Heerlijk nostalgisch: Actiefilms uit de jaren 80/90

Toen ik opgroeide in de jaren 80’ en 90’, de tijd dat we films nog huurden op VHS-tapes bij videotheken, was ik verslaafd aan hersenloze actiefilms. Schwarzenegger, Willis, Stallone, Van Damme en Seagal waren mijn voornaamste helden toen.

Dan was er ook nog de B-klasse waar oa. Dolph Lundgren en Chuck Norris deel van uitmaakte. Of C-klassers zoals Michael Dudikoff (je weet wel. die dude van ‘American Ninja‘). En dan waren er nog Bruce Lee, zijn zoon Brandon Lee, Wesley Snipes, Keanu Reeves, Mel Gibson, Kurt Russell en nog een paar die ik nu vergeet.


Maria Shriver kan hem wel schieten.

De films waren meestal slecht, maar als ze een aantal ingrediënten bevatte was ik blij, namelijk;
1. Een vermakelijke schurk;
2. Minstens om het kwartier een actiescène of moord;
3. Lijken bij bosjes;
4. Humor (eventueel).

Van de week werd mijn lust voor dit genre weer opgewekt door een artikel dat ik las op filmwebsite Empire. Hier worden veel van mijn favoriete actiefilms besproken, zoals ‘Predator’ en ‘Commando’. De meeste hiervan heb ik sinds mijn jeugd nog minstens één keer gezien, maar eentje was ik bijna compleet vergeten. Ik heb het over één van mijn favoriete films uit die tijd. Een film die uitblinkt in stompzinnige actiescènes en explosies, geen verhaal bevat, maar wel enorm slecht acteerwerk. Ik heb het over ‘Delta Force 2: The Colombian Connection‘.

Ik kreeg zo’n verschrikkelijke zin om deze film weer te zien, dat ik direct het winkelcentrum ben in gerend om hem aan te schaffen. Bij Intertoys had ik geluk en voor drie miezerige euro’s was ik eigenaar van Delta Force 2, die ook nog eens geleverd werd in een fantastische box, waar ook de toppers ‘Delta Force 1’ en ‘Logan’s War’ bij zaten.

Die tagline! Dat doet gewoon iets met je.

Zo geschiedde. Afgelopen weekend keek ik naar fucking ‘Delta Force 2’. In de eerste ‘Delta Force’ namen Scott McCoy en zijn collega ijzervreters het op tegen Libanese terroristen. In deel 2 zijn de drugskartels in Zuid Amerika aan de beurt. Aan het hoofd hiervan staat de ultieme smeerlap Ramon Cota, die zelfs baby’s laat vermoorden. McCoy weet hem te arresteren, maar hij komt weer vrij en ontvoerd wat DEA collega’s van hem. Tijd voor McCoy’s team om met grof geweld het hele kartel om zeep te helpen. Oh yeah.

Hoe voldoet de film aan de criteria?
1. Goed! Billy Drago (wie? Zie IMDb) speelt een gluiperige drugsbaas, een rol die hem op zijn lijf is geschreven. Veel beter kun je het niet krijgen.
2. De actie zit vooral in de tweede helft, waarin de missie ‘vernietig alles’ plaatsvindt. Zodra de actie arriveert, is het het wachten meer dan waard geweest.
3. Circa 75 lijken. Lang niet slecht dus.
4. Humor zit er ook nog in. Het overdreven Amerikaanse militaire machogedoe lijkt bijna een parodie op zichzelf. Een soort ‘Team America: World Police‘. Vrij hilarisch.

Vrijetijdskleding is niet echt zijn ding.

Tijdens de opname zijn trouwens vijf cast & crewmembers om het leven gekomen bij een helikopterongeluk. GESTORVEN-VOOR-FUCKING-DELTA-FORCE-2!! Maar, het is het zeker waard geweest, mannen. Ik had deze film voor geen goud willen missen. Het gevoel van nostalgie heeft me erg goed gedaan.


And remember kids: Don’t fuck with Chuck!

Zie ook mijn IMDb-lijst: 50 Nostalgic Action Movies From My Childhood – 1980-1993

Documentaire: Inside Job – Ultieme beschouwing van de grootste crisis aller tijden

Door de wereldwijde financiële crisis die in 2008 in alle hevigheid losbarste zijn miljoenen mensen hun spaargeld kwijtgeraakt, hebben mensen wereldwijd hun baan verloren en zijn talloze mensen – vooral in de Verenigde Staten – hun huis uitgezet en gedwongen in tenten te leven. Hoe is het zover gekomen en hoe staan we er nu voor? Deze vragen beantwoordt de documentaire ‘Inside Job’.

De regisseur van ‘Inside Job’ is de Oscar-winnende documentairemaker Charles Ferguson, die in 2007 met ‘No End in Sight’ een kritische blik wierp op de rampzalige bezetting van Irak en de daarbij gemaakte fouten door de regering Bush. Momenteel werkt hij aan een documentaire over WikiLeaks die in 2012 zal uitkomen. Het doel van Ferguson met ‘Inside Job’ is simpel; de oorzaken en gevolgen van de crisis haarfijn uitleggen. Het gevoel dat hij daarmee vooral opwekt is woede. Ferguson slaagt zeer goed in zijn doel, want de excessen die hij toont zijn zo wanstaltig dat ze je als kijker onmogelijk onverschillig kunnen laten. Ook worden complexe financiële handelswijzen met simpele voorbeelden en vergelijkingen duidelijker gemaakt dan ooit tevoren.

De documentaire begint in IJsland, ooit een bijna volmaakte maatschappij, totdat de overheid overging op verregaande deregulering van de bankensector. De drie grootste banken leenden 120 miljard dollar voor investeringen wereldwijd, een lening die 10 keer groter is dan de IJslandse economie zelf. De bankiers werden rijk en de overheid profiteerde mee. Totdat de zeepbel werd doorgeprikt met rampzalige gevolgen. Het ongelofelijke in retrospectief is dat accountantsfirma’s en rating agencies toentertijd geen problemen vonden in de balansen van de banken en IJsland zelfs regelmatig complimenteerden met hun handelswijze.

Wat er gebeurd is in IJsland is een miniatuurversie van wat er misging op Wall Street. Hoe begon het allemaal? In 1981 benoemde president Ronald Reagan de directeur van private investeringsbank Merrill Lynch tot Minister van Financiën. Dit is het begin geweest van een periode van 30 jaar lang dereguleren. De volgende stap was de consolidatie van de financiële sector. Investeringsbanken werden zo groot, dat wanneer ze om zouden vallen, het hele systeem zou instorten. De regering Clinton hielp ze verder door een wet overboord te gooien die riskante fusies in de financiële sector moest voorkomen.

In 2001 werd al duidelijk dat het financiële systeem niet functioneerde toen de internetbubbel uit elkaar klapte met 5000 miljard dollar kapitaalvernietiging tot gevolg. Elliot Spitzer (Hoofd Openbaar Aanklager New York 1999 – 2007) bracht aan het licht dat investeringsbanken bewust internetbedrijven hadden gepromoot waarvan ze wisten dat ze zouden falen. Het was niet bepaald de eerste keer dat deze instellingen – de bekende vijf; Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers – op illegale activiteiten werden betrapt, maar ze kwamen er altijd met een boete vanaf. De regels werden niet aangeschroefd, maar juist verder versoepeld.

Ontstaan crisis
Verschillende financiële instrumenten hebben bijgedragen aan het ontstaan van de bankencrisis die in 2008 losbarste. Derivaten zijn misschien wel de belangrijkste van deze instrumenten. Hiermee konden bankiers overal op gokken; stijgende olieprijzen, het faillissement van een bedrijf of zelfs het weer. Tegen het einde van de jaren 90’ was de derivatenhandel een markt met een waarde van 50 triljoen (5.000 miljard) dollar. Bovendien was het een markt die niet gereguleerd was. Alan Greenspan, toenmalig voorzitter van de FED, hield de regulering van derivaten in 1998 tegen omdat het ‘onnodig’ zou zijn. In 2000 nam het Amerikaanse Congres zelfs een wet aan die de regulering van derivaten verbood. Toen was het hek echt van de dam.

Na de derivaten maakte het volgende uiterst riskante instrument zijn entree; securitisaties van huizen en andere schulden. Banken namen schulden over en bundelde deze in pakketjes: CDO’s (Collateralized Debt Obligations). Deze CDO’s verkochten ze vervolgens aan investeerders. Hypotheekbetalingen gingen nu de hele wereld over. Het gevolg was dat het geldschieters niks meer kon schelen of een klant zijn of haar hypotheek nog betaalde, dus keurde ze steeds riskantere leningen goed. Vanaf 2004 werden steeds meer sub-prime hypotheken – de meest riskante hypotheekvorm – gebundeld in CDO’s. De securitisatiemarkt is de grootste bubbel aller tijden geworden.

Rating agencies speelde in dit alles een zeer twijfelachtige rol omdat zij door investeringsbanken betaald werden (en worden) om ratings af te geven over hun producten. Dit werden daarom natuurlijk vaak Triple-A ratings, oftewel de best mogelijke ratings. Ondertussen stond de SEC (Het equivalent van de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten) toe dat investeringsbanken steeds hogere leverage konden nemen tot wel leverageniveaus van 33:1. Dus, een daling van 3 procent van hun activa zou deze banken insolvent maken. Het is idioot, maar dit was echt toegestaan.

Een andere tijdbom die aan bod komt in ‘Inside Job’ is het instrument Credit Default Swaps die werden verkocht door de grootste verzekeraar in de VS; AIG. Een Credit Default Swap is een verzekering op een CDO. Als een CDO faalt, betaalt verzekeraar AIG het verlies terug aan de investeerder. Maar speculanten konden – in tegenstelling tot bij normale verzekeringen – ook Credit Default Swaps kopen om tegen CDO’s te wedden die ze niet zelf bezaten. Als een CDO dan zou falen, zou dat dus potentieel een enorm verlies betekenen voor de verzekeraar. Banken als Goldman Sachs speculeerde zo bewust tegen financiële producten die ze zelf aan hun klanten hadden aangeraden. Omdat Credit Default Swaps niet gereguleerd waren, hoefde AIG geen geld opzij te zetten voor potentiële verliezen. In plaats daarvan betaalde ze gigantische bonussen aan medewerkers om zoveel mogelijk contracten binnen te slepen.

De crash
Terugkijkend op deze ontstaansgeschiedenis kan gesproken worden van een Ponzifraude, oftewel hoge winsten die steeds worden betaald met de inleg van nieuwe klanten. Inderdaad, totdat er geen nieuwe klanten meer bijkomen en het systeem instort. Dat gebeurde in 2008. Eerst begonnen de executieverkopen van huizen sterk te stijgen en de keten van securitisaties implodeerde. Leners konden hun leningen niet meer betalen aan de investeringsbanken en de markt voor CDO’s crashte. Investeringsbanken konden honderden miljarden aan leningen, CDO’s en onroerend goed niet meer verkopen.

Toenmalig Minister van Financiën Henry Paulson, die daarvoor overigens CEO van Goldman Sachs was, besloot de insolvente investeringsbank Lehman Brothers failliet te laten gaan, om zo de financiële markten te kalmeren, zo redeneerde hij. Dit bracht een schok teweeg in het hele wereldwijde financiële systeem. Alle fondsen met assets bij Lehman Brothers ontdekte tot hun schrik dat ze deze niet meer kwijt konden. Een belangrijk knoop in de hub faalde, wat enorme gevolgen had voor het hele systeem. Verzekeraar AIG stond ook op omvallen en het hart van de wereldeconomie kwam toen tot stilstand. De Amerikaanse overheid had geen keus. Ze spendeerden 700 miljard dollar belastinggeld om AIG en de overige banken te redden, maar een wereldwijde economische recessie kon niet meer worden afgewend.

De lijst van prominente experts uit de financiële wereld die geïnterviewd wordt in ‘Inside Job’ is indrukwekkend, o.a. Nouriel Roubini, Paul Volcker, Willem Buiter, George Soros, Christine Lagarde, Eliot Spitzer en Dominique Strauss-Kahn komen aan het woord. Veel indrukwekkender is de lijst van mensen die geweigerd hebben mee te werken aan de film. Bijvoorbeeld Alan Greenspan, die nooit problemen zag in wat er in de financiële sector gebeurde, weigerde mee te werken aan deze documentaire. Hij is één van velen.

Verandering
Hoe staan we er nu voor? Obama werd gekozen tot president vanwege zijn roep om verandering, maar is die verandering gekomen? In zijn regering zitten talloze figuren die afkomstig zijn van Wall Street of die een rol hebben gespeeld in het ontstaan van de crisis. De hervormingen op reguleringsvlak stellen tot nu toe weinig voor. Op kritieke punten, zoals de rating agencies, bonussen en lobbyisten is niks van betekenis aangepakt. De CEO’s van de banken die de crisis hebben veroorzaakt zitten nog op hun plaats en rating agencies hebben hun verdienmodel nog niet hoeven aanpassen. Obama heeft geen enkele financiële instelling crimineel vervolgd of bonussen teruggevorderd die tijdens de zeepbel zijn verdiend. De regering is nog altijd een ‘Wall Street regering’, zoals één van de geïnterviewden het mooi omschrijft.

Wat kunnen wij doen?
Dit alles maakt machteloos en boos. Wat kan het Nederlandse bedrijfsleven hiermee? Ten eerste is het belangrijk om vast te stellen dat in het hedendaagse financiële systeem alles aan elkaar vast is geknoopt, zoals gebleken is met de val van Lehman Brothers. Daarom kunnen de ontwikkelingen in Amerika niet los gezien worden van de rest van de wereld. Wij hebben net zoveel belang bij een gezonde financiële sector in de VS, als de Amerikanen zelf.

In de VS moet het risicomanagement en de governance van financiële instellingen op de schop, zo kunnen problemen in de toekomst voorkomen worden. Als de overheid en Wall Street het zelf niet op orde brengen, moet de rest van de wereld deze governance afdwingen. Bij een recente rondetafelsessie over ethiek in het bedrijfsleven waar ik als journalist bij aanwezig was, vertelde de CFO van een groot Nederlands bedrijf dat hij weigerde zaken te doen met Goldman Sachs omdat zij nog steeds onethisch handelen. Dit zal niet voor ieder bedrijf makkelijk zijn, maar ik vind het een inspirerend voorbeeld dat ik graag opvolg. Daarom verwijs ik persberichten van Goldman Sachs vanaf nu direct naar mijn elektronische prullenbak. Opgeruimd staat netjes.

Bedrijfsleven Nederland is braaf (geworden)

Toen ik begon in de business journalistiek, bijna 4 jaar geleden, had ik nog een heel ander beeld bij het bedrijfsleven. Ik zag mezelf wel conferenties en kantoorpanden afstruinen, zoekend naar excessen in drugs, vrouwen of onbehoorlijk gedrag. Nou ja, niet echt dat natuurlijk, maar meer opvallend en opmerkelijk gedrag binnen de zakenwereld had ik toch wel verwacht, ja.

Geïnspireerd door Hunter S. Thompson, uitvinder van de Gonzo journalistiek – een werkwijze waarbij de journalist alles vanuit eigen perspectief vertelt en al zijn ruwe materiaal onbewerkt publiceert – zou ik de zakenmensen en gebeurtenissen beschrijven. Misdragingen voorzien van subtiele kritiek. Lekkere journalistiek waar we toch al weinig van zien deze dagen.

Inmiddels kan ik stellen dat de heren bedrijfsleven zich in Nederland keurig netjes gedragen. Af en toe een foute opmerking over Chinezen of Indiërs tijdens een rondetafeldiscussie over outsourcing, maar daar is het wel grotendeels mee gezegd. Het ruwe materiaal publiceren zou ook weinig onthullends opleveren (nu gaat alles keurig langs corporate communications). Vorige week toen ik een verslag van collega Michiel uitwerkte stond er in zijn aantekeningen over een recente bijeenkomst voor CFO’s waar hij bij was geweest:

Main dude: “ha ha, stropdas in de auto laten liggen, ik ben duidelijk in de minderheid.”

Niet heel onthullend, nee. In de afgelopen vier jaar en kredietcrisis zijn er wel degelijk wat ‘mooie’ verhalen geweest in Nederland over excessen en onethisch gedrag. Het eerste wat me zo te binnen schiet is Dirkje Scheringa en zijn DSB Bank. Maar, inmiddels anno 2011, wordt het braver en braver. Onlangs op een enorme conferentie voor financiële toplui stond het onderwerp duurzaamheid op het programma. Duurzaamheid!! Vier jaar terug was het nog ‘What leads to high performance’, oftewel keiharde winst ($$$) maken.

In Het Financieele Dagblad van afgelopen week riep Feike Sijbesma, CEO van DSM, op om massaal geld te doneren aan Oost-Afrika. Wat is er gebeurd met de inhalige wolven die corporate Nederland ooit domineerden? Of komen die alleen in de VS voor?

De wereld is echt aan het veranderen. En er lijkt iets goeds uit te gaan komen, of tenminste iets beters dan er was. Niet om melancholisch te klinken, maar waar zijn de dagen dat bankiers de samenleving van miljoenen beroofden? De American Psycho days? Misschien is het allemaal van korte duur en kan ik alsnog onthullende rapportages gaan maken over boeven in maatpak. Maar met een betere wereld neem ik ook wel genoegen.