Nieuw businessmodel nodig voor daklozenkrant

Ze stond buiten de Albert Heijn in Alkmaar. Een jonge vrouw wiens leeftijd ik moeilijk kon inschatten. 30? Ik weet niet, maar ze verkocht daklozenkranten en daar was ze in ieder geval veel te jong voor. Ze begroette alle mensen die naar binnen liepen met een glimlach. Mij ook. Op haar gezicht las ik iets van hoop. Er zou toch zeker weer een betere tijd aanbreken? leek ze wel te denken. Toen ik 10 minuten later naar buiten kwam was haar uitdrukking veranderd in triestheid. Geen hoop meer. Geen vooruitzichten. Het ellendige verleden had haar ingehaald en haar vertrouwen in de maatschappij was tot een dieptepunt gezakt. Zoals altijd had ik haast, en geen kleingeld bovendien, dus liep ik naar mijn auto.

Een tijdje terug sprak ik een expert in Turnaround Management die bedrijven in nood helpt. Turnaround Management draait om het afwenden van discontinuïteit. Ondernemingen moeten met hun tijd mee veranderen, anders gaan ze kopje onder. Denk maar aan de reiswereld in de tijd dat het internet opkwam. Of de retail. Nieuwe tijden vragen om aanpassingen in je businessmodel. Zodra de klantvraag uitvalt, is dat een zeer belangrijk alarmsignaal dat je in gevaar verkeerd.

Daar moest ik aan denken toen ik wegliep bij die arme jonge vrouw met haar daklozenkrant. Ik kan me niet voorstellen dat zij niet met grote vraaguitval te kampen heeft. Het is crisis en mensen letten enorm op de kleintjes. Mensen moeten harder werken, dus hebben minder tijd om te lezen. Als ze al tijd hebben om te lezen, kiezen ze voor bladen die hun eerste voorkeur hebben. Op internet kunnen ze bovendien steeds meer gratis lezen, dus zijn ze minder bereid te betalen voor content. Bovendien hebben mensen minder vaak contant geld op zak en dat zal alleen maar minder worden. Kortom, een hoop samenhangende problemen die van de daklozenkrantverkoop een noodleidende sector maken.

Een blik in het jaarverslag van Z! (uitgever van de Amsterdamse Daklozenkrant) leert dat deze organisatie inderdaad in zwaar weer verkeerd. ‘De stichting ontvangt geen structurele subsidies en is voor de continuïteit voor een groot deel afhankelijk van de verkoop van de krant (en advertenties). Die verkoop daalt echter geleidelijk maar gestaag, waardoor het eigen vermogen van de stichting sinds 2007 meer dan gehalveerd is’, aldus het jaarverslag. Voorlopig is de krant echter gered door een cashinjectie van een miljonair, maar van een structurele oplossing is geen sprake.

Daklozenkrant

Hoe zou je vanuit de turnaround gedachte het tij kunnen keren? Een succesvolle turnaround kenmerkt zich door het creëren van nieuw perspectief. Het eerste wat ik zou aanpakken is het product. Als mensen niet meer bereid zijn te betalen voor de daklozenkrant moet je bedenken waar ze wel voor willen betalen. Voor een gewone krant bijvoorbeeld – Het Parool, de Volkskrant of het NRC. De daklozenkrant zou kunnen functioneren als extra distributiekanaal voor de grote kranten. De daklozenkrant zelf (een verkorte versie om de kosten te drukken) kan als supplement toegevoegd worden.

Voor de krant kan een meerprijs gevraagd worden voor de service. Immers, die 2 euro voor een daklozenkrant betaal je ook niet voor het product, maar om iemand een steuntje in de rug te geven. Laten we dus zeggen dat je een euro toevoegt aan de normale verkoopprijs. Voor de deelnemende kranten kan dit een optie zijn om de losse verkoop een boost te geven. Ook de kranten verkeren zoals bekend in zwaar weer.

Ten tweede moet het contante geldissue aangepakt worden, want je moet wel de kans hebben te kunnen betalen en contant geld is minder beschikbaar. Stel mensen dus in staat per mobiel te betalen. Door een SMS te zenden naar een bepaald nummer met een locatiecode erbij kun je het afrekenprobleem de rek omdraaien. Of geef de daklozenverkopers een mobiel pinapparaat mee.

Zijn met deze suggesties de problemen opgelost? Zeker niet. Maar niets doen en wachten tot er misschien nog een geldinjectie komt is wachten op het einde. Er moet eerst nieuw perspectief gecreëerd worden.

Margin Call – Fascinerende kijk op ijskoude cultuur van bankenwereld Wall Street

Oliver Stone’s ‘Wall Street‘ uit 1987 krijgt concurrentie als beste business film aller tijden met ‘Margin Call‘. Dat is nogal een bold statement, maar daarom niet minder waar. Een toelichting: ‘Wall Street’ is vooral fantastisch vanwege de rol van Michael Douglas als corporate raider (opkoper) Gordon Gekko. Gekko is zonder twijfel een legendarisch personage, maar zijn handelswijze is een beetje achterhaald. Handelen op de beurs met voorkennis is zo jaren 80′. De corporate schurken van tegenwoordig handelen in bizar complexe gedereguleerde financiële producten die de CEO’s van zakenbanken zelf niet eens volledig begrijpen. Dat is de strekking van ‘Margin Call’.

De film begint aan de vooravond van de grootste crisis ooit. Bij een grote zakenbank vindt een reorganisatie plaats en het grootste deel van de handelaren wordt naar huis gestuurd. Ook hoofd risicomanagement Eric Dale (Stanley Tucci) mag zijn biezen pakken, maar voor zijn vertrek overhandigd hij nog snel een USB-stick aan zijn werknemer Peter Sullivan (Zachary Quinto). Dan openbaart ‘Margin Call’ zich tot onvervalste rampenfilm. Sullivan ontdekt een risicomodel op de USB-stick dat aantoont dat de financiële rommel (gebundelde waardepapieren) die ze op de balans hebben staan heel snel zijn astronomische waarde zal verliezen. Deze waardedaling zal het einde betekenen voor de investeringsbank.

De Raad van Bestuur komt bij elkaar met aan het hoofd de meedogenloze CEO John Tuld (Jeremy Irons). Hij geeft aan dat dit de grote klap wordt voor Wall Street die hij al tijden ziet aankomen (‘de cijfers kloppen al jaren niet meer.’). Omdat hij toch wil blijven voortbestaan met zijn bank, geeft hij hoofd Sales Sam Rogers (Kevin Spacey) de opdracht een bliksemverkoop te organiseren. Hiermee hoopt hij alle rommel van zijn balans te krijgen voordat de concurrentie door heeft wat er aan de hand is…

Het gesprek gaat een beetje langs haar heen...

Het gesprek gaat een beetje langs haar heen…

Alles klopt aan ‘Margin Call’; de ijskoude sfeer van jongens in veel te dure maatpakken die met bijzonder weinig gevoel het Wall Street leven leven. Ze strijken belachelijke bonussen op voor de handel in lucht, smijten het geld ook weer over de balk met veel te dure patserige aankopen en hebben geen enkele binding met de gewone man op de straat (of met elkaar). De film is geschreven en geregisseerd door debutant J.C. Chandor. Zijn script (voor een Oscar genomineerd in 2012) was zo goed dat hij een topcast bij elkaar wist te krijgen die het wilde doen voor veel minder dan hun gebruikelijke gage. De prestaties van de hele cast zijn niet minder dan briljant. Ook de regisseur Chandor maakt indruk. De sfeer is ijzig en het camerawerk registreert subtiel de bankenwereld met al zijn onplezierige onderlagen.

‘Margin Call’ fascineert met een beeld van de financiële sector dat volledig accuraat voelt. De cultuur van deze bank, die prima model kan staan voor één van de bekende vijf (Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers) is giftig, maar voldoet wel steeds aan de spelregels van het kapitalisme. Dat maakt ook dat de grote slechterik van het verhaal eigenlijk niks verweten kan worden. Hij doet waar hij voor is ingehuurd door de aandeelhouders, breekt geen regels en verkoopt de toxic bezittingen aan handelaren als hemzelf. In een kapitalistische visie kun je het hem niet kwalijk nemen dat hij zijn informatievoordeel uitnut. Of dat hij een bonus opstrijkt van 86 miljoen dollar. Nee, het is niet ethisch, maar je kunt er niks aan doen als je het kapitalisme steunt. Verontrustend.

Kortom, ‘Margin Call’ is een waanzinnige en intelligente tijdbom thriller met een zeer intrigerende plot, geweldige dialogen en een cast om van te watertanden. Kijken!

Ommekeer van de tijd

‘Het is heel fundamenteel wat er nu gebeurt.’ Dat zei één van mijn FM.nl columnisten laatst tijdens een trendmeeting 2013. Hij doelde op de economische neergang van het Westen die we momenteel ervaren. De muziek gaat langzamer draaien de komende jaren en daar hebben we afgelopen week een paar duidelijke voortekenen van gezien.

Zo maakte Computable maandag bekend dat ICT-dienstverlener Capgemini 400 duurdere medewerkers heeft gevraagd om een stuk salaris in te leveren. Meer dan 10 procent in sommige gevallen. Een salarisverlaging!!!! Dit was voordat de crisis in 2008 begon werkelijk ondenkbaar. Nu is dit kleine nieuwsbericht mogelijk nog maar het begin van een nieuwe ontwikkeling die we op grote schaal gaan zien. Jarenlang hebben bedrijven te veel salaris betaald, en nu valt de bijl naar beneden.

Het tweede bericht kwam van het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) en stelde dat 45 procent van de Nederlanders moeite heeft rond te komen. Twee à drie jaar geleden was het nog 37 procent. Dus je ziet een toename van het probleem en dat is ook niet gek als je ziet dat de koopkracht maar blijft dalen. Op de koop toe werd vrijdag gemeld dat het einde van de Europese schuldencrisis nog lang niet in zicht is. Er moet afgeboekt worden op Griekse leningen en flink ook.

Is de tijd van de grote ommekeer gekomen?

Is de tijd van de grote ommekeer gekomen?

Als dit het begin van 2013 is, hoe zal de rest van het jaar er dan uit zien? Ik denk dat het niet alleen –weer- een zeer lastig jaar wordt, maar – en dat kwam ook naar voren op de FM.nl trendmeeting – dat we in het Westen serieus rekening moeten houden met een substantieel lager welvaartsniveau. Alle groei zit in Azië. In het Westen is ieder bedrijf aan het terugmanagen. Hetzelfde geld voor de overheid. Consumentenbestedingen liggen op hun gat.

Nu is het allemaal heel relatief. Als je ziet wat Nederlanders met Kerst voor inkopen doen lijkt het mee te vallen met het verlies van inkoopkracht. Echter, een heel klein verlies aan welvaart, voelt als een heel groot verlies. We hebben een zodanig lange tijd economische groei gekend dat het idee van ‘altijd maar meer’ volledig zit ingebakken. Daarom zal er nog een lange periode van slecht nieuws overheen moeten gaan voordat we gewend zijn aan de nieuwe realiteit; dat het ook een beetje minder kan zijn.

We moeten er rekening mee houden dat dit niet zomaar een crisis is die wat langer duurt dan gebruikelijk. Dit is fundamenteel. De grote ommekeer. De wereld zal er nooit meer zo uit zien als hij deed. In de geschiedenisboeken zal naar deze periode gekeken worden als de tijd waarin de economische heerschappij van het Westen ten einde is gekomen. Het is een boeiende tijd om in te leven.

Duurzaamheidsambitie ver te zoeken in politiek

Er was van de week heibel in politiek Den Haag. Kabinet Rutte II had het nogal ongelukkige plan naar buiten gebracht om inkomstenonafhankelijke zorgpremie te gaan heffen. Nivelleren noemen ze dat: het terugbrengen van inkomstenverschillen. Op zich niet verkeerd. Te grote inkomensverschillen zijn akelig. Kijk maar naar de VS. De ‘filthy rich’ hebben daar de financiële sector kunnen dereguleren, zodat zij zich verder hebben kunnen verrijken, totdat de zeepbel klapte, de economie in elkaar stortte en de werkloosheid en gepaarde armoede groter dan ooit zijn geworden. Zoiets mag in Europa nooit gebeuren.

Maar de vraag is of sleutelen aan de zorgpremie wel het juiste middel is om dit te realiseren. Los van de rekenblunders in het model van Rutte II is het misschien wel oneerlijk dat de ene burger meer moet betalen voor hetzelfde product – want dat is zorg op een bepaalde manier; een markt die drijft op vraag en aanbod. Zo ziet de VVD het in ieder geval wel. In plaats van op die manier te proberen te nivelleren, kun je wat mij betreft beter de zwakkere groepen in de samenleving te hulp schieten. Via het belastingsysteem leg je daarvoor de rekening evengoed bij de sterkste schouders, alleen voelt het eerlijker voor de veelverdieners. Wanneer de zorgkosten verder oplopen, verhoog je de premie voor iedereen en help je de zwakkere groepen in de samenleving financieel wanneer nodig.

De maatregel is dus ongelukkig gekozen, maar dat neemt niet weg dat er wat moet gebeuren. We hebben met een crisis te maken en het gaat pijn doen. Laten we die pijn dan ook lijden en het door ons zelf gekozen kabinet de ruimte geven om moeilijke keuzes te maken. Nederland is nog altijd de 16de economie ter wereld, de 7de investeerder en 5de exporteur. We hebben het nog altijd hartstikke goed! Maar er zijn stevige maatregelen nodig om het huishoudboekje van de overheid op orde te krijgen. Rutte II wil nu aan de inkomstenbelasting gaan sleutelen. Dit zal ongetwijfeld ook weer een hoop gedoe opleveren, maar vroeg of laat moet er een dergelijk moeilijk besluit geslikt worden door zowel politiek als samenleving.

Volgens Mark Rutte zelf voelen Nederlanders zich er oncomfortabel bij als het huishoudboekje van de staat niet op orde is, en daar heeft hij wel gelijk in. In Griekenland hebben ze zich er jarenlang niet druk om gemaakt en nu kunnen veel mensen daar de helft van hun salaris inleveren als ze hun baan überhaupt nog hebben. Dus, het streven van Rutte om de overheidsfinanciën op orde te krijgen en de rekening niet bij een volgende generatie te leggen is heel goed. Maar als het hebt over de volgende generaties, dan moet je het ook hebben over duurzaamheid. En daar is in het huidige regeerakkoord weinig over gerept. Of heb ik iets gemist?

VVD’ers worden door mij verondersteld van die slimme economen te zijn, dus kunnen ze ook begrijpen dat er grenzen aan groei zijn. Als het huishoudboekje op orde is, willen ze terug naar grote economische groei lijkt het nu, maar de enige manier om mijns inziens nog waarde te creëren in de nabije toekomst is om te gaan voor duurzaamheid all the way. Energieneutrale bedrijven creëren dus of zelfs energiepositieve ondernemingen. Grondstoffen 100 procent regenereren… Dat is hoe we waarde kunnen creëren voor toekomstige generaties. We moeten ook wel, want per dag komen er ruim 200.000 mensen bij op aarde. Een stad per dag. Hoe lang gaan we dat nog volhouden?

Er komt een enorme grondstoffen- en energieschaarste op ons af. We moeten dus manieren vinden om slimmer om te gaan met wat we hebben, en minder afhankelijk worden van niet hernieuwbare grondstoffen en energie. Dan worden we straks minder hard getroffen door de voedsel en energiecrisis die vroeg of laat gaat toeslaan. Dit vereist nu investeringen. Het mooie van deze investeringen is dat je ze zeker terugverdient. Nederland zou een leidende rol moeten spelen in duurzaamheid: een voorbeeld voor de wereld. Dit zal ons meer welzijn dan ooit kunnen brengen.

Het kabinet zou daarom nu een zeer ambitieuze target moeten stellen om het land te verduurzamen. Er zijn zoveel dingen te doen. Start een duurzaamheidstank met alle topexperts bij elkaar. Creëer nieuw beleid om goed gedrag te belonen en slecht gedrag te straffen. Ga met het bedrijfsleven aan tafel en help de sectoren die het moeten gaan doen. Stel tot doel de hele overheid in vijf jaar tijd CO2 neutraal te maken. Laat de financiële mensen scorecards ontwikkelen en ga er helemaal voor. De investeringen hierin leveren ook weer banen en economische groei op. Breng daarom enerzijds de financiële huishouding op orde, maar ga ook flink investeren in een duurzame toekomst.

Dus Rutte II, een stevige duurzaamheidstarget is een win-win voor iedereen. Ik weet dat jullie een crisis te managen hebben, maar er komt een nog veel grotere crisis op ons af. Ga deze noodzakelijke uitdaging aan en toekomstige generaties zullen jullie bedanken. En jullie electoraat misschien ook wel.