door de eeuwige discussie op IMDb over of Tony Soprano dood is. Het antwoord is ‘nee’ (ja, de acteur die hem speelt, James Gandolfini, wel, maar dat terzijde). Verder is het gewoon een typisch geval van een zomerdip. Een professioneel internetredacteur als ik kickt op wekelijks minstens één mooie headline uit eigen hand, maar het tempo ligt nu lager. Net als het aantal lezers trouwens. Maar net als een topsporter kom ik binnenkort wel weer in vorm. Het beste is om hier op een beetje goede oude ‘Dudeism’-manier naar te kijken: ‘I can’t be bothered by that shit… life goes on, man.’

IMG_0283