Fear and Loathing in Las Vegas: De ultieme trip van de jaren 70′

Door Jeppe Kleyngeld

‘Uppers are no longer stylish. Methedrine is almost as rare, on the 1971 market, as pure acid or DMT. ‘Consciousness Expansion’ went out with LBJ (Lyndon B. Johnson, red.). . . and it is worth noting, historically, that downers came in with Nixon.’
– Fear and Loathing in Las Vegas: A Savage Journey to the Heart of the American Dream (1971)

Deze must-read klassieker wordt wel samen met ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail ‘72‘ beschouwd als Gonzo journalist Hunter S. Thompson’s meesterwerk (het is mijn favoriete boek aller tijden). Beide boeken schreef hij in zijn hoogtijdagen begin jaren 70′, een bijzondere, vreemde en bewogen periode waarin Thompson’s creativiteit en talent tot geniale wasdom kwam.

‘We were somewhere around Barstow on the edge of the desert when the drugs began to take hold.’ Dit zijn de beruchte eerste woorden van deze literaire sensatie die veel weg heeft van een op hol geslagen hersenspinsel van Thompson. Zo omschrijft hij het een jaar later dan ook (min of meer) zelf op in ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail 72’. ‘I have a bad tendency to rush off on mad tangents and pursue them for fifty of sixty pages that get so out of control that I end up burning them, for my own good. One of the few exceptions to this rule occurred very recently, when I slipped up and let about two hundred pages go into print… ‘ Hiermee doelt Thompson op de oorspronkelijke tweedelige publicatie van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ in Rolling Stone Magazine op 11 en 25 november 1971.

Ter inspiratie van het Fear and Loathing manuscript gebruikte Thompson twee tripjes naar Las Vegas met goede vriend Oscar Zeta Acosta. Deze latino-activist vormde de basis voor het centrale personage Dr. Gonzo. Het werd een krankzinnig, met drugs en ether doordrenkt verhaal, dat als metafoor diende voor Amerika’s ‘Season in Hell’. De vredige jaren 60′ waren voor veel Amerikanen, waaronder Thompson, geëindigd in een complete depressie. Nixon was gekozen tot president en de volledig uit de klauwen gelopen Vietnam oorlog eiste steeds meer slachtoffers.

‘Fear and Loathing in Las Vegas’ vertelt het verhaal van de heilige missie van twee vrienden, de freak journalist Raoul Duke en zijn psychopathische advocaat Dr. Gonzo, om de Amerikaanse droom te vinden. Als die überhaupt nog bestond. Ze trekken naar Las Vegas (het zenuwcentrum van de Amerikaanse droom) om een woestijnrace te verslaan, maar al snel verlaten ze het werk en maken ze een serie bizarre en beangstigende trips mee. Daarbij trashen ze hotelkamers, komen ze in extreem angstaanjagende en paranoïde situaties terecht, hebben ze bizarre aanvaringen met representanten van de lokale gemeenschap en moeten ze elkaar behoeden voor totale zelfvernietiging.

De Britse cartoonist Ralph Steadman maakte de geniale tekeningen bij het boek

De Britse cartoonist Ralph Steadman maakte de geniale tekeningen bij het boek.

Het is een van de grappigste boeken ooit geschreven. Thompson’s gestoorde en paranoïde gedachtegangen zijn zo hilarisch dat ik het boek vaak moest wegleggen omdat ik te hard moest lachen. Vooral (voormalig) drugsgebruikers zullen zich goed kunnen verplaatsen in Thompson’s waanzinnige observaties en belevenissen. ‘By the time I got to the terminal I was pouring sweat. But nothing abnormal. I tend to sweat heavily in warm climates. My clothes are soaking wet from dawn to dusk. This worried me at first, but when I went to a doctor and described my normal daily intake of booze, drugs and poison he told me to come back when the sweating stopped.’

Bij het herlezen van het boek, vroeg ik me wederom af hoeveel van het verhaal echt is en hoeveel verzonnen. Het antwoord staat (min of meer) in ‘The Great Shark Hunt’, een verzameling eerder gepubliceerd werk van Thompson uitgegeven in 1979. Zoals bij vele klassieke verhalen is de ontstaansgeschiedenis van Fear and Loathing een interessant verhaal op zichzelf. Thompson werkte in deze turbulente dagen van de Amerikaanse geschiedenis aan een artikelenreeks over Ruben Salazar, een Mexicaans-Amerikaanse journalist die naar verluidt was vermoord door een Los Angeles hulpsheriff tijdens een anti-Vietnam demonstratie.

Een van de belangrijkste bronnen van het verhaal was Acosta, maar Thompson kon nauwelijks met hem praten omdat diens militante volgelingen geen blanken dulden in hun omgeving, of die van hun leider. Thompson en Acosta besloten naar Las Vegas te gaan waar Thompson de opdracht had om een verhaal te schrijven over de Mint 400 woestijnrace. Hier konden ze ontspannen praten over de kwestie Salazar. Wat volgde staat allemaal in het boek… Met de nodige toegevoegde waanzin uiteraard.

In het artikel over Fear and Loathing in ‘The Great Shark Hunt’ beschrijft Thompson dit boek als een mislukt experiment in Gonzo Journalistiek. Zijn idee was een notitieblok te kopen en daarin alles op te nemen zoals het gebeurde. Vervolgende wilde hij het notitieblok insturen voor publicatie, zonder enige aanpassing of opmaking. Het oog en de geest van de journalist zouden zo functioneren als de camera. Maar dit is verdomd moeilijk, stelt Thompson. Dus werd het een ander soort verhaal als hij oorspronkelijk in gedachten had.

Het magazine Sport Illustrated, waarvoor hij het Mint 400 verhaal zou schrijven, wezen het manuscript af en weigerden Thompson zijn onkosten te vergoeden. Na het vertrek van Acosta uit Vegas zat Thompson daar met een hotelschuld die hij niet kon betalen. Hij vluchtte uit Nevada en dook onder in Arcadia, nabij Los Angeles. In een week van slapen en schrijven tekende hij het Salazar verhaal op. Maar elke avond rond middernacht werkte hij ter ontspanning een paar uurtjes aan het ‘gestoorde’ Las Vegas verhaal.

Toen hij weer in San Francisco kwam bij het hoofdkwartier van Rolling Stone Magazine om het Salazar verhaal door te lopen, nam uitgever Jann Wenner het Vegas manuscript, dat inmiddels 5.000 woorden omvatte, serieus als losstaande publicatie. Thompson kreeg een publicatiedatum en geld om er verder aan te werken. Het eindresultaat kan ik onmogelijk beter omschrijven dan Thompson zelf; ‘Fear and Loathing in Las Vegas will have to be chalked off as a frenzied experiment, a fine idea that went crazy about halfway through… a victim of its own conceptual schizophrenia, caught & finally crippled in that vain, academic limbo between ‘journalism’ & ‘fiction’. And then hoist on its own petard of multiple felonies and enough flat-out crime to put anybody who’d admit to this kind of stinking behavior in the Nevada State Prison until 1984.’

In de oorspronkelijke publicatie in Rolling Stone Magazine stond ‘geschreven door Raoul Duke’. Thompson was bang in de problemen te raken als hij onder zijn eigen naam zou publiceren, omdat hij zichzelf in het verhaal toch afschildert als dronken, hallucinerende crimineel. Toen het boek uitkwam in 1971 waren de kritieken wisselend, maar er waren veel critici die het werk herkende als belangrijke Amerikaanse literatuur. Daarnaast werd het boek een groot cult succes. ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ grijpt perfect de zeitgeist van de periode na de jaren 60’ en veel fans voelden zich hierdoor aangetrokken.

In 1996 kwam er een audioboek versie uit van Margaritaville Records and Island Records om het 25 jarige bestaan van het boek te vieren. De stemmen werden verzorgd door Harry Dean Stanton (verteller/Hunter S. Thompson), Jim Jarmusch (Raoul Duke) en Maury Chaykin (Dr. Gonzo). Misschien komt omdat ik de film vaak gezien hebt met de briljante optredens van Johnny Depp en Benicio Del Toro, maar ik vond het een erg slechte audio adaptatie. De stemmen kloppen niet bij de karakters die verbeeld worden en de acteurs lijken zich niet echt in te leven in de teksten.

Het boek was ook voorbestemd om ooit verfilmd te worden. Dit duurde echter een lange tijd. Beroemd animator Ralph Bakshi wilde er een tekenfilm van maken in de stijl van cartoonist Ralph Steadman die de briljante illustraties bij het boek verzorgde, maar dit ging niet door. Tijdens het langdurige ontwikkeltraject van de film zijn verschillende acteurs overwogen. In eerste instantie waren dat Jack Nicholson en Marlon Brando als Raoul Duke en Dr. Gonzo, maar zij werden te oud. Daarna werden Blues Brothers Dan Aykroyd en John Belushi overwogen, maar dat idee ging overboord toen Belushi overleed. Later werd John Malkovich overwogen voor de rol van Duke, maar ook hij werd te oud. Daarna werd John Cusack overwogen die een toneelversie van Fear and Loathing had geregisseerd. Maar toen ontmoette Thompson Johnny Depp en hij raakte ervan overtuigd dat Depp de aangewezen persoon was om Duke te spelen.

De film, geregisseerd door Terry Gilliam, en met Johnny Depp en Benicio Del Toro (als Dr. Gonzo) kwam uit in 1998 en werd – net als het boek – een groot cult succes.

Icon 15 - Bats

De filosofie van Breaking Bad

Let op: bevat spoilers over het einde

Zoals ik gedacht en gehoopt had, was het einde van Breaking Bad spectaculair. De ongelofelijke saga van Walter White eindigt bevredigender dan ik me zelfs maar voor mogelijk had gehouden. De makers hebben hun publiek precies de adrenaline shot gegeven, die nodig was om deze trip af te sluiten.

In deze blog wil ik terugkijken op de serie met als focus de filosofische grondslagen van Breaking Bad, een serie die laat zien hoe een goede, of in ieder geval fatsoenlijke man, verandert in een ware slechterik. Walter begon als nerdy scheikundeleraar in het eerste seizoen. En vijf seizoenen verder is hij veranderd in de meedogenloze drugsbaron Heisenberg. Breaking Bad toont ons hoe één enkele beslissing – genomen door een man die aan de rand van de afgrond staat – iemand kan transformeren tot gruwelijk slecht mens in staat tot de meest verwerpelijke daden.

In het begin van de serie vertelt Walter zijn leerlingen dat scheikunde de studie van materie is, maar eigenlijk nog meer de studie van verandering. Dit is een prachtige metafoor voor Walter’s eigen verandering – molecuul voor molecuul – tot monster van duivelse proporties. Nadat hij te horen heeft gekregen dat hij longkanker heeft, besluit Walter – vanuit de veronderstelling dat hij niet lang meer te leven heeft, en hij zijn familie wat geld wil nalaten (zijn vrouw Skyler is net zwanger van hun tweede kind), zijn opmerkelijke scheikundige kennis in te zetten om crystal meth te gaan produceren. De rest van Breaking Bad laat de gevolgen zien van deze ene beslissing. En die gevolgen zijn verschrikkelijker dan iedereen, zeker inclusief Walter, voor mogelijk kon houden.

Wat dat betreft blijft Breaking Bad trouw aan zijn scheikundige basis; elke actie heeft een gevolg, soms klein en soms – onverwachts – gigantisch groot. In de befaamde introscènes ontmoeten we vaak karakters die we niet kennen, die een gruwelijk lot moeten ondergaan vanwege een beslissing die Walter ergens heeft genomen. Uiteindelijk is Walter direct of indirect verantwoordelijk voor de dood van wel honderden mensen. Doordat hij Jane laat sterven in seizoen 2, raakt haar vader, een luchtverkeersleider, zo in de war dat hij per ongeluk twee vliegtuigen op elkaar laat botsen boven de stad Albuquerque. De ravage die dit veroorzaakt is een mooie visuele metafoor voor de puinhoop die Walter aanricht in de levens om zich heen.

Bryan Cranston/Walter White - a.k.a. Dr. Jekyll & Mr. Hyde Illustratie gevonden op http://redeyerogue.com/walter-white-the-supervillain

Bryan Cranston/Walter White – a.k.a. Dr. Jekyll & Mr. Hyde
Illustratie gevonden op http://redeyerogue.com/walter-white-the-supervillain

Zo zijn er de onzichtbare gebruikers van meth die hun levens verwoest zien. Maar deze junkies zijn gemakkelijk te rationaliseren voor Walter – ze zouden het toch wel gebruiken, ook zonder Heisenberg’s productie. En Walter’s eerste moorden zijn ook op deze manier te beredeneren. De methwereld is een gewelddadige, dus voor wie zich daarin begeeft is het doden of gedood worden. De dood van Jane is een keerpunt wat dat betreft. Dat Walter toestaat dat zij in haar eigen braaksel stikt heeft niets te maken met zelfverdediging, maar puur met Walter die zijn egoïstische koers wil voortzetten. Hij heeft Jesse nodig als partner en Jane leidt hem af van zijn werk.

Walter’s initiële beslissing is gedreven door de nobele (en volledig begrijpelijke) wens om zijn familie te helpen. Maar volgens filosoof Kierkegaard zijn het vaak juist goede bedoelingen die situaties verergeren, zoals irrigatie mensen water verschaft voor landbouw, maar ook vreselijke ziektes kan veroorzaken. Al snel wordt Walter niet langer gedreven door goede bedoelingen, maar door trots – de gevaarlijkste zonde die er bestaat. Zijn voormalige studievrienden, die een succesvol farmaceutisch bedrijf hebben opgericht, bieden aan voor zijn behandeling te betalen – maar Walter weigert. Hij krijgt vervolgens nog verschillende kansen om de meth business achter zich te laten (zijn kanker gaat zelfs in remissie), maar hij zet zijn slechte daden voort met alle vreselijke gevolgen van dien. Het is zijn egogedreven trots die de katalysator vormt naar al zijn andere zonden.

Zoals de kanker langzaam zijn lichaam verwoest, vreet de morele erosie langzaam Walter’s ziel weg. Tegen het einde van seizoen 4 is hij in staat een klein jongetje te vergiftigen, om hem te helpen zijn doelen te verwezenlijken. Dit zou in het begin ondenkbaar zijn geweest, maar het proces van slecht worden gaat geleidelijk. Walt’s onverschilligheid naar zijn meth slachtoffers, en zijn eerste moorden gepleegd uit zelfbehoud, maken zijn latere grote slechte daden mogelijk. In termen van zijn uiteindelijke bestemming, zijn al zijn eerdere, schijnbaar kleine, beslissingen net zo schadelijk gebleken als zijn grote. Het toegeven aan corruptie, in welke mate dan ook, veroorzaakt uiteindelijk groot lijden. Dat is de echte boodschap van Breaking Bad. Tegen het einde van het eerste deel van seizoen 5 is Heisenberg veranderd in een echte meth koning. De simultaan gepleegde moordaanslagen op acht gevangenen, laat dan ook een parallel zien met het einde van The Godfather, waarin Michael Corleone de hoofden van de vijf families laat vermoorden, en de macht overneemt.

Maar het is maar zeer de vraag of Walter echt slecht is geworden gedurende de serie, of dat de situatie slechts iets ontwaakt heeft dat er al zat. Maker van de serie Vince Gilligan bevestigt dit in een interview in Rolling Stone. ‘Walter’s kanker zorgt dat hij wakker wordt. Hij heeft geslaapwandeld door de eerste vijf decennia van zijn leven, en zijn plotselinge gebrek aan beperkingen en belemmeringen, staan hem toe de persoon te worden die hij eigenlijk is. En die persoon is verre van alleen maar goed.’

Natuurlijk is Breaking Bad ook een morele aanval op het publiek. Hoe walgelijk Walter ook is, toch blijf je aan zijn kant staan wanneer hij het bijvoorbeeld opneemt tegen Gus Fring. Het bekende christelijke gezegde ‘haat de zonde, maar houd van de zondaar’, is hier van toepassing. We hopen dat hij een lesje krijgt, maar willen niet dat hij krijgt wat hij eigenlijk verdient. Uiteindelijk geeft Gilligan het publiek precies dat. Nadat Walter zijn voormalige partner heeft uitgeleverd aan Jack’s bende, één van zijn walgelijkste daden, besluit hij aan het einde Jesse te bevrijden en de slechteriken om zeep te helpen. Ook geeft hij aan zijn vrouw toe dat hij het eigenlijk niet allemaal voor zijn familie heeft gedaan, maar voor zichzelf. In isolatie in New Hampshire, heeft Walter toch een moment van inzicht gekregen.

Met zijn laatste daden, krijgt Walter voor zijn onvermijdelijke dood toch wat verlossing. En wij – het publiek ook – voor het aan Walter’s kant staan. Bedankt daarvoor Vince Gilligan, alsook voor het meesterwerk dat je ons gegeven hebt. Je serie is niet alleen Breaking Bad, maar ook Breaking Best geworden. Het zou wel eens lang kunnen duren, voordat er weer een serie van dit kaliber verschijnt.

Icon 10 - Chemistry